OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Kasteel Nassau
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Vorstelijke Verblijven

Het Slot Oraniënstein Diez

Hedentendage ligt Diez aan de - in de zomer - rustig kabbelende Lahn. Starend over het voorvloeiende water, is men zich er niet van bewust dat een
paar honderd meter verder de geschiedenis van Oranje en Nassau een fors gewicht in de schaal legt. Immers de Stam-moeder van het huidige
Oranje-Nassau Geslacht heeft hier een van de prachtige paleizen die zij in de loop der eeuwen rijk was, laten bouwen met de inspirerende naam
Oraniënstein
. Het slot ligt midden in militair gebied(een kazerne van het Duitse leger), en de rivier de Lahn vormt een van de afscheidingen. Het
Lahndal kenmerkt zich door vele bruggen die van een respectabele leeftijd zijn. De Alte Lahnbrücke is daar een saillant voorbeeld van. Voorts
vormt de aanwezigheid van het Slot Oraniënstein en de Stiftskirche, tesamen met het Grafelijk Slot, stille juwelen van
grote bouwkunst en vergane glorie.


Wapen vrouwen van Nassau-Dietz, Vorstin Amalia van Nassau-Dietz en Wapen vrouwen van Nassau-Dietz


Nadat de Vorstin weduwe was geworden liet zij dit barokslot bouwen, net even buiten de stad Diez. Evenals die van haar zusters in Oraniënbaum en
Oraniënburg, moest ook haat Slot aan de voorvaderen herinneren. Daarom noemde zij het Oraniënstein. Met zeer veel plezier hebben de
Van Nassau-Dietz hier gewoond. Zoals u weet overleed de Vorstin in Oranjewoud (Nederland) en werd Albertina Agnes, Prinses van Oranje in 1696
bijgezet in de Grafkelder in de Jacobijnerkerk te Leeuwarden. Daar werd haar gebeente - tijdens de Franse Revolutie die ook hier zijn sporen fors
naliet - op een ergelijke manier misbruikt. Een fors Friesen stijgt bij de kennis van deze schandvlek uit het verleden de schaamte tot aan de kaken.


Slot Oraniënstein in volle glorie en het toegangshek met symbolen van Albertine en AmaliaVorstin Amalia van Nassau-Dietz

Na een korte wandeling, tesamen met de vrouwelijk gids die al 25 jaar dit werk doet, komt men terecht in het fraaie park dat voor het Slot ligt.
Het zich voor het oog uitspreidende landschap is goed onderhouden en het gebouw staat er fris bij. Op het toegangshek staat, in dankbare herinnering
en uit respect een tweetal A's. De ene in juiste positie en de andere op zijn kop. Dat roept herinneringen op aan vorige bewoners. Vorstin Albertine Agnes
van Nassau-Dietz, Prinses van Oranje en haar schoondochter Vorstin Henriëtte Amalia, Prinses van Anhalt-Dessau, Prinses van Nassau-Dietz en
ook Prinses van Oranje waren de laatste bewoners van dit fraai staaltje van bouwkunst van eeuwen terug.


Entree van het Slot en een van de schitterende zalen van het complex.

Prinses Henriëtte Amalia was getrouwd met de Friese Stadhouder Prins Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz, later Vorst van Nassau-Dietz.
Zij was moeder van een zoon en zeven dochters. De zoon heette Johan Willen Friso en verdronk bij de Moerdijk. Vijf dochters bleven ongehuwd
en een verliet haar man, kort na het huwelijk. Het merkwaardige feit deed zich toen voor dat de dochter, via haar trouwen met een Hertog, in rang
boven haar moeder (die toen nog geen Vorstin was) en haar zusters stond. Dat bracht een andere indeling van kamers te weeg in Oraniënstein.
De Hertogin bewoonde de ene helft van het Slot en moeder tesamen met haar dochters de andere helft.
De hierarchie diende wel gehandhaafd te blijven!

De lokale bevolking heeft veel aan Vorstin Albertina Agnes te danken. Zij was een vrouw die het hart op de juiste plaats droeg door haar onderdanen
te helpen waar zij kon. Het was een slechte tijd en er woedde de Dertig Jarige Oorlog. De Prinses deed alles om de bevolking te helpen. De bevolking
had zwaar te lijden onder deze langdurige strijd. Jaar in jaar uit, zware gevechten en de oplossing was bepaald niet nabij. Het duurde ruim 30 jaar
voordat de vrede werd gesloten. Maar daaraan hadden de mensen geen boodschap. Zij kregen te maken met ontberingen die hun weerga niet kenden.
Vele ziekten eisten honderduizenden doden en de situatie werd bijzonder nijpend.


v.l.n.r. Plafondschilderingen buiten het Slot, uiterst fraaie schildering binnen en een juweel van crativiteit.

De plafondschilderingen zijn van de hand van de Nederlandse schilder en restaurateur Jan van Dijk (*1690- +1769). Hij was een typische 18e eeuwse
hofschilder. Van huis uit was Van Dijk een portret schilder maar helaas geen groot licht in dat stiel. Daarom ontwikkelde hij zich allengs tot een
restaurateur van formaat. Ook leerde hij plafondschideirngen maken. In de jaren 1710 tot 1716 vervaardigde Van Dijk in opdracht van de zoon van
Amalia (de latere Prins Willem IV) een aantal plafondschilderingen in het voormalige Slot Oranienstein te Diez. Hij was bepaald geen uitblinker
in zijn werk maar leverde ruim voldoende kwaliteit af en daar ging het eigenlijk om.

Zijn tijdgenoten, schilders met wel voldoende kwaliteit, kunde en kennis van het vervaardigen van een portret, vonden restauratie iets minderwaardigs.
Jan echter niet en zag mogelijkheden. Hij ontwikkelde zich in de loop van de jaren allengs tot een goed vakman, wiens kennis en kunde op dat gebied
zeer werd gewaardeerd. Eerder had hij al de Prinses aangeboden om de schilderijen die in het Slot hingen, vanwege vochtigheid der muren,
te willen restaureren. Beleefd liet Amalia hem weten dat daar vooralsnog geen geld voor was. Het herstellen van en het
schoonmaken van schilderijen werd in die tijd gezien als een wat mindere vorm van arbeid.

Dat was iets dat van Dijk niet interesseerde daar het wel om inkomen ging. Inkomen dat hij al te hard nodig had. Uit zijn levensloop blijkt dan van Dijk
zich inderdaad heeft ontwikkeld als een goed restaurateur. Hij had tot aan zijn overlijden een tweetal belangrijke opdrachtgevers; de Stad Amsterdam
en de Stadhouder Prins Willem IV. Ook de 17e eeuwse schilderijen in de Oranjezaal van het Paleis Huis ten Bosch, werden in 1767 door hem onder
handen genomen. Doordat hij hierover publiceerde werd hij ook een kunstkenner. Jan van Dijk overleed uiteindelijk in het Huis Honselerdijk terwijl
hij aan het werk was in 1769. Een hartaanval had hem geveld.


v.l.n.r. De schitterende kapel op de eerste verdieping, plafondschildering van de kapel en het prachtige Bartok-orgel uit 1732.

Daarom besloot Albertina Agnes over te gaan tot actie. Zij stelde een districtarts aan en liet een apotheek openen. Op deze manier deed zij
iets voor de broodnodige gezondheidszorg in die dagen. Tegen de verruwing van de zeden, ontstaan door vele jaren oorlogsgeweld,
vaardigde zij strenge edicten uit. Zoals gebruikelijk in die tijd waren de straffen zwaar. Radbraken, ophanging en onthoofding waren zo
gewoon geworden. De uitvoering van de Opera van Vader Dood stond, in die dagen, hoog op de agenda van het volksvermaak.
Bovendien, laten we eerlijk zijn, buiten het oorlog voeren, het hoeren en snoeren en kinderen maken, was er niet veel anders dan dit.
Dit was volksvermaak optima forma.


v.l.n.r. Wapens Van Vorstin Albertine en Amalia, Gedenkbeelden bij de poort van de kazerne.

Het kasteel werd in de jaren 1672-1684 gebouwd op initiatief van Albertine Agnes van Nassau, die in die tijd regentes was van haar minderjarige zoon
Hendrik Casimir II gebouwd. Het werd neer gezet op de ruïnes van een Benedictijner klooster. Bij het kasteel liet zij een kapel bouwen, waarvan de
muur- en plafondschilderingen van de hand van Jan van Dyck waren. Door Henriëtte Amalia van Anhalt-Dessau werd van 1704-1709 het kasteel
omgebouwd zoals het nu te zien is. Vorstin Albertina verordonneerde in 1680 deze uitbreiding.

Voor de verbouwing in barokstijl werd de Franse architect, Daniël Marot, in de arm genomen. Aan de inrichting van haar behuizingen heeft zij zeer
veel geld besteed. Vanaf het jaar 1700 bouwden Lutherse vluchtelingen hier hun onderkomen hetgeen haar in grote dankbaarheid werd afgenomen.
Henriëtte heeft zelfs de bouw van nog een slot overwogen en hierover met hem overlegd. De kosten van dit alles liepen zo op dat Karl van
Hessen-Kassel, na de dood van Johan Willem Friso voogd voor Willem IV wat betreft de Duitse bezittingen, haar een proces aandeed.
Zijn zorgen over haar financiën bleken niet ongegrond.


v.l.n.r. Kunst uit lang vervlogen tijden, Klooster fundamenten en antieke boerenwagen

Prinses Amalia, zoals zij werd genoemd zette het werk - na de dood van haar schoonmoeder - voort. Met verve en gebruik makend van het aanwezig
vakliedenschap, liet zij een oer Nederlandse gracht in het hartje van Diez aanleggen en liet de rivier de Aarbach hierdoor stromen. Een van de bruggen
- de middelste - kreeg ter hare ere een sluitsteen met daarop de bekende dubbele A. Dit keer voor Amalie von Anhalt, haar geboortenaam.
De uitbreiding van de stad met het zogenaamde 'Hollandische Viertel' is aan de ruimdenkendheid van beide vrouwen te danken. Na de verbouwing
telde het kasteel in totaal 318 kamers. Niet onaardig, alhoewel, het aantal kamers was redelijk gebruikelijk bij de adel in die tijd.
Bij haar dood op 18 april 1726 liet Henriette Amalia grote schulden na.


v.l.n.r. De prachtinge tulpenbloem in volle bloei en de Tulpenboom

Na de Eerste Wereldoorlog, bij de bezetting van het Rijnland door de Fransen, werd het kasteel gebruikt door het Franse leger. Op aandrang van
de Nederlandse regering werd het kasteel in 1929 teruggegeven aan Duitsland. Vanaf 1934 vestigde de NSDAP er een vormingsinstituut.
Het in het kasteel aanwezige Nassau-museum werd in 1940 demonstratief verwijderd uit het gebouw. Na de Tweede Wereldoorlog, nadat het eerst
weer in handen van Frankrijk was geweest, werd het kasteel gebruikt door het Duitse leger. Ook bevindt zich hier weer een Oranje-Nassau museum.
De tuinen zijn zeer bekend om hun schoonheid. Een van de bezienswaardigheden die de aankleding van dit stuk grond meer cachet geeft, is de
ruim 200 jaren oude zogenaamde Tulpenboom (rechtsboven). In mei-juni geeft deze grote oranje Tulpvormige bloemen (linksboven).
Bij het wandelen door het park heeft men bij de Punta (de uitbouw) een prachtig uitzicht over het Lahndal.


v.l.n.r. Linkerzijde baroktuin, uitzicht over de Lahnvallei vanuit de tuin en rechterzijde baroktuin.

De fraai aangelegde tuinen rondom het kasteel waren een initiatief van Prins Willem V, die daar als banneling woonde van 1801-1806. Toen Prins Willem
VI, de latere koning Willem I, weigerde toe te treden tot de Rijnbond, werd het kasteel door Napoleon Bonaparte in beslag genomen en de inboedel per
opbod verkocht. Na het Congres van Wenen kwam het kasteel in handen van Pruisen. Toen de Pruisische regering er in 1866 een psychiatrische
inrichting in wilde herbergen, stuitte dit op verzet van het Nederlands Koningshuis, waarna besloten werd er een school voor cadetten van te maken.


Pracht van een baroktuin en de wandelgang rondom de tuin.

Het Slot Oraniënstein ligt aan de buitenkant van Diez en is niet vrij toegankelijk. Je kunt er wel een bezoek brengen maar het landgoed ligt op een
uitgestrekt kazerneterrein. Deze herbergt de Medische Dienst van de Bundeswehr, het Duitse Leger. Is dus eigendom van en in onderhoud
bij het Duitse Leger. Kostenplaatje betreffende het onderhoud is in deze keurig opgelost. Dat blijkt ook wel uit het aangezicht en het binnen gebeuren.
Alles is up-to-date. Om binnen te komen wordt je opgehaald door de gids die je ook rond leidt en weer teruggebracht. Netjes hoor!

Diez is een romantisch stad aan de rivier de Lahn. Al in de oorkonde van Keizer Karel de Grote werd de plaats - als een Frankische nederzetting - genoemd.
In een oorkonde van Karel de Grote uit 790 wordt het stadje al vermeld, al heette het toen nog Theodissa. Via Diedisse verbasterde die naam van Dietz
tot Diez. Rond het jaar 1073 werd melding gemaakt van de eerste Graaf Von Diez. Dat was Embricho I, Graaf van Diez. Deze bouwde op de
porfierrots het huidige Grafelijke Slot dat schitterend uitsteekt met zijn trotse toren. Rond 1289 vestigde zich daarin Graaf Gerhard von Diez.
Deze bouwde aan de voet van de rots een fraaie Kapittelkerk. Dit bouwwerk bestaat helaas allang niet meer.