De Huizen van Oranje en NassauNassau
Kasteel Nassau
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Vorstelijke Verblijven

De Sael van Oranje

Het oorspronkelijk als 'Sael van Oranje' aangeduide Paleis Huis ten Bosch is het enige bouwwerk dat zijn ontstaan dankt aan het initiatief van de
echtgenote van een stadhouder. Het kwam tot stand dankzij de behoefte van Amalia van Solms (1602– 1675),
gemalin van stadhouder Frederik Hendrik (1584–1647), aan een zomerresidentie in de nabijheid van Den Haag.
Toen Frederik Hendrik op 14 maart 1647 overleed was men nog niet begonnen met de decoratie van de centrale zaal.
Dit bood de Prinses-weduwe gelegenheid de ornamentiek van deze Oranjezaal op symbolisch-allegorische wijze in het licht te stellen van het
leven van haar betreurde man. Met het tekenen van de Vrede van Münster kwam een einde aan de tachtigjarige vrijheidsstrijd tegen
Spanje (1568-1648) door de erkenning van de Republiek der Verenigde Nederlanden als soevereine staat.
Frederik Hendrik werd gezien als belangrijkste architect van deze vrede en daarmee als brenger van een gouden tijd, hetgeen op een
aantal doeken in de Oranjezaal tot uitdrukking is gebracht.


Huis ten Bosch

Onder leiding van het 3-manschap Chrstiaan Huygens, Pieter Post en Jacob van Campen, werd het geheel gesmeed tot een schitterend geheel.
Het is een van de mooiste paleiszalen ooit. De Oranjezaal is van 1998 tot 2001 grondig gerestaureerd en ook vond er een jarenlang onderzoek plaats
door historici, chemici en restauratoren. Dat leverde veel gedetailleerde informatie op, die nu is samengebracht in een digitale catalogus. Hiervan is
slechts een beperkt deel te zien. Helaas is al dit moois niet toegankelijk voor het publiek

Paleis Huis ten Bosch in Den Haag was van 1981 tot februari 2014 het woonverblijf van Prinses Beatrix.
Het paleis ligt in het Haagse Bos in Den Haag tussen de Bezuidenhoutseweg en de Benoordenhoutseweg.
De hoofdentree bevindt zich aan de Leidsestraatweg, aan de noordwestkant van het paleis.
Aan de Bezuidenhoutseweg bevindt zich ook een entree. Paleis Huis ten Bosch is eigendom van de Staat (Rijksgebouwendienst) en behoort tot de top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.

Paleis Huis ten Bosch werd gebouwd in de 17e eeuw. Op 2 september 1645 legde de voormalige Koningin
Elizabeth van Bohemen
, een aangehuwde nicht van stadhouder Frederik Hendrik, de eerste steen voor wat
de Sael van Oranje moest gaan heten; een zomerverblijf voor Frederik Hendrik en zijn vrouw
Amalia van Solms. Pieter Post was de architect..

De opdracht voor het decoreren van deze zaal was een van de belangrijkste uit de Nederlandse Gouden Eeuw en
heeft daarom een groot historisch en artistiek belang. De ontstane 31 werken op groot formaat vormen een
lof- en lijkrede op haar echtgenoot en zijn een staalkaart van de contemporaire schilderkunst. Naast Jacob van
Campen zelf, zijn de schilders Theodoor van Thulden, Caesar van Everdingen, Salomon de Bray, Thomas
Willeboirts Bosschaert, Jan Lievens, Christiaen van Couwenbergh, Pieter Soutman, Gonzales Coques, Jacob Jordaens, Pieter de Grebber, Adriaen Hanneman en Gerard van Honthorst vertegenwoordigd.

Theodoor van Thulden (ged. 's-Hertogenbosch, 9 augustus 1606 – begr. 's-Hertogenbosch, 12 juli 1669) was een Brabantse kunstschilder.
Hij was een jongere tijdgenoot van de schilder Peter Paul Rubens (1577-1640), door wiens stijl hij werd beïnvloed en met wie hij
veelvuldig heeft samengewerkt.

Salomon de Bray (Amsterdam, 1597 - Haarlem, 11 mei 1664) was een Nederlands kunstschilder en architect.
Salomon de Bray vestigde zich vóór 1617 in Haarlem, waar hij geleerd zou hebben bij Hendrick Goltzius en Cornelis van Haarlem,
en waar hij in 1625 in het huwelijk trad. Dalomon stierf waarschijnlijk aan de pest, en werd in de Sint-Bavo begraven.
Drie van zijn tien kinderen werden ook schilder, Jan, Dirck en Joseph de Bray.

Thomas Willeboirts Bosschaert
(Bergen op Zoom, 1613 – Antwerpen, 23 januari 1654) was een Brabants kunstschilder die wordt beschouwd als
een van de Vlaamse barokschilders. Hij verhuisde in 1628 naar Antwerpen en werkte acht jaar in het atelier van Gerard Seghers.
In 1636 of 1637 schreef de stad hem in als burger van Antwerpen en verkreeg Willeboirts het lidmaatschap van de Sint-Lucasgilde.

Jan Lievens
(Leiden, 24 oktober 1607 - Amsterdam, 4 juni 1674) was een Nederlands kunstschilder en tekenaar, die bekend is omdat hij in zijn jonge
jaren nauw met Rembrandt samenwerkte.Lievens werd geboren in Leiden als zoon van een borduurder. Toen hij acht jaar was, ging Lievens in de leer
als schilder, eerst in Leiden, en twee jaar later bij Pieter Lastman in Amsterdam. Nauwelijks veertien jaren oud, was hij terug en deed iedereen versteld
staan met zijn teken- en schilderwerken. Rembrandt werd in 1625 ook leerling van Lastman, maar die keerde na een half jaar terug naar Leiden.
Lievens' werk is sterk verweven met dat van Rembrandt, met wie hij in die periode nauw samenwerkte en mogelijk een atelier deelde.
Hun ambitie, hun aanvankelijke thematiek en stijl vertoonden sterke overeenkomsten en wederzijdse beïnvloeding.


Jacob van Campen, bouwmeester, Theodoor van Thulden, Salomon de Bray, Thomas Willeboirts Bosschaert, Jan Lievens , Christiaen van Couwenbergh, Pieter Soutman, Gonzales Coques
Jacob Jordaens en Gerard van Honthorst, schilders.

Pieter Claesz Soutman (Haarlem, ca. 1580 - 16 augustus 1657) was een Nederlands kunstschilder. Hij was als leerling verbonden met Rubens'
Antwerpse atelier, hoogstwaarschijnlijk tussen 1616-1618/19, maar ook mogelijk tot 1624 toen hij Antwerpen verliet. Soutman produceerde prenten,
vooral etsen en liet inscripties op enkele jachttaferelen na als 'inventor' (waarschijnlijk pas na Rubens' dood zo gepubliceerd).

Gonzales Coques
(Antwerpen 1614 of 1618 - aldaar, 18 april 1684) was een Vlaams kunstschilder uit de barokperiode. Hij was de zoon van Pieter
Willemsen Coques, een respectabele Vlaamse burger, en niet een Spanjaard, zoals de naam zou kunnen suggereren. In 1626-28 ging hij schilderen in
het atelier van Pieter Bruegel de Jonge om vervolgens bij David Rijckaert II in de leer te gaan. Coques is vooral bekend door zijn kabinetstukken met
informele groepsportretten van mensen die in een of andere activiteit zijn verwikkeld, en die hij voor het eerst schilderde. De invloed van Anthony van
Dyck bezorgde hem de bijnaam kleine van Dyck.

Jacob Jordaens (Antwerpen, 19 mei 1593 - aldaar, 18 oktober 1678) was een Vlaamse barokschilder uit de Antwerpse School.Jacob Jordaens leefde in
Antwerpen. Hij was, net als Peter Paul Rubens, Hendrick van Balen en Sebastiaen Vrancx, leerling van Adam van Noort. Na eerst onder invloed van de
werken van Rubens te werken, ontwikkelde hij tussen 1619 en 1627 een eigen stijl. Deze is gekenmerkt door een weldoordachte, beheerste opbouw
van de compositie, en een prachtig kleurenspel. De late stijl van Jordaens was sterk door Veronese beïnvloed. Na Peter Paul Rubens en Antoon van Dyck
is hij de belangrijkste Zuid-Nederlandse historieschilder. Alle Vlaamse schilders staan in Rubens' schaduw: zij ondergaan zijn invloed,
hun succes wordt door zijn roem benadeeld.


Gewelf Noordwand, detail Noordwand en Gewelf Zuidwand

De namen van de bouwmeesters Pieter Post (1608-1669) en Jacob van Campen (1595-1657) zijn onverbrekelijk aan de totstandkoming van het
gebouw verbonden. Dat beiden navolgers waren van het Italiaanse Classicisme van Andrea Palladio en Vincenzo Scamozzi heeft op meerdere plaatsen
in het paleis zijn sporen nagelaten. Het ontwerp van de 'Sael van Oranje' vertoont een centrale zaal van twee bouwlagen hoog bekroond met een
koepel en aan weerskanten omgeven door appartementen. Het patroon van de houten vloer weerspiegelt de vormgeving van het gewelf met centraal
onder de lantaarn van de koepel een achthoek begrensd door de vierkanten onder de gelijkvormige cassetten.
Ook de verdere belijning van de vloer volgt de scheidingslijnen van de gewelfdelen en van de planken in het gewelf.

Christiaen Gillisz. van Couwenbergh (Delft, 8 juli 1604 - Keulen, 4 juli 1667) was een Nederlands kunstschilder en tekenaar. Hij vervaardigde portretten,
genrestukken en historische en allegorische taferelen. Van Couwenbergh was een zoon van de uit Mechelen afkomstige zilversmid en kunsthandelaar
Gillis van Couwenbergh. Deze verhuisde voor 1604 naar Delft, waar hij trouwde met Adriaentje Vosmaer, een zuster van de schilder Jacob Vosmaer
(1574 - 1641). Christiaen leerde zelf het schildersvak van Jan Dircksz. van Nes, ook wel bekend als Johan van Nes, die zelf een leerling was geweest van
de portretschilder Michiel Jansz. van Miereveld. Volgens Arnold Houbraken bevond hij zich enige tijd in Italië, maar dat is onzeker omdat daarvan in zijn
werk geen invloeden zijn terug te vinden.


De Noordzijde Oranje Sael

Gerard Hermansz. van Honthorst (Utrecht, 4 november 1592 - aldaar, 27 april 1656) was een Nederlands schilder, een van de meest begaafde
volgelingen van Caravaggio. Hij wordt gerekend tot de Utrechtse caravaggisten. Van Honthorst was een van de weinige schilders met een
internationale faam. Zijn grote voorbeeld was Antoon van Dyck.Gerard van Honthorst was de zoon van een decoratieschilder,
en kreeg zijn opleiding van zijn vader en van Abraham Bloemaert. Honthorst reisde vervolgens naar Italië, waar hij vanaf 1616 vermeld wordt in Venetië, Florence en Rome. Gerard van Honthorst kwam in contact met Guido Reni. Samen oogstten zij veel succes met hun werk en vonden een belangrijke beschermheer in de persoon van Vincenzo Giustiniani en zijn broer Benedetto. Zij woonden een tijd lang in hun paleis en konden zodoende de
weergaloze kunstcollectie, waaronder veel werken van Caravaggio, bestuderen. Honthorst kreeg ook opdrachten van kardinaal Scipione Borghese,
die hem het hoofdaltaar van de S. Paolo in Rome liet decoreren en van kardinaal Barberini, de latere paus Urbanus VIII.

De schilderstukken in de centrale "Oranjezaal" vormen de kern van de nagedachtenis aan stadhouder Frederik Hendrik. Ze werden van 1648 en 1651
uitgevoerd door een aantal schilders die daartoe waren geselecteerd door Jacob van Campen en Constantijn Huygens in samenwerking met de weduwe
van Frederik Hendrik, Amalia van Solms. De gekozen schilders waren leerlingen van of werkten in de stijl van Rubens en werden beschouwd als de
voornaamste destijds levende schilders van historiestukken in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden


De Westwand en de Oostkant van de Oranje Sael.

Na het overlijden van Amalia van Solms kwam het paleis in handen van haar dochters. Albertine Agnes van Nassau, die als enige in de republiek woonde,
kreeg het vruchtgebruik. Dit verkocht ze een paar jaar later aan haar neef Willem III van Oranje. Toen deze in 1702 kinderloos overleed, kwam het paleis
in handen van koning Frederik Willem I van Pruisen, een nazaat van Frederik Hendrik. Deze gaf in 1732 het paleis terug aan de Oranjes. Alle andere
paleizen hield hij als gevolg van het Traktaat van Partage. Stadhouder Willem IV van Oranje-Nassau was genoodzaakt het paleis grondig te renoveren.
Tevens breidde hij het uit. Zo werden naar ontwerp van Daniël Marot onder andere twee vleugels aan het paleis gebouwd (deze zouden de Haagse vleugel
en de Wassenaarse vleugel gaan heten) en werd het voorhuis vergroot en van een verdieping voorzien. Zowel Willem IV als Willem V van Oranje-Nassau
verbleven er regelmatig. Onder de bewoning van de laatste stadhouder en zijn echtgenote kwam de inrichting van de Japanse zaal tot stand.


De Zuidwand Oranje Sael.

Ter voorbereiding op een omvangrijke restauratie van de zaal en de doeken bleek bij onderzoek in 1996-1997 dat de spanramen en opspanning van bijna
alle doeken nog in originele staat waren. Bovendien kwam onder de beschildering van het basement de oorspronkelijke zandsteenkleurige afwerking
tevoorschijn inclusief de daarin aangebrachte echte voegen. Een bijzondere ontdekking was dat het doek door Van Honthorst van Prinses Amalia met
haar dochters met basement en al scharnierend was en een vroegere toegang tot haar appartement verborg. Ooit bood dit de geestelijke moeder
van de Oranjezaal de gelegenheid om vanachter haar eigen portret haar gasten in de Oranjezaal tegemoet te treden.

Bewoners van het Paleis

Bewoners 1675-1795
In deze periode heeft het paleis vier verschillende eigenaren. Onder de laatste, Prins Willem IV, werd het paleis grondig verbouwd.

Albertine Agnes (1675)
Prinses Amalia overleed in 1675. Het paleis kwam hierop in gemeenschappelijk bezit van haar dochters. Het gebruik van het paleis ging over in de
handen van Albertine Agnes. Zij was de enige dochter van Prinses Amalia die als vrouw van de Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau,
ook in de Republiek woonde.

Prins Willem III (1686)
Prinses Albertine Agnes verkocht dit vruchtgebruik in 1686 aan de kleinzoon van Frederik Hendrik, Prins Willem III. Deze Prins gebruikte het paleis
als zomerresidentie in de buurt van het regeringscentrum. Hij bracht enkele wijzigingen aan in het meubilair en in de tuin.

Prins Willem IV (1732)
Na het kinderloos overlijden van Willem III (de Koning-stadhouder) in 1702 erfde de Pruisische koning, een kleinzoon van Frederik Hendrik, het paleis.
In 1732 gaf zijn zoon het weer terug aan het Huis Oranje-Nassau, vertegenwoordigd door Prins Willem IV. Deze begon toen aan een grootscheepse
verbouwing van het paleis. Onder leiding van de architect Daniel Marot werd het gebouw uitgebreid met een linker- en rechtervleugel.
Het aldus vergrote paleis was vanaf dat moment vaak verblijfplaats van de laatste twee stadhouders, Willem IV en Willem V.

Franse Tijd (1795-1813)
Onder de Franse overheersing werd het paleis nationaal bezit. Koning Lodewijk Napoleon verandert ook het interieur van het paleis. Hiermee is de
introductie van de zogenaamde Empire-stijl in Nederland een feit.

Nationaal bezit
Na de Franse inval in 1795 werden alle stadhouderlijke verblijven als oorlogsbuit in beslag genomen. Huis ten Bosch werd door de Fransen geschonken
aan het 'Bataafse volk'. Het meubilair en de kunstvoorwerpen werden grotendeels verkocht en het paleis werd nationaal bezit.
Dat is het tot op de dag van vandaag gebleven.

Koning Lodewijk Napoleon
Na een staatsgreep in 1798 werd een aantal leden van de Nationale Vergadering geïnterneerd in het paleis. De oostelijke vleugel werd verhuurd.
Vervolgens deed het gebouw een tijdlang dienst als museum, totdat in 1805 de door Napoleon aangestelde raadspensionaris Rutger-Jan
Schimmelpenninck er zijn intrek nam. Vijftien maanden later ging Lodewijk Napoleon er wonen, die door Napoleon tot Koning van Holland uitgeroepen
was. In 1807 verhuisde deze naar Utrecht. Daar woonde hij totdat hij in 1808 verhuisde naar het tot paleis verbouwde raadhuis op de Dam in Amsterdam.
Lodewijk Napoleon had veel invloed op het interieur en exterieur van het paleis, ondanks dat hij er kort woonde. De uitbreidingen en verfraaiingen die
hij invoerde, betekenden de introductie van de Empire-stijl in Nederland. Veel van zijn Empire-meubelen zijn nog steeds op Huis ten Bosch te vinden.

Koninklijk Zomerverblijf (1815-1940)
Vanaf de uitroeping van Willem I tot Koning der Nederlanden in 1815 is Paleis Huis ten Bosch regelmatig door de leden van het Koninklijk Huis bewoond.
Koning Willem I maakte gebruik van het paleis. Later werd het in de zomermaanden bewoond door Koningin Sophie, de eerste vrouw van Koning Willem
III. Koningin Wilhelmina verruilde haar zomerresidentie Het Loo bij Apeldoorn voor Huis ten Bosch tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ze woonde er ook
even in de dagen voordat ze met Prinses Juliana en haar gezin naar Engeland moest uitwijken als gevolg van de Duitse inval in mei 1940.

Tweede Wereldoorlog (1940-1945)
Huis ten Bosch had tijdens de Tweede Wereldoorlog ernstig te lijden. Een plan van de Duitse bezetter om het gebouw af te breken teneinde een tankgracht
te kunnen graven ging, dankzij inspanningen van de intendant van het paleis, niet door. Na de bevrijding bleek Huis ten Bosch onbewoonbaar te zijn.
De kunstschatten waren wel op tijd in veiligheid gebracht, maar muren, zolderingen en vloeren waren beschadigd door kogels, granaat- en bomscherven.

Koninklijke residentie (vanaf 1950)
Tussen 1950 en 1981 werd het paleis twee keer gerestaureerd. Op 10 augustus 1981 gingen Koningin Beatrix en Prins Claus met hun kinderen in het paleis
wonen. Begin 2014 heeft Prinses Beatrix haar intrek genomen in Kasteel Drakensteyn. Het gezin van de Koning zal Huis ten Bosch op een gepast
moment in gebruik nemen als woonpaleis.