Het Koninklijk Huis

Ontstaan Nederlandse Orden en Onderscheidingen

Orde van Oranje-Nassau

In 1841 stichtte Koning Willem II als Groothertog van Luxemburg de Orde van de Eikenkroon. Alhoewel dit geen Nederlandse orde was, werden onderscheidingen in de Orde van de Eikenkroon regelmatig toegekend aan Nederlanders en buitenlandse diplomaten. Na het overlijden van Koning Willem III in 1891 werd Luxemburg een zelfstandige staat. Het gevolg was dat de onderscheidingen in de Orde van de Eikenkroon niet meer konden worden toegekend door het Nederlandse staatshoofd. De Orde van Oranje-Nassau is op 4 april 1892 bij wet ingesteld. Deze Orde is na de Militaire Willems-Orde en de Orde van de Nederlandse Leeuw de derde Nederlandse orde. Hare Majesteit de Koningin is Grootmeester van de Orde.

De behoefte aan een nieuwe, derde, Nederlandse Orde werd duidelijk. Die was nodig om met name buitenlandse diplomaten koninklijk te kunnen onderscheiden, maar ook om mensen uit de lagere klassen en standen hiermee een koninklijk schouderklopje te kunnen geven. Op 4 april 1892 - ten tijde van Koningin Emma als Regentes van het Koninkrijk - werd de Orde van Oranje-Nassau ingesteld. In 1994 werd het Nederlands decoratiestelsel - na bijna dertig jaar discussie - bij Wet ingrijpend herzien. Vanaf de Algemene Gelegenheid in 1996 werd er voor het eerst gedecoreerd onder de werking van het herziene stelsel. De wetgever had bij de herziening een democratischer decoratiestelsel voor ogen waarin voor automatismen geen plaats meer was.

De hoogte van de onderscheidingen werd losgekoppeld van rang en maatschappelijke status. In principe kan iedereen in onze samenleving worden gedecoreerd. Een decoratie wordt namelijk uitsluitend toegekend op basis van bijzondere persoonlijke verdiensten voor de samenleving. Tot 1996 bestond de Orde van Oranje-Nassau uit vijf graden. Daarnaast waren er tot 1996 Eremedailles in goud, zilver en brons aan de Orde verbonden. De dragers van de Eremedaille werden niet opgenomen in de Orde. Sinds 1996 worden de Eremedailles niet meer uitgereikt, terwijl de Orde van Oranje-Nassau nu zes graden heeft:

* 1. Ridder Grootkruis * 2. Grootofficier * 3. Commandeur * 4. Officier * 5. Ridder * 6. Lid

Ridder Grootkruis
Oranje-Nassau

Borstster
Ridder Grootkruis
Oranje-Nassau

Draagspeld
Ridder
Grootkruis
Oranje-Nassau

Halslint Groot Officier
Oranje-Nassau

Borstster
Groot Officier
Oranje-Nassau

Draagteken
Groot Officier
Oranje-Nassau

De basis van de onderscheidingstekens van de Orde van Oranje-Nassau is het 'versiersel', een vierarmig wit en blauw geëmailleerd kruis dat hangt aan een kroon. In het midden van het kruis bevindt zich een blauw geëmailleerd medaillon met daarop de Nederlandse leeuw. Dit medaillon heeft als omschrift: 'JE MAINTIENDRAI'. De keerzijde van het versiersel is op gelijke wijze uitgevoerd, behalve dat op het medaillon een gekroonde 'W' staat en het omschrift van het medaillon 'GOD ZIJ MET ONS' luidt. Tussen de armen van het kruis bevindt zich een lauwerkrans. Voor militairen wordt de lauwerkrans vervangen door twee gekruiste zwaarden. Het lint waaraan het versiersel van de Orde van Oranje-Nassau wordt gedragen, is oranje met links en rechts een blauwe en een smallere witte baan.

De uitvoering van het versiersel verschilt per graad. Hoe hoger de graad, des te groter het versiersel en breder het lint. De graden Ridder Grootkruis en Grootofficier ontvangen tevens een borstster. Voor de graden van Ridder en Lid zijn de versierselen van zilver. Bij de overige graden is het zilver verguld. Van elk versiersel is er een dames- en herenuitvoering. Deze versierselen worden bij de uitreiking omgehangen en/of opgespeld. Verder worden ze maar in een beperkt aantal gevallen gedragen. De gedecoreerde krijgt voor de dagelijkse kleding een zogeheten draagteken of draaglint. Behalve de versierselen ontvangt de gedecoreerde een oorkonde, met daarop vermeld de naam van de gedecoreerde en de graad waarin deze is onderscheiden. Ook de datum en het nummer van het betreffende koninklijk besluit staan op de oorkonde vermeld. Hierna volgen alle onderscheiding's- en draagtekens van de verschillende graden, in dames- en herenuitvoering.

Ridder Grootkruis: Het versiersel bestaat uit het kruis met een diameter van 60 millimeter, hangend aan het lint, opgemaakt in de vorm van een sjerp, die wordt gedragen van de rechterschouder naar de linkerheup. Het lint voor mannen is 101 mm breed en voor vrouwen 68 millimeter. De ster bestaat uit een blauw geëmailleerd rond schild, omgeven door een wit geëmailleerde rand, beide met goud omlijst met een diameter van 48 millimeter, bevestigd op een achtpuntige, uit achtenveertig stralen bestaande zilveren ster met een diameter van 85 millimeter. Op het schild staan afgebeeld de Leeuw en het omschrift, zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, van de Wet.

Op de witte rand is aan de onderzijde een laurierkrans aangebracht. Voor militairen bevinden zich achter het schild twee schuin gekruiste zwaarden, zoals omschreven in artikel 7, tweede lid, van de wet. De ster wordt direct boven het middel gedragen op de linkerzijde van de kleding. De ster en het onder 1 bedoelde onderscheidingsteken worden uitsluitend tezamen gedragen. Het draagteken is een in rozetvorm opgemaakt lint waarachter een balk van goudgalon is bevestigd. Het geheel is bevestigd op een strik. Het draagteken wordt gedragen in plaats van genoemde onderscheidingstekens.

Groot Officier: Het versiersel bestaat uit het kruis met diameter van 60 millimeter, hangend aan het lint, dat door mannen om de hals en door vrouwen opgemaakt in de vorm van een strik op borsthoogte op de linkerzijde van de kleding wordt gedragen. Het lint voor mannen is 55 millimeter breed en voor vrouwen 37 millimeter. De ster bestaat uit een blauw geëmailleerd rond schild, omgeven door een wit geëmailleerde rand, beide met goud omlijst met een diameter van 48 millimeter, bevestigd op een vierpuntige, uit achtenveertig stralen bestaande zilveren ster met een diameter van 85 millimeter.

De ster wordt direct boven het middel gedragen op de linkerzijde van de kleding. De ster en het bedoelde onderscheidingsteken worden uitsluitend tezamen gedragen. Het draagteken is een in rozetvorm opgemaakt lint, waarachter een balk van goudgalon aan de ene zijde en een balk van zilvergalon aan de andere zijde is bevestigd. Het geheel is bevestigd op een strik. Het draagteken wordt gedragen in plaats van de genoemde onderscheidingstekens.

Halslint Commandeur
Oranje-Nassau

Draagteken
Commandeur
Oranje-Nassau

Officier (vrouw)
Oranje-Nassau

Officier (man)
Oranje-Nassau

Draagteken
Officier
Oranje-Nassau

Kruis met Zwaarden
Oranje-Nassau

Commandeur: Het versiersel bestaat uit het kruis met diameter van 60 millimeter, hangend aan het lint, dat door mannen om de hals en door vrouwen opgemaakt in de vorm van een strik op borsthoogte op de linkerzijde van de kleding wordt gedragen. Het lint voor mannen is 55 millimeter breed en voor vrouwen 37 millimeter. Het draagteken, is een in rozetvorm opgemaakt lint, waarachter een balk van zilvergalon is bevestigd. Het geheel is bevestigd op een strik. Het draagteken wordt gedragen in plaats van het onder 1 genoemde onderscheidingsteken.

Officier: Het versiersel bestaat uit het kruis dat diameter heeft van 46 millimeter, hangend aan het lint, voorzien van een rozet in de kleuren van het lint, dat op borsthoogte op de linkerzijde van de kleding wordt gedragen. Het lint voor mannen is 37 millimeter breed en voor vrouwen 27 millimeter. Vrouwen dragen het lint opgemaakt in de vorm van een strik. Het draagteken is een in rozetvorm opgemaakt lint. Het geheel is bevestigd op een strik. Het draagteken wordt gedragen in plaats van het onder genoemde onderscheidingsteken.

Ridder: Het versiersel bestaat uit het kruis dat een diameter heeft van 46 millimeter, hangend aan het lint, dat op borsthoogte op de linkerzijde van de kleding wordt gedragen. Het lint voor mannen is 37 millimeter breed en voor vrouwen 27 millimeter. Vrouwen dragen het lint opgemaakt in de vorm van een strik. Het draagteken is een lint, opgemaakt in de vorm van een strik, waaraan is toegevoegd een kleine zilveren kroon. Het draagteken wordt gedragen in plaats van het genoemde onderscheidingsteken.

Lid: Het versiersel bestaat uit het kruis dat een diameter heeft van 35 millimeter, hangend aan het lint met een breedte van 27 millimeter, dat op borsthoogte op de linkerzijde van de kleding wordt gedragen. Vrouwen dragen het lint opgemaakt in de vorm van een strik. Het draagteken is een lint, opgemaakt in de vorm van een strik. Het draagteken wordt gedragen in plaats van het genoemde onderscheidingsteken,

Ridder
Oranje-Nassau

Draagteken
Ridder
Oranje-Nassau

Lid (man)
Oranje-Nassau

Lid (vrouw)
Oranje-Nassau

Draagspeld
(vrouw)
Oranje-Nassau

Koningin Emma
versierselen
Grootmeester

Orde Oranje-Nassau

Huisorden van het Koninklijk Huis

Behalve de genoemde staatsorden kent Nederland twee huisorden. Dit zijn geen Koninklijke onderscheidingen omdat zij niet door de Nederlandse Koning maar door een particulier, het Hoofd van het Huis van Oranje-Nassau worden verleend. Voor de volledigheid en omdat de Koningin de staatsorden soms aanvult met verleningen van haar huisorden worden zij ook hier genoemd. Deze Orden worden toegekend aan personen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor het Koninklijk huis. De Koningin is ook Grootmeester van deze beide orden. Het Grootmeesterschap van de Orde van de Gouden Leeuw van Nassau deelt zij met de Groothertog van Luxemburg.

  1. De Huisorde van Oranje

Sinds 1969 is deze orde onderverdeeld in drie orden.

  • De Kroonorde
  • De Orde van Trouw en Verdienste
  • De Huisorde van de Gouden Leeuw van Nassau

In Nederland bestaan ook bij Wet of Koninklijk Besluit erkende charitatieve ridderorden, deze ridderorden zijn verenigingen van edellieden die zich op liefdadigheid en het ondersteunen van het werk van het Rode Kruis toeleggen.

Deze zijn:

  1. "De Orde van Sint-Jan, Nederlandse tak van de aloude Ridderlijke Orde van het Hospitaal van Sint-Jan te Jeruzalem"
  2. De Duitse Orde in de Protestantse Ballije van Utrecht
  3. De Nederlandse afdeling van de Orde van Malta

Verder kent Nederland verschillende dapperheidsonderscheidingen die ook Koninklijke onderscheidingen zijn:

  • Verzetskruis 1940-1945
    Ingesteld in 1946 ter erkenning van bijzondere moed en beleid, aan de dag gelegd bij het verzet tegen de vijanden van de Nederlandse zaak en voor het behoud van de geestelijke vrijheid. In totaal 95 keer verleend. 93 keer postuum, eenmalig aan een levend persoon en aan een monument. Niet te verwarren met het veel algemenere Verzetsherdenkingskruis
  • Bronzen Leeuw
    Ingesteld in 1944, bedoeld voor militairen maar ook voor burgers en buitenlanders, voor bijzondere moedige en beleidvolle daden in de strijd tegen de vijand, tot nu toe 1210 keer verleend.
  • Verzetster Oost-Azië 1942-1945
    Ingesteld in 1948 en toegekend aan hen die zich in de jaren 1942-1945 op door Japans bezet of Japans gebied in Oost-Azië door geestkracht, karaktervastheid of gemeenschapszin op bijzondere wijze verdienstelijk hebben gemaakt voor door krijgsgevangenschap, internering of anderszins in de macht van de vijand geraakte Nederlanders of Nederlandse onderdanen, dan wel in het verzet tegen de vijand. In totaliteit 471 keer uitgereikt.
  • Bronzen Kruis
    Ingesteld in 1940, bedoeld voor militairen maar ook voor burgers en buitenlanders, voor bijzondere moedige en beleidvolle daden in de strijd tegen de vijand, tot nu toe 3497 keer verleend.
  • Kruis van Verdienste
    Ingesteld in 1941, bedoeld voor Nederlanders en buitenlanders die zich in het belang van de Nederlandse staat bij vijandige acties hebben onderscheiden, waarbij directe confrontatie met de vijand niet vereist is. Tot nu toe 2083 keer verleend.
  • Vliegerkruis
    Ingesteld in 1941, bedoeld voor Nederlandse militairen die zich, tijdens één of meerdere vluchten, hebben onderscheiden door initiatief, moed en volharding. Ook voor niet-militairen en buitenlanders. Tot nu toe 735 keer verleend.

Bronzen Leeuw

Verzetskruis 1945

Verzetster
Oost-Azië
1942-1945

z

Baton
Bronzen
Leeuw

s

Baton
Verzetskruis
1945

a

Baton
Verzetsster
1945

Bronzen
Kruis
1941


Vlieger Kruis
en Batons

Kruis van
Verdienste

Het decoratiestelsel is in april 1996 herzien. In het vernieuwde decoratiestelsel ligt de nadruk op de bijzondere, persoonlijke verdiensten die iemand voor de samenleving heeft gehad. Als men zeer aansprekende prestaties heeft verricht, kan men in aanmerking komen voor een koninklijke onderscheiding. Het is de bedoeling van de wetgever dat er, ten opzichte van het verleden, in het bijzonder meer vrijwilligers, vrouwen en personen uit minderheidsgroepen in aanmerking komen voor een onderscheiding.

Onderdeel van de herziening was onder andere het afschaffen van de automatische onderscheiding na een zeker aantal dienstjaren in bepaalde functies. Iemand die in zijn werk een bijzondere prestatie heeft geleverd kan nog wel een lintje ontvangen, maar "zulke bijzondere of zeer uitzonderlijke verdiensten in de hoofdfunctie moeten echt uitgaan boven wat normaal gesproken van iemand in een dergelijke functie mag worden verwacht". Een ieder kan iemand anders voordragen voor een koninklijke onderscheiding. Hiervoor dient een onderbouwd voorstel, met gegevens en referenties, te worden ingediend bij de burgemeester van de woonplaats van de genomineerde. In de praktijk zal eerst een ambtenaar nagaan of de persoon in kwestie in aanmerking komt.

De burgemeester brengt advies uit over alle voorstellen. Als dit advies positief is, kan ook een suggestie worden gedaan voor de soort en hoogte van onderscheiding. Vervolgens geeft de commissaris van de Koningin een oordeel. Die stuurt het voorstel dan naar het Kapittel voor de Civiele Orden, dat bestaat uit vijf burgers. Dit onafhankelijke college toetst alle voorstellen aan het ordereglement en geeft een zwaarwegend advies aan de betrokken minister. Indien de minister positief beslist, wordt de onderscheiding bij Koninklijk Besluit verleend.

De initiatiefnemers die de voordracht bij het gemeentehuis indienen moeten een lange adem hebben. De procedure van voordracht tot onderscheiding kan wel twee jaar in beslag nemen. Belangrijk is dat men op tijd alle gegevens aanlevert. Voor de "lintjesregen" moeten de stukken uiterlijk 1 september van het jaar vóór de betreffende Koninginnedag bij de commissaris der Koningin arriveren. De gemeente moet ook nog in de gelegenheid zijn om gegevens aan te vullen en uittreksels bij Justitie op te vragen (de te decoreren persoon dient een blanco strafblad te hebben). Het is dus verstandig om de aanvraag met zo compleet mogelijke gegevens, jaartallen en dergelijke, in juni of juli in te dienen.

Orde van de Gouden Ark

De Orde van de Gouden Ark is een internationale ridderorde die op 10 juli 1971 door Prins Bernhard der Nederlanden werd gesticht. De Orde richt zich op natuurbescherming en "strekt tot onderscheiding van hen, die zich bijzondere verdiensten hebben verworven voor het behoud van flora en fauna op aarde".

Prins Bernhard der Nederlanden was de eerste Grootmeester en mogelijk de laatste van de Orde. Tijdens zijn uitvaart droegen meerdere gasten, onder wie Prins Philip van het Verenigd Koninkrijk, hun versierselen van de orde.

De graden van de orde zijn Commandeur, officier en ridder.

  • De commandeur draagt een 55 millimeter breed versiersel aan een lint om de hals.
  • De officier draagt een 37 millimeter breed versiersel aan een lint met rozet op de linkerborst.
  • De ridder draagt een 37 millimeter breed versiersel aan een lint op de linkerborst.

Het kleinood van de Orde is een vijfarmig blauw geëmailleerd Gouden Kruis dat op een tweemaal zo breed wit geëmailleerd Gouden Kruis is gelegd. De armen van beide kruisen zijn van gelijke lengte. De vijf armen verbreden zich vanuit het midden en eindigen in twee punten. Het Kruis is op een gouden lauwerkrans gelegd. Op het kleinood is een medaillon met een gouden ring gelegd met een afbeelding van een schip op een blauw geëmailleerde ondergrond. Dit schip moet de mythische ark van Noach voorstellen. De voorstelling doet geen recht aan de beschrijving in Genesis maar lijkt meer op een koggeschip. De keerzijde is vlak. Als verhoging is een groen geëmailleerde gouden lauwerkrans aangebracht. Het lint van de orde is oranje met aan weerszijden smalle blauwe en groene biezen. De Orde van de Gouden Ark zal hoogstwaarschijnlijk na de dood van Prins Bernhard niet meer worden uitgereikt, tenzij Willem-Alexander dit gebruikt ter nagedachtenis aan de stichter ervan; zijn grootvader.

Versierselen Orde van de Gouden Ark

Commandeur baton

*

Officier baton

*

Ridder baton

Kruis

Toen de Prins in 1994 Lenie 't Hart de versierselen van Officier in de Orde van de Gouden Ark opspeldde, zei hij: "Meer heb ik er niet. Nu is het op...", wat suggereerde dat Bernhard de Orde voor zijn leven had gesticht en deze in het vervolg een slapend bestaan zou leiden. De Orde is geen Koninklijke Onderscheiding en ook geen Huisorde van het Nederlandse Koninklijk huis of de familie Oranje-Nassau. Volgens het orderecht zoals dat in de 20e eeuw wordt gehanteerd, had de Prins der Nederlanden ook geen ridderorde kunnen stichten. Bernhard was geen fons honorum maar bezat zoveel prestige dat er toch een bloeiende ridderorde ontstond.

Fons honorum (Latijn: "bron van aanzien") is een term die in het staatsrecht, het adelsrecht en het orderecht wordt gebruikt om aan te geven wie gerechtigd is om maatschappelijke eerbewijzen te creëren en te verlenen. De vraag of een Orde een legitieme ridderorde of een pseudo-orde is, hangt samen met de Fons honorum (zie: regaal voorrecht). Soevereine Vorsten en regeringen zijn in het recht met uitsluiting van alle anderen, degenen die maatschappelijke eretitels en eerbewijzen scheppen. Adeldom, eretitels en ridderorden zijn dus verbonden aan een dergelijke "fons honorum". Dat kan een lang geleden afgetreden of afgezette Koning en ook het Hoofd van een ten tijde van het Congres van Wenen in 1815 regerende familie zijn. De meeste regeringen erkennen het recht van de hoofden van deze families om titels in de eigen familiekring te verlenen en orden uit te reiken.

Er zijn echter ook uitzonderingen op deze regel. De Bondsrepubliek Duitsland, thuisland van 26 van deze Vorstelijke families, kent geen adeldom meer en het Duitse recht erkent de besluiten niet waarin het Hoofd van een dergelijk huis een titel of predicaat verleent, of zelfs ontneemt. Een voorbeeld van een Vorst die zijn Fons honorum gebruikte om een nieuwe orde te stichten is de in 1947 afgezette Roemeense Koning Michael. Deze creëerde een nieuwe "Orde van Malta", de zogenaamde "Soevereine Orde van Sint-Jan van Jeruzalem". De enige overeenkomst met de eeuwenoude Orde van Malta, voluit de Soevereine Militaire Hospitaal Orde van Sint Jan van Jeruzalem, van Rhodos en van Malta, betreft alleen de naam. Saillant detail is dat de Grootmeester van de originele Orde van Malta de rang van Staatshoofd heeft en zelf dus als fons honorum kan fungeren. Een ander voorbeeld betreft de verbannen en verarmde ex-Koning Alexander van Joegoslavië. Deze heeft na zijn afscheid een aantal Orden ingesteld en verleend.