OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Majesteitelijke Tuinen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Koninklijke Tuinen

Tuinen Huis ten Bosch

De grootmeester in de tuinaanleg in Daniël Marot ontwierp ten noordwesten van het Paleis Noordeinde een grote volledig tuin met grachten omringd.
Het oppervlak van dit terrein was in drie ongeveer vierkante vakken verdeeld. In het middenvak lag een ronde kom met daaromheen een loofgang.
In het vak ten zuiden hiervan lag een stervormige aanleg, aanvankelijk een bloemen tuin, later met bomen beplant. Ook het vak ten noorden van de
kom was aanvankelijk bloemen tuin. In de achttiende eeuw waren hier twee parterres. Het geheel werd omgeven door dubbele rijen lindebomen.

Paleis Huis ten Bosch zou het zomerverblijf moeten worden van Frederik Hendrik en Amalia. In 1645 werd met de bouw gestart, maar toen Frederik
Hendrik in 1647 overleed, maakte Amalia van het paleis een herdenkingsplek aan haar echtgenoot. De In 1732 werd Huis ten Bosch grondig verbouwd,
in opdracht van stadhouder Willem IV. Hiervoor werd de toonaangevende architect Daniël Marot (1661-1752) aangetrokken. Hij breidde het Paleis uit
met een linker- en een rechtervleugel en maakte ook een ontwerp voor de tuin. Onderstaand ontwerp in Rococo-stijl
werd echter slechts gedeeltelijk uitgevoerd.


Daniël Marot's creatie.

Met vaardige hand heeft hij deze schets ontworpen. Rechtsonder de toegangspoort en door de bomenlaan komt men bij het paleis. Aan de linkerkant werd
een schitterend park met tuin aan gelegd. Voor die tijd zeer vooruitstrevens daar de Franse parken als voorbeeld dienden voor deze schets. Waterpartijen
te over waar kon worden verpoosd op diverse banken. In de jaren na Daniël Marot veranderde de tuin regelmatig. Het leek in de verste verte niet meer op
het ontwerp van Marot. Men kan dus stellen dat het ontwerp met zijn tijd mee ging. In de jaren tachtig van de 17e eeuw had Marot al enkele wijzigingen voorgesteld en ook aangebracht. maar deze waren niet ingrijpend.


Uiteindelijk tuinen in volle omvang rond 1700.

De tuin sloot aan de zuidzijde aan op de tuin direct achter het Paleis. In de achttiende eeuw lagen hier vier parterres. In 1778 werd de grote rechthoekige
tuin omgevormd tot een vroeg landschappelijke aanleg. De ronde vijver bleef gehandhaafd. In 1894 werd de formele aanleg direct achter het huis werd
uitgevoerd als een klein rosarium te midden van bloemperken. In het veel grotere landschappelijke deel werd het slingerende padenpatroon gewijzigd
en de ronde kom vergraven tot een vijver met een natuurlijke vorm.


Vroeg schilderij van Huis ten Bosch (Jacob van Campen).

Meer dan 40 jaren later, in het najaar van 1733, leverde Marot een tweetal ontwerpen bij zijn broodheer in met in de compartimenten veel veranderingen.
De nieuwe architect Schonck kreeg opdracht tot wijzigingen, samen met de tuiman van Liet pas in 1779. Later in 1791 besprak een hofcommissie de
mogelijheid te komen tot vermindering van de kosten van de tuinaanleg. In 1778 tekende Huybert van Straalen een kaart waarin midden achter
Huis ten Bosch twee grote ornamentbedden of parterres waren aangebracht met terzijde door heesters gevormde zijperken. Het bijbehorende terrein
was aan de Oostzijde in twee parkgedeelten gesplitst, die in rococo of overgangstijl waren behandeld.


Kasteel Middachten voorbeelden van Rococostijl van Daniël Marot.

Het Haagse Bos is een natuurgebied dat midden in Den Haag ligt. Een groot gedeelte ervan is toegankelijk voor het publiek ook dat deel dat bestemd is als
grondgebied van de Koninklijke Residentie. Althans, ten dele is dat het geval. Het belangrijkste van dit geheel is dat het Huis ten Bosch herbergt, de
aankomende Residentie van de Koning en de Koningin. Het bos is zeer divesr van aanplant en Staatbosbeheer dat verantwowordelijk is voor het openbare gedeelte draagt zorg voor het onderhoud, het kappen van het overtollige hout, het opruimen van rotte struiken en boomstammen alsmede aanplant.


De Haagse Bosjes.

In de Tachtigjarige oorlog dreigde het bos zelfs geheel gekapt te worden. Om de oorlog tegen de Spanjaarden voort te zetten had de regering geld nodig. Verkoop van eigendommen was een manier om aan geld te komen en het Haagse Bos zou bij verkoop geld opleveren. Maar het voorstel om het
Haagse Bos te verkopen veroorzaakte onrust in Den Haag. Met name de mensen die in Den Haag veel onroerend goed bezaten waren bang dat de waarde
van hun bezittingen door het verlies van een mooi bos zouden dalen. Zij schreven samen met het dorpsbestuur een verzoek aan de regering om van
verkoop af te zien. Na enig onderhandelen kwam men tot overeenstemming. Op 16 april 1576 vaardigde Willem van Oranje, mede namens de regering de
bekende "Acte van Redemptie" uit. In deze acte werd bepaald dat het Haagse Bos voor altijd behouden zou blijven.

Den Haag moest hier wel veel geld voor betalen. Het kostte het verarmde Den Haag nog heel wat moeite om het geld bijeen te krijgen. Na de
oorlogsperiode in de jaren 1570 was het Haagse Bos zwaar beschadigd. Op verschillende plekken begon men opnieuw boompjes aan te planten, maar in het eerste deel was het bos zo slecht geworden dat herstel niet mogelijk was. Er was maar één oplossing mogelijk: deze grond
afgraven en verkopen. Daarom werd een nieuw kanaal aangelegd, de 'Nieuwe Vaart'. Die zou lopen van het Spui tot in het Haagse Bos. Voor
het tracé van de Nieuwe
Vaart gebruikte men zoveel mogelijk reeds bestaande sloten. Dat scheelde graafwerk, maar leverde wel een bochtige traject op, Ammunitiehaven,
(oude) Nieuwe Haven, Herengracht heten, Prinsessegracht.

Hierdoor schoof de grens van het Haagse Bos op van Bleijenburg naar Prinsessegracht. Het stuk grond dat werd afgegraven werd niet opnieuw bos.
Het werd vermoedelijk een soort boomkwekerij en toen die verdween werd het een open veld dat gebruikt werd als exercitieterrein voor het leger en weer
eeuwen later voor demonstraties. We kennen het nu als Malieveld. Er waren meer bedreigingen voor het Haagse Bos, maar de laatste was de Tweede
Wereldoorlog. In die tijd werden van de Koekamp tot aan het Huis ten Bosch bomen gekapt. Op 3 maart 1945 zouden in het bos aanwezige
lanceerinstallaties van Duitse raketten gelanceerd worden, maar door een fout van een Britse inlichtingenofficier wierpen de meeste Britse
bommenwerpers hun bommen die dag af op het Bezuidenhout.


Tuinen van Huis ten Bosch voor- en achterkant (Japan Nagasaki).

Het Rijksvastgoedbedrijf treft voorbereidingen voor groot onderhoud en renovatie van paleis Huis ten Bosch in Den Haag. Het gaat vooral om het
aanpassen van zeer verouderde technische installaties (elektra, water, brandveiligheid), het verbeteren van de beveiliging en het verwijderen van asbest en houtrot. Ook is renovatie van gevels, daken en binnenwerk nodig. Het werk zal starten in 2015 en tot in 2017 duren. De kosten bedragen zo'n 35 miljoen
euro. Een en ander blijkt uit een overzicht van grote projecten van het Rijksvastgoedbedrijf in de begroting voor Wonen en Rijksdienst. In het overzicht
staan ruim twintig projecten die 15 tot ruim 250 miljoen euro kosten. De renovatie van paleis Huis ten Bosch is daar één van.

Zijne Majesteit de Koning en zijn gezin zullen na de renovatie verhuizen naar paleis Huis ten Bosch. Dat was al eerder aangekondigd. Het paleis is
eigendom van de Rijksoverheid en wordt door de Staat aan de Koning ter beschikking gesteld. Voor het laatst kreeg het complex grondig onderhoud
voor de start van het koningschap van toenmalig Koningin Beatrix. Dat is ruim dertig jaar geleden, eind jaren zeventig. Alleen de Oranjezaal werd iets
korter geleden gerestaureerd, rond de eeuwwisseling. Dat duurde drie jaar (1998-2001). Tot 2014 was Huis ten Bosch het woon-/werkpaleis van
Prinses Beatrix. Na de renovatie wordt Huis ten Bosch het woon-/werkpaleis voor de Koning en zijn gezin. In het gebouw zijn woonvertrekken,
gastenverblijven en representatieve ruimtes. Het paleis zal na de renovatie ook weer gebruikt worden voor officiële ontvangsten zoals audiënties en
bijeenkomsten zoals recent de Nuclear Security Summit (NSS).

Paleis Huis ten Bosch is een rijksmonument uit de 17e eeuw. Het is een complex van 16 hectare. Het paleis behoort tot het Nederlandse architectonisch en
cultuurhistorisch erfgoed dat goed onderhouden moet worden, ook voor de volgende generaties. Het complex staat in de top 100 van de Rijksdienst voor
Cultureel Erfgoed. Ook als het gebouw niet het woon/werk-paleis van de Koning en zijn gezin zou zijn, zou deugdelijk onderhoud nodig zijn. Dat gebeurt
ook bij vele andere monumentale gebouwen die in gebruik zijn bij de Rijksoverheid (andere paleizen, musea, het Binnenhof, monumentale
gerechtsgebouwen, gevangenissen, kazernes, kantoren). De kosten van de renovatie zijn begroot op 35 miljoen euro. Omgerekend komt dit neer op
4.000 à 5.000 euro per vierkante meter. Deze investering is vergelijkbaar met onderhoud en renovaties van soortgelijke panden waar sprake is
van zowel monumentale waarde als beveiligingsaspecten.

Daniël Marot had het ontwerpen niet van een vreemde. Hij was een zoon van een Architect (Jean Marot).
De familie Marot was protestants (Hugenoot) en Daniel moest 1685 uit Frankrijk vluchten aangezien er wederom gevaar dreigde voor de Hugenoten. De "nacht van de Lange Messen", 1572, was nog niet vergeten. Toen werden midden in de nacht duizenden Hugenoten in Parijs vermoord. Hij was derhalve een politiek (religieus) vluchteling. Marot was een enthousiast aanhanger van de Lodewijk XIV stijl. Deze stijl is in de door hem ontworpen gebouwen dan ook terug te vinden.

Zijn grote voorbeelden waren de Franse architecten Jean Lepautre en Jean Berain. In 1686 vestigde Marot zich in Den Haag. Hij heeft vanaf circa 1717 tot aan zijn dood aan het Noordeinde (nr. 164) gewoond. De 18e eeuwse keuken in dat huis is bewaard gebleven, evenals de schitterende tuin. Tussen 1685 en 1707 ontwierp Marot vooral interieurs en hield hij zich bezig met tuin-architectuur. De vergaderzaal van de Staten-Generaal is
bijvoorbeeld in 1697 opnieuw ingericht naar ontwerp van Daniël Marot en ook de Treveszaal (oorspronkelijk voormalig audientiezaal van hun Hoogmogenden) is in datzelfde jaar verbouwd naar ontwerp van Marot.

Na 1707 begon deze architect echter ook steeds vaker gehele gebouwen te ontwerpen. Marot werkte onder andere voor de Prinsen van Oranje. Marot tekende bijvoorbeeld voor enkele uitbreidingen van Huis ten Bosch.
Toen Stadhouder Willem III koning werd van Engeland heeft Marot tijdelijk (tot 1698) in Londen gewoond en gewerkt. Niet alleen in Den Haag en Engeland heeft Marot zijn sporen achter gelaten. Voor de Prinsen van Oranje verbouwde hij Oranjeburg in (het huidige) Duitsland. Het paleis is ten tijde van Napoleon vernietigd. In Apeldoorn is Marot betrokken geweest bij de bouw van Paleis Het Loo. In Amsterdam zijn het vooral leerlingen van Marot die enkele woonhuizen hebben neergezet. De hand van de meester is daarin echter goed te herkennen.

Men vermoedt dat Marot zelf Huis De Neufville aan de Amsterdamse Herengracht (475) heeft ontworpen. Dat huis uit 1731 lijkt sterk op het
Haagse Stadspaleis Schuylenburch (Lange Vijverberg). In Den Haag staan enkele door Marot ontworpen gebouwen. Één daarvan is een woonhuis
(met een prachtig tuinhuis) aan het Haagse Noordeinde (omstreeks 1701). Het heet Huis Fagel. In 1857 is dat pand gekocht door Koning Willem III,
iets meer dan 30 jaar later kocht de gemeente Den Haag het pand. Volgens sommige bronnen met de bedoeling een weg aan te leggen in het verlengde van
de Oranjestraat, door de Prinsessetuinen naar het Zeeheldenkwartier. Dat plan is gelukkig niet doorgegaan. Ondertussen is het gesplitst in twee
woonhuizen (en "Lola Mir" een Engelse Pub en"de Pizza Hut" en "La Mano Maestro". Die laatste twee nog steeds met adembenemende plafonds van Marot).

Achter Huis Fagel staat een tuinhuis. Oorspronkelijk zat dat aan Huis Fagel vast. In 1857 is de gang tussen het woonhuis en het tuinpaviljoen voor een deel
afgebroken (wegens bouwvalligheid). Het tuinpaviljoen is te zien vanuit de Prinsessetuinen en hoort bij Paleis Noordeinde. Tot de laatste Haagse werken
van Marot behoren enkele Patriciërswoningen aan de Prinsessegracht. Deze (drie) huizen zijn tussen 1725 en 1735 gebouwd. Daniel Marot was toen al
een oud man. Hij is uiteindelijk 91 jaar geworden!