OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Kasteel Nassau
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Vorstelijke Verblijven

Paleis Huis ten Bosch

Paleis Huis ten Bosch is sinds 1981 een woonpaleis van de regerend Vorst. Het paleis ligt aan de noordoostelijke kant van Den Haag. Net als Paleis
Noordeinde en het Koninklijk Paleis in Amsterdam is Paleis Huis ten Bosch door het Rijk bij wet aan de Koning ter beschikking gesteld. In 1645 werd
gestart met de bouw van Paleis Huis ten Bosch. Paleis Huis ten Bosch begon haar geschiedenis als Sael van Oranje. De Sael van Oranje werd
gebouwd bedoeld als zomerresidentie voor stadhouder Prins Frederik Hendrik van Oranje en zijn vrouw, Prinses Amalia, Gravin van Solms.
Het initiatief voor de bouw lag met name bij de Prinses.

Op 2 september 1645 werd de eerste steen gelegd door de vroegere Koningin van Bohemen, Elisabeth. Het ontwerp van het paleis was van
architect Pieter Post. Hij was ook betrokken bij de bouw van onder andere het Mauritshuis, de vergaderzaal van de Staten van Holland
(tegenwoordig vergaderzaal van de Eerste Kamer) en het Oude Hof (het tegenwoordige Paleis Noordeinde). Na de dood van Frederik Hendrik in
1647 veranderde de Prinses-weduwe de bestemming van het paleis van zomerresidentie in mausoleum ter nagedachtenis van haar man.
Onder leiding van de schilder Jacob van Campen werd de centrale zaal van de residentie, de Oranjezaal, volledig gewijd aan leven en werk van de Prins.
Het grootste en meest opvallende doek in deze zaal, Frederik Hendrik als Triomfator, is van de hand van Jacob Jordaens en wordt in 1652 voltooid.

In deze periode had het paleis vier verschillende eigenaren. Onder de laatste, Prins Willem IV, werd het paleis grondig verbouwd. Prinses Amalia
overleed in 1675. Het paleis kwam hierop in gemeenschappelijk bezit van haar dochters. Het gebruik van het paleis ging daardoor over in de handen
van Albertine Agnes. Zij was de enige dochter van Prinses Amalia die als vrouw van de Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau,
ook in de Republiek woonde. Vervolgens verkocht Prinses Albertine Agnes dit vruchtgebruik in 1686 aan de kleinzoon van Frederik Hendrik,
Prins Willem III. Deze Prins gebruikte het paleis zomerresidentie in de buurt van het regeringscentrum.
Hij bracht enkele wijzigingen aan in het meubilair en in de tuin.


v.l.n.r. Voorzijde Huis ten Bosch en achterkant Paleis

Na het kinderloos overlijden van Willem III (de koning-stadhouder) in 1702 erfde de Pruisische Koning als kleinzoon van Frederik Hendrik het Paleis.
In 1732 gaf hij het weer terug aan het Huis Oranje-Nassau, vertegenwoordigd door Prins Willem IV. Deze begon dan aan een grootscheepse
verbouwing van het paleis. Onder leiding van de architect Daniel Marot werd het gebouw uitgebreid met een linker- en rechtervleugel. Het aldus
vergrotePaleis was vanaf dat moment vaak verblijfplaats van de laatste twee stadhouders, Willem IV en Willem V. Onder de Franse
overheersing werd het paleis nationaal bezit. Tot op de dag van vandaag, is dit het geval.

Lodewijk Napoleon veranderde ook het interieur van het paleis. Na de Franse inval in 1795 werden alle stadhouderlijke verblijven als oorlogsbuit in
beslag genomen. Huis ten Bosch werd door de Fransen geschonken aan het 'Bataafse volk'. Het meubilair en de kunstvoorwerpen werden grotendeels
verkocht en het paleis benoemde men tot nationaal bezit. Dat is het tot op de dag van vandaag gebleven. Na een staatsgreep in 1798 werd een aantal
leden van de Nationale Vergadering geïnterneerd in het paleis. De oostelijke vleugel wordt verhuurd. Vervolgens deed het gebouw een tijdlang dienst
als museum, totdat in 1805 de door Napoleon aangestelde raadspensionaris Rutger-Jan Schimmelpenninck er zijn intrek nam. Vijftien maanden later
ging de door Napoleon tot Koning van Holland verheven Lodewijk Napoleon er wonen.


De entree van Paleis Huis ten Bosch is de Vestibule. In de 17e-eeuw werd deze ruimte het Voorhuis genoemd. Op het tafeltje ligt het gastenboek dat door bezoekers wordt getekend.
In de Vestibule staan twee vitrinekasten met een servies uit het bezit van Prins Willem V. In deze ruimte staan eveneens twee vroeg 18e-eeuwse halbanken. Aan de wanden hangen
levensgrote portretten van Oranjes.

In 1807 verhuisde deze weer naar Utrecht. Daar woonde hij totdat hij in 1808 verhuisde naar het tot paleis verbouwde raadhuis op de Dam in
Amsterdam. Lodewijk Napoleon heeft veel invloed op het interieur en exterieur van het Paleis gehad, ondanks zijn korte bewoning ervan.
De uitbreidingen en verfraaiingen die hij initieerde, betekenden de introductie van de Empire-stijl in Nederland. Veel van zijn Empire meubelen zijn
nog steeds op Huis ten Bosch te vinden.Vanaf de uitroeping van Willem I tot Koning der Nederlanden in 1815 is Paleis Huis ten Bosch regelmatig
door de leden van het Koninklijk Huis bewoond. Koning Willem I maakt gebruik van het paleis.


Entree Paleis met tussen de deuren een fraaie vitrinekast inhoudende prachtig porselein en links een protret van een voorvader, rechts deur naar de Oranjezaal en trappen naar de verdieping.
De monumentale deur, tussen beide trappen in, geeft toegang tot het belangrijkste vertrek van het Paleis, de
Oranjezaal.

Later wordt het in de zomermaanden bewoond door Koningin Sophie, de eerste vrouw van Koning Willem III. Koningin Wilhelmina verruilt haar
zomerresidentie het Loo bij Apeldoorn voor Huis ten Bosch gedurende de Eerste Wereldoorlog. Ze woont er ook even in de dagen voordat ze met
Prinses Juliana en haar gezin naar Engeland moet uitwijken als gevolg van de Duitse inval in mei 1940. Huis ten Bosch heeft tijdens de
Tweede Wereldoorlog ernstig te lijden. Een plan van de Duitse bezetter om het gebouw af te breken teneinde een tankgracht te graven gaat,
dankzij inspanningen van de intendant van het Paleis, niet door. Na de bevrijding blijkt Huis ten Bosch onbewoonbaar te zijn.

De Duitse bezetter van ons land, had hier heel aardig huis gehouden en bij het vertrek een geweldige puinhoop achter gelaten. De kunstschatten
waren weliswaar tijdig in veiligheid gebracht, maar muren, zolderingen en vloeren waren beschadigd door kogels, granaat- en bomscherven.
Het heeft ook een lange tijd geduurd voordat dit fraaie Paleis weer en in bewoonde staat was en in de staat zoals het was
voor de Tweede Wereld Oorlog.

De Oranje Zaal

De centrale zaal van het Paleis, de Oranjezaal, is 19 meter hoog en werd otnworpen door de bouwmeester Jacob van Campen . Hij werkte
hiervoor samen met Constantijn Huygens, de secretaris van Frederik Hendrik. In deze zaal is op symbolische wijze het leven van
Frederik Hendrik
geschilderd, een eerbetoon van zijn weduwe Amalia van Solms. Tussen 1649 en 1652 hebben een dozijn schilders aan de
schilderingen gewerkt. Op de grootste schildering is Frederik Hendrik afgebeeld op zijn zegewagen, als vredestichter van de Tachtigjarige oorlog.
Er werd een aantal befaamde eigentijdse schilders gerekruteerd, die vrijwel alles in de zaal hebben beschilderd. De hele zaal geeft onmiskenbaar
een Italiaanse indruk. Wellicht hebben de bouwmeesters hun ervaringen tijdens hun Italiaanse reizen in hun werk vastgelegd.


Oude situatie voor het restaureren van de Oranjezaal, v.l.n.r. Oostwand, Noordwand en de Westwand.

De bovenstaande 3 foto's geven een impressie hoe de zaal eruit heeft gezien, voor de noodzakeijke restauratie. Dit gebeurde tussen 1998 en 2001
onder supervisie van de Rijksgebouwen en met medewerking van een grote groep conservatoren o.l.v. Anne Grevenstein van het Limburgs
Conservatie Instituut. Deze instelling is gespecialiseerd in dit soort arbeid. De schilderstukken in de centrale "Oranjezaal" vormen de kern van de
nagedachtenis aan stadhouder Frederik Hendrik. Ze werden van 1648 en 1651 uitgevoerd door een aantal schilders die daartoe waren geselecteerd
door Jacob van Campen en Constantijn Huygens in samenwerking met de weduwe van Frederik Hendrik, Amalia van Solms. De gekozen schilders
waren leerlingen van of werkten in de stijl van Rubens en werden beschouwd als de voornaamste destijds levende schilders van historiestukken in
de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden.


v.l.n.r. De zuidwand verbeeldt verschillende huwelijken met dynastieke belangen en heeft een uitzicht op de tuin en de Oostwand verbeeldt Frederik Hendrik als Triomfator.

De opdracht voor het decoreren van deze zaal was een van de belangrijkste uit de Nederlandse Gouden Eeuw en heeft daarom een groot historisch
en artistiek belang. De ontstane 31 werken op groot formaat, vormen een lof- en lijkrede op haar echtgenoot en zijn een staalkaart van de
contemporaire schilderkunst. Naast Jacob van Campen zelf, zijn de schilders Theodoor van Thulden, Caesar van Everdingen, Salomon de Bray,
Thomas Willeboirts Bosschaert, Jan Lievens, Christiaen van Couwenbergh, Pieter Soutman, Gonzales Coques, Jacob Jordaens, Pieter de Grebber,
Adriaen Hanneman en Gerard van Honthorst vertegenwoordigd.


v.l.n.r. De westwand verwijst naar de komst van de gouden tijd die onder het stadhouderschap van Frederik Hendrik zou aanbreken. Op de toegangsdeuren in de Noordwand is afgebeeld
hoe Minerva en Hercules de deuren voor de overwinning openen.

Ter voorbereiding op een omvangrijke restauratie van de zaal en de doeken bleek bij onderzoek in 1996-1997 dat de spanramen en opspanning van
bijna alle doeken nog in originele staat waren. Bovendien kwam onder de beschildering van het basement de oorspronkelijke zandsteenkleurige a
fwerking tevoorschijn inclusief de daarin aangebrachte echte voegen. Een bijzondere ontdekking was dat het doek door Van Honthorst van
Prinses Amalia met haar dochters met basement en al scharnierend was en een vroegere toegang tot haar appartement verborg.
Ooit bood dit de geestelijke moeder van de Oranjezaal de gelegenheid om vanachter haar eigen portret haar gasten
in de Oranjezaal tegemoet te treden.

Een totale restauratie van de zaal werd in 2001 afgerond. Tussen 1950 en 1981 werd het paleis twee keer gerestaureerd. De Oranjezaal kon na een
gehele restauratie van drie jaar in 2001 opnieuw in gebruik worden genomen door de Majesteit. Op 10 augustus 1981 gingen Koningin Beatrix en
Prins Claus met hun kinderen in het paleis wonen. Zij gebruikt Huis ten Bosch voornamelijk als woonpaleis. De privé-vertrekken zijn ondergebracht
in de Wassenaarse vleugel. Daarnaast heeft Paleis Huis ten Bosch ook een representatieve functie, gecentraliseerd in het hoofdgebouw.
e zogeheten Haagse vleugel van het paleis wordt gebruikt voor ondersteunende doeleinden en als gastenverblijf.

De Blauwe Salon


v.l.n.r. Blauwe Salon met indrukwekkende schilderijen en kristallen kroonluchter en met prachtige schilderijen, fraaie schoorsteen en verse bloemen.

De Blauwe Salon ontleent zijn naam aan de blauwe wandbespanning en gordijnen van blauwe zijdedamast. De lambriseringen, het plafond en het
zitmeubilair zijn in Lodewijk XV-stijl. De schilderijen in de salon zijn uit de 17e-eeuw. De witmarmeren schouw is afkomstig uit de stadhouderlijke
vertrekken op het Binnenhof. De vitrinetafel bevat een collectie snuifdozen. Bijzonder in deze salon is de pendule. Het Chinese karakter van het
plafond geeft aan dat de salon oorspronkelijk was ingericht in Chinese stijl. In de Blauwe Salon ontvangt de Koningin regelmatig haar gasten.


v.l.n.r. Blauwe Salon met fraai uitzicht naar de Prinsessetuin en met schitterende gordijnen.

Het Paleis heeft nog meer Salons die voor diverse doeleinden worden gebruikt. Ontvangst van gasten, het beëdigen van Ambassadeurs en andere Hoogwardigheidsbekleeders. Ook de ontvangst van buitenlandse Staatshoofden en leden van verschillende Vorstenhuizen worden hier gedaan.

De Groene Salon

De Groene Salon bezit per definitie vele prachtige shcilderijen die door de meesters in het vak van schilderen zijn vervaardigd. Namen als van
Honthorst en leerlingen van de beroemde klassieke schilder Pieter Paul Rubens staan garant voor een hoogstaande kwaliteit van het werk.
Dit beeldt de 'grootsheid' van Prins Frederik Hendrik van Oranje uit.


v.l.n.r. Groene Salon met vele oude schiderijen en uitzicht op de tuinen alsmede fraai vervaardigde stoelen en tafels. Prachtige kroonluchters completeren het geheel.

Ook deze salon de Groene Salon genaamd, 'puilt' in feite uit van de meest fraaie schilderijen en ook weer vervaardigd door de mastodonten van
hun tijd, schilers van grote naam en kennis van het vak. Zij lieten ons een erfenis na die indrukwekken genoemd mag worden en deels is in het
Overheid, De Koninklijke Familie en haar leden.


v.l.n.r. uitzicht op de tuinen met daarin het gebouw van het KHA. De gordijnen zijn gemaakt van schitterende goene zijdedamast voorzien van een kwast.
De andere afbeelding laat wederom een kwaliteit zien aan meubels, indrukwekkende schilderijen van de voorvaderen, een marmeren open schouw alsmede een meer dan prachtige kristallen kroonluchter.


De Groene Salon ontleent zijn naam aan de wandbespanning en gordijnen van groene zijdedamast. De lambriseringen, het plafond en
het meubilair zijn in Lodewijk XVI-stijl. De marmeren schouw is van rond 1734. De Chinese karakters in het plafond geven aan dat ten tijde van
Wilhelmina van Pruisen deze salon was ingericht in Chinese stijl. Aan de wanden hangen grote portretten van Prins Willem V en Wilhelmina van Pruisen
en hun kinderen. In de 17e eeuw was de Groene Salon het slaapvertrek van Amalia van Solms. Het is omgetoverd tot een ontvangstsalon voor
belangrijke bezoekers van de Koning.