OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Majesteitelijke Tuinen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Koninklijke Tuinen

De Tuinen van Paleis het Loo

We schrijven het jaar 1684. Stadhouder Willem III, achterkleinzoon van Willem van Oranje, kocht het middeleeuwse kasteel Het Oude Loo aan, om
ernaast een nieuw jachtverblijf op te trekken. Het terrein leende zich bijzonder goed voor een tuinaanleg met waterwerken vanwege de natuurlijke
wateraanvoer vanuit de heuvels. In 1685 liet de latere Koning van Engeland naast zijn slot een park aanleggen naar een ontwerp van Daniel Marot.
Dankzij tijdgenoten en diverse nazaten van de lijfarts van de Koning Walter Harris, hebben wij hedentendage een redelijk nauwkeurig beeld van de
tuin. Dat was wel nodig, omdat de tuin in 1800 sterk verwilderde en pas in 1978 weer werd gereconstrueerd, met als
basis het oorspronkelijke ontwerp.


Huidige tuinen van het Paleis het Loo in Apeldoorn.

Koning Willem lll had voor Paleistuin van Het Loo zeldzame gewassen uit de koloniën laten aanvoeren door de West en Oost-Indische handelsvloot.
De paleistuin vormde zo een per seizoen wisselende tentoonstelling van bijzondere bloemen en planten. Tegenwoordig is de oorspronkelijke opzet zo
nauwkeurig mogelijke gereconstrueerd. Nog steeds wisselt een deel van de beplanting op Het Loo. In de lente, zomer en herfst zijn er bloemen en veel
kleuren, terwijl in de winter de decoratieve patronen van de buxusparterres beter in zicht komen. Bij het paleis bevinden zich de privé-tuinen van
Willem III en Mary II: de Koning- en Koninginnetuin.


Koninginnetuin en Koningstuin.

In de tuin van Mary staat tussen mei en oktober een belangrijke collectie eeuwenoude citrusbomen in kuipen, waarvan de bloeiwijze, oranjeappels en
oranjebloesem, symbool staat voor het gelijknamige Huis van Oranje. Hoewel de tuinen van Het Loo in vergelijking met die van Versailles bij Parijs vrij
klein zijn, hebben de fonteinen internationale allure. Deze beroemde waterwerken spuiten vers water door toevoer van hooggelegen grondwater uit de
naburige heuvels. De Koningssprong in de Boventuin is met 13 meter de hoogst spuitende fontein van Europa. De tuin van het Loo worden compleet
gemaakt met beelden uit de Griekse mythologie die te maken hebben met de bloei en groei van de tuin. De beelden verheerlijken de prestatie om
zo´n lusthof aan te leggen in een oorspronkelijk dorre heidevlakte.


Prachtige beelden op de Venusfontein uit Griekse Mythologie en de Koninsgfontein in de boventuin.

Het was een Frans ontwerp, vervaardigd naar de tuinen van het Palais de Versailles. Dit geld vooral voor de bovenste tuin, die door een stervormig
van de middenas afbuigend wegensysteem dat zich langzaam maar zeker beweegt naar het oneindige. De onderste bij het slot behorende tuin kan
men omschrijven als typisch Hollands. Dat deel is gesplitst in aparte met elkaar contrasterende eenheden. De voor het Hollandse landschap zo
kenmerkende bomenlanen en heggen, geven aan het complex haar fraaie schoonheid die het als een sluier omvat. De tijd leek stil te staan. Deze
Hollandse tuin heeft als oorsprong de tuinen van het Paleis Honselaarsdijk, dat in 1621 door Prins Frederik Hendrik werd aangelegd.

In dat park was een kanalensysteem aangelegd en het geheel werd omringd door omvangrijke gracht, waarbij fraaie bomen langs de waterkant het
geheel die pracht gaven hetgeen de ontwerper en de Stadhouder hadden bedoeld. Gewoon sierlijk en evenwichtig. Tegenwoordig is op Het Loo nog
waar te nemen hoe de Franse perkornamentiek uit de tijd van de Franse Koning Lodewijk XIV, werd omgetoverd in een specifiek Hollandse variant.
Het toonde duidelijk de hand van Daniël Marot aan, daar hij eerder op Heemstede had gewerkt. In zijn tijd wat deze ontwerper zeer bekend om de tierlantijnen in zijn tuinvisie's. Veel gravures die zijn werk weergeven zijn gelukkig bewaard gebleven in de Euvres de Sieur Daniël Marot dat in
1703 het levenslicht zag. Het was voor die tijd een encyclopedisch en omvangrijk boekwerk.


v.l.n.r. Prachtige gemetselde Balustrade, rechts van het Slot, doorkijk vanuit het bordes via de Venusfontein naar de Koningsfontein en meer dan fraaie Koniginnetuin.

In samenwerking het de bekende Nederlandse beeldhouder Jacob Roman, werkte Marot de ornamentiek van de parterre uit. Als richtlijn voor dit
ontwerp, dienden de tuinen van Le Nôtre die hij zeer bewonderde om zijn kennis en vakmanschap. Ondanks dat, veranderde Marot de vastgelegde
structuren en vormde deze om tot een symmetrische vorm die kenmerkend is voor de tuinen van Het Loo. Hij had de aanpassing goed ingeschat en
deze kwam prima overeen met de Hollandse nuchterheid en mentaliteit. Voor de binnenkant koos de tuinarchitect voor ongewone kunstuitingen, zijn
stiel waardig. Hij legde banden van gras rondom de ornamentzones om de tuinperken met elkaar te verbinden. Het voordeel was dat deze delen
visueel en ook feitelijk met elkaar werden verbonden.

Tevens werd het een leidmotief om de buitenkanten te accentueren en het assenkruis beter tot zijn recht te laten komen. Op een bijzondere manier
wist de tuinarchitect om te gaan met de kleuren van de bloemen. De bloembedden dienden perken en kwartieren op een zodanige manier te omlijsten
dat de kleuren vloeiend in elkaar overgingen. Tegelijkertijd markeerden de uitgezochte kleuren het wat saai lijkende groen de buxsarabesken die in
grote getale waren gepland. Dit werk en het vele ander dat Marot tot stand bracht leeft thans voort in de beplanting en de inrichting van de tuinen
van Het Loo. De Broderieparterre in de zogenaamde 'Koninginnetuin' - dat is de hoofdparterre voor het slot - heeft gestalte gekregen in de aanleg
van de bovenste tuin.


De Broderieparterre links en rechts.

Het Groene Kabinet ook gelegen in de Koninginnetuin met zijn fraai ogende paviljoens waarin heel kunstig de ranken zijn aangebracht die een
prachtige omlijsting vormen van de wandelgang die daar tussendoor loopt, geeft het idee dat de sierlijke pergola's er echt bij horen. Ze zijn als het
ware voor deze omgeving geschapen. De fantasierijke ideeen van de tuinarchitect hebben hier hun vorm gekregen op een manier die nooit had
kunnen worden vermoed. Naast typische Nederlandse aspecten van deze tuin wordt men er steeds weer op attent gemaakt dat deze opzet van
de tuinen - van oorsprong - een Frans ontwerp is geweest.

De benedentuin die bij het Paleis ligt, wordt omringd door terrassen waar men het uitzicht kan bewonderen over de gehele tuinen.
De structuur van de paterre met de wegkruizen en de centraal geplaatste fontein is duidelijk zicht. Dat was ook de bedoeling van de Koning en de
tuinarchitect. Op deze manier staarde men in het 'oneindige' hetgeen een impressie geeft van diepte. In ons land waren dit soort tuinen echter
ongebruikelijk aangezien de tuinontwerpers vanwege het vlakke land er liever vanaf zagen een kostbare aanleg met heuvelparijen te realiseren.


De aardbol met de ingebouwde fontein, de Venusfontein en entree Paleis.

In Frankrijk daarentegen was dit soort tuinen heel gewoon. Hoofdterassen en ornamenten waren een wezenlijk onderdeel van de beroemde tuinen der
Tuilerieën te Parijs. De benedentuin van Het Loois uiterst overzichtielijk en logisch ingedeeld.. Prachtige kunstwerken en waterlopen vormen de
ruggegraat van dit meer dan schitterende ontwerp van de Fransman Marot en de ideeën van Koning Willem III. Een duidelijk samenhang met het Slot
is aanwezig. De later toegevoegde boventuin ziet eruit als een enorm uitgestrekt park met een grenzeloos onvoltooid gevoel van realisme. De Franse
tuin ideologie die hieraan ten grondslag lag gaf, als je tenminste als voorbeeld het park van Versaille neemt, toch een iets ander beeld van een echte
Franse tuin. Toch mag vastgesteld worden dat hier de Koning en de ontwerper erin geslaagd zijn een vorm van een Hollandse tuin tot stand te
brengen die ook nu nog indruk maakt op degenen die deze imposantheid bezoeken.


Prachtige bloemen en achterzijde van de tuin met dominant aanwezig de Koningsfontein.

De karakteristieke elementen in formele barokke tuinen zoals gevonden bij Paleis Het Loo (Apeldoorn-Holland) zijn patronen van lage boxhedge
(hoogte 15-35 cm). Deze afdekkingen moeten trimmen twee keer per jaar. Tot voor kort was de vakkundige hoveniers van Paleis Het Loo getrimd alle
buxushagen met de hand. Handmatig snoeien van kilometer buxushaag is een heidends en secuur karwei. Hoewel de handclipping resultaten zijn zeer
goed, het proces zelf is zeer langzaam en daarom zeer duur. Bovendien is de nieuwe gezondheid en veiligheid ARBO wetgeving in Nederland heeft niet
langer toestaan ​​dat tuinders staan ​​diep gebogen voorwaarts voor zoveel uren per dag, riskeren ruggengraat problemen. Dit was de reden voor het ontwikkelen van de lasergestuurde boxhedge clipping voertuig.


Voor- en achteraanzicht met aan de achterkand de buxushagen.

Het vehikel is een relatief kleine één man bediend kruiwagen-achtig voertuig, met variabele snelheid wielaandrijving. Het voertuig is zo compact en
licht gemaakt opdat het automatisch op hoogte snoeien van de buxushagen simpel, eenvoudig en zonder veel energie kan worden gedaan. Dit maakt
het voertuig gemakkelijk manoeuvreren, wat vooral belangrijk is voor het knippen van smalle gebogen patronen boxhedge. De variabele snelheid van
de wielaandrijving, om de clipping snelheid te controleren, kan zeer nauwkeurig worden afgesteld door een duimwiel op de steeringbar. De
wielaandrijving kan eenvoudig worden geopend door een handgreep voor snelle transport van het voertuig. Alle elektrische stroom afkomstig van een ingebouwde onderhoudsvrije 12 volt batterij, dus er is geen noodzaak voor voedingskabels etc. Dit maakt de operatie veilig en gemakkelijk.


Verwerking niet met de snoeischaar maar met de machine. In het midden het resultaat.

De karakteristieke elementen in formele barokke tuinen zoals gevonden bij Paleis Het Loo (Apeldoorn-Holland) zijn patronen van lage boxhedge
(hoogte 15-35 cm) zijn daar uiteramte geschikt voor. Deze afdekkingen moeten trimmen twee keer per jaar. Tot voor kort was voor de vakkundige
hoveniers van Paleis Het Loo gewoon om alle buxushagen met de hand te trimmen. Hoewel de handclipping resultaten zeer goed zijn, is het proces
zelf zeer langzaam en daarom zeer duur. Bovendien staat de nieuwe gezondheid en veiligheid ARBO wetgeving in Nederland niet langer toe ​​dat
tuinders ​​diep gebogen staan en voorwaarts werken voor zoveel uren per dag. Het risio van ruggengraat problemen is te groot om dit te riskeren.
Dit was de reden voor het ontwikkelen van de lasergetuurde boxhedge clipping voertuig.

Het voertuig draagt ​​een professionele 12V-DC elektrische heggenschaar met messen geoptimaliseerd voor doos haag knippen. De elektrische trimmer
kan omhoog en omlaag langs het voertuig. De verticale beweging van de trimmer wordt met een laserbundel van een roterende laserbron, geplaatst
op een vooraf gekozen positie in de tuin. De roterende laserstraal beschrijft een horizontale of een niet-horizontaal vlak (voor tuinen op een helling).
Binnen het bereik van de roterende laserstraal (tot 300m), maaihoogte wordt automatisch geregeld binnen nauwe toleranties (+/- 3mm). Dit betekent
dat snijhoogte is onafhankelijk van de verticale beweging van het voertuig. Dit zorgt voor robuustheid tegen storingen veroorzaakt door gaten,
hellingen of hobbels in de grond naast de heg.


De Tuinen van het Loo rond 1700, links is het Paleis.

Daniël Marot (Parijs, 1661 - Den Haag, 4 juni 1752) was een Nederlandse graveur en architect. Marot is verder bekend wegens zijn 250 gravures,
die zijn gebruikt voor behang-, damast- en meubelontwerpen.Hij was de zoon van de Franse architect Jean Marot (1619-1679) en een van de vele
Hugenoten, die na de opheffing van het edict van Nantes naar De Republiek vluchtte. Marot kwam in dienst van Koning-stadhouder Willem III en de
Friesestadhouders.Marot bracht de stijl van Lodewijk XIV naar Nederland en Engeland, en ontwierp in deze stijl interieurs, gebouwen, zoals
Hampton CourtPalace en tuinen, bijv. Paleis Het Loo en Watervliet bewoond door Gerrit Corver en zijn schoonzoon Nicolaes Geelvinck in Velsen-Noord.
In 1686 vestigde Marot zich in Den Haag, in 1694 trok hij naar Londen, op uitnodiging van stadhouder Willem III. In 1707 kocht hij een huis in de
Snt Antoniesbreestraat. Tussen 1715 en 1747 bezat hij een huis aan de Reguliersgracht. Vanaf 1720 woonde hij aan het Noordeinde 164. Daar woonde
Marot tot aan zijn dood. De keuken en de tuin zijn tot de dag van vandaag bewaard gebleven.