![]() |
Kastelen, Residentie's, Bezittingen, Huizen en Verblijven | ![]() |
Koninklijke Kastelen
Wat Adel bezit aan residentie's kun je eenvoudigweg geen huis noemen. Integendeel. Velen van die verblijfplaatsen zijn pontificaal, soms overdreven en overdadig groots opgezet. Een gewoon mens vergaapt zich er aan. Alhoewel dat staren naar eigendommen die we niet zullen krijgen, kennelijk een normale gewoonte lijkt te zijn. Is het misschien afgunst dat ons drijft, met vaak jaloerse blikken, te turen naar een prachtig landgoed, een schitterend Kasteel, een uniek herenhuis en de daarbij behorende fraai aangelegde tuin of - als je Adellijke genoeg bent - keurig ingerichte en goed onderhouden landerijen. Een aantal daarvan hebben de eeuwen overleefd en kunnen tegenwoordig veelal worden bezichtigd. Maar dat is niet allemaal pracht en praal. Het onderhoud van dat soort gebieden en tereinen - al dan niet voorzien van een 'aardig stulpje' - kost waarlijk een 'godsvermogen'. In vroegere eeuwen was dat geen probleem. De Adel kon beschikken over aanzienlijke fortuinen en voldoende personeel om het benodigde onderhoud te plegen. Tegenwoordig is de situatie wat anders. Niet iedere Edele heeft de beschikking over voldoende kapitaal voor het op peil houden van hun eigendommen. Velen hebben door de vermindering van inkomsten de tering naar de nering moeten zetten. In het allerergste geval werden de zaken verkocht, wegens overlijden of geldgebrek. We gaan u meevoeren langs diepe dalen, onherbergzame rivieren, gevaarlijke kloven, prachtige gebieden, gehuchten, dorpen en steden om datgene te tonen dat behoort of ooit behoorde aan Keizers, Koningen, Prinsen en Edelen. Soms staat de tijd er stil en de rust die daaruit voortvloeit is 'oorverdovend'. Voornamelijk beperken wij ons hier tot de geslachten Van Nassau en Van Oranje. Alhoewel er ook ergens een Keizer van het Heilige Duitse Rijk tussendoor kan sluipen. Dit ter verduidelijking van het gebied of gebouw waarin hij of zij ooit vertoefde en ook omwille van dit verhaal. Zoals reeds in eerder werd gemeld, is het Huis Van Nassau onstaan aan de rivier de Lahn in Duitsland. |
|
Oever van de rivier de Lahn te Nassau |
Dal van de Lahn en het dorp Nassau |
In het verre verleden, eeuwen voor wij bestonden, zag Dudo von Laurenburg tussen de jaren 1000-1100 het levenslicht. Zijn precieze geboortedatum is historisch niet bekend. In die tijd deed men niet bepaald aan een of andere Burgerlijke Stand. Dat was niet interessant. Temeer de levensverwachting, door de vele gevechten voor gronduitbreiding, burenruzie's zodanig was geslonken, dat er sprake was van een heel korte aanwezigheidsperiode op deze aardkloot. Over deze verre voorvader van het geslacht Van Nassau is niet zoveel bekend. Hij was getrouwd met Irmgardis van Arnstein en tesamen kregen zij twee zonen. Toch wel voldoende om een inzicht te krijgen in deze oervader van het huidige geslacht van Oranje-Nassau. Dudo was een heerser, zoals velen uit die tijd. Het enige waarin dit soort lieden belang stelden was vechten, hoeren en zuipen. Vele braspartijen waren daarvan het gevolg. Over het aantal onwettige kinderen zullen wij het maar niet hebben. Het getal zou ons kunnen doen duizelen. Maar terug naar Dudo. Dudo was een heerser, een dictator, zoals velen uit die tijd. Het enige waarin dit soort lieden belang stelden was vechten, hoeren en zuipen. Vele braspartijen waren daarvan het gevolg. Over het aantal onwettige kinderen zullen wij het maar niet hebben. Het getal zou ons kunnen doen duizelen. Soms hadden ze van die buien. Ook de Graven van Laurenburg deden aan het uitbreiden van hun - overigens redelijk ruim grondgebied - bezittingen op allerlei manieren. De Heer von Laurenburg wenste gewoon meer grond in eigendom te hebben en hoe krijg je dat? Wel, door ruzie te zoeken met je buurman en proberen hem het levenslicht uit te blazen. Gelukte dat, dan had je een stuk gebied erbij verworven. Men 'pikte' het gewoon in. Opvolgers van het slachtoffer werden onder het genot van een hap eten aan het kampvuur, tezamen met een goed glad bier of wijn vrolijk opgeruimd. Niet moeilijk doen, gewoon kop eraf en, hupsakee, op naar de volgende slachtpartij. Boeiende tijd hoor! Vrouwen waren een wellustobject en daar kwam ook geheid gedonder van. Niet elke vrouw was vrij en als manlief kennis kreeg van het 'veroveren' van zijn gade? Tja, ook dan was er gedonder in de glazen. Maar niet getreurd want er was weer een reden om de bijlen te scherpen en de zwaarden uit de schede's te halen. En klambam, daar vochten ze weer een robbertje. Kortom, gewoon een gezellige tijd. Heel normaal in die periode. Daarna? Nou, gewoon weer feestvieren en de vrouwen achterna zitten. |
||
De westzijde slot-Toren |
De herbouwde Donjon kasteel |
De westzijde op grotere afstand |
Laurenburg is nu een plaats in de Duitse deelstaat Rijnland-Palts en maakt deel uit van het district Rhein-Lahn-Kreis. Laurenburg telt 318 inwoners. De plaats is een Ortsgemeinde en maakt deel uit van de Diez. Diez (in het Nederlands ook wel Dietz) is een stad in het district Rhein-Lahn-Kreis in de Duitse deelstaat Rijnland-Palts en telt 10.910 inwoners. Diez ligt aan de rivier de Lahn. De meest nabijgelegen grote stad is Limburg an der Lahn. Diez wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde van Karel de Grote uit het jaar 790. Tijdens de Middeleeuwen, in 1150, ontstond het Graafschap Diez, waarvan het plaatsje Diez de hoofdstad werd. In 1329 verkreeg Diez stadsrechten. Het ontstaan van het geslacht Laurenburg is als volgt: Dudo van Laurenburg, Graaf, vermeld 1093-1117, tr. Irmgardis (of Demudis) van Arnstein, dochter van Lodewijk I van Arnstein, Graaf in de Einrichgouw en Onbekende vrouw. Rupert I van Laurenburg, Graaf , bouwt in 1120 het slot Nassau, tr. voor 1135 met Beatrix van Limburg, overl. na 12.7.1164, dr. van Walram I van Limburg, Graaf van Arlon en Limburg en Jutta van Gelre, erfdochter van Wassenberg. Walram I van Nassau (ook wel Walram van Laurenburg) (ca. 1146 - 1 februari 1198) was de eerste Graaf van Nassau. Walram was (mogelijk) een zoon van Rupert I van Laurenburg en een onbekend gebleven vrouw (mogelijk Beatrix van Limburg, een dochter van graaf Walram I van Limburg). Walram wordt van 1176-1191 vermeld als Graaf van Laurenburg en daarna, vanaf 1193, als Graaf van Nassau. Van 1189 tot 1192 nam hij deel aan de Derde kruistocht onder Keizer Frederik I "Barbarossa". Hij huwde met een zekere Kunigunde, mogelijk een dochter van graaf Poppo II van Ziegenhain. Met haar kreeg Walram I de volgende kinderen: * Hendrik (ca. 1180 - ca. 1251), als Graaf van Nassau vermeld van 1198 - 1247 Walrams kleinzoon Otto I van Nassau was de stamvader van de Nederlandse tak van de Ottoonse linie van het Huis Nassau, waar het Nederlands Koninklijk Huis van af stamt. |
||
Grafelijke Burcht van Diez |
Binnenplaats Grafelijk Slot met cafetaria |
Later kwam het Graafschap Dietz in handen van een tak uit de familie Nassau, uit de "Ottoonse Linie", waartoe ook de Nederlandse Koninklijke Familie behoort. Zij bouwden in Diez een slot. Nadat Jan van Nassau, een broer van Willem van Oranje, in 1606 overlijdt, worden de Nassause bezittingen onder zijn zoons verdeeld. Zoon Ernst Casimir krijgt Diez en wordt daarmee Graaf van Nassau-Diez. Toen in 1702 Koning-stadhouder Willem III, de Prins van Oranje, een nazaat van Willem van Oranje, kinderloos overlijdt, werd Johan Willem Friso van Nassau-Dietz zijn erfgenaam en komen de takken Nassau-Dietz en Oranje-Nassau bij elkaar. De nazaten van Johan Willem Friso (waaronder Koningin Beatrix) noemen zich "Graaf van Dietz" Frederik Willem van Nassau-Weilburg en Frederik August van Nassau-Usingen uit de "Walramse Linie" namen in 1806 deel aan de Rijnbond, die onder druk van de Franse Keizer Napoleon Bonaparte werd gevormd. Frederik August ontving de Hertogstitel en werd hiermee Hertog van Nassau. De gebieden die zij daarbij moesten afstaan aan het Groothertogdom Berg werden door Napoleon gecompenseerd met gebieden van de Ottoonse linie, waaronder het Graafschap Nassau-Diez waarmee dit deel ging uitmaken van het nu ontstane Hertogdom Nassau. De nazaten van Oranje-Nassau stonden immers niet aan de Franse kant. Zij waren bij het uitroepen van een andere Franse vazalstaat, de Bataafse Republiek naar Engeland gevlucht. De laatste Hertog van Nassau, Adolf koos in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog de kant van de Oostenrijkers. De Oostenrijkers verloren deze oorlog, waardoor het Hertogdom Nassau overging in Pruisische handen. De gebieden gingen deel uitmaken van de Pruisische provincie Hessen-Nassau. Na de Tweede Wereldoorlog hield ook Pruisen als bestuurlijke eenheid op te bestaan en Diez ging nu deel uitmaken van het nieuwe deelstaat Rijnland-Palts. |
|
De Frisobrunnen |
Freiherr Heinrich Friedrich |
Het Wapen van Nassau op de bron met pomp |
De Frisobrunnen werden in 1716 gebouwd door Vorstin Henriëtte Amalia van Nassau-Dietz ter nagedachtenis aan haar in de Maas verdonken zoon, Prins Johan Willem Friso van Nassau-Dietz, Stadhouder van Friesland. Deze was ook Vorst van Nassau-Dietz. Hij erfde de titel Prins van Oranje van zijn oom Willem III, Koning van Engeland, Schotland en Ierland, alsmede Stadhouder der Nederlanden. Deze waterpomp staat voor de trap die leidt naar het Grafelijk Slot. Het gebouw is tegenwoordig een Jeugdherberg en biedt tevens onderdak aan een dependance van de Gemeente en een cafetaria. Nassau ligt aan de voet van het Taunusgebergte en het Westerwald. Niet ver hiervandaan staat het middeleeuwse landhuis van Freiherr Heinrich Friedrich vom und zum Stein, door wiens toedoen begin negentiende eeuw het boerenlijfeigenschap werd opgeheven. Het geboortehuis van Graaf Vom und zum Stein was het Steinsche Schloss, gelegen in het hart van de stad. Naussau werd in de Tweede Oorlog meerdere keren gebombardeerd. Een aantal historische panden is inmiddels herrezen, waaronder het voormalige raadhuis uit 1608 Adelsheimer Hof. |
||
Ingang Kasteel Van Nassau |
Binnenplaats met herbouwde Donjon |
Gezicht vanaf de Donjon naar achteren |
Rond 1120 bouwden Ruprecht en Arnold van Laurenburg in Nassau een kasteel, ook alweer hoog op een berg. Voortaan noemden ze zich Graven van Nassau. Ondertussen waren ze in een jarenlang conflict met het bisdom Worms gewikkeld, dat ook aanspraken op het gebied maakte. Halverwege de dertiende eeuw volgde weer een verhuizing. Het grafelijke geslacht verkaste naar Dillenburg. Daar werden later Willem van Oranje en zijn broers geboren. Nassau bleef een deel van de familienaam, maar dat was voor de inwoners een schrale troost: de burcht bij hun stadje kwam leeg te staan en raakte in verval. Aan de hand van oude gravures zijn gedeelten van het kasteel, zoals de donjon en de ridderzaal, een jaar of dertig geleden opnieuw opgebouwd. De toren is gratis toegankelijk. In de ridderzaal -nu restaurant- wacht een vorstelijke maaltijd. De connecties tussen het huis van Nassau-Dillenburg en Nederland werden al vroeg gelegd. In 1331 trouwde graaf Otto II met Adelheid van Vianden. Vanaf dat moment was de Graafschap Vianden, gelegen in het huidige Groothertogdom Luxemburg, samen met andere Nederlandse bezittingen eigendom van het Vorstenhuis Nassau. Door handige huwelijkspolitiek verwierven de Nassauers steeds meer rijke bezittingen buiten de Duitse stamlanden. |
||
Wapen dorp |
Wapen van Nassau als dakkapel in Nassau |
Wapen stad Diez |
Laurenburg is tegenwoordig een rustiek gelegen dorp vlak gelegen aan de rivier der Lahn. Hoge fraaie sparren omringen het gebied als een woud van stilte. Af en toe komt het lokaaltje het station binnen en trekt veel nieuwsgieringen. Kennelijk is dat het enige vertier. Tenminste, als men de jeugd die een bad neemt in de rivier, niet meerekend. Buiten de herbouwde toren van de Burcht Laurenburg, beschikt het dorp over een prachtig bouwval van het oude klooster. Een centrum voor jeugdigen, dat gerund wordt door de kloosterlingen. Verderop de berg staat het nieuwe Klooster Arnstein voorzien van een schitterende kerk. |
||
Oude klooster en begraafplaats |
Wapen Obernhof |
Abdij Arnstein bij Obernhof |
| De abdij Arnstein ligt aan de Lahn in Rijnland-Palts, ten noorden van Obernhof in de omgeving van Nassau. In 1052 wordt voor het eerst een Burcht Arnstein aan der Lahn als bezit van de Graven van Arnstein genoemd. In 1139 vormde de laatste Graaf zijn domein om in een premonstratenzerabdij en trad zelf ook in het klooster. In 1145 bevestigde Koenraad III van het Heilige Roomse Rijk de rijksvrijheid van de abdij. Nadat de Vorsten van Nassau tot het protestantisme overgingen, stelde de abdij zich onder de bescherming van het keurvorstendom Trier. In paragraaf 12 van de Reichsdeputations- hauptschluss van 25 februari 1803 werd de abdij geseculariseerd en aan het Vorstendom Nassau-Weilburg toegewezen. Sinds 1919 is de abdij weer ingenomen door de Picpus-paters, in Duitsland meestal Arnsteiner Patres genoemd. | ||