OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Kasteel Nassau
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Vorstelijke Verblijven

Het vorstelijk Lusthuys Oranjewout

De geschiedenis van Oranjewoud gaat terug tot ver in de 17de eeuw. In 1676 kocht Prinses Albertine Agnes van Nassau, Vorstin van Dietz
- de weduwe van de Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau-Dietz - de Sickingastate tesamen met drie boerderijen, in het bosrijke gebied
ten zuidoosten van Heerenveen, dat toen 't Wold heette. De verkoper was de Kwartiermeester-Generaal bij de Cavalerie, Barent van Sevenaer.
De Prinses betaalde er 41.000,00 Carolusguldens voor. In 1684 verkochten de erfgenamen van Duco van Sickinga, kapitein van de Stadhouderlijke
Garde zijn landerijen en het landhuis ook aan Albertina Agnes. Dit buiten verkreeg in de 17e eeuw bekendheid als Carolinenburg. In de jaren 1676 tot
1684, kocht de Prinses meer land met de daarop liggende boerderijen aan. Haar uiteindelijk bezit liep van de Schoterlandse Compagnonsvaart tot
aan de rivier de Tjonger. In 1696 stief zij en erfde haar schoondochter Henriëtte Amalia van Anhalt-Dessau het landgoed.


De oudste tekening van het gehele Vorstelijke Lusthuys Oranjewout (2 juli 1942).

Zij liet de Franse architect Daniël Marot, bekend van Paleis het Loo, het Lusthuys Oranjewout in classicistische/barokstijl ontwerpen.
Er werden twee vleugels aangelegd, maar het middengebouw verrees nimmer. Verder werd een begin gemaakt met een grote formele tuin met
lengteas, die nog steeds zichtbaar is. Tot 1747 werd het landhuis regelmatig bezocht door de stadhouders. Na het vertrek van Prins Willem IV in
1747 naar Den Haag, werd het geheel nauwelijk nog bewoond. Maria Louise van Hessen-Kassel, die in Friesland de erenaam Marijke Muoi kreeg,
was met haar twee kinderen de laatste bewoner van het Paleis. Al bezocht Prins Willem V het ook nog in 1777.


Pentekeningen van het Lusthuys Oranjewout (1754).

Daniël Marot ontwierp niet alleen de tuin maar ook de inrichting van het Lusthuys. Het kreeg een voorname inrichting met een schilderijenkabinet
en een porseleinkabinet. Zijn Franse baroktuin, werd zeer bekend. De lange middenas in de tuin die hij creëerde, verbond de verschillende tuindelen
op creatieve wijze met elkaar. Een langwerpige tuin in het noorden, de hoftuin rond het huis en een overtuin met Grande Allée. De Prinsenwijk in de
noordelijke aanleg werd verbreed en kreeg de vorm van een Grand Canal. De hoftuin achter het slot had een Oranjerie, die in die tijd vermaard was.
In 1711 werden de beide zijvleugels voltooid maar het hoofdgebouw werd - jammer genoeg - nimmer gebouwd. Om financiele redenen werd
de bouw stopgezet en in 1795 confisqueerde men het landgoed en de fraaie gebouwen.


Architekten-tekening van het Lusthuys omstreeks 1724.

De prachtige twee gebouwen, een lust voor het bouwkundige oog, werden erg verwaarloosd. In 1803 en 1805 werden de vleugels afgebroken
en in 1813 werd het landgoed overgedragen aan de Domeinen. Hans Willem de Blocq van Scheltinga, grietman van Schoterlandt, kocht in 1823
de terreinen van het voormalige Lusthuys Oranjewoud. In 1834 bouwde hij op de fundamenten van het lusthuys een nieuw landhuis. Dit kreeg
de naam van Oranjewoud. In 1864 overleed hij en erfde zijn zoon Hans Willem jr. het landgoed die daar met zijn vrouw, Elske van Heloma en
twee dochters bleef wonen. Doordat de Adel Oranjewoud had ontdekt, bouwden zij daar fraaie buitenplaatsen. In het begin van de 19e eeuw
vestigden zich verscheidene voorname adellijke families als Cats en Bieruma Oosting in Oranjewoud.


Lusthuys in 1880 en Landgoed Oranjewoud en Oranjestein rond 1880.

Oranjestein, en het Prinsenhof zijn een duidelijk voorbeeld daarvan. Bovendien liet men de daarbij behorende tuinen in de bekende Engelse
Landschapsstijl aanleggen. De naam van tuinarchitect Roodbaard sprak boekdelen en deze bekwame man heeft zijn stempel wel gedrukt op
Oranjewoud. Vanaf de 19de eeuw kwamen veel dagjesmensen naar Oranjewoud om van de fraaie natuur te genieten. Schoolklassen en
gezinnen kozen Oranjewoud als bestemming voor een dagje uit. De speeltuin bij Hotel Tjaarda, de doolhof en de uitkijktoren Belvédère
in Oranjewoud waren in heel Friesland en daarbuiten vermaard. De doolhof bestaat niet meer en de speeltuin is geen afspiegeling van wat
het ooit was. De uitkijktoren is wel gerestaureerd en biedt een prachig uitizcht, ondanks de hoge bomen over Oranjewoud en omstreken.


v.l.n.r. Huize Oranjestein, de Belvédère en het Prinsenhof.

In 1901 trouwt jongste dochter Maria de Blocq van Scheltinga met Charles Louis Andrien Juste, Graaf van Limburg Stirum. Van Stirum was militair,
maar verliet de dienst om zich te wijden aan het beheer van zijn Oranjewoud. Zijn gezondheid was slecht, en hij overleed in 1931 op de leeftijd van
54 jaar. Nadat in 1906 Hans Willem de Blocq van Scheltinga was gestorven, erfde Maria het landgoed. In de jaren dat Maria en Charles op het
landgoed wonen is er grondig gemoderniseerd, zoals de terrazzo vloeren in het souterrain, houten lambrisering in de vestibule en schouwen in
diverse ruimtes. Na het overlijden van zijn echtgenote Maria in 1962 kwam het landgoed door vererving terecht bij Jhr Martinus de Blocq
van Scheltinga
(Velp, 30 april 1900 - Vennes, 17 juli 1961). Hij was de oudste zoon van Maria's neef jonkheer Hans Willem.

Maarten (Martinus) Scheltinga was sinds 1926 getrouwd met Cecilia Johanna Gravin van Limburg Stirum. Rond 1953 verwoestte een brand in het
koetshuis een groot deel van zijn collectie arresleden. Het blussen was moeilijk, want het bluswater moest uit de bevroren gracht komen. Datzelfde
jaar overleed zijn echtgenote. Hij verkocht Oranjewoud en ging met zijn tweede echtgenote, Nicoline Anna (Nina) Philipse (1907) op een
kleiner buiten wonen, Prinsenhof, ook in Oranjewoud. Later verhuisden ze naar Grandvaux bij Lausanne in Zwitserland, waar hij in 1961 overleed.
Daar het onderhoud de pan uitrees zag men zich genoodzaakt om een koper te vinden voor en het landhuis en het park.

Oranje op het linkerhek, Huize Oranjewoud nu en Woud op het rechterhek (2015).

Het landgoed kwam daarom, om financiële redenen, in handen terecht van het Instituut voor Landbouwcoöperatie. Het instituut wilde het gebruiken
als kantoor en het inzetten voor vergaderingen, cursussen en conferenties. In 1963 kocht Friesland Bank voor fl:100.000,- het landgoed om de
continuïteit van het onderhoud van de gebouwen te waarborgen. Kort hierna werd het interieur vakkundig gerestaureerd en de vertrekken
geschilderd. Ook het rondom gelegen park nam men grondig onder handen maar wel zodanig dat de verscheidenheid in type beplanting
gewaarborgd werd. De Friesland Bank besloot het pand in 2003 nogmaals te renoveren en deels te moderniseren om het daarna te
gebruiken voor conferenties, vergaderingen en cursussen en kleinschalige culturele evenementen.

Duur van de restauratie een jaar en kosten ruim drie miljoen euro. Bij de verbouwing in 2004 zorgde de architect voor een bijzondere situatie.
Zijn grootste uitdaging was de kamers logisch met elkaar te verbinden. Adema gebruikte het torentje en bracht daarin een prachtige trap aan.
Dat misbaksel werd in de jaren vijftige bovenop een symetrisch geheel gezet. Hetgeen de monumentencommissie er toe bracht, voor te stellen
de zaak maar te slopen. Adema, behoefde niet veel te veranderen aan de rest van het gebouw daar dat in goede staat was.

Oude elementen liet hij onaangetast en zodoende kwamen anderen als kasten, schouwen en spiegels veel beter uit. De nieuw gekozen kleuren waren
sober en vormden met het bestaande een zeer goed geheel. In 2012 werd de Friesland Bank overgenomen door de Rabobank. De aandeelhouder
van de Friesland Bank, Stichting Friesland Bank (later genaamd Stichting FB Oranjewoud) werd nu eigenaar van het landgoed.


Entree en Vestibule van het landhuis.

Via de entree komt men in de vestibule. Licht en zon hebben vrij spel vanwege de prachtige glazen deuren die bijna van boven naar beneden zijn
geplaatst. De marmeren tegels geven het gevoel in een rustieke omgeving te zijn en de meer dan fraaie fauteuls, de overdekte zitbank nodigen de
bezoeker uit om plaats te nemen. Het vloerkleed, dat deels de marmeren tegels bedekt, stamt uit de tijd ver voor de Beauforts, de laatste bewoners
van dit landhuis. De authentieke plafonds zijn behouden gebleven, dankzij de laatste bewoners. Een even fraai gebeeldhouwde open haard maakt
de vieuw compleet. De verwarming stamt uit een recenter tijdstip en is fraai tussen de openslaande deuren, weg gewerkt. Geportretteerde
familieleden uit lang vervlogen jaren kijken neer op de bezoeker.


v.l.n.r. Dameskamer, Salon en Heerenkamer.

Het huis bestaat uit gelijkvloerse indeling die omvat de Entree, een Vestibule, een Dameskamer, de Herenkamer, een Salon en een Pantry. Op de eerste
verdieping vindt men drie kamers die Chambre Separé's worden genoemd en die worden aangevuld met een Balconkamer en een Tuinkamer. Het
souterrain wordt gebruikt als opslag en keuken. Daar de Friesland Bank is opgegaan in de Rabobank, heeft men een Stichting in het leven geroepen.
De Stichting Friesland Bank Oranjewoud, gemakshalve afgekort tot FBO. Sinds begin juni 2014 heeft de Stichting FB Oranjewoud het huis op het
landgoed Oranjewoud open gesteld voor publiek om o.m. concerten te geven.


Balkonkamer, Wapen van de Block van Scheltinga en de Gele kamer.

De Balconkamer is belegd met prachtig parket dat ook al zijn voetsporen in de tijd heeft overleefd. De kleur van dit hout past bijzonder goed bij de
lichtinval en zowel de fraai behangen muren als de stoelen en tafels vormen een architectonisch geheel dat de bezoeker of de gast aan zal spreken.
De kroonluchter stamt uit het begin van de 19e eeuw. De Gele kamer daarentegen straalt een rustiek uit, kijkende naar het behang dat zijn plaats
heeft verworven in het geheel en de damasten gordijnen spreken van een schoonheid van weleer. Het interieur spreekt eigenlijk voor zich.
De van een prachtig kleur geel bekleding voorziene stoelen, de damasten tafellakens met daarop het oude servies dat de schoonheid van de
meester die het ooit maakte, uitstekend weer geeft, completeren tezamen met het goed onderhouden parket het geheel.


Chambre Separé 1, Chambre Separé 2 en Chambre Separé 3.

De bovenste verdieping heeft ooit historie geschreven in de annalen van dit prachtige landhuis. Hier leefden, woonden en stierven de Blocq van
Scheltinga's, de Van Limburg Stirums en de Beauforts.
De afspiegeling van wat dat leven ooit was is terug te vinden in het onderhoud, de goed
bijgehouden tuin, de in prima staat verkerende gebouwen, het schitterende interieur, de liefde voor hun cultuur en het respect dat behoort te worden
opgebracht, al was het maar als een hommage aan deze mensen die ons iets prachtigs hebben nagelaten.

Belangstellenden kunnen een blik werpen op de schitterend gebeeldhouwde kamers die nog in de oude staat zijn gehouden. Het geheel is goed
onderhouden en het meubilair stamt het uit de tijd dat de laatste bewoners de familie's De Block van Scheltinga en Van Limburg Stirum daar resideerde.
De oude kunstschatten, schilderijen, bestek en wandbekleding spreken van een vergane glorie die behoorlijk wat impact heeft gehad op ons land.
Immers beroemde mensen hebben hier geslapen, de stichteres, Prinses Albertina Agnes stam-moeder van de huidige Oranje's), haar kinderen,
haar opvolgers, zoals de Prinsen Willem IV en V die er ooit de nacht doorbrachten.