|
Het Koninklijk Huis |
|
Ontstaan Nederlandse Orden en Onderscheidingen
De Huisorde van Oranje
De Huisorde van Oranje is een huisorde, dat wil zeggen een particuliere onderscheiding, die op 19 maart 1905 door Koningin Wilhelmina in samenspraak met Prins Hendrik werd ingesteld. Een en ander gebeurde via een Hofbesluit en buiten de verantwoordelijkheid van de ministeraad. Deze Orde werd naar de geest van de toen heersende tijd sterk hiërarchisch ingericht en telde niet minder dan 20 verschillende graden, Kruisen en medailles. De Orde wordt verleend als beloning van personen, hetzij Nederlanders, hetzij vreemdelingen, die zich verdienstelijk hebben gemaakt ten aanzien van de Koning(in) of het Koninklijk Huis. De Koning(in) is Grootmeester van de orde en benoemt als zodanig zijn/haar opvolger. Alle toekenningen van de orde gaan per hofbesluit en vallen formeel buiten de ministeriële verantwoordelijkheid van de ministers. Bij Hofbesluit van 30 november 1969 werd de Orde opgedeeld en aanzienlijk veranderd. De Huisorde van Oranje kent nu vier groepen:
De Huisorde van Oranje werd door Koningin Wilhelmina, in samenspraak met Prins Hendrik, in 1905 ingesteld. Dat gebeurde in een "Hofbesluit" en buiten verantwoordelijkheid van de ministerraad. De orde werd naar de geest van de tijd sterk . De Koninginnen Wilhelmina en Juliana wilden in latere jaren van hun huisorde af. De kosten waren de vorstinnen te hoog en zij hechten kennelijk niet aan "hun" Orde. Jaar-in-jaar-uit vonden de Vorstinnen voor hun wens geen gehoor bij hun Hofcommissie. De "Orde van Trouw en Verdienste van het Huis Oranje-Nassau" werd per 30 november 1969 in een stichtingsbesluit zo geheten. Deze Orde, werd door Koningin Juliana ingesteld als Huisorde van het Huis Oranje-Nassau en was een onderdeel van de Huisorde van Oranje. De Orde wordt voor 12 en 24 jaar trouwe dienst toegekend. In de praktijk is voor de eerste klasse van de Orde ook een dienstverband van 20 jaar voldoende. De Kroonorde werd ingesteld door de regerend Vorstin Juliana. Deze had tot doel te worden uitgereikt aan vreemdelingen die bijzondere diensten jegens het Koninklijk Huis hebben bewezen. De Eremedailles. Deze groep kent twee type eremedailles, die voor Kunst en Wetenschap en voor Voortvarendheid en Vernuft. Deze medailles zijn thans losgekoppeld van de Huisorde en kennen beiden nog maar één graad: goud. Deze eremedailles worden en werden heel zelden toegekend. De onderscheiding heeft daarom veel aanzien in Nederland. |
|||
Koningin Wilhelmina |
Prins Hendrik |
Koningin Juliana |
Koningin Beatrix |
Koningin Juliana was bepaald niet tevreden met de verdeling van klassen en medailles binnen die Orde. Vaak werden onderdelen van de Huisorde van Oranje in het geheel niet gebruikt of uitgereikt. Naar haar mening was dit overbodige luxe en diende er een hervorming te komen van deze Orde. In oktober 1968 kreeg de door de ministerraad benoemde Commissie Houben, die adviseerde over het hervormen van het decoratiestelsel, van Juliana opdracht om ook over haar huisorde te adviseren. Merkwaardig genoeg heeft de commissie deze opdracht, die staatsrechtelijk niet de beugel kan omdat de Huisorde van Oranje een particulier instituut is, aangenomen. Juliana heeft door een staatscommissie te benaderen voor advies haar hofhouding, die aan hervorming van de huisorde niet meewerkte, weten te omzeilen.
De commissie kwam met twee adviezen; dat aan de regering verdween in een diepe la, maar Koningin Juliana volgde het advies dat de commissie haar in het voorjaar van 1969 liet toekomen op zeer eigengereide wijze op. De huisorde werd in vieren gedeeld en drie van deze eenheden heten "Orden" te zijn. Voor langdurig dienstverband kwam er de "Orde van Trouw en Verdienste van het Huis Oranje-Nassau" met de graden Gouden Erekruis en Zilveren Erekruis. De Orde kent in de door Juliana gekozen vorm geen ridders of leden, geen kapittel en geen zelfstandig bestaan. De kenner van ridderorden J.A. van Zelm van Eldik bespreekt de gekozen vorm daarom met de woorden "gewrongen", "ongebruikelijk", "niet passend" en "niet reëel". Hij noemt de statuten en bepalingen "ordetechnisch onjuist zodat de orde hier ten lande niet tot voorbeeld mag dienen". Hij vraagt zich ook af of wezen en kenmerk van een orde hier geen "geweld is aangedaan". |
|||
De Huisorde heeft bij zijn instelling in 1905 in onderstaande vorm bestaan:
Deze functie werd bekleed door Wilhelmina. De ordestatuten geven de Grootmeester het recht om zelf een opvolger te benoemen. In 1948 was dat Koningin Juliana en in 1980 koningin Beatrix. De Grootmeester draagt geen bijzondere ordetekenen maar het is niet ongebruikelijk voor een Grootmeester van een Orde om de insignia van de Orde te dragen.
Deze draagt een kruis dat 68 millimeter lang 54 millimeter breed is aan een 101 millimeter breed oranje lint over de rechterschouder en een ster met het medaillon van de Orde. De grootte van de ster is nooit vastgelegd.
Deze droeg ditzelfde Kruis aan een oranje lint om de hals en een medaillon in een "ruit", bedoeld was een ster of plaque, met het medaillon van de Orde op de linkerborst.
Deze droeg ditzelfde Kruis aan een 55 millimeter breed oranje lint om de hals.
De officier droeg, naar Duitse trant, een "steckkreuz". Het van een pin voorziene Kruis, het is iets kleiner dan dat van de drie hoogste rangen, wordt zonder lint op de linkerborst bevestigd.
De ridders der Eerste Klasse droegen hun, weer iets kleinere, Kruis aan een 37 millimeter breed lint op de linkerborst.
Zij droegen dit kruis in zilver in plaats van goud aan een 37 millimeter breed lint op de linkerborst.
De eremedailles droegen een medaille met een gestileerd monogram "W" aan een 37 millimeter breed lint op de linkerborst.
Dit ongeëmailleerde gouden Ordekruis werd aan een 37 millimeter breed lint op de linkerborst gedragen. Dames droegen een iets kleiner Kruis aan een strik op de linkerborst.
Dit ongeëmailleerde zilveren Ordekruis werd aan een 37 millimeter breed lint op de linkerborst gedragen. Dames droegen een iets kleiner Kruis aan een strik op de linkerborst.
Eredames droegen een iets kleiner Kruis van de orde aan een strik op de linkerborst.
Deze medailles werden aan een 55 millimeter breed oranje lint om de hals gedragen.
Deze medailles werden aan een 55 millimeter breed oranje lint om de hals gedragen.
|
||
GrootKruis lint |
Borstster Grootkruis |
Groot EreKruis |
De Huisorde werd vanaf 30 november 1969 nu verleend in drie graden:
Deze draagt een kruis dat 68 millimeter lang 54 millimeter breed is aan een 101 millimeter breed oranje lint over de rechterschouder en een ster met het medaillon van de Orde. De grootte van de ster is nooit vastgelegd.
Deze graad draagt een kruis dat 68 millimeter lang 54 millimeter breed is aan een 55 millimeter breed oranje lint om de hals.
De versierselen zijn gelijk aan die van de Grootkruisen, commandeurs en ridders der eerste klasse van de Huisorde zoals die tot 1969 bestond.
De Erekruisen worden aan een 37 millimeter breed lint op de linkerborst gedragen. Niet-leden van de Koninklijke familie dienen eerst de laagste graad te verdienen voordat zij in een hogere graad kunnen worden benoemd.
Deze onderscheiding wordt toegekend aan Nederlanders en inwoners van de overzeese rijksdelen die zich "jegens Ons of Ons Huis bijzondere verdiensten hebben verworven". Het zogenaamde Steckkruis is een versiersel dat op de borst gespeld kan worden. |
||
Commandeurs Versierselen |
Erekruis in Goud |
Steckkruis |
Ridderkruis |
De Orde van Trouw en Verdienste van het Huis van Oranje-Nassau |
|||
Deze op 30 november 1969 ingestelde Orde van Trouw en Verdienste van het Huis Oranje-Nassau strekt tot onderscheiding van hen die het Koninklijk Huis door verdienstelijke en karaktervolle vervulling van hun taak of verrichting van hun dagelijks werk, eervol en trouw terzijde hebben gestaan.Hofpersoneel kan de orde verleend krijgen in zilver (na vijfentwintig dienstjaren) en in goud (na veertig dienstjaren). In de praktijk wordt de Orde van Trouw en Verdienste vaak ook na een iets geringer aantal jaren verleend. De Kruisen van de orde zijn gelijk aan die van een Erekruis in de Huisorde. Zij verschillen daarvan in de kleur van het emaille, dat is Nassaublauw, het lint is oranje. De decoratie's worden aan een lint of een strik op de linkerbost gedragen. De Orde kent maar twee graden: |
|||
Dit kruis wordt aan een 37 millimeter breed lint op de linkerborst gedragen. |
Kruis van Trouw en verdienste |
Kruis van Trouw en verdienste |
Dit kruis wordt aan een 37 millimeter breed lint op de linkerborst gedragen. |
De Kroonorde |
|||
De Kroonorde wordt uitgereikt aan vreemdelingen die bijzondere diensten jegens het Koninklijk Huis hebben bewezen. De kruisen van de orde zijn gelijk aan die van een Erekruis in de Huisorde. Zij verschillen daarvan in de kleur van het emaille, dat is wit, het lint is oranje met banen in de kleuren van de Nederlandse vlag. De orde is opgedeeld in vijf graden:
|
||
Erekruis |
Baton
Baton
Baton
Baton
Baton |
Eremedaille in Goud Kroonorde
Batons
Baton |
En de Orde kent vervolgens drie eremedailles:
Eremedailles. Deze groep kent twee type eremedailles, die voor Kunst en Wetenschap en voor Voortvarendheid en Vernuft. Deze medailles zijn thans losgekoppeld van de Huisorde en kennen beiden nog maar één graad: goud. Deze eremedailles worden en werden heel zelden toegekend. De onderscheiding heeft daarom veel aanzien in Nederland. De grote ronde medaille is gemodelleerd door de beeldhouwer Pier Pander. De Eremedaille voor Kunst en Wetenschap wordt toegekend aan personen die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt in de kunst of de wetenschap tegenover de maatschappij en tegenover de Koningin of het Koninklijk Huis. Dragers van de Eremedaille voor Kunst en Wetenschap in GOUD zijn:
De Eremedaille voor Kunst en Wetenschap wordt toegekend aan personen die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt in de kunst of de wetenschap tegenover de maatschappij en tegenover de Koningin of het Koninklijk Huis. Dragers van de Eremedaille voor Kunst en Wetenschap in ZILVER zijn:
In feite was ook de Ministerraad de huisorden als een aanvulling op de Nederlandse decoraties gaan zien. Wanneer een benoeming in de exclusieve Orde van de Nederlandse Leeuw niet op zijn plaats leek, vroegen de ministers de Koning of hij een ridderkruis van de Orde van de Eikenkroon kon toekennen. De anders vaak zo zuinige Willem III betaalde al deze flonkerende onderscheidingen uit eigen zak. De oprichting van een tweede orde van verdienste werd overwogen maar de ministers verwachten daarvoor geen steun in de Tweede Kamer, in meerderheid niet gecharmeerd van de ridderorden en gepikeerd omdat de begroting van de ridderorden ieder jaar weer fors overschreden werd, te vinden. De Grondwet leek duidelijk: "Ridderorden worden bij wet ingesteld" zo staat en stond daar al sinds 1815 te lezen. De instelling van een Orde kon dus niet buiten de kamers om geschieden en de Orde van de Eikenkroon vervulde de rol van de huidige Orde van Oranje-Nassau. In de negentiende eeuw was al door kamerleden de mogelijkheid geopperd om een huisorde in te stellen zodat het aantal benoemingen in de als exclusief ervaren Orde van de Nederlandse Leeuw, en ook het beslag op de Rijksbegroting door het decoreren van de familie en relaties van de Koning, af zou nemen. Het kwam er niet van. |
||