![]() |
Koninklijke en Vorstelijke Tuinen |
![]() |
Paleis Noordeinde
Binnen naar buiten Paleis Noordeinde |
Entree Paleis Noordeinde |
| Ten noordwesten van het Paleis werd een grote volledig tuin met grachten omringd, gerealiseerd. Het oppervlak van dit terrein was in drie ongeveer vierkante vakken verdeeld. In het middenvak lag een ronde kom met daaromheen een loofgang. In het vak ten zuiden hiervan lag een stervormige aanleg, aanvankelijk een bloemen tuin, later met bomen beplant. Ook het vak ten noorden van de kom was aanvankelijk bloemen tuin. In de achttiende eeuw waren hier twee parterres. Het geheel werd omgeven door dubbele rijen lindebomen. De tuin sloot aan de zuidzijde aan op de tuin direct achter het Paleis. In de achttiende eeuw lagen hier vier parterres. In 1778 werd de grote rechthoekige tuin omgevormd tot een vroeg landschappelijke aanleg. De ronde vijver bleef gehandhaafd. In 1894 werd de formele aanleg direct achter het huis werd uitgevoerd als een klein rosarium te midden van bloemperken. In het veel grotere landschappelijke deel werd het slingerende padenpatroon gewijzigd en de ronde kom vergraven tot een vijver met een natuurlijke vorm. | |
Het Willemspark was in het midden van de 19e eeuw één van de eerste nieuwe stadswijken buiten de Singels. Het gebied was tot 1855 een privé-park van de (Koninklijke) Oranje familie en net als het oude Den Haag zelf omgeven door water (de Singelgracht en de Haagse Beek). In 1849 overleed de Koning (56 jaar oud) en kwam Willem III aan de 'macht' (of wat daar na "Thorbecke" nog van over was). Koning Willem II had zich diep in de schulden gestoken en toen koning Willem III geld nodig had om daar wat aan te doen, heeft hij het park van zijn vader aan de stad Den Haag verkocht voor f 45.000,-. |
![]() |
Voorwaarde was wel dat er villa's gebouwd zouden worden en geen aaneengesloten woonblokken. Daarom zijn er (ook nu nog) veel kapitale panden in deze wijk. Bewoond zijn ze bijna geen van allen meer. Het zijn nu ambassades en (hoofd)kantoren. De Haagse Beek (Haraga) stroomt nog maar aan één kant (zichtbaar) langs de wijk naar de Noord Singelgracht. Wat mij betreft zou de Beek ook langs de Javastraat en de Zeestraat weer (gedeeltelijk) zichtbaar mogen worden! Midden in de wijk bevindt zich Plein 1813, met een groot monument ter ere van de stichting van het Koninkrijk Nederland, dat anno 2004 (gelukkig) werd opgeknapt. |
Op de tekening hierboven is het park te zien kort na de dood van Koning Willem II. Het fraaie standbeeld van Descartes is dan nog aanwezig. Thans staat dat beeld (een beetje verloren) op het Newtonplein. Achter het Koninklijk paleis Noordeinde ligt de Paleistuin, welke tevens grenst aan de Koninklijke Stallen en de Prinsessewal. Frederik Hendrik gaf omstreeks 1590 opdracht de tuin aan te leggen ter ere van zijn moeder, Prinses Louise de Coligny. Wat vroeger een sierlijke tuin was, is tegenwoordig eigenlijk gewoon een parkje, maar dan wel met hele oude bomen. De tuin is in de 20e eeuw 'om niet' aan Den Haag geschonken en daarom is deze tuin thans typisch Nederlands: heel "gewoon" en dat is best jammer. In 1785 vertrok vanuit de Paleistuin een luchtballon. Het was voor het eerst in Nederland dat zo'n 'gevaarte' opsteeg ! Een groot deel van de Haagse bevolking kwam naar de achterzijde van de Paleistuinen om het wonder te aanschouwen. In de tuin staat nog klein een monument ivm die gebeurtenis. In 1785 waren de tuinen nog niet toegankelijk voor het gewone publiek. Nu - een paar honderd jaar later - is de Paleistuin wel (tussen zonsopkomst en zonsondergang) (vrij) toegankelijk voor het publiek. Behalve als er hoge gasten in het paleis aanwezig zijn. President Clinton van de USA en de Koning van Spanje hebben er een paar jaar geleden gelogeerd evenals Poetin (President van Rusland in 2005). |
||
Bill Clinton |
Juan Carlos, Koning van Spanje |
Vladimir Poetin |
Er is nog een Paleistuin in Den Haag en die ligt achter het voormalige Kroonprinselijke Paleis van (de latere) Koning Willem II. Deze tuin wordt momenteel opgeknapt, evenals de gebouwen er om heen. Na 2010 zal die tuin weer open gaan voor het publiek. Aan de tuin van Paleis Kneuterdijk (die tot circa 1860 doorliep tot aan de Noord Singelsgracht) grensde vroeger Willemspark. In 1837 kocht Willem II ook het park Sorgvliet. Hij heeft daar ook een paleis willen (laten) bouwen maar liet dat allereerst eerst doen in Tilburg. In 1849 stierf de koning (56 jaar oud). Willem III verkocht Willemspark en later een groot deel van de tuinen van Paleis Kneuterdijk. De gemeente liet er huizen bouwen. Tot 1917 lag Willemspark op een eiland aan drie kanten omgeven door de Haagse Beek en aan één kant door de hierboven genoemde Noord Singelgracht. Hoewel daar nu veel (vooral 19e eeuwse) gebouwen te vinden zijn, is ook Willemspark, met het prachtige Nationale Monument op Plein 1813, zeker een bezoekje waard. |
||
Ingang Prinsessetuin. (rond 1857) |
Huidige entree |
Luxueuze Villa's |
Gelegen aan een zijtak van de Haagse Beek (Nassaulaan) staat de gevel van de voormalige Koninklijke Manege van Koning Willem II. Deze werden 1845 opgeleverd. In 1863 schonk Willem III een gedeelte van het complex aan de Nederland Hervormde gemeente. In diezelfde tijd verkocht hij het hele gebied (Willemspark) aan Den Haag. De paarden die op diverse locaties in de stad gestald waren, gingen in 1879 naar de het Koninklijk Staldepartement aan de Hoge Wal. Vanaf 1863 tot 1962, was de voormalige manege in gebruik als kerk ("Willemskerk"). Aan weerszijden van de Manege had Koning Willem II 22 huizen laten bouwen voor medewerkers van zijn Hof. In 1897 werden de nummers 1 en 2 afgebroken en vervangen door 4 nieuwe woningen in Neo-Renaissance stijl (nummers 1, 2a, 2b en 2c). |
||
In 1971 is de Manege / kerk afgebroken, waarbij de voorgevel gespaard werd. In 1975 werd er een nieuw kantoorgebouw achter de gevel gebouwd. Hierin zetelt nu het hoofdkantoor van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Het gebouw wordt nu Willemshof genoemd. In 2008 is het kantoor achter de oude gevel voor een groot deel afgebroken en het wordt wederom opnieuw opgebouwd. Er komt onder andere een groot atrium (hal met glazen dak). |
kantoor Nederlandse Gemeenten |
Het bijzondere is dat de rest van de gevelwand van de Nassaulaan ook Neo-gotisch is. Eigenlijk is de stijl een kopie van de bouwstijl in Oxford. Wie foto's van die stad opzoekt op het internet ziet de gelijkenis. Koning Willem II had tijdens de Franse overheersing in Engeland gewoond met de Stadhouderlijke familie en daar ook gestudeerd. Na terugkomst in Nederland liet hij diverse gebouwen maken in de karakteristieke "windsor", of "Tudor" stijl. |
Achter de voormalige Manege van Koning Willem II lag een uitloper van de Haagse Beek, Dit (bevaarbare) grachtje werd de Schelpsloot genoemd. Aan één kant daarvan lag na 1860 een straat (kade), de Schelpkade. Na de dood van Koning Willem II, 1849, werd de manege omgebouwd tot kerk en begon men omstreeks 1870 in het gebied grenzend aan de Schelpkade te bouwen. Een van de zijstraten van de Schelpkade heet dan ook (nog steeds) Kerkstraat. In het park van Koning Willem II, Willemspark, dat voor zijn manege lag liet Den Haag met prachtige villa's bouwen. Het stuk land tussen Schelpkade, Javastraat, Koninginnegracht en Noord Singelsgracht wordt soms "Willemspark II" genoemd. Qua bouwstijl (Eclecticisme en Neo-Renaissance) sluit het naadloos aan bij de Archipelbuurt. Op dit grondgebied stond al een 18e eeuwse Kazerne (Frederik Kazerne) die helaas in de jaren '70 van de 20e eeuw is afgebroken. De Frederikstraat die dwars door Willemspark II loopt werd naar deze kazerne (in feite naar Prins Frederik van Oranje) genoemd. Men vindt er verscholen tussen de huizen een fraai bos en enkele leuke hofjes. Aan de Schelpkade stond een school van H. Scheepstra, leraar en schrijver. Hij schreef onder andere over Ot en Sien (in overleg met J. Ligthart). In het Zuiderpark hebben Ligthart en Scheepstra een monument gekregen ("Ot en Sien"). |
||
Haagse Bos |
|
Haagse Bos |
De brug is gemaakt bij de aanleg van het Willemspark. Koning Willem II liet daar in 1845 zijn Manege bouwen. In die tijd (1844) was de Noord Singelgracht nog een doorgaande vaarroute. Er kwamen nog relatief grote schepen doorheen. Omdat de koning niet kon wachten voor een ophaalbrug is voor deze hoge boogbrug gekozen. De brug past goed bij de oude panden langs de Nassaulaan. De Nassaulaan is de enige straat in Nederland in de Engelse (Windsor/Tudor) Neo-Gotiek Er zijn, net als bij de huizen die in 1845 gebouwd werden, gele bakstenen gebruikt. In 1897 zijn enkele Neo-Renaissance panden neergezet bij de brug. De brug zelf is in 1991 gerestaureerd, de aangrenzende kademuren in 2001. Auto's mogen er niet meer overheen. Hoge schepen gaan er ook niet meer onderdoor. Vrijwel alle andere bruggen in de buurt zijn veel jonger en laag gehouden, omdat dit een buurt werd waar mensen kwamen wonen die niet op druk scheepvaart verkeer zaten te wachten. Zij wilden rust en kregen dat. Wat dat betreft is er (op het vele verkeer op de Mauritskade na) niet veel veranderd. |
||
Shinkichi Tajiri (Los Angeles, 7 december 1923 - Baarlo, 15 maart 2009) was een Nederlands-Amerikaanse beeldhouwer van Japanse afkomst (een nisei ofwel tweede-generatie-emigrant uit Japan). Ook hield hij zich bezig met schilderen, fotograferen en filmmaken. Tajiri werd geboren in Watts, een arbeiderswijk van Los Angeles, als vijfde van de zeven kinderen van de issei (eerste-generatie-emigrant) Ryukichi Tajiri en Fuyo Kikuta die in 1906 en 1913 vanuit Japan naar de Verenigde Staten waren geëmigreerd. In 1936 verhuisde het gezin naar San Diego. Toen Tajiri vijftien was overleed zijn vader. In 1940 kreeg hij van Donal Hord zijn eerste lessen in beeldhouwen. In 1942 werd Tajiri met veel andere Amerikanen van Japanse afkomst opgesloten, aanvankelijk in de paardenstallen van Santa Anita Racetrack en vervolgens in het concentratiekamp Poston "3" in Arizona. In 1962 vestigde het gezin, dat inmiddels twee dochters telde, zich in kasteel Scheres te Baarlo. Jansen overleed in 1969. Tajiri zou in 1976 voor de derde maal in het huwelijk treden. In 1949 kwam Tajiri in aanraking met de Cobra-groep en exposeerde met hen in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Zijn eerste tentoonstelling sinds hij zich in 1956 in Nederland had gevestigd, vond plaats op de buitenplaats Hofwijck in Voorburg. Daar exposeerde hij samen met Wessel Couzijn en Carel Visser, onder auspiciën van De Nieuwe Ploeg'. In 1959 richtte hij, samen met Couzijn en Carel Kneulman, de Groep A'dam op. Van 1969 tot 1989 was Tajiri docent aan de Hochschule der Kunste te Berlijn. |
||
| Een jaar later meldde hij zich als vrijwilliger aan voor het leger en werd hij naar Italië uitgezonden om te vechten. Op 9 juli 1944 raakte hij gewond tijdens een aanval op Castellina, waarna hij tot december werd verpleegd in een ziekenhuis in Rome. In 1945 was hij gestationeerd in achtereenvolgens Marseille, Nancy, Reims, Heidelberg en Seckenheim. In Mannheim had hij zijn eerste tentoonstelling. Begin januari 1946 werd Tajiri gedemobiliseerd, |
Een prachtige sculptuur van Shinkichi in de tuin van Paleis Noordeinde |
waarna hij zich bij zijn moeder en zuster in Chicago voegde. Hij nam een baantje bij een antiquair en studeerde aan het Art Institute of Chicago. Uit protest tegen de behandeling van zijn bevolkingsgroep tijdens de oorlog verliet Tajiri de Verenigde Staten in 1948. Hij kwam op 28 september van dat jaar in Le Havre aan en vestigde zich in de wijk Montparnasse van Parijs waar hij tijdens de oorlog al eens op verlof was geweest. |
| Tot november 1949 studeerde hij bij Ossip Zadkine, vervolgens tot september 1950 bij Fernand Léger en daarna een jaar aan de Académie de la Grande Chaumière. Op 25 mei 1951 trouwde hij met Denise Martin, maar in 1954 werd het huwelijk ontbonden. Hij had intussen de Nederlandse beeldhouwster Ferdi Jansen uit Arnhem ontmoet met wie hij in 1956 naar Amsterdam verhuisde. Op 25 juni 2005 werd Tajiri benoemd tot ereburger van de gemeente Maasbree. Op 7 december 2007 werd hij geridderd in de Orde van de Nederlandse Leeuw, vanwege zijn uitzonderlijke inzet en de cultuurhistorische betekenis van zijn activiteiten. Op 2 mei 2007 onthulde koningin Beatrix in Venlo vier beelden van Tajiri. De zes meter hoge beelden staan aan weerszijden van de stadsbrug van Venlo. Deze brug, die een tijdens de oorlog opgeblazen brug vervangt, fungeert als toegangspoort voor Venlo vanuit het westen, en de beelden fungeren als 'wachters' van de stad, en moeten de stad beschermen tegen oorlog en geweld. In de binnentuin van het Cobra Museum legde Tajiri een Japanse kiezeltuin aan. Shinkichi Tajiri kreeg op 7 december 2008 het Nederlandse staatsburgerschap en overleed in 2009 op 85-jarige leeftijd. |
||
Verwaarloosd |
Verscholen in de paleistuin, tussen het Koninklijk Huisarchief en het Koninklijk Staldepartement, ligt de koepel van Fagel. Een bijzonder simpel gebouwtje dat aan de buitenkant niets verraadt van het spectaculaire interieur van de architect Daniel Marot. De afgelopen jaren is er over de geschiedenis en de oorspronkelijke functie van de koepel heel wat meer bekend geworden. De omvangrijke woning van de griffier der Staten Generaal, François Fagel (1659-1746), aan het Noordeinde te Den Haag, bestond uit drie aansluitende percelen aangekocht door zijn vader Hendrik Fagel (1617-1690). In 1707 koopt François er een vierde perceel bij en geeft de hofarchitect, Daniel Marot, de opdracht het geheel te verbouwen tot woonhuis. Het resultaat was een 26 meter lange, strakke, sobere achtergevel aan het Noordeinde (de ingang lag aan de U-vormige tuinkant) met een uitvoerig gedecoreerd interieur in de hofstijl van Lodewijk XIV. Aan de linker vleugel van het woonhuis liep een lange galerij de tuin in, uitkomend in een vertrek met prachtig uitzicht over de Prinsessetuin: de koepel van Fagel. Slechts door een gracht werden beide tuinen van elkaar gescheiden. Een bruggetje vlak voor de koepel bood Fagel toegang tot de tuin van Stadhouder Willem III, een bijzonder privilege. |
Opgeknapt |
Marot heeft voor het interieur van de koepel samengewerkt met de schilder Mattheus Terwesten (1670-1757). Hierbij is de term koepel eigenlijk niet correct. In werkelijkheid is het een stuczoldering met hoge koof, een bekende truc van Marot om een vertrek ruimer en nog glorieuzer te maken. Bij binnenkomst van het paviljoen door een dubbele deur wordt de toeschouwer getroffen door een van de mooiste voorbeelden van de Nederlandse Barok. Geen stukje van het vertrek is onversierd gelaten. Muren en vloeren zijn gemarmerd in donkere kleuren met zware vergulding. Het snijwerk is van een grote veelzijdigheid en Ionische pilasters sieren de weerszijden van een typisch Marotesque schouw. Maar het is het plafond van Marot en Terwesten dat voor een zo overweldigende eerste indruk zorgt. |
||
Kunst van Mattheus Terwesten |
Prachtig hersteld Plafond |
Kunst van Mattheus Terwesten |
| Het thema van de tuin is er verwerkt in allegorische schilderingen van de vier seizoenen. Guirlandes en druiventrossen lopen in stuc door in de kroonlijst om daarna weer op te gaan in de vlakke schildering. Geboetseerde voeten en billen van putti steken grappig uit het schilderwerk van het plafond en panters leunen nieuwsgierig over de stuclijst. Deze bijzondere vorm van gezichtsbedrog werd in Italië veelvoudig toegepast maar kende in de Republiek nauwelijks voorbeelden. Terwesten's verblijf in Rome heeft wellicht als inspiratie gediend voor de uitzonderlijke uitvoering van dit plafond, nu het enig overgebleven voorbeeld in ons land van een Barokke overkoepeling waar het stucwerk zo bedrieglijk overgaat in de fresco schildering. | ||
Vernieuwde tuin en koepel |
Prachtig herstelde tuin |
| De lange galerij van het woonhuis naar de koepel bood Fagel, fanatiek verzamelaar en connaisseur, een prachtige locatie voor zijn omvangrijke bibliotheek, penningencollectie en zijn kunstverzamelingen. Wanneer Fagel overlijdt erft zijn neef Hendrik het huis. Hij laat direct enkele Marot-interieurs afbreken om plaats te maken voor stucwerk volgens de laatste mode: de Rococo. Hieronder is tegenwoordig een restaurant gevestigd. In 1855 komt het huis Fagel in bezit van de Koninklijke familie. Wanneer Koningin Emma het huis wil verkopen aan de gemeente verneemt zij van een sloopplan voor de galerij en de koepel. Ze besluit enkele onderdelen van de Marot interieurs over te brengen naar het Paleis Lange Voorhout en de gang gedeeltelijk af te breken. De koepel geeft zij cadeau aan haar dochter Wilhelmina. Er zijn plannen geweest om de koepel naar Paleis Het Loo te verplaatsen (1928) en naar Paleis Huis ten Bosch (1948). Maar vergeten en vervallen doet de koepel uiteindelijk alleen dienst als fietsenstalling voor Prins Hendrik. |
|
Tuin Paleis Noordeinde bij |
Koninklijk Huis Archief in tuin |
Tuin Paleis Noordeinde bij |
| De verwaarlozing van het gebouwtje heeft wellicht als voordeel gehad dat het bijzondere interieur bewaard is gebleven. Wanneer het Rijk de koepel in 1964 overneemt vindt er vier jaar later een grote restauratie plaats. Een recent restauratieproject in 2007 heeft er voor gezorgd dat de koepel van Fagel wederom in volle glorie de tuin van het Paleis Noordeinde siert. Het is de moeite waard om in deze tuin te wandelen en te verpozen. | ||