![]() |
Koninklijke en Vorstelijke Tuinen |
![]() |
Paleis Het Loo
Het Loo uit vroegere tijden |
We schrijven het jaar 1684. Stadhouder Willem III, achterkleinzoon van Willem van Oranje, kocht het middeleeuwse kasteel Het Oude Loo aan, om ernaast een nieuw jachtverblijf op te trekken. Het terrein leende zich bijzonder goed voor een tuinaanleg met waterwerken vanwege de natuurlijke wateraanvoer vanuit de heuvels. |
Het Loo van nu |
Daniël Marot (Parijs, 1661 - Den Haag, 4 juni 1752) was een Nederlandse graveur en architect. Marot is verder bekend wegens zijn 250 gravures, die zijn gebruikt voor behang-, damast- en meubelontwerpen. Hij was de zoon van de Franse architect Jean Marot (1619-1679) en een van de vele Hugenoten, die na de opheffing van het edict van Nantes naar De Republiek vluchtte. Marot kwam in dienst van koning-stadhouder Willem III en de Friese stadhouders. Marot bracht de stijl van Lodewijk XIV naar Nederland en Engeland, en ontwierp in deze stijl interieurs, gebouwen, zoals Hampton Court Palace en tuinen, bijv. Paleis Het Loo en Watervliet bewoond door Gerrit Corver en zijn schoonzoon Nicolaes Geelvinck in Velsen-Noord. In 1686 vestigde Marot zich in Den Haag, in 1694 trok hij naar Londen, op uitnodiging van stadhouder Willem III. In 1707 kocht hij een huis in de Sint Antoniesbreestraat. Tussen 1715 en 1747 bezat hij een huis aan de Reguliersgracht. Vanaf 1720 woonde hij aan het Noordeinde 164. Daar woonde Marot tot aan zijn dood. De keuken en de tuin zijn tot de dag van vandaag bewaard gebleven. Koning Willem lll had voor Paleistuin van Het Loo zeldzame gewassen uit de koloniën laten aanvoeren door de West en Oost-Indische handelsvloot. De paleistuin vormde zo een per seizoen wisselende tentoonstelling van bijzondere bloemen en planten. Tegenwoordig is de oorspronkelijke opzet zo nauwkeurig mogelijke gereconstrueerd. Nog steeds wisselt een deel van de beplanting op Het Loo. In de lente, zomer en herfst zijn er bloemen en veel kleuren, terwijl in de winter de decoratieve patronen van de buxusparterres beter in zicht komen. Bij het paleis bevinden zich de privé-tuinen van Willem III en Mary II: de Koning- en Koninginnetuin. In de tuin van Mary staat tussen mei en oktober een belangrijke collectie eeuwenoude citrusbomen in kuipen, waarvan de bloeiwijze, oranjeappels en oranjebloesem, symbool staat voor het gelijknamige Huis van Oranje. Hoewel de tuinen van Het Loo in vergelijking met die van Versailles bij Parijs vrij klein zijn, hebben de fonteinen internationale allure. Deze beroemde waterwerken spuiten vers water door toevoer van hooggelegen grondwater uit de naburige heuvels. De Koningssprong in de Boventuin is met 13 meter de hoogst spuitende fontein van Europa. De tuin van het Loo worden compleet gemaakt met beelden uit de Griekse mythologie die te maken hebben met de bloei en groei van de tuin. De beelden verheerlijken de prestatie om zo´n lusthof aan te leggen in een oorspronkelijk dorre heidevlakte. |
||
Onderste tuin Het Loo |
Vanuit het Loo naar achteren
|
Achterste tuin |
Het was een Frans ontwerp, vervaardigd naar de tuinen van het Palais de Versailles. Dit geld vooral voor de bovenste tuin, die door een stervormig van de middenas afbuigend wegensysteem dat zich langzaam maar zeker beweegt naar het oneindige. De onderste bij het slot behorende tuin kan men omschrijven als typisch Hollands. Dat deel is gesplitst in aparte met elkaar contrasterende eenheden. De voor het Hollandse landschap zo kenmerkende bomenlanen en heggen, geven aan het complex haar fraaie schoonheid die het als een sluier omvat. De tijd leek stil te staan. Deze Hollandse tuin heeft als oorsprong de tuinen van het Paleis Honselaarsdijk, dat in 1621 door Prins Frederik Hendrik werd aangelegd. In dat park was een kanalensysteem aangelegd en het geheel werd omringd door omvangrijke gracht, waarbij fraaie bomen langs de waterkant het geheel die pracht gaven hetgeen de ontwerper en de Stadhouder hadden bedoeld. Gewoon sierlijk en evenwichtig. Tegenwoordig is op Het Loo nog waar te nemen hoe de Franse perkornamentiek uit de tijd van de Franse Koning Lodewijk XIV, werd omgetoverd in een specifiek Hollandse variant. Het toonde duidelijk de hand van Daniël Marot aan, daar hij eerder op Heemstede had gewerkt. In zijn tijd wat deze ontwerper zeer bekend om de tierlantijnen in zijn tuinvisie's. Veel gravures die zijn werk weergeven zijn gelukkig bewaard gebleven in de Euvres de Sieur Daniël Marot dat in 1703 het levenslicht zag. Het was voor die tijd een encyclopedisch en omvangrijk boekwerk. |
||
Rechterkant tuinen vanuit het Paleis
|
Zijtuin van het Slot |
De Broderieparterre
|
In samenwerking het de bekende Nederlandse beeldhouder Jacob Roman, werkte Marot de ornamentiek van de parterre uit. Als richtlijn voor dit ontwerp, dienden de tuinen van Le Nôtre die hij zeer bewonderde om zijn kennis en vakmanschap. Ondanks dat, veranderde Marot de vastgelegde structuren en vormde deze om tot een symmetrische vorm die kenmerkend is voor de tuinen van Het Loo. Hij had de aanpassing goed ingeschat en deze kwam prima overeen met de Hollandse nuchterheid en mentaliteit. Voor de binnenkant koos de tuinarchitect voor ongewone kunstuitingen, zijn stiel waardig. Hij legde banden van gras rondom de ornamentzones om de tuinperken met elkaar te verbinden. Het voordeel was dat deze delen visueel en ook feitelijk met elkaar werden verbonden. Tevens werd het een leidmotief om de buitenkanten te accentueren en het assenkruis beter tot zijn recht te laten komen. Op een bijzondere manier wist de tuinarchitect om te gaan met de kleuren van de bloemen. De bloembedden dienden perken en kwartieren op een zodanige manier te omlijsten dat de kleuren vloeiend in elkaar overgingen. Tegelijkertijd markeerden de uitgezochte kleuren het wat saai lijkende groen de buxsarabesken die in grote getale waren gepland. Dit werk en het vele ander dat Marot tot stand bracht leeft thans voort in de beplanting en de inrichting van de tuinen van Het Loo. De Broderieparterre in de zogenaamde 'Koninginnetuin' - dat is de hoofdpaterre voor het slot- en bovendien heeft het gestalte gekregen in de aanleg van de bovenste tuin. |
De benedentuin |
Rechterzijde Tuinen |
Het Groene Kabinet ook gelegen in de Koninginnetuin met zijn fraai ogende paviljoens waarin heel kunstig de ranken zijn aangebracht die een prachtige omlijsting vormen van de wandelgang die daar tussendoor loopt, geeft het idee dat de sierlijke pergola's er echt bij horen. Ze zijn als het ware voor deze omgeving geschapen. De fantasierijke ideeen van de tuinarchitect hebben hier hun vorm gekregen op een manier die nooit had kunnen worden vermoed. Naast typische Nederlandse aspecten van deze tuin wordt men er steeds weer op attent gemaakt dat deze opzet van de tuinen - van oorsprong - een Frans ontwerp is geweest. De benedentuin die bij het Paleis ligt, wordt omringd door terrassen waar men het uitzicht kan bewonderen over de gehele tuinen. De structuur van de paterre met de wegkruizen en de ctraal geplaatste fontein is duidelijk zicht. Dat was ook de bedoeling van de Koning en de tuinarchitect. Op deze manier staarde men in het 'oneindige' hetgeen een impressie geeft van diepte. In ons land waren dit soort tuinen echter ongebruikelijk aangezien de tuinontwerpers vanwege het vlakke land er liever vanaf zagen een kostbare aanleg met heuvelparijen te realiseren. |
|
De Wereldbol |
De Prachtige Fontein
|
Entree van Het Loo |
| In Frankrijk daarentegen was dit soort tuinen heel gewoon. Hoofdterassen en ornamenten waren een wezenlijk onderdeel van de beroemde tuinen der Tuilerieën te Parijs. De benedentuin van Het Loois uiterst overzichtielijk en logisch ingedeeld.. Prachtige kunstwerken en waterlopen vormen de ruggegraat van dit meer dan schitterende ontwerp van de Fransman Marot en de ideeën van Koning Willem III. Een duidelijk samenhang met het Slot is aanwezig. De later toegevoegde boventuin ziet eruit als een enorm uitgestrekt park met een grenzeloos onvoltooid gevoel van realisme. De Franse tuin ideologie die hieraan ten grondslag lag gaf, als je tenminste als voorbeeld het park van Versaille neemt, toch een iets ander beeld van een echte Franse tuin. Toch mag vastegesteld worden dat hier de Koning en de ontwerper erin geslaag zijn een vorm een een Hollandse tuin tot stand te brengen die ook nu nog indruk maakt op degenen die deze imposantheid bezoeken. | ||
Fraaie bloemen in de Tuinen van Het Loo |
Einde van de Tuinen met Fontein |
Paleis het Loo,
het tweede Versailles. Tegen het einde van de zeventiende eeuw kwam het paleis klaar dat in opdracht van Lodewijk XIV in Versailles was gebouwd. In heel Europa lieten veel edelen, die mee wilde tellen onder hun gelijken, een paleis of paleisje bouwen dat moest lijken op dat van de Franse Zonnekoning. En zo zijn er nu veel paleizen in Europa, die zich tooien met het etiket "Het tweede Versailles". Ook de Oranjes wilden meetellen in Europa en ze waren er vroeg bij. Stadhouder Willem III had in 1684 het toen behoorlijk in verval zijnde kasteeltje Het Oude Loo gekocht, dat hij wilde gebruiken als middelpunt voor de festiviteiten, die gepaard gingen aan de grote jachtpartijen, die op de Veluwe werden georganiseerd. Tot dan toe was de Hof te Dieren het middelpunt van deze jachtpartijen, maar men wilde wat centraler op de Veluwe gaan zitten. De hofarchitect Jacob Roman begon al in 1686 met de bouw van een nieuw paleis, dat in de jaren daarna werd uitgebreid met vleugels. Willem III was intussen Koning van Engeland geworden en dat moest de buitenwereld zien. Deskundigen van heinde en verre werden aangetrokken om paleis Het Loo een fraai aanzien te geven. Ook aan de paleistuin werd de nodige aandacht besteed. Marot was de ontwerper van deze tuin. Het was een schoolvoorbeeld van een echte, zgn. Franse tuin, die strak werd ingedeeld in verschillende perken met fonteinen en ander tuinmeubilair, een tuin die vooral symmetrisch moest zijn om het oog van de beschouwer te behagen. |
|
Prins Willem III |
Prins Willem IV |
Prins Willem V en gezin |
Erg lang heeft Willem III niet van zijn nieuwe bezit kunnen genieten, want in 1702 viel hij van zijn paard en overleed kort daarna. De Oranjes bleven paleis Het Loo echter trouw. Prins Willem IV verbleef met zijn vrouw veelvuldig op Het Loo. Hij had ook zijn zestig jachthonden uit Engeland laten komen om die op het slot onder te brengen. De jachttraditie werd dus voorgezet. Ook Willem V, zijn echtgenote Prinses Wilhelmina en kinderen verbleven veelvuldig op het Loo. Zij hebben zowel in het paleis als in de tuin verschillende wijzigingen laten aanbrengen. In 1787 liet de prins zijn verzameling exotische dieren, die tot dan toe in Voorburg verbleven, op het Loo onderbrengen. Onder deze dieren waren twee olifanten, die in het jachthuis werden ondergebracht. Na het overhaaste vertrek van Prins Willem V uit Nederland in 1795 braken er minder goede tijden aan voor het Loo. Door verschillende troepen werd het paleis geplunderd. Terugtrekkende Engelse troepen en Franse troepen hebben het paleis geen goed gedaan. De Bataafse republiek was eigenaar geworden van het paleis. Paleis het Loo kreeg een nieuwe functie: het werd hospitaal voor Franse soldaten. Toen Koning Napoleon het paleis wilde betrekken, moesten nog al wat reparaties aan het paleis worden uitgevoerd. Zo werden de muren wit bepleisterd en het park werd gewijzigd in een Engelse landschapstuin. |
||
Koning Willem I |
Koning Willem II |
Koning Willem III |
| In 1825 - na de Franse tijd - werd paleis Het Loo staatseigendom. Aanvankelijk verbleef Koning Willem I wat minder vaak op het Loo dan zijn voorgangers, maar tegen het einde van zijn regeringsperiode kwam hij er wat meer. Hier tekende hij ook in 1840 de troonsafstand.
Koning Willem II kwam niet veel op paleis het Loo, hij verbleef er wel eens een nacht, maar het was nooit voor lange tijd. Koning Willem III kwam erg veel op het Loo. Niet alleen 's zomers, maar ook 's winters bracht hij veel tijd op paleis door. Hij organiseerde er veel voor de Apeldoornse bevolking, van werkverschaffing tot volksvermaak. Eén koningin die zeer verknocht was aan het paleis was wel Koningin Wilhelmina. Zij liet paleis het Loo ingrijpend restaureren door er een verdieping op te laten zetten. Aanvankelijk werd het haar buitenverblijf, maar na haar troonsafstand ging ze er definitief wonen. Vanuit het paleis maakte ze onder meer tochten over de Veluwe met haar schilderskar en hier schreef ze haar boek "Eenzaam, maar niet alleen". Het werd een bestseller. |
Historische beplantingen in de tuinen van Paleis Het Loo De tuinen van Paleis het Loo zijn in 1984 zo authentiek mogelijk opgeleverd. Het ontwerp is gebaseerd op het ontwerp uit de tijd van aanleg van de tuinen (ca. 1685) en ook de beplanting is verantwoord 17-de eeuws. De tuinaanleg in zijn geheel werd voorbereid door de Werkgroep Tuinaanleg Paleis Het Loo. Het beplantingsonderzoek werd gedaan door drs Carla Oldenburger. Hoe pakt men nu zo'n historisch plantenonderzoek aan? Het antwoord op deze vraag zal hieronder nader worden uitgewerkt. Allereerst moesten we ons realiseren dat gekweekte planten uit 1684 er anders kunnen uitzien dan nu of zelfs geheel zijn verdwenen. Planten van dezelfde botanische soort (species) kunnen door het selecteren op bepaalde eigenschappen van aanzien veranderen. Dubbele bloemen enbont gestreepte bloemen, zoals pioenen, tulpen, tuinanjers en rozen waren in de 17-de eeuw |
|
zeer in de mode en dat is nu minder het geval, alhoewel een terugkeer duidelijk is te bespeuren.Om deze reden besloot de Werkgroep Tuinaanleg de botanische soorten aan te houden bij de nadere keuze van planten, terwijl 20-ste eeuwse vormen werden toegestaan. Bovendien kan de 17-de eeuwse naamgeving (van voor de tijd van Linneus) soms voor grote problemen zorgen, omdat het ons lang niet altijd meer duidelijk is welke plant is bedoeld. Plaatjes Hibiscus syriacus op oude prent en thans in tuin. Nu gaan we op zoek naar de verschillende historische documenten, die ons inlichten over de planten die in 1684 of laten we zeggen aan het eind van de 17- de eeuw werden toegepast in tuinen. In de 'Inventarissen van de inboedels in de verblijven van de Oranjes 1557- 1795' bevindt zich een lijst van oranjerieplanten die in 1713 op Het Loo aanwezig waren en daar al verbleven sinds 1685. Deze planten had Willem III waarschijnlijk gekocht van de buitenplaats de Leeuwenhorst in Noordwijkerhout. Men spreekt hier van 'orange, citroen ende andere uitheemsche boomen... heesteren... gewassen...' |
Dan vertelt de rondreizende Engelse arts Walter Harris ons in 1699 in zijn boekje 'A description of King's Royal Palace at Loo' wat hij allemaal in de tuinen van Het Loo heeft gezien, o. a. ranonkels, anemonen, auricula ursi, narcissen, dubbele papavers, muurbloemen, riddersporen, zonnebloemen , O.I.kers, goudsbloemen en vele soorten voortreffelijk fruit. De zonnebloem werd overigens al snel na de ontdekking van Amerika in Europa geteeld, o.a. in de tuin van Eichstatt al voor 1613. Dit zijn de enige bronnen die ons exacte gegevens over Het Loo zelf verschaffen, maar meer dan dertig planten leveren deze lijsten niet op. Zijn er nu echt geen andere geschriften die ons meer informatie verschaffen? Waar kunnen we dan nog verder zoeken? Willem III mocht nog enige andere paleizen tot zijn eigendommen rekenen, o.a. paleis Honselersdijk bij Naaldwijk, dat vanaf 1812 werd gesloopt. Willem III had voor de tuinen bij dit paleis een prachtige collectie exotische planten gekocht, die omstreeks 1688 door de schilder P. Cousijns in de vorm van plantenaquarellen waren afgebeeld op grote losse vellen papier. Deze verzameling aquarellen is getiteld 'Hortus Regius Honselaerdicensis'î of 'De Koninklijke tuin van Honselersdijk'. Hierin bevinden zich 24 soorten vaste planten, 6 soorten bolgewassen, 8 soorten zaadplanten en 42 verschillende kas- en oranjerieplanten. De Haagse hovenier Jan van der Groen, die van 1665 tot 1670 bij Willem III in dienst was voor de tuinen van Honselersdijk, heeft een 17-de eeuws tuinboek geschreven dat ons nog verder op weg kan helpen met het vinden van 17-de eeuws plantenmateriaal te gebruiken voor de aanplant van 17-de eeuwse tuinen. Hij schreef het boek 'Den Nederlandtsen Hovenier' uit 1669. In dit boek zijn 40 pagina's beschrijvingen van planten te vinden, die in 1985 allemaal in de huidige naamgeving zijn omgezet. De planten zijn verdeeld in bomen, planten, bolbloemen en zaden en vele hiervan zijn in de tuinen van Het Loo toegepast. Dit boek was rond 1700 een bestseller; het werd minstens 15 maal herdrukt tot 1721. Om deze reden is het dan ook zeer aan te bevelen als gids voor laat-17-de eeuwse beplantingen. Als laatste zeer geschikte bron voor 17-de eeuwse tuinen zouden we nog de plantenlijsten van de Amsterdamse en Leidse en Groningse botanische tuinen kunnen noemen. De hierin uitgebreid beschreven planteninformatie kan zeker als aanvulling dienen op de vier hierboven genoemde historische lijsten. Het meest geschikte werk in dit verband is de 'Horti medici Amstelodamensis rariorum plantarum historia' (= De exotische planten van de Amsterdamse hortus) in 2 delen, 1697/ 1701; de aquarellen van de planten die in die tijd in de Amsterdamse tuinen groeiden, dienden tevens ter illustratie van deze boeken; zij werden voor het grootste deel vervaardigd door Jan Moninckx; voor een klein deel door Alida Withoos. Hieronder worden nu enige voor de tijd zeer typerende soorten vermeld; voor uitgebreide lijsten met ca. 500 plantensoorten wordt u verwezen naar Oldenburgers Historische Tuinen. Bol- en Knolgewassen Vaste planten Een- en tweejarige planten Bijzondere planten |
||