OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Orde van het Gulden Vlies
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Soevereine Ridderorden

De Orden van het Gulden Vlies

vervolg

De Nederlandse "Vader des Vaderlands", Willem van Oranje en andere Vorsten uit de huizen Châlon, Nassau en Breda waren Ridders van het
Gulden Vlies. De protestantse Stadhouders kwamen niet voor benoeming in de tot 1805 strikt katholieke Orden (in Spanje en Oostenrijk) van het
Gulden Vlies. Tijdens het Spaanse en Oostenrijkse bestuur over de Zuidelijke Nederlanden werden de aldaar wonende hoge katholieke edelen wel
opgenomen in zowel de Spaanse als de Oostenrijkse tak van de Orde. De Franse revolutie bracht een scheiding van kerk en staat en Napoleons
oudere broer Joseph maakte van de Spaanse Orde van het Gulden Vlies een orde van verdienste die ook aan protestanten kon worden toegekend.
Eén van hen was Willem, Prins van Oranje, de latere Koning Willem II. Ook Koning Willem III, Prins Hendrik en Koningin Beatrix
zijn in de Spaanse Orde opgenomen.


Prins Albert van Coburg-Saksen Gotha met de halsversierselen Oostenrijkse Orde van het Gulden Vlies. Prins Willem I van Oranje met Ordeketting Spaanse Gulden Vlies en Luwdwig I,
Koning van Beieren met de Ordeketting Oostenrijks Gulden Vlies.


In de Belgische Koninklijke familie waren en zijn veel ketens aanwezig; drie Koningen en een Aartshertog kregen de Oostenrijkse keten. Drie Koningen
en Prins Filips kregen de Spaanse keten. Leopold I was enkel een Spaans Vliesridder, de Koning was een protestant. De Belgische Koningen Léopold II
droeg net zoals zijn schoonbroer Maximiliaan van Oostenrijk het Spaanse Vlies. Zijn broer de Graaf van Vlaanderen bezat de keten in de Spaanse tak.
Ook zijn neef Albert I droeg het Oostenrijkse Gulden Vlies, terwijl diens zoon Leopold de Spaanse keten kreeg in 1923. De Belgische Koning Albert II
is Ridder in zowel het Spaanse als het Oostenrijkse Gulden Vlies.

Zijn schoonzoon Aartshertog Lorenz is als Habsburger enkel in het bezit van de Oostenrijkse tak. Zijn voorganger Boudewijn was Ridder in de Spaanse afdeling. Hun schoonbroer Groothertog Jan van Luxemburg is ook Ridder in de beide takken. Boudewijn was een van drie door Don Juan de Bourbon,
troonpretendent en Graaf van Barcelona
in de Spaanse Orde opgenomen ridders. De vuurslag van het Gulden Vlies en het kruis van Bourgondië zijn
DS terug te vinden in de Nederlandse Militaire Willemsorde (1815) en de Belgische Decoration Civique (1867). Ook in België is enige malen overwogen om
de Orde van het Gulden Vlies als Belgische Orde in te stellen. Gelukkig is dat niet doorgegaan.


Halslint Oostenrijkse Orde van het Gulden Vlies, het bovenstuk van die Orde en het Ramsvel.

In 1700, na de dood van de laatste Spaanse Habsburger, Koning Carlos II, gingen de Spaanse Koningen uit het Huis Bourbon eveneens deze Orde uitgeven.
Deze werd daardoor gesplitst in een Oostenrijkse en een Spaanse tak. Het soevereine hoofd van de Oostenrijkse tak is thans de huidige chef van het
Huis Habsburg-Lotharingen, Aartshertog Otto van Oostenrijk, de oudste zoon van Keizer Karl I. Het soevereine hoofd van de Spaanse tak is thans
Koning Juan Carlos van Spanje. Hij verleende in 1985 aan Koningin Beatrix het Gulden Vlies. Tot dan waren voornamelijk mannelijke leden van de
hoogste adel die behoorden tot de dragers van deze orde. De Vorstin was de 2e vrouw die toetrad tot de Orde.
De andere was Koningin Isabella II (1830-1904)  van Spanje.


Proclamatie oprichting Spaanse Orde van het Gulden Vlies door Filips de Goede. het Habsburgse Wapen (Oostenrijk) en gouden munten omringd door de ketting van de Orde.

Maar zij was dan ook zelf het staatshoofd. Na 1985 zijn ook Koningin Margaretha II van Denemarken en Elisabeth II van Groot-Brittannië
opgenomen. Zij die tot de Oostenrijkse tak behoren, komen met hun soevereine hoofd op kapitteldagen bijeen, die de laatste tijd meestal in
Brugge worden gehouden. De Heraut van de Orde van het Gulden Vlies maakt aan nieuwe leden plechtig bekend, dat zij in de Orde zijn opgenomen
en overhandigt hen de versierselen, die hiertoe behoren. De schatten van de Orde worden door de Oostenrijkse staat beheerd,
volgens een internationale overeenkomst.


De Grootmeester van de Spaanse tak van de Orde van het Gulen Vlies, Koning Filip VI, een processie in Brugge van moderne Ridders van het Gulden Vlies en
de Grootmeester van de Oostenrijkse Orde van de Orde van het Gulden Vlies Aartshertog Karl van Habsburg.

Negenenzestig jaar na het vorig kapittel in de Onze Lieve Vrouwekerk in Brugge, kwam de Orde van het Gulden Vlies opnieuw samen in Brugge.
Op het kapittel dat plaats vond in de Onze Lieve Vrouwekerk waren negentien ridders aanwezig. Er werden twee nieuwe ridders toegevoegd, namelijk
Prins Michel de Ligne, die in het kasteel van Beloeil woont, en Prins Charles Louis de Mérode. In totaal zijn er dertig ridders, waaronder ook de Belgische
Koning Albert II, Prins Filip, Prins Lorenz en Groothertog Hernri van Luxemburg. De drie laatsten hadden afgezegd. Het Groothertogdom Luxemburg
werd daarom vertegenwoordigd door Prinses Marie Astrid, die twee jaar terug naar de Heilige Bloedprocessie in Brugge kwam kijken.

Het kostbaarste stuk dat als draaglint voor de Orde van het Gulden Vlies fungeerde was de Wittelsbach diamant. Deze steen afkomstig uit de
edelstenen-verzameling van het eerbiedwaardige oude Beierse Geslacht en voormalige Vorstenhuis Wittelsbach werd in 2008 bij Sotheby in Londen
voor het heel aardige bedrag van 16.7 miljoen Pond oftewel 18,7 miljoen Euro verkocht aan Graff, een Billionair. Deze deed het unieke sieraad
(blauwe diamanten zijn extreem zeldzaam in deze kwaliteit) gewoon aan zijn vrouw cadeau voor haar verjaardag. Met haar 35,50 Karaat
behoort deze steen tot de op twee na, in grootte gemeten, historische edelstenen in de wereld. Het wordt alleen overtroffen door de Hope diamant.
In 1992 werd nog een steen van deze kwaliteit gevonden, namelijk de Tereschenko van 42.92 Karaat en ook van uitzonderlijke schoonheid.



Draagembleem van de Orde van het Gulden Vlies met de Wittelsbach diamant en uit haar setting.

Sindsdien behoort het prachtige stuk tot de eigendommen van de Landstichting ter behoud van de Wittelsbacher nalatenschap eigendom Vorstenhuis
Wittelsbach en maakte het deel uit van de Beierse kroonjuwelen. Op 21 december 1931 werd de diamant, vanwege geldgebrek bij het eerder genoemde
Vorstenhuis, bij Christie's in Londen te koop aangeboden maar er kwam geen bod. Sindsdien werd het stil rondom deze edelsteen. In 1961 kreeg de
Antwerpse juwelenhandelaar Josef Komkommer uit een nalatenschap van de edelstenen-verzamelaar Romi Goldmuntz de kans om een diamant
te kopen van zeer grote schoonheid.

Bij nader onderzoek bleek het te gaan om de Wittelsbacher diamant. Hij bood de juiste prijs en kocht hem van de erfgenamen. Komkommer wilde in
1962 de steen voor het geweldige bedrag van 1,5 Miljoen Mark verkopen aan Hertog Albrecht, de toenmalige Chef van het Huis Wittelsbach. Albrecht
weigerde dit, omdat de Hertog het teveel geld vond en het bovendien niet had. De juwelier gaf toen opdracht, aan collega juwelier Renatus Wilm, de
diamant te verkopen. Wilm vond een koper die anoniem wilde blijven. Vervolgens kwam Heidi Horten, de vrouw van de in 1987 overleden
warenhuiskoning Helmut Horten, in het bezit van de blauwe diamant.

Zij had de edelsteen in 1979 van haar man als huwelijksgeschenk gekregen, zo schreef het Duitse blad Welt am Sonntag, met toestemming van de Hortens.
Met een geschatte vermogen van rond de 3 miljard Euro heeft de Oostenrijkse weduwe, als rijkste vrouw van Oostenrijk, niet bepaald te klagen over
geldgebrek. Daar ook zij de historische waarde van de edelsteen herkende, bood Heidi de diamant te koop aan. Het was de bedoeling dat dit kostbare stuk
terug zou komen in het land van herkomst. Maar noch het Wittelsbacher Fonds noch de Landsregering van Beieren boden op deze steen.
De diamant werd voor het bedrag van 18.7 miljoen Euro verkocht aan de Londense diamanthandelaar Graff.

Op 7 Januari 2010 schreef het Amerikaanse blad The New York Times dat Graff de steen had laten herslijpen om een betere schoonheid en Brilliance
te verkrijgen. Daardoor verloor de diamant 4 Karaat aan materiaal, dat volkomen teniet werd gedaan door het ontstane schitterend beeld van de
Wittelsbach diamant, tegenwoordig de Wittelsbach-Graff edelsteen geheten. De Duitse juwelen-expert Ottomeyer bekeek de steen zeer kritisch en
vond dat deze zijn historische waarde had verloren door het opnieuw te laten slijpen. De expert noemde het een daad van vandalisme en meende dat
Graff de diamant tot een snoepbonbon had om laten toveren. De edelsteen werd vanaf 29 januari tot en met 1 september 2010 tentoongesteld naast
de beroemde Hope-diamant in het National Museum of Natural History van het Smithsonian Institute in Washington D.C. in de U.S.A. Als
vervolg daarop zal de steen ook worden tentoongesteld vanaf eind oktober 2010 tot en met januari 2011 in de Harry Frank Guggenheim Hall
of Minerals
van het Amerikaanse Musuem van Natural History in New York City.


Wapen van Bourgondië. Eerste Ridder wordt ingewijd door de grondlegger Filips de Goede en Wapen van Bourgondië

De geschiedenis van Het Gulden Vlies

De Orde van het Gulden Vlies (Frans: Ordre de la Toison d'Or, Duits: Orden vom Goldenen Vlies) is een exclusieve ridderorde. De leden worden
vliesridders of toisonisten genoemd, zij behoren allen tot de hoogste Europese adel. Met de instelling van deze Orde wilde Filips de Goede verschillende
doelen bereiken. Ten eerste gaf het zijn dynastie meer aanzien om aan het hoofd te staan van zo'n exclusieve Orde. Ten tweede was het een manier
voor de Hertog en de adellijke elite om de banden aan te halen en invloed op elkaars beslissingen uit te oefenen. De Orde had dus ook een politieke
functie. Bij de oprichting van de Orde bestond ze uit vierentwintig ridders: vier officieren die de volgende functies uitoefenden, een schatbewaarder,
een wapenmeester, een kanselier en een griffier met aan het Hoofd de Hertog van Bourgondië.


Blazoen van Prins Don Aplhonse, Koning van Aragon. De versierselen van de Spaanse Orde van het Gulden Vlies en het eerste blazoen van de Orde, die van de
Hertog van Bourgondië Filips de Goede,

Bij de oprichting van de Orde bestond ze uit vierentwintig ridders: vier officieren die de volgende functies uitoefenden, een schatbewaarder, een
wapenmeester, een kanselier en een griffier met aan het Hoofd de Hertog van Bourgondië. Zij werden gevraagd en benoemd door de Hertog van
Bourgondië, hetgeen als een grote eer kon worden beschouwd.