OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Kasteel Nassau
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Vorstelijke Verblijven

Paleis Soestdijk

Paleizen en Kastelen hadden in de middeleeuwen een belangrijke functie. In tijden van nood beschermden ze de bewoner en de bevolking, die zelf in
hutten van leem en stro woonden, zocht hier onderdak. De tuin zorgde voor de voedselvoorraden en er was ook een waterput. Meestal daar, waar de
vijand er niet bij kon en dus ook het water niet kon vergiftigen! Vóór 1600 moest een kasteel in de eerste plaats goed verdedigd kunnen worden en was
voor een tuin zoals wij die kennen, niet altijd plaats. Pas wanneer kasteelbewoners niet langer belegeringen hoefden te vrezen, konden ze de kasteeltuin
ook voor het nut gaan gebruiken en voor hun plezier.

Paleizen daarentegen waren gebouwen met landgoederen vol van elegance. Het ene nog fraaier dan het andere. Tuinen die een diversiteit aan bloemen,
planten en andersoortige gewassen met zich brachten, schetterden in hun bloeitijd als nimmer toevoren. Een plaats waar de Vorst, Koning of Keizer,
zijn gezin en zijn bedienden zich thuis konden voelen. Fraai gestileerde gebouwen vormden het aanzicht van het geheel, compleet gemaakt met mooi
aangelegde paden en vijvers die zorgden voor het broodnodige water.

s
v.l.nr. Linker voorkant, entreegebouw en rechter voorkant Soestdijk.

Kortom, een lust voor het oog. Er woonden meestal veel mensen – de paleis- of kasteelheer en zijn gezin, personeel, onderdanen – en dus is er altijd veel
voedsel en water nodig. Daarom vind je rond kastelen ook een boomgaard en een kruidentuin. Vaak is er nog een groot bos dat voor de jacht gebruikt
kan worden. In de slottuin houdt men rozen of exotische bloemen met daaromheen een haag van hulst of van andere heestersoorten. Al met al werd
de kasteeltuin een aangename plek om in te wandelen en om in te spelen.


Achter aanzicht Paleis


De Amsterdamse burgemeester Cornelis de Graeff kocht in 1638 grond aan de dijk tussen Soest en Baarn, de Zoestdijck. Hij liet er een buitenhuis
bouwen. Het oudste gedeelte van Paleis Soestdijk stamt uit 1650. Deze hofstede vormde vermoedelijk de basis voor een jachtslot dat op deze locatie
werd gebouwd voor stadhouder Willem III. Het werd in 1674 verkocht 'aan en ten behoeve van Zyn Hoocheid den Heere Prince van Oranje'
(stadhouder Willem III). Deze liet er een jachtslot van maken en Soestdijk bleef sindsdien een geliefd zomerverblijf van de Oranjes. Het jachtslot werd
tussen 1674 en 1678 gebouwd naar een ontwerp van Maurits Post, de zoon van de bekende architect Pieter Post.

Dit reeds bestaande paleis werd bij de verbouwing voorzien van een herkenbaar uitbouwtje op het dak. In 1928 werd het gebouw als verjaardagscadeau
voor Koningin Emma voorzien van elektriciteit. In 1937 werd hier centrale verwarming aan toegevoegd. Bovendien werd het Paleis aan de achterzijde
voorzien van een modern, comfortabel appartement. De tuinen van Paleis Soestdijk werden aangelegd door de (tuin)architecten Zocher sr. en Zocher jr.
Paleis Soestdijk is sinds 1971 eigendom van de Staat der Nederlanden.


v.l.n.r. vijver achterkant en gebouw, stilleven met schitterende kleuren en vijver en prachtige fonterin.

Tot zijn dood in 1702 woonde Willem III (ook als Koning van Engeland!) op Soestdijk, daarna diende het pand als woning voor enkele leden van het
Koninklijk Huis. De nacht van 26 juli 1787 blijft in herinnering door het beeldje van grenadier Christoffel Pullmann op de parkeerplaats tegenover het
Paleis. Hij stond op wacht toen een groep patriotten uit Utrecht het paleis wilde overvallen. Pullmann overleefde de aanval niet, maar zijn
waarschuwingsschot wekte de andere bewakers, waardoor het paleis en de bewoners gespaard bleven. Tijdens de Franse overheersing (1795) werden
Soestdijk en de omliggende bossen door de Fransen ingenomen en tot staatseigendom verklaard.

In 1799 werd het paleis onder beheer van herbergier Marten Halewijn in gebruik genomen als logement. Nadat Soestdijk in 1806 bezit was gekomen
van Lodewijk Napoleon, broer van de Franse keizer Lodewijk, werd het pand gerenoveerd en uitgebreid. Na de Franse overheersing kreeg de latere
Koning Willem II het jachtslot cadeau voor zijn optreden in zijn veldslagen tegen de Fransen. De kroonprins en zijn Russische vrouw Prinses Anna
Paulowna namen het paleis na een verbouwing in gebruik als zomerpaleis. Deze bestemming bleef het gebouw behouden voor de Koninklijke familie.

De Naald van Waterloo

Een tweede historische herinnering wordt gevormd door de Naald van Waterloo tegenover het paleis. Op 16 juni 1815 onderbrak kroonprins Willem met 30.000 Nederlandse soldaten de opmars van Napoleon Bonaparte bij Quatre-Bras. Hierdoor konden de Britten onder de Duke of Wellington en de Pruisen onder veldmaarschalk Blücher bij Waterloo zulke gunstige opstellingen betrekken, dat Napoleon definitief werd verslagen. Kroonprins Willem huwde in 1816 de Russische Tsarendochter Anna Paulowna. Soestdijk werd uitgebreid met twee vleugels. Het leek sterk op het Paleis in Pavlovsk, waar zij haar jeugd doorbracht.

Voormalige Koninklijke Stallen

De tuinen bij Soestdijk werden mede naar haar wensen opnieuw aangelegd, waardoor het voor de Oranje's een aantrekkelijk zomerverblijf werd.
Vooral Koningin-moeder Emma bewoonde Soestdijk regelmatig. Van haar staat een beeld aan de Gerrit van der Veenlaan bij de Emmabrug.
Maurits Post bouwde Paleis Soestdijk in de Hollands Classicistische stijl. Dit komt naar voren in de principes van symmetrie en evenwichtige
maatvoering. Het gebouw met een souterrain, hoge begane grond en verdieping wordt verder gekenmerkt door grote ramen en een attiek met kleine vensters. Opvallend is ook deprominente ingangspartij met het welbekende bordes.Bij de verbouwing tot zomerpaleis in 1816 werd het gebouw door
architect Jan de Greef (1784-1834) voorzien van twee gebogen vleugels met zuilengangen. De Greef paste op deze vleugels de in die tijd populaire
neoclassicistische stijl toe, wat met haar symmetrische kenmerken goed aansloot bij het al bestaande paleis.


v.l.n.r. Blauwe zaal en Empire Salon.

In 1937 trouwde Prinses Juliana met Prins Bernhard. Zij namen hun intrek in Paleis Soestdijk, dat het ouderlijk huis werd voor de Prinsessen
Beatrix, Irene, Margriet en Christina
. Zij groeiden hier op en gingen in Baarn naar school. Toen Koningin Wilhelmina in 1948 afstand deed van de
troon volgde Juliana haar op. Hiermee werd Paleis Soestdijk de residentie van Nederland, waar tal van buitenlandse staatshoofden een hartelijke
ontvangst kregen. Op 30 april, de geboortedag van Koningin Juliana, organiseerden de Baarnse Oranjeverenigingen een defilé in de voortuin.
Duizenden landgenoten brachten hiermee jaarlijks een groet en eerbetoon aan het Koninklijk Gezin. Op 30 april 1980 droeg Koningin Juliana de troon
over aan haar dochter, Prinses Beatrix. Beatrix woonde sinds 1963 op kasteel Drakensteyn in De Lage Vuursche, waar zij in 1966 trouwde met
Claus van Amsberg. Zo werd ook dit Oranje gezin als inwoners van Baarn een vertrouwde aanblik.

Waterloozaal en Witte Eetzaalzaal

Vanaf 1937, met uitzondering van de bezettingsjaren 1940-1945, woonden Koningin Juliana en Prins Bernard permanent in Paleis Soestdijk. Tijdens de
Tweede Wereldoorlog werd Paleis Soestdijk in gebruik genomen door Duitse officieren. Na de bevrijding werd Prinses Juliana gekroond tot Koningin,
waarmee Paleis Soestdijk een koninklijke residentie werd. Na de inhuldiging van Koningin Beatrix verloor het paleis haar status als koninklijke residentie.
Prinses Juliana en Prins Bernard bleven tot hun dood in 2004 in het paleis wonen.Op 20 maart 2004 overleed Juliana in haar slaap in paleis Soestdijk.


v.l.n.r.Waterloozaal, het echtpaar in brons vereeuwigd en Stuczaal.
Na haar overlijden kreeg zij traditiegetrouw weer de titel ‘Koningin’. Aan het eind van dat jaar overleed ook Prins Bernhard. Uit respect en genegenheid
richtte een inwoner van Baarn, Wim Velthuizen, een stichting op, die er in slaagde goedgelijkende beelden te laten maken door de kunstenaar
Kees Verkade. De beelden worden gezien als cultuurhistorische meerwaarde voor het paleis. De beelden in de voortuin werden op 19 mei 2009
onthuld door hun oudste dochter, Koningin Beatrix. Na de onthulling werden de beelden overgedragen aan de Rijksgebouwendienst.


v.l.n.r. De Blauwe zaal, het fraaie trappenhuis en de cadeaukamer.

Sinds de dood van de Koninklijke echtelieden staat het Paleis leeg. De inboedel en andere nalatenschap van Juliana en Bernhard zijn opgeruimd,
meegenomen door de kinderen of verkocht. Ook de twee buiten-echtelijke dochters van de Prins, deelden mee in de niet-onaardige erfenis. De overheid
zat met een probleem. Wat ga je nu doen met zo'n Paleis en met de geweldige historie die erachter zit. Andere vraag die rees was; hoe onderhoudt je het
geheel als er niemand meer in woont. Leegstand is de moeder van alle opruimingen. Dat feit doemde als een heks op een bezemsteel aan de horizon op.
Na bijna 350 jaar trouwe dienst heeft Paleis Soestdijk zijn functie als jachthuis, zomerverblijf en woon- en werkpaleis van de Oranjes verloren.


v.l.n.r. werkkamer Koningin Juliana, Een prachtige gang in het Paleis en werkkamer Prins Bernhard.

Het overlijden van Koningin Juliana en Prins Bernhard in 2004 betekende het einde van een tijdperk. Dit monument verdient een blijvende herinnering.
De rijke geschiedenis van gebouw, park en bewoners zal in de toekomst door een keur van kunsthistorici tot leven worden gewekt.Een cultureel erfgoed
zou misschien voor altijd verloren gaan als er niet snel iets mee werd gedaan. Den Haag ontwaakte en een of andere ambtenaar vond dat het wel
opengesteld kon worden voor het publiek. Dan kon men zich vergapen aan de manier hoe Koningin Juliana, haar voorgangsters, Wilhemina en Emma
alsmede Prins Bernhard en hun kinderen nu hadden gewoond en geleefd. De jeugd van Beatrix, van haar zusters, Irene, Margriet en Christina waren hier
begonnen en nu in historie gevat en hun kamers vertelden een heel verhaal.


v.l.n.r. de Leuvenzaal, (Koningin) nu Prinses Beatrix en de Stuczaal in volle glorie.

Baarn ligt in het midden van Nederland op de grens van de provincies Utrecht en Noord-Holland, aan de enige rivier die van bron tot monding op
Nederlands gebied ligt, de Eem. Al vanaf 8000 tot 4500 v.Chr. heeft de mens zich in de omgeving van de rivier opgehouden. Het bewijs hiervoor is
geleverd door enkele duizenden stuks vuursteen die bij een viertal archeologische onderzoeken zijn gevonden. Voor de oorsprong van het dorp Baarn
moeten we terug naar de twaalfde eeuw. In die tijd werden de bestaande dorpen te klein, mede door de kruistochten, de handelsbetrekkingen met andere
regio's en de groei van de bevolking. Doordat elk dorp in grote mate in eigen behoefte voorzag, moest men over een omliggend gebied van voldoende
grootte beschikken, bijvoorbeeld om in de behoefte aan brandstof te voorzien of om het vee te kunnen weiden.

In en rond de twaalfde eeuw ontstonden daardoor vele nieuwe nederzettingen, waaronder waarschijnlijk ook het huidige Baarn. De eerste nederzetting,
die in de omgeving van de Leestraat lag, zal uit maximaal een twintigtal boerderijen hebben bestaan. Pas in de veertiende eeuw verplaatst de kern van het
dorp zich in de richting van de Brink, waar in de eerste helft van diezelfde veertiende eeuw de Pauluskerk is gebouwd. De oorsprong van de naam 'Baarn'
geeft nog steeds veel stof tot discussie en heeft nog steeds niet tot een bevredigend antwoord geleid. Het meest voor de hand liggend lijkt dat de naam
een verwijzing is naar 'een gebied waar veel brandstof te halen of te delven is', (vergelijk 'Barneveld': veld waar brandstof te halen valt).


v.l.n.r. Paleis Soestdijk, prachtige tuinen met veel beelden, de Brink van Baarn als centrum en de schitterende ontvangsthal van het fraaiste gebouw van deze gemeente Paleis Soestdijk.

Omstreeks 1350 verleende de Bisschop van Utrecht de inwoners van Baarn stadsrechten, het recht van zelfbestuur aan het dorp. Het recht van poorterij
heeft Baarn nooit gekregen. Baarn heeft daarom nooit een muur of wal om het dorp heen gehad. Rond 1500 had Baarn negenhonderd inwoners.
Een daling was te zien in 1633 toen na telling ongeveer 650 inwoners Baarn bevolkten. Deze daling had te maken met oorlogen. Een echte groei ontstond
tussen het einde van de achttiende eeuw en circa 1830.

Toen telde Baarn zo'n 1800 inwoners. Fabrieken werden gevestigd en men bouwde bijbehorende arbeiderswoningen. Zo vestigde zich in 1802, aan de
Hoofdstraat, de tapijtfabriek van Scherenberg. In 1807 had de fabriek zo'n driehonderd werknemers in dienst. Ook vestigden zich spinscholen in Baarn
en Soest. In een latere periode begon patisserie De Ruyter aan de Brinkstraat 25-27 met de fabricage van haar vermaarde gestampte muisjes.

In de Gouden Eeuw, van 1600 tot 1672, stond Amsterdam centraal in de ontwikkeling van Baarn. Baarn was vergeleken bij het grote Amsterdam
slechts een dorp, maar wel een aantrekkelijk dorp voor de hoofdstedelijke kooplieden en patriciërs. Zij lieten tot ver in de achttiende eeuw weelderige
zomerverblijven en jachthuizen bouwen op grote stukken land in Baarn.

Zoals het lustslot 'Soestdijk', tussen 1674 en 1678 gebouwd door de Amsterdamse burgemeester Cornelis de Graeff, de buitenplaats Groeneveld en ook
hofstede 'De Eult', omstreeks 1640 gebouwd door de Amsterdamse burgemeester Johan Bicker op een stuk grond aan de dijk naar Soest.
Vermeldenswaard is ook de buitenplaats Pijnenburg, een ontwerp van architect Philips Vingboons,
gebouwd in 1647 voor de rijke weduwe Sara de Wael.