OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Majesteitelijke Kunstenaars
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Wapen der NederlandenKoninklijke KunstenaarsWapen der Nederlanden

Wilhelmina, schilderen en tekenen

Koningin Wilhelmina (1880-1962) liet meer dan duizend schilderijen, pastels, tekeningen en schetsen van eigen hand na. Sinds 1951 zijn ze niet meer
in het openbaar te zien geweest, op een enkele door haar weggegeven en ter veiling gekomen stuk na. Koningin Wilhelmina ontving haar eerste teken-
en schilderlessen op jeugdige leeftijd in het kader van het voor haar vastgestelde lesprogramma. In de toenmalige betere kringen niet ongebruikelijk.
Wilhelmina was niet de enige Oranje met een artistiek talent. Zo schilderde Anna van Hannover (1709-1759) zeker niet onverdienstelijk,
terwijl de eerste Koningin van Nederland, Wilhelmina van Pruisen (1774-1837) een enthousiast schilderes van olieverfschilderijen was.
De doeken van Koningin Anna Paulowna (1795-1865) vallen op door hun hoge kwaliteit, ook al heeft zij uitsluitend ‘nageschilderd’.


Landschapstekening 1944 Wilhelmina. Wilhelmina door Cor Visser en de gewelven van Paleis op de Dam (Wilhelmina).

De oorlogsjaren 40'-45 gaven de Vorstin de kans om haar hobby, het schilderen, tekenen en fotograveren uit te voeren. Diverse keren trok Wilhelmina de
natuur, die zij zo lief had, in en werd vergezeld door haar dochter Prinses Juliana en lijfwachten. Daar kwam zij na soms een hectische week in Londen, tot
rust en zette alles wat zij daar waarnam om in schetsen. Deze werden, zoals reeds eerder werd vermeld, als basis gebruikt voor definitieve tekeningen en
schilderijen. het Engelse gevarieerde landschap sprak de Koningin zeer aan. De ruigheid van het gebied, versterkte haar ontzag voor de Schepper en de
Natuur. Natuurmens als zij was, voelde Wilhelmina zich hier volledig op haar gemak. Daardoor kon de Koningin zich concentreren op wat zij in haar vrije
tijd het liefst deed. Schetsen, tekenen en schilderen. Haar tekeningen waren van een behoorlijk hoog niveau getuigde bovenstaande afbeeldingen.

Haar schoonzoon Prins Benrhard raakte ook besmet met het schildervirus. Rond de Kerst van 1941 kreeg hij van Wilhelmina een schildersuitrusting
cadeau. Er was voldoende aanwezig om hem ook aan het schilderen te zetten. Hetgeen Bernhard dan ook als een razende deed. Als een volleerde Van Gogh
wierp de prins zich op het onderwerp, In een mum van tijd riep hij een fraai afgebeeld landschap in het leven. Even zo snel gevolgd door door een stilleven
van bloemen a la de eerder genoemde beroemde schilder. maat dat viel tegen. wat een 'moeilijk geval', zo vond hij. En dat alles in een! middag. Bernhard van
Lippe-Biesterfeld ten voeten uit en zo zou de Prins zijn leven lang blijven. Helaas bereikt haar schoonzoon nimmer het hoge niveau van zijn schoonmoeder.
Beiden versterkten wel elkanders kwaliteiten. Bernhard zette Koningin Wilhelmina aan tot het vervaardigen van een groot winterlandschap.


Wilhelmina, stokrozen en Dennen bij bosvijver.

Gedurende de Eerste Wereldoorlog liet Koningin Wilhelmina, na verkegen bouwvergunning, in 1917 het statige landhuis de Ruygenhoek bouwen. Het
werd gesitueerd in de duinen bij Scheveningen. Het gebouw was een ontwerp van de architect L. J. Falkenburg en werd in 6 maanden gerealiseerd.
Wilhelmina heeft er tesamen met haar dochter Julianan die toen de kinkhoest had, vaak tijd doorgebracht. De Prinses genas hier in elk geval van haar
ziekte. De Koningin gebruikte het landhuis eigenlijk alleen voor haar natuurstudies in pastel. Na haar abdicatie heeft zij geruime tijd verpoosd in
De Ruygenhoek. Helaas is het landhuis in 1983 door brand verloren gegaan.

De linkerfoto geeft een fraai neergezette bos stokrozen in pasteltinten weer die Koningin Wilhelmina in de jaren van de Eerste Wereldoorlog maakte.
De sierlijke halen die tezamen deze prachtige pastel tekening vormen, getuigen wederom van haar kwaliteiten op kunstgebied, met name het schilderen,
en tekenen. De gekozen kleuren geven het cachet aan het geheel.

De rechterafbeelding toont wederom een krijttekening van de hand van Wilhelmina. Het werd vervaardigd in de jaren 1916-'17. De locatie was dit maal
de Paleistuin van het Paleis Noordeinde in Den Haag. Het winterse landschap wordt gedomineerd door een groep dennen die op magnifieke wijze zijn
neergezet in deze tekening. Het effect in de vijver completeert het geheel en het straalt de natuurlijke rust uit, gebruikelijk voor dit soort landschappen.

De toch zekere mate van ongeoefendheid die in deze tekeningen naar voren komen, vallen in het niet bij de neergezette onderwerpen. Het toch wat kale
loofhout in de pastel van de bosvijver en de tot stand gekomen compositie trokken wel de aandacht van Albert Roelofs. Het vormde wel de directe
aanleiding tot het serieuze schilderwerk van de Koningin. Haar leermeester Roelofs was de mening toegedaan, bij de beoordeling van haar werk, dat
een verder opleiding in het hanteren van het tekenpotlood niet weg was. Zo kreeg Wilhelmina lessen van Albert Roelofs, waarbij de theorie in de vorm
van studieboeken als The Artistic Anatomy of Trees van Rex Vicat Cole heel goed van pas kwam. Het was onder handbereik in haar boekenkast.

Ook in de winterdagen was Wilhelmina bezig met het pastelkrijt. Vanuit het Paleis Noordeinde kon zij vanuit het raam in de richting van de Hogewal kijken.
Het tafereel raakte haar kennelijk zodanig dat zij dit vastlegde in een pasteltekening middenonder. Opvallend te noemen is de goede dieptewerking die de
Koningin kennelijk onder de knie had. Op een juiste manier raakt het landschap de horizon en de daarboven aanwezig lichtgrijze lucht. De bossages in de
verte en de bomen aan beide kanten van de tekening, alsmede de gebruikte pastelkrijt kleuren, geven de kennis weer die Wilhelmina reeds had opgedaan.

Tezamen met een soort van verlaagd terras in de bodem op de voorgrond, maakt het deze tekening tot een aangename compositie. De Koningin gaf de
tekening, voorzien van een groen passepartout en groenkleurige lijst cadeau aan haar moeder Koningin Emma met op de achterkant geschreven haar
persoonlijke heilwens 'Met mijn innigste wenschen voor geluk en zegen voor 1918. Wilhelmina.' Een aangebracht brandmerk maakt duidelijk dat dit tot
de inboebel heeft behoord van het Paleis Lange Voorhout; het toenmalige domicilie van de Koningin-Moeder.


Wilhelmina: Boerderij met bloemen en hooiberg. Winterlandschap en Korenschoven bij Garderen.

Op de linkerfoto is iets anders dan het vast tafereel van Wilhelmina te zien. Namelijk een boerderij, bloemen en hooiberg. Dit pastel van de Koningin, dat
onder de bezielende leiding van Roelofs tot stand kwam, was het eerste thans bekende werk van haar onder die leraar. Zijn invloed is duidelijk merkbaar
in het op het eerste oog simpel aandoende impressie van een boerenerf. Het was een iets anders dan een landschap. Maar makkelijk was het blijkbaar niet,
want in de schriften van Wilhelmina die bewaard zijn gebleven, staat een voorstudie van deze compositie. Vooral het diepteverhogende deel van het huis
annex hooiberg, maakt deze tekening tot iets bijzonders. De ritmische cadans der elementen, gepaard gaande met de felle kleuren, houden de aandacht
van de kijker bezig. Daar waar de onderdelen van deze tekening elkaar raken staat een hekwerk voorzien van een soort rodondendronachtige struik met
in het oogspringende bloemen op een ondergrond van verscheidene kleuren groen.

Pasteltekeningen waren bij de Koningin zeer geliefd. Het spelen met kleurenkrijt was buitengewoon interessant. Beviel je de kleur niet, kon je het uitvegen
en een andere gebruiken. Dat was het voordeel boven schilderen en Oost-Indische inkt. Wilhemina bracht ook veel tijd door in eigen land en de
bovenstaande drie pasteltekening zijn daar een illustratief voorbeeld van. De reis naar Noorwegen in 1922 bracht niet de inspiratie die de Vorstin gewenst
had. Maar eenmaal thuis in eigen land, ging zij voortvarend op dit gebied aan het werk. Het was de tijd van oogsten en hooien. Een periode die Wilhelmina
aanvatte om er eens goed voor te gaan zitten en zich creatief te uiten. Over de rechteropname die in Garderen werd vervaardigd zegt de Vorstin tijdens
het samenstellen van een catalogus van haar werken voor Nederlands- Indie 'Niet minder heeft het tijdstip , waarop het rijpe koren in schoven op het land
staat, met zijn beloften van overvloedigen opbrengst en rijken oogst mij steeds tot studie geprikkeld'.

Het schilderij geeft prachtig weer de sfeer die toe behoort aan de warme zomerdag. De horizon werd zodanig geplaatst dat de schoven als machtige torens
daarboven uit komen. De dieptewerking van het geheel is indrukwekkend, alsmede de keuze van de juiste kleuren. De lucht heeft enige tekening gekregen
opdat zij zich onderscheidt op een redelijk dominante manier. Het voorste gedeelte lijkt zich te vermommen als ware het geen essentieel onderdeel van
deze kunstuiting. Feitelijk kijkt men over de schouder an de Vorstin mee het land in en meent waar wat de schilderes ook ziet. Deze levendigheid
weerspiegelt zich in alle door Wilhelmina vervaardigde schilderijen, tekeningen en schetsen. De sterke tekening van lijnen die in elkaar overvloeien
en zijn eclatant voorbeeld van de invloed van haar leermeester Gorter.


Wilhelmina: Djupvatn bij Merok Noorwegen. Geirangerfjord 1921 Noorwegen en Geirangerfjord 1922 Noorwegen.

Wilhelmina bleef niet alleen in ons land om haar schilderijen, tekeningen en foto's te vervaardigen. Het buitenland bood volgens de Vorstin wel zeker
aantrekkelijke mogelijkheden. Vanaf 1921 waren buitenlandse reizen een wezenlijk onderdeel van haar jaarprogramma. Na enige tijd te hebben rond
gekeken, daarbij het Meer van Geneve in 1925 te hebben bezocht, constateerde zij dat het daar in elk geval niet aan de verwachtingen voldeed. Wilhelmina
beschreef het Meer als iets dat te hard licht bezat, daardoor geen zachte kleuren in zich borg die nodig waren voor haar pasteltekeningen en ook de
schilderijen. De voorkeur ging meer uit naar Noord-Europa. Met name Scandinanvië met haar ruige en onverzettelijke natuur leek de Koningin wel wat.
Het had de uitstraling die nodig was voor haar compositie's. Noorwegen heeft Wilhelmina geïnspireerd tot sommige van haar mooiste en aansprekende
werken die zij ooit tot stand bracht. De eerste vakantiereis ging namelijk met het stoomschip Merope van de KNSM (Koninklijke Nederlandse Stoomvaart
Maatschappij) en vond plaats in de periode van 3 tot 24 augustus 1921.

Tijdens die eerste reis in 1921 naar het Hoge Noorden, schreef zij in een brief aan haar moeder 'Er is veel poëzie in het landschap, weinig koroliet, een
blauw waas overdekt hemel en bergen. De onnoemelijke stille wateren der fjorden, bewaakt en in toom gehouden door reuzen van graniet zal ik licht niet
vergeten'. Er kwam daardoor veel materiaal mee, voorstudie's, basistekeningen, van prachtige Scandinavische landschappen met name die van Noorse
fjorden, dalen en bergen. Ze was zo intens bezig dat haar dochter, die mee ging, tussen de bedrijven door, haar te eten gaf. Een van de eerste ontwerpen
die de Koningin op het linnen aan bracht, was de Geirangerfjord linkeropname. De reis was voortreffelijk. Daarover zei zij 'Heerlijk rustig is het varen met eten
op dek; ik vanaf mijn schilderstroon, soms door Juliana gevoed'. Op 27 mei 1922 vertrok de Koningin voor een tweede reis richting Noorwegen. Ditmaal duurde de reis vijf weken en werd gemaakt met de Batavier V en voer langs de Noorse kust tot aan de Noordkaap. Grote fjorden als de Sognefjord en de
Geirangerfjord werden bezocht. Een bont gezelschap ging met Wilhelmina mee.

Vader Prins Hendrik, zijn broer Adolf met zijn passie voor fotograveren. Prinses Juliana en haar vriendinnetje Elisabeth van Hardenbroek deelden mee
in de reisvreugde. De schilder Arnold Gorter, op speciaal verzoek van de Koningin was aan boord. Ondanks zijn aanwezigheid kwam de inspiratie bij de
Vorstin niet boven drijven. Wel maakte zij een aantal ontwerpen om deze later thuis om te zetten in een pastel of een schilderij. Het Koninklijk gezelschap
dat in juli 1922 de Noorse wateren bevoer en de fjorden bewonderden, konden volop getuige zijn van prachtige watervallen die zich seil vande rotsen naar
beneden lieten vallen. Het daverende gekletter van dat water, overklaste qua geluid alles in de omgeving. De grootheid die hierdoor ontstond geeft de
kracht van de grootsheid der Natuur. De waterval die de Zeven Zusters middenopname wordt genoemd bestaat uit een aantal waterstromen die tezamen
komen en zich daverend naar beneden storten in de fjord. Deze tekening is ontstaan uit een olieverfschets die de Vorstin ongetwijfeld ter plaatse heeft
vervaardigd, geeft de mateloze grootheid van de Zeven Zusters weer.

Met deze schets volgde Wilhelmina de raad op van Willem van Konijnburg die de Vorstin dit sterk had geadviseerd in zijn schildersinstructies.
De Koningin heeft later in haar schildersatelier de studie van de Zeven Zusters uitgewerkt tot een van de mooiste tekeningen ooit door haar vervaardigd.
Het watergeweld taste ook de schilder Arnold Gorter aan. Hij was immers aan boord. Zijn schilderij doet verslag van een andere ervaring dan die van
Wilhelmina. Bij Gorter voltrok zich de compositie zowel lang horizontale als wel verticale lijnen. Wilhelmina had een duidelijk oog voor de structuur van
de rostformatie en die is bij Gorter minder dominant aanwezig. Geconcentreerd werkend in de richting van licht op de sneeuw en de waterstromen, komt
deze schilder tot een ander beeld. Het schilderij maakt deel uit van Gorters Noorse Werken. Het meer Djupvatn rechterfoto ligt boven de Geirangerfjord.
Zelfs in de zomer vindt men er ijs.

Wilhelmina maakte schetsen van dit meer gedurende een tocht met een stolkjaere, een typisch vervoermiddel voorzien van twee paardjes. Het resultaat
was een groot (althans voor het doen van de Koningin) schilderij waarin de invloed van van Konijnenburg duidelijk voelbaar en herkenbaar is.
Het schilderij werd opgedeeld in grote vlakken waarbinnen de rosten, het water en de lucht werden gesitueerd. Het lijkt een vorm van kubisme te zin die
en Wilhelmina maar ook haar leermeester hebben gehanteerd. Franse schilders hadden die neiging maar ook Rietveld werkte in die tijden met die
vlakverdeling. De architect, grafisch- en meubel ontwerper werd ermee beroemd. De Koningin slaagde door deze toepassingen volkomen in haar opzet
een betere en anders structuur in het schilderij tot stand te brengen. Helaas was Wilhelmina, door haar instelling, niet in staat op deze weg voort te gaan.
Anders zouden we een Vorstin hebben gehad, die had behoord tot de top van de avant-Gardisten in de wereld. Ondanks dit lijkt dit schilderij te behoren
tot een van haar allerbeste ooit door de Koningin vervaardigd.


Wilhelmina: Huis in Finse, Noorwegen. Kayersberg in de Vogezen en Wijngaard Riquewihr in de Vogezen, Frankrijk.

De Koningin beperkte zich niet uitsluitend tot Pastel tekeningen en Schilderijen maar ook Pentekeningen hadden haar voorkeur. Men had daarvoor niet al
teveel materialen voor nodig en die konden in een kleine tas worden mee genomen. Bovenstaande tekeningen werden door de Vorstin geduerende diverse
jaren vervaardigd gebruik makende van Oost-Indische inkt. Het voordeel van dit gebruik is dat de de lijnen zuiverder en strakker worden naarmater er
preciezer wordt gewerkt. De linkerfoto vertoont de originele visie die Wilhelmina had op dit soort zaken. Haar oog werd tijdens een reis in de binnenlanden
van Noorwegen getrokken door dit midden in de natuur staande huisje, voorzien van waslijn en was, waaiend in de wind. Deze pentekening wordt over het
algemeen beschouwd als een van de beste die de Koningin ooit heeft gemaakt. Haar handvastheid komt uitstekend in deze tekeningen tot uitdrukking en
alle critici die deze hebben gezien, waren unaniem van oordeel dat kunstzinnig en fijnheid van de weergave groot was.

De reden waardoor Wilhelmina dit ook graag deed, lag in het feit dat zij in haar jeugd al een grote bewondering koesterde voor Rembrant van Rijn.
De Vorstin bewonderde de vastheid van hand en de geweldige zuiverheid van de lijnen en het spelen met licht door deze grootmeester van de schilderkunst
als zeer hoogstaand. De grote meester heeft in zijn leven daarvan niet veel plezier gehad. Hij stierf arm. De middelste opname is een Pentekening die de
Koningin maakte tijdens een van haar reizen naar de Vogezen in Frankrijk. Moeder zowel als dochter vonden het jaar 1931 uitmuntend geschikt om af te
reizen richting de Vogezen in Frankrijk De tocht verliep gedurende zes weken via Parijs richting Tirol, de uiteindelijke bestemming van de dames.

Na een schilderrijk verblijf in Les Trois Epis in de Vogezen waarbij de rechtse tekening ook werd vervaardigd, streek het Koninklijk gezelschap neer op
het fraaie slot van de Nederlandse baron May te Nikolsdorp in Tirol, Oostenrijk. Wilhelmina zag stof tot tekenen genoeg en maakte zich op om een en
ander met een pentekening vast te leggen. Aan haar moeder schreef de Vorstin dat zij een met haar dochter naar Riquewihr(Vogezen) waren gegaan.
Dat stadje vonden de beide dames zeer schilderachtig en konden er niet genoeg van krijgen. Juliana maakte foto en moeder pentekende. Een van de
wijngaarden bij het stadje trok weldra de aandacht van Wilhelmina en zij besloot deze wijngaard te tekenen. Het resultaat was een meer dan prachtige
Pentekening vervaardigd met Oost-Indische inkt waaruit haar gevoel voor kwaliteit sterk naar voren komt.
De handvastheid is zeer goed en de weergave is uitmuntend.


Wilhelmina: Hooien op de pelouse. Het oude Loo en Zeezicht de Ruygenhoek.

Bijzonder aandacht werd door haar besteed aan de opbouw van goede compositielijnen. De linkeropname was het eerste grote olieverf schilderij dat
Wilhelmina ooit maakte. Het kwam, na het overlijden van Albert Roelofs, onder leiding van haar nieuwe leraar Willem van Konijnburg, tot stand. De
penseelstreek verschilt met die van haar vorige leraar. Ook de opbouw van het geheel is niet hetgeen Roelofs Wilhelmina heeft geleerd. Als basis diende
een al eerder door de Koningin vervaardigde en ongedateerde tekening van Oost-Indische inkt. Deze voorstudie staat beker als de ploeger en geldt als een
van Wilhelmina's meesterwerken. Zoals de pers later zou schrijven:'Een grote naam onder deze tekening zou bepaald niet misstaan'.

Een groter compliment kon Wilhelmina niet krijgen. Willem van Konijnenburg was bij zijn eerste bezoek aan de Vorstin onder de indruk van het gekozen
onderwerp. Hij zei hierover:'Hare Majesteit richtte de aandacht op het park, waar twee paarden het gras langs de lijnen neer maaiden,. De studie die hare
Majesteit hiervan maakte, is mij bij gebleven als eene zeer goede studie. Het komt mij voor dat het een van de best geslaagden is [....] Ook de man met de
paarden, die met de grond, die met de bomen en de lucht zich goed vereenigen, zijn treffend weer gegeven. Het is goed aan dit werkje niets meer te doen
en het zorgzaam te bewaren'.

De middelste foto is een ook een Pasteltekening en het onderwerp heeft Wilhelmina haar leven lang geïnspireerd. Reeds in haar jeugd maakt zij schetsen
van dit paleisje dat zich op de Veluwe bevindt en een onderdeel vormt van de Kroondomeinen. Het tekenpunt is van voren en geeft aan dat de Koningin
zich bewust was van het feit dat een samenstelling van een schilderij vanuit veel perspectieven tot zijn recht kan komen. Het stuk lijkt bij schemering te
zijn vervaardigd. Blauwachtig gloeien de daken op bij het schijnen van de maan en weerspiegelt zich tevens in het slotwater. de bosrand ter rechterzijde
van de tekening, heeft bijna dezelfde kleur. Het lijkt wel zo uit een sprookje te stappen en te verhalen over oude en goede tijden. Opmerkingelijk was dat
het schilderij direct na het vervaardigen werd weg geschonken. Enkele jaren geleden verscheen het op een Amsterdamse veiling waar het voor
f: 64.000,00 (guldens) werd verkocht aan een onbekende koper.

Rechts is een fraai schilderij dat zicht geeft op de zee, zoals de Koningin dit waarnam als zij op de Ruygenhoek verbleef. Op het Loo was de Vorstin de
gehele zomer van 1932 druk geweest met het tekenen en schilderen van nieuwe ontwerpen. Om nog even iets meer te hebben voor de tentoonstelling in
Nederlands-Indie die op stapel stond, nam Wilhelmina haar intrek in de Ruygenhoek. Het was haar gebruikelijk najaarsverblijf in de duinen. Maar er
diende ook te worden gewerkt daar de Koningin niet af had wat haar voor ogen stond. En dat wilde ze toch wel graag. Daar Wilhelmina de 'ziel' van het
landschap rondom de Ruygenhoek reeds kende, kon zij daarmee aan de slag. Volgens haar visie was het mogelijk al schilderend een compleet beeld tot
'leven' te wekken. In dit schilderij heeft Wilhelmina op een meer dan juiste manier de essentie van het duinlandschap en zee getroffen. Fraai is het
contrast dat zich voordoet tussen de vrij eentonige duinvegetatie en het wilde onvoorspelbare van de zee erachter.

Waar al deze Oranjevorstinnen zich in hun artistieke activiteiten beperkten tot de huiselijke kring, heeft Koningin Wilhelmina zich ontwikkeld tot een
landschapschilderes die haar inspiratie opdeed in de wijde wereld om zich heen. Wilhelmina tekende en schilderde vrijwel uitsluitend landschappen, op
de Veluwe, in de duinen, maar ook in Noorwegen, Zwitserland, Engeland en Schotland. Ook onderscheidde zij zich al vroeg door haar bijzondere talent,
waardoor de verplichte lessen de basis legden voor een levenslange passie, die de Vorstin uiteindelijk in staat stelde uit te groeien tot een bijna
professionele kunstenares. In haar autobiografie Eenzaam maar niet alleen beschrijft Wilhelmina hoe zij ´door de Schepper geïnspireerd met tintelend
genoegen´ de penselen opneemt om te gaan schilderen. Haar benoeming tot werkend lid van de Haagse kunstenaarsvereniging Pulchri Studio in 1932
beschouwde Wilhelmina als een bekroning. Na de abdicatie op 6 september 1948, vluchtte zij, naar eigen zeggen, in het penseel. Haar artistieke aandrift
stuurde Wilhelmina soms bij het ochtendgloren het bos in, dan naar de IJsseldijk, dan de hei op.