|
Het Koninklijk Huis |
|
Ontstaan Nederlandse Orden en Onderscheidingen
Orde van de Nederlandse Leeuw
Tekst van de Wet van 29 september 1815, Stb. 47, houdende instelling van de Orde van de Nederlandse Leeuw, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij de Rijkswet van 15 april 1994, Stb. 350 Artikel 1 1. Er wordt ingesteld een Orde, strekkende ter vererende onderscheiding van Onze onderdanen die bewijzen geven van beproefde vaderlandsliefde, bijzondere ijver en trouw in het volbrengen hunner burgerplichten of buitengewone bekwaamheid in wetenschap en kunsten. Artikel 2 Deze Orde zal de naam dragen van Orde van de Nederlandse Leeuw. Artikel 3 1. Wij verklaren Ons te zijn Grootmeester dezer Orde. Artikel 4 1. De Orde van de Nederlandse Leeuw zal bestaan uit drie graden. Artikel 5 [ vervallen] Artikel 6 Alle benoemingen bij de Orde geschieden door de Grootmeester. Artikel 7 1. Het versiersel der Orde zal bestaan in een wit geëmailleerd kruis met een gouden W tussen elk der armen van hetzelve, hebbende aan de ene zijde in het midden een blauw geëmailleerd rond, waarop in gouden letters geschreven zijn de woorden Virtus Nobilitat en aan de tegenzijde de Leeuw zoals hij in het wapen van het Rijk voorkomt, alles gedekt met een gouden Koninklijke kroon. Artikelen 8 tot en met 10 [ vervallen] Artikel 11 Tot goedmaking van de onkosten der Orde zal jaarlijks een som op de begroting der staatsbehoeften worden gebracht. Artikel 12 1. Degene aan wie een onderscheiding in deze Orde is verleend, is, indien hij ingevolge rechterlijke veroordeling rechtens van zijn vrijheid is beroofd, onbevoegd de tekenen van deze onderscheiding te dragen. Artikel 13 Er is een Kanselier van de Orde van de Nederlandse Leeuw. Artikel 14 1. Bij algemene maatregel van bestuur wordt een reglement op deze Orde vastgesteld, waarin nadere regels worden gesteld met betrekking tot het verlenen van een onderscheiding in deze Orde en de bij de onderscheiding behorende tekenen. Bovenstaand is de Wet zoals die ooit werd aangenomen door de Staten-Generaal betreffende het toekennen van de versierselen verbonden aan de Orde van de Nederlandse Leeuw. Het Kapittel voor de Civiele Orden adviseert over alle voorstellen tot verlening van Koninklijke onderscheidingen in de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau. De Orde van de Nederlandse Leeuw is in 1815 ingesteld. Er zijn drie graden:
|
||||
|
Grootkruis borstster |
Grootkruis |
Commandeur Halslint |
Commandeur borstster |
Ridder Grootkruis: (1e en 2e foto) De versierselen, waarvan het kruis een diameter heeft van 60 millimeter, hangt aan het lint. Dit is opgemaakt in de vorm van een sjerp, die wordt gedragen van de rechterschouder naar de linker heup. Het lint voor mannen is 101 millimeter en voor vrouwen 68 millimeter breed. De ster, die bestaat uit het versiersel zonder kroon met een diameter van 73 millimeter, wordt bevestigd op een achtpuntige, uit achtenveertig stralen bestaande, licht bolvormige gouden ster met een diameter van 85 millimeter. De stralen van de ster zijn om en om geschubd en alle aan de uiteinden geknopt. De ster wordt direct boven het middel gedragen op de linkerzijde van de kleding. De ster en het bedoelde onderscheidingsteken worden uitsluitend tezamen gedragen. Het draagteken is een in rozetvorm opgemaakt lint waarachter een balk van goudgalon is bevestigd. Het geheel is bevestigd op een strik. Het draagteken wordt gedragen in plaats van de genoemde onderscheidingstekens. Commandeur: (2e foto) Het versiersel, waarvan het kruis een diameter heeft van 60 millimeter, hangt aan het lint, dat door mannen om de hals en door vrouwen opgemaakt in de vorm van een strik op borsthoogte op de linkerzijde van de kleding wordt gedragen. Het lint is voor mannen 55 millimeter en voor vrouwen 37 millimeter breed. De ster bestaat uit het versiersel waarvan het kruis een diameter heeft van 79 millimeter, dat direct boven het middel wordt gedragen op de linkerzijde van de kleding. De ster en het onder 1 bedoelde onderscheidingsteken worden uitsluitend tezamen gedragen. Het draagteken is een in rozetvorm opgemaakt lint, waarachter een balk van zilvergalon is bevestigd. Het geheel is bevestigd op een strik. Het draagteken wordt gedragen in plaats van de genoemde onderscheidingstekens. Ridder: (3e/4e en 5e foto) Het versiersel, waarvan het kruis een diameter heeft van 46 millimeter, hangend aan het lint, dat op borsthoogte wordt gedragen op de linkerzijde van de kleding. Het lint voor mannen is 37 millimeter breed. Het lint voor vrouwen is 27 millimeter breed en is opgemaakt in de vorm van een strik. Het draagteken (baton) is opgemaakt in de vorm van een strik. Het wordt gedragen in plaats van het genoemde onderscheidingsteken. |
||||
Draagspeld |
Ridderkruis |
Ridderkruis |
Ridderkruis (vrouwen) |
Draagspeld |
De Orde van de Nederlandse Leeuw is een van de oudste en hoogste Nederlandse civiele Orden en werd op 29 september 1815 door Koning Willem I ingesteld.Deze Orde "strekt tot vererende onderscheiding van Nederlanders die bewijzen geven van beproefde vaderlandsliefde, bijzondere ijver en trouw in het volbrengen hunner burgerplichten of buitengewone bekwaamheid in wetenschap en kunsten". Aan de orde was van 1815 tot 15 april 1994 ook de graad van broeder verbonden. De Broeders werden wel verdienstelijk geacht maar kregen vanwege hun maatschappelijke positie binnen het decoratiestelsel geen ridderkruis. Deze graad was al sinds 8 april 1960 niet meer verleend. Toen de orde werd ingesteld was het Koninkrijk der Nederlanden tweetalig. In de Franse versie van de wet heet de Orde de "Ordre du Lion Belgique" oftewel "Orde van de Belgische Leeuw". Deze Franstalige aanduiding verviel later want na 1830 was het koninkrijk niet langer tweetalig. De Franse aanduiding heeft in de literatuur over faleristiek tot misvattingen geleid. De Koning der Nederlanden is Grootmeester van de Orde. De Orde bestaat uit drie graden met daarnaast vroeger ook nog de geaffilieerde klasse van broeder:
De Grootkruisen dragen een Grootkruis van de Orde aan een lint over de rechterschouder op hun linkerheup en de ster van de Orde. Deze ster is nu van goud, maar in het verleden waren de sterren ook wel van zilver. Koningin Juliana, wier ster in mei 1940 zoek raakte, droeg vaak een dergelijke antieke zilveren ster.
De commandeurs dragen een kruis van de Orde aan een lint om de hals en een kruis met wat bredere gouden biezen op de armen van het kruis zonder lint op de linkerborst.
De Ridders, de Orde kent geen damestitel want ook de vrouwelijke leden zijn "Ridder", dragen een kruis van de Orde aan een lint van drie vingers breed op hun linkerborst of, bij dames die niet in uniform zijn, aan een strik.
De Broeders, men spreekt van de Broederschap van de Orde van de Nederlandse Leeuw, droegen een medaille met de tekst "Virtus Nobilitat" aan een blauw-goud-blauw gekleurd lint van drie vingers breed op hun linkerborst. Heden ten dage wordt deze geaffilieerde klasse niet meer toegekend. De onderscheiding bestaat uit een wit geëmailleerd Maltezer kruis met gouden monogrammen "W" tussen de armen en een blauw goudomrand medaillon met het Latijnse opschrift virtus nobilitat (Nederlands: "deugd adelt"). Het geheel wordt verhoogd met een gouden Koningskroon aan een zijden lint dat nassaublauw met twee gouden strepen gedragen. Sinds kort zijn de linten eerder nassaublauw en oranje gekleurd. Voor elke graad is er afzonderlijk dames- en herenmodel en voor dagelijks gebruik is er een zogenaamd knoopsgatversiersel of baton. Het in 1815 met de zuidelijke Nederlanden uitgebreide Koninkrijk der Nederlanden was tweetalig. De wet op de Orde van de Nederlandse Leeuw van 29 september 1815 bevatte dan ook een Franse en een Nederlandse tekst. In de Franse tekst heet de Orde de "Ordre du Lion Belgique" terwijl de Nederlandse versie van de Nederlandse Leeuw sprak. Een benoeming in deze orde gold 170 jaar lang binnen het Nederlandse Decoratiestelsel als een zeer exclusieve en hoge eer. Hoogleraren, Kamerleden die 12 jaar lid van de Staten-Generaal waren, oud-ministers, ambassadeurs, burgemeesters van grote steden en enkele vooraanstaande kunstenaars en ondernemers kregen hun "Leeuw", zoals de orde werd aangeduid. In de 19e eeuw werden verdienstelijke Nederlanders die niet tot de notabelen behoorden, onderscheiden als "Broeder" in deze orde. De onderscheiding was een zilveren medaille, het lint was blauw met een gouden middenstreep. De wolkammer en amateur-sterrenkundige Eise Eisinga, beroemd geworden als de vervaardiger van het planetarium in Franeker, was een Broeder in deze orde, evenals de amateur-sterrenkundige Arjen Roelofs en de instrumentmaker Sieds Johannes Rienks. In de 19e eeuw gebruikten de Koningen en de regering de Luxemburgse Orde van de Eikenkroon om benoemingen in de Orde van de Nederlandsche Leeuw exclusief te houden. Toen bij het verbreken van de personele unie tussen Nederland en Luxemburg deze mogelijkheid verviel, werd de Orde van Oranje-Nassau ingesteld als een brede, vaak toegekende, orde van verdienste. De benoeming tot Ridder Grootkruis in de Orde van de Nederlandsche Leeuw was en is zeldzaam. Leden van de Koninklijke familie, twee Nederlandse kardinalen (Johannes de Jong en Bernardus Alfrink), voormalige minister-presidenten die ook meermaals minister waren geweest zoals Ruijs de Beerenbrouck, Colijn, Drees en Lubbers, vicevoorzitters van de Raad van State, buitenlandse staatshoofden en, in het geval van monarchen, hun echtgenoten ontvingen dit Grootkruis. Een minister moest een zestal malen in functie zijn geweest om Grootkruis te worden. Oud-NAVO-secretaris-generaal en veelvuldig minister Luns lukte dat. Winston Churchill, Helmut Kohl en Kofi Annan werden ook Grootkruis in deze orde. Omdat de Koningen deze onderscheiding zelf veel dragen en droegen hebben zij geregeld benoemingen, die in dagelijkse praktijk steeds uitgaan van de ministerraad, geblokkeerd met het dreigement de Nederlandse Leeuw "dan zelf niet meer te dragen". De benoeming tot Commandeur in de Orde van de Nederlandsche Leeuw kwam iets vaker voor. In principe werd de orde alleen aan Nederlandse onderdanen verleend. Oud-premiers zoals Thorbecke en Den Uyl waren Commandeur. Daarnaast was het een oude traditie dat Nederlands meest vooraanstaande kunstenaars zoals Nicolaas Beets, Jacob Maris en later ook Karel Appel, Corneille, Gerard Reve, Harry Mulisch en Jeroen Krabbé Commandeur werden. De procureurs-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden werden bij hun afscheid altijd Commandeur. Het eerste teken dat er een nieuwe wind blies in de Nederlandse Orden, was dat een vertrekkende procureur-generaal Ridder in de Orde van Oranje Nassau werd gemaakt. De onderscheiding Ridder in de Orde van de Nederlandsche Leeuw was, afgezien van de incidentele verlening aan kunstenaars, vooral een kwestie van rang en protocol. Hoogleraren, ambtenaren van een bepaalde rang, vlagofficieren, hoge rechters, burgemeesters van grote steden en ambassadeurs in de grote hoofdsteden konden uitrekenen wanneer zij "hun leeuw" zouden krijgen. Ministers en staatssecretarissen kregen en krijgen na hun aftreden steeds een onderscheiding in deze orde. Kamerleden, voor zover van onbesproken gedrag, kregen hun Nederlandse Leeuw na 12 jaar in de Kamer. Na 20 of 24 jaar, daar was men minder streng in, volgde dan een bevordering tot de eerstvolgende onderscheiding op de lijst: Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau. Verder ontvangen Nederlandse Olympisch kampioenen deze onderscheiding. Als het om een teamsport gaat ontvangt alleen de aanvoerder de onderscheiding. De hervorming van het Nederlandse ordestelsel in 1990 stelde de twee ridderorden naast elkaar en verving de gegroeide verstikkende en strikt hiërarchische verhoudingen. Een kruis zoals dat door de Ridders wordt gedragen. Het lint is, zoals de strijdkrachten dat voorschrijven, op Pruisische wijze opgemaakt. Particuliere verzameling, Groningen. De onderscheiding wordt tegenwoordig verleend aan een bredere groep mensen. Het is niet meer van belang dat je hoog in rang of stand bent maar de drager moet wel een buitengewone prestatie op het gebied van kunst, wetenschap, sport, of muziek geleverd hebben. Enkele gedecoreerden zijn bijvoorbeeld de Duitse wiskundige Carl Adam Petri, striptekenaar Albert Uderzo en gouden-medaillewinnaars op de Olympische Spelen. Het benoemen van Richard Krajicek tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw leverde kritiek op van Hans Wiegel (zelf ridder in deze orde) omdat Krajicek als belastingvluchteling in Monaco woonde. Wiegel vroeg zich af of een 'man die de Nederlandse belastingen ontloopt en een paar tenniswedstrijden wint', wel een Nederlandse Leeuw toekomt. Sinds 1995 staan de Orden naast elkaar en dient iedere Orde een bepaald doel. Deze historisch gegroeide rangorde zal dan ook in onbruik raken. Wel is er een draagorde en hieruit zou een zeker rangorde kunnen worden afgeleid.
De drie eremedailles zijn vervangen door de graad van Lid in de Orde van Oranje-Nassau. |
||||
Huisorde van de Gouden Leeuw van Nassau |
||
De Huisorde van de Gouden Leeuw van Nassau kent sinds 1890 slechts één graad, die van ridder. In de acte van 1905 liet de Luxemburgse Groothertog vastleggen dat de door hem betreurde en bij de oprichting niet voorziene verdeling in meerdere graden ongedaan zou worden gemaakt. Omdat de statuten van de orde steeds over "zonen" spraken ging men er aan het Nederlandse hof van uit dat de Nederlandse Prinsessen, Wilhelmina, Juliana en Juliana's dochters geen geboren ridders in de (Huis)orde van de Gouden Leeuw van Nassau waren. Koningin Wilhelmina zelf werd niet in de orde opgenomen maar koningin Juliana werd in 1951, na een staatsbezoek aan Luxemburg, door groothertogin Charlotte van Luxemburg in de orde opgenomen. De laatste Nederlandse gedecoreerde was oud-minister van Buitenlandse Zaken Peter Kooijmans op 28 november 2006. Daarvoor ontving Max van der Stoel de onderscheiding op 31 augustus 1999. Generaal C.J. Snijders, bevelhebber der Landstrijdkrachten was tot die tijd de laatste geweest. Hij ontving op 29 september 1919 de onderscheiding uit handen van Koningin Wilhelmina. De onderscheiding werd door Koningin Beatrix en Groothertog Jan van Luxemburg gezamenlijk verleend aan Nelson Mandela tijdens zijn staatsbezoek aan Nederland in 1999. |
Ridder |
Prins Bernhard droeg de orde omdat hij daarin (tegelijk met Koningin Juliana) in 1951 door de Luxemburgse Groothertogin was benoemd. Omdat zij zonen van het hoofd van een van de beide linies van het huis Nassau zijn werden de drie kinderen van Koningin Beatrix en Prins Claus der Nederlanden op de dag van de inhuldiging van hun moeder in 1980 Grootkruis in deze orde. Na hun achttiende verjaardag droegen de prinsen de versierselen op hun uniform of op een rokkostuum.De Groothertogelijke familie draagt de orde zeer geregeld en met voorrang op de andere orden als de belangrijkste orde van Luxemburg. De orde is in Luxemburg een orde van de staat, in Nederland is het een huisorde. De huidige versierselen van de orde zijn in Nederland en Luxemburg gelijk. De ridders dragen een kruis van de orde aan een grootlint dat 10 centimeter breed is over de rechterschouder en de ster van de orde op hun linkerborst. Het kruis is een Maltezer Kruis met een medaillon waarop de leeuw uit het wapen van het Huis Nassau is afgebeeld. Deze leeuw verschilt van de Nederlandse Leeuw omdat hij geen kroon, zwaard of pijlenbundel draagt. Tussen de armen van het kruis zijn vier gestileerde gouden letters "N" voor "Nassau" aangebracht. De ster is, afgezien van de leeuw, vrijwel gelijk aan die van de Orde van Oranje-Nassau. |
Andere Orden In Nederland en de Nederlanden bestaan sinds de oprichting van de Orde van Sint Jacobus in het Graafschap Holland eigen ridderorden. Al voordat de Orde van Sint Jacob en de Orde van de Tuin werden opgericht waren de kruisridderorden zoals de Duitse Orde en de Orde van Sint Jan in Nederland actief en zij bezaten hier diverse commanderijen. Een belangrijke Nederlandse Orde was de beroemde Bourgondische Orde van het Gulden Vlies. In het Koninkrijk Holland werden twee ridderorden ingesteld:
In het Koninkrijk der Nederlanden werden zeven Ridderorden en Huisorden ingesteld:
Op initiatief van Prins Hendrik werd in 1909 in Nederland een Commanderij van de Johanniterorde opgericht. Dit was eerst onder de naam Orde van St.-Jan, maar in 1958 werd de orde de naam Johanniter Orde in Nederland gegeven. Ook van de Rooms-Katholieke Maltezer Orde bestaat sinds 1911 in Nederland een afdeling en sinds 1932 in België. Ook de Orde van Sint Lazarus is in Nederland actief. Daarnaast is er ook in Nederland een afdeling van de Orde van Heilig Graf. |
||