OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Majesteiteljke Juwelen en Sieraden
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Koninklijke Kostbaarheden

Kroonjuwelen, Rijksinsigniën en Regalia

Na de ineenstoring van het Romeinse Rijk rond 500 n. Chr. namen de Franken de macht over. In die tijden dat Frankische Koningen regeerden over
Europa - tussen 500 - 1300 - was er al sprake van een vorm van Regalia. Dat werd toen vertaald als de Schatkist van het Rijk. Onder die Regalia
vielen alle rechten over een grondgebied, de weg, het gebruik van water, het vervoer over de rivier, het gebruik van landbouwgrond en het toestaan
van een windmolen. Voor dat gebruik betaalde men Regalia oftewel Belasting in natura. Om al die centen te innen reisden die Koningen, vrijwel het
gehele jaar, door hun land. Zij en hun gevolg - zeer redelijk in aantal - dienden huisvesting te krijgen en gevoed te worden. Tijdens die reizen zorgden
hun onderdanen voor het levensonderhoud van de Vorst en zijn hofhouding.

Die hofhouding bestond uit hoge ambtenaren en andere medewekers zoals, Bisschoppen, Graven, Baronnen en andere lage Edelen. Als dank voor die
medewerking kregen zij geen geld maar rijke landbouwgronden in leen. Zo ontstond de term leenmannen van de Koning. Op hun beurt gaven zij
gedeelten van de verkregen grond weer in gebruik en in leen aan anderen. Vanaf de 9e eeuw kregen de machtigste onder die leenheren immuniteit.
Dit betekende dat de Koning vrijwel all rechten van de in leen gegeven domeinen, opgaf. Zij mochten daarom zelf
Rechtspreken en Belasting (Regalia) heffen.

Het woord Regalia kan een juridisch begrip aanduiden maar ook slaan op de tekenen van de soevereine macht van een Vorst, Koning of Keizer. Regalia
(lat. jura regalia) is afgeleid van het Regaal voorrecht. Enerzijds waren dat de rechten van het overheidsgezag: benoeming van bestuurders, oproep tot
krijgsdienst, rechtspraak, muntrecht, enz. Anderzijds tal van kleine rechten, zoals het recht van tolheffing, visrecht, veerrecht, jachtrecht enz. Met het
uiteenvallen van het Frankische Rijk kwamen deze rechten grotendeels in handen van territoriale machthebbers. In de 19e eeuw werden de Regalia
grotendeels afgeschaft. Deze sieraden symboliseren de macht en waardigheid van de Koning.

De Regalia of Kroonjuwelen der Nederlanden bestaan uit de volgende voorwerpen:
De Kroon symboliseert de soevereiniteit van het Koninkrijk der Nederlanden. Koning Willem II heeft in 1840 nieuwe regalia, waaronder een rijksappel, laten maken. De rijksappel en scepter werden door de Haagse Juweliers H.A de Meijer en Zoon geleverd. De rijksappel is van verguld zilver en bezet met rode en blauwe imitatiediamanten, strass.

Deze glazen stenen zijn op gekleurd folie gezet. Het Koninkrijk bestaat uit Nederland, Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba. De Kroon verbeeldt ook de waardigheid van het staatshoofd.


Regalia of Kroonjuwelen

Omdat er in Nederland geen Kroning is,
draagt de Koning(in) de Kroon nooit op
zijn of haar hoofd.

  • De Kroon, als teken van Koninklijke waardigheid.
  • de Scepter; het symbool voor het gezag van de Koning,
  • De Bijbel waarop de eed wordt gezworen.
  • de Rijksappel; symbool voor het eenheid van het Rijk van de Koning.
  • het Rijkszwaard; symbool voor de macht van de Koning,
  • de Rijksstandaard of –banier met het Nederlandse Wapen.

De begrippen Regalia en Kroonjuwelen worden vaak door elkaar gebruikt. Door misopvattingen - in de loop van de eeuwen ontstaan - weten velen niet
meer het verschil tussen deze zaken. Rijksinsigniën - ander woord voor Regalia - zijn de stukken zoals ze op bovenstaande foto te zien zijn. Niets meer
en niets minder. Het zijn gewoon de status-symbolen van de Regerend Vorst of Vorstin der Nederlanden. Kroonjuwelen zijn edelstenen van een
geheel ander gehalte en bedoeling. Deze sieraden of juwelen kunnen eigendom zijn van de Dynastie, een Geslacht, een Vorsten- of Koningshuis, van een
Stichting of van de Staat. Vaak zijn het zeer kostbare stukken bestaande uit zettingen van Goud, Zilver, Platina, Parels en voorzien van juwelen als
Robijnen, Smaragden, Aquamarijnen, Diamanten, Opalen en nog meer.


v.l.n.r. de Koninsgkroon , de Scepter en de Rijksappel, allen uit 1840

Vandaag de dag is de betekenis van het woord Regalia een andere dan in de Frankische tijd. De begrippen Kroonjuwelen en Regalia worden onjuist
gebruikt, omdat het totaal verschillende voorwerpen zijn die niets met elkaar te maken hebben. Overigens is Rijksinsigniën gewoon een ander woord
voor Regalia. Kroonjuwelen is een begrip waaronder allerlei juwelen zich bevinden, die verbonden zijn aan het Koningsschap. Het kan gaan om een
diadeem, tiara, ringen, colliers en broches. Vaak werd in testamenten vastgelegd dat bepaalde juwelen alleen door de Regerende Vorst konden worden
geërfd. Bij Regalia of Rijksinsigniën is - zoals eerder gememoreerd - sprake van de Kroon, Scepter, Rijksappel, Zwaard en soms ook de
Rijksstandaard ( de landsvlag) die bovendien onvervreemdbaar eigendom van de Stichting Regalia van het Huis van Oranje-Nassau zijn.
In landen, als Zweden, Engeland en Duitsland is vastgelegd dat alleen de Koning en zijn echtgenote bepaalde juwelen mogen dragen.


Duitse Rijksappel en het Japans Keizerlijk Zwaard

Deze sieraden worden meestal in opdracht vervaardigd door meester-smedenen juweliers. Als voorbeelden gelden ook de Duitse Rijksappel en
het Japanse Keizerlijk zwaard. Huisjuwelen is een omschrijving die aangeeft dat het gaat om specifieke edelstenen toebehorende aan een Dynastie,
een Geslacht of een Vorstenhuis. Vorstelijke juwelen vallen deels onder het eerder vermelde maar kunnen ook in het bezit zijn van een prive-persoon.
De term Regalia wordt ook vaak gebruikt voor de kentekenen die tijdens rituele zittingen worden gebruikt in de vrijmetselarij en de para-maçonnerie.


v.l.n.r. Britse Crownjuwels, Royal English Scepter en Russische Kroonjuwelen van de Tsaar

De Engelse Regalia is in feite een grote collectie Kronen, Scepters en Zwaarden die in de Tower in Londen permanent worden tentoongesteld.
Die verzameling wordt steeds de "Crown Jewels" genoemd, maar ook de schitterende broche met de Cullinan IV en III, twee zeer grote diamanten
van uitmuntende klasse en kleur, is een Kroonjuweel. De Cullinan werd op 26 januari 1905 in de Premier-mijn in Cullinan, Gauteng, Zuid-Afrika ontdekt.
De ruwe diamant was 3106 karaat en had aan één kant een groot plat vlak, waaruit blijkt dat de oorspronkelijke steen nog veel groter is geweest.
De Cullinan is genoemd naar Thomas Cullinan, de eigenaar van de mijn.

De Cullinan werd in Amsterdam met succes gekloofd en geslepen door Joseph Asscher van Diamantslijperij Asscher, de meest vooraanstaande
diamantslijper van die tijd. In het oppervlak van de steen werd een klein "venster" geslepen, zodat Asscher de breuklijnen en inclusies (onvolkomenheden)
kon zien. Asscher liep dagenlang met de steen in zijn zak rond en bekeek de steen telkens weer. Op 10 februari 1908 waagde hij het erop. Hij had een kleine
snede in de steen gemaakt en zou deze kloven met het risico dat de steen ook kon versplinteren. De slag waarmee hij de steen kloofde vergde zoveel van
hem dat hij na afloop flauwviel. De bewerking was desondanks feilloos. De Cullinan diamant werd gekloofd in negen edelstenen, elk verschillend
van gewicht. De Cullinan I met de maat 58,9 x 45,4 x 27,7 mm en 76 facetten, is de grootste van de negen.

De Cullinan II is een steen met een gewicht van 317.40 karaat en bevindt zich pontificaal op de voorkant van de Britse Koningskroon.
De Cullinan III is een peerachtig gevormd juweel en weegt 94.40 karaat. Tesamen met de Cullinan IV kan het worden gevormd tot een meer dan fraaie
hanger die door Koning-Moeder 'Queen Mary' werd gedragen. De IV is 63.60 karaat. De Cullinan V weegt 18.80 karaat en was origineel gezet ook in
een broche. De Cullinan VI is 11.50 karaat en de Cullinan VII weegt 8.80 karaat. DE Cullinan VIII heeft een gewicht van 6.80 karaat en de laatste uit de
serie, de Cullinan IX doet het met 4.39 karaat en is gevat in een fraaie ring.


v.l.n.r. De Cullinan I, Star of Africa (530,20 karaat) Geschatte waarde €: 300 miljoen, de Britse Imperial State Kroon en De Cullinan II Diamond (317.40 karaat)
Geschatte waarde €: 200 miljoen

Van de Cullinan zijn negen grote, waaronder de Star of Africa (Cullinan I) en 96 kleine diamanten geslepen. De Cullinan I (diamant) van 530,2 karaat
is verwerkt in de Scepter van de Britse Vorstin Elisabeth II maar de steen wordt door de Koningin ook in een broche gedragen. De Cullinan II prijkt op
de Statiekroon van Groot-Brittannië en kan ook los - als een broche - worden gebruikt. De andere stenen Cullinan III, IV, V en VII zijn verwerkt in de
Kroonjuwelen of persoonlijk eigendom van een van de leden van het Brits Koninklijke Huis. Tentoongesteld in de Tower of London trekken ze nu nog
altijd miljoenen toeristen per jaar. Een deel van de steen bleef in de vorm van kleine briljanten en slijpsel achter bij de firma Asscher als werkloon voor
het splijten en slijpen van de ruwe diamant.

De geschiedenis van Vorstelijk juwelen weerspiegelt zich niet zelden in de historie van een Dynastie. Het komt pas goed tot uitdrukking als deze
generatie op generatie worden doorgegeven. Het zijn - in absolute zin - unieke voorwerpen die niet meer behoren tot het persoonlijk eigendom van de
Regerende Koning maar eerder een wezenlijk onderdeel vormen van het Geslacht waarvan hij afstammeling is. Voor deze voorwerpen hebben wij
een naam bedacht die niet altijd even consequent wordt doorgevoerd. De benaming verschilt van land tot land. De een noemt het Regalia en de ander
Kroonjuwelen. Wat is nu het verschil en hebben wij in ons land ook Kroonjuwelen en Regalia? Het antwoord daarop luidt volmondig ja.
De voorwerpen die tesamen de Nederlandse Regalia vormen, staan ter beschikking van de Kroon en zijn Staatseigendom.


v.l.n.r. Kroon Heilig Roomse Rijk van Karel de Grote, Keizer Karel de Grote en de zijkant van de Keizerskroon

Karel de Grote werd kort na zijn dood afgebeeld en op bovenstaande schilderij in 1513 door Albrecht Durer vervaardigd, vereeuwigd. Er zijn verder geen
contemporaine beeltenissen van Karel de Grote overgeleverd. Een van de oudste voorstellingen van Karel is afgebeeld in het Sacramentarium van
Karel de Kale van rond 870, dat hem in Karolingische kleding toont en biedt aldus een representatieve voorstelling van een hoogadellijke persoon uit de
tijd van de Karolingen. Een kopie uit de 10e eeuw naar ene verloren origineel uit de tijd van Lodewijk de Vrome toont Karel de Grote in dispuut met
Koning Pepijn van Italië. Uit de tijd van Karel de Kale (jongere School van Metz, ca. 870) stamt de beroemde bronzen ruiterstatuette van het
Louvre in Parijs, die waarschijnlijk als een herdenkingsbeeld van Karel de Grote, mogelijkerwijs echter ook als een voorstelling van
Karel de Kale zelf is te bestempelen.

Rijksinsigniën zijn de voorwerpen die gebruikt werden bij de Kroning van de Keizer van het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie
(Keizer Karel V). Deze Rijksinsigniën werden tot 1806 in Neurenberg bewaard en voor een Kroning naar Frankfurt overgebracht. Sinds 1806 worden
deze kostbaarheden in Wenen bewaard. Het gaat om meer dan juwelen. Ook een codex (een boek) en diverse voorwerpen voor de eredienst worden
beschouwd als zijnde Rijksinsigniën. De Regalia daarentegen zijn voorwerpen die door de Koning bij diens Kroning worden gedragen. In Nederland bezit
het Huis van Oranje-Nassau thans juwelen die ten tijde van Vorst Willem III, in 1853, voor het eerst "Kroonjuwelen" werden genoemd.
Koning Willem III had dus onder zijn beheer in totaal 74 stuks parels, 51 grote diamanten en 904 kleinere stenen. Deze werden bewaard in een
Rood Lederen Kistje
waarin gegraveerd stond 'Her Royal Highness the Princess of Oranje'. Uit welke sieraden bestonden die Kroonjuwelen?

Dat waren:

  • een collier met 32 grote diamanten en 1 kleinere.
  • een tiara met 4 grote en 386 kleinere stenen (2 diamanten ontbraken).
  • twee oorhangers met 8 grote diamanten en 38 kleinere stenen.
  • vier agrafen, waarvan de eerste 2 grote en 84 kleinere diamanten telde; de tweede 1 grote en 63 kleinere stenen en de derde en vierde tesamen
    2 grote en 106 kleinere diamanten.
  • een prachtig parelsnoer.
  • twee paar oorhangers met in totaal 4 druppelvorminge parels en bezet met 2 grote diamanten en 91 kleinere.
  • een aantal incomplete byoux, bezet met fraaie diamanten.

Waar kwamen deze sieraden vandaan? Koningin en Grootvorstin van Rusland Anna Pawlowna bezat, door bruidschat en uit erfenis, een zeer
uitgebreide juwelencollectie. Zij besloot dat een aanzienlijk deel daarvan in de toekomst voor het Huis van Oranje-Nassau behouden diende te blijven.
In haar testament van 14 juni 1865, legde Anna Pawlowna vast dat een deel van haar juwelen (u weet inmiddels van die 'wagonladingen'!) tussen
haar kinderen, Koning Willem III, Prins Hendrik en Prinses Sophie verdeeld moest worden. Tevens gaf zij - uitdrukkelijk aan - welk voorwerp
door wie geërfd zou worden. Het was - onder meer - haar wens dat het erfdeel van haar zoon Koning Willem III - bestaande uit juwelen die haar moeder
Keizerin aller Russen Maria Feodorovna haar had nagelaten, behouden moest blijven als 'Diamanten van de Familie'.

En die alleen gedragen mochten worden door de echtgenote van de toekomstige Koning der Nederlanden. Ook in het erfdeel van Prins Hendrik, bracht
Anna een dergelijke bepaling aan. Zijn juwelen moesten als Familiejuwelen van zijn tak van het Huis van Oranje-Nassau worden beschouwd en mochten
nimmer de Koninklijke familie verlaten. Hierdoor was de verkoop van al dit fraai's in feite onmogelijk geworden. Zo werden in de 2e helft van de 19e eeuw
de Kroonjuwelen van het Huis van Oranje-Nassau fors uitgebreid met schitterende edelstenen als fraaie Opalen, wondermooie Aquamarijnen,
zuivere Smaragden, prachtige Parels, schone Saffieren, dieprode Robijnen alsmede loupezuivere Diamanten. Al deze edelstenen kenmerkten
zich door uitzonderlijk kwaliteit en omvang. Zelfs Koningin Sophie heeft een aanzienlijk aandeel gehad in het tot stand komen van deze prachtige
verzameling die historisch bezien van onvervangbare waarde is.


Koningin Anna Pawlowna en Koningin Sophie Württemberg met schitterende Ster Tiara en paarlen snoer.

Een deel van de Huisdiamanten van het Huis van Oranje-Nassau is naar de huidige maatstaven en slijpmethoden van vroeger, niet perfect te noemen.
Echter, hun eeuwenoude geschiedenis was de beste reden om deze juwelen wel uit de cassettes te halen en te dragen. Dat was het geval in 1898 naar
aanleiding van de inhuldiging van Koningin Wilhelmina. In dat jaar werden twee driehoekig geslepen tesamen met twee peervorminge diamanten
toegevoegd aan een grote strikvormige broche. Voorheen flonkerden deze peervormige stenen als Girandoles in de 18e eeuw aan de oren van
Prinses Anna van Hannover bij haar huwelijk met Stadhouder Willem IV. De Frankfurtse juwelier Schürmann kreeg deze eervolle opdracht
in 1878 van Koning Willem III.

Bij het huwelijk van Koning Willem III met Prinses Emma van Waldeck-Pyrmont op 7 januari 1879, kwamen de Familiejuwelen weer tevoorschijn.
Reeds in hun verlovingstijd had Emma al een opgave ontvangen van de Kroonjuwelen. Zij besloot - bij het bekijken daarvan - dat een deel van de sieraden
aan modernisering toe was. Deze opdracht werd gegeven aan de Fabriek van Gouden en Zilveren Werken van J.M. van Kempen & Zoonen
in Voorschoten. De fabriek maakte een geheel nieuwe Parure bestaande uit een Diadeem met Collier en Borststukken. Koningin Emma droeg
deze stukken - met grandeur - voor het eerst op 27 april 1882 tijdens het huwelijk van haar zuster Prinses Helena van Waldeck-Pyrmont met
Prins Leopold, Hertog van Albany in Engeland
. Al deze waardevolle voorwerpen vielen later aan Prinses Wilhelmina toe op 10-jarige leeftijd.

Ten tijde van haar inhuldiging als Koningin der Nederlanden - op 6 september 1898 - droeg de jonge Koningin, voor het eerst een groot aantal
historische Familie diamanten. Door vererving waren deze collecties (juwelen) geregeld verdeeld en een niet onbelangrijk deel van de historische
sieraden
kwam terecht bij de Vorstenhuizen en Hoge Edelen van Zweden, Denemarken, Pruisen en Weimar. Die situatie was uiterst onplezierig,
onwelkom en onwenselijk. Immers, er was een historie verbonden aan de koop en het in het bezit hebben van deze schatten binnen de Koninklijke familie.
Vaak vertelde een juweel, een diadeem, een halssnoer of een tiara veel over de drager ervan. Men bleef in de herinnering van velen, als de drager
of draagster van dat en dat sieraad. Om verdere versnippering van de collectie door erfdeling of verkoop te voorkomen werd een oplossing gezocht.

De Koninklijke familie, richtte in 1963 een Stichting "Regalia van het Huis Oranje-Nassau" op. Deze werd in 1968 gevolgd door de Stichtingen
"Kroongoederen", "Kroonjuwelen" en "Regalia". Op deze manier bleven de historische kostbaarheden bewaard voor het nageslacht der Oranje's.
In Zweden, Portugal en Thailand werd voor eenzelfde oplossing gekozen. De Regalia hebben naast een economische en emotionele waarde ook een grote
symbolische waarde. Ze vertegenwoordigen als het ware de Vorst. Om een en ander eenvoudig te houden, beperken wij ons thans tot het beschrijven van
een deel van de Juwelen van het Huis van Oranje-Nassau en begeven we ons niet op het wankele pad van Regalia, Rijksinsigniën,
Kroonjuwelen, Vorstelijke Juwelen en Huisjuwelen
. Je zou dan de weg kwijt raken en dat is niet de bedoeling van dit verhaal.
Wat wel van belang is het gegeven hoe de Koninklijke familie aan hun juwelen is gekomen.

Edelstenen zijn sinds mensenheugenis een symbool van macht en status. Ook de Oranje's hebben in de loop der eeuwen een grote en prachtige
collectie
juwelen opgebouwd. De zich daarin bevindende diamanten, smaragden, robijnen, saffieren en parels, zijn verwerkt in een aanzienlijk aantal
sieraden die uiterst fraai zijn aangebracht in een unieke siervatting van GOUD. Die kunstwerken zijn echter niet onaantastbaar. Ze worden regelmatig
veranderd en aangepast aan de heersende smaak of gedemonteerd om er nieuwe sieraden van te maken. Zoals reeds is vermeld zijn de Nederlandse
Koninklijke Juwelen
geen eigendom van de Staat, maar particulier bezit van het Geslacht van Oranje-Nassau. Daar kleeft een zeker risico aan.
Door vererving zouden ze uit de familie kunnen verdwijnen. Dat kan niet de bedoeling zijn, althans waar het de historische stukken betreft. Daarom is
voor de Historisch belangrijkste juwelen van de Oranje's een juridische constructie bedacht die moet voorkomen dat de collectie uit elkaar valt.

Koning Willem-Alexander beheert die collectie. Daarnaast hebben de meeste leden van de Koninklijke familie de beschikking over een privé juwelen
collectie, die bepaald niet onaardig te noemen valt. Maar wat te doen met de Sieraden, Juwelen en andere Smuk die niet bij testament in een volgend testament kan worden weggegeven, omdat een of andere voorvader dat in zijn weidse en grootse wijsheid had verboden. Dit gegeven staat bekend als
Fideï-Commis. Wat betekent nu die Fideï-commis? Een Fideï-commis, ook fideï-commissaire substitutie of erfstelling over de hand, is een goed of
beschikking waarvan in een testament is vastgelegd dat daarover niet in een volgend testament kan worden beschikt, maar dat het een aangewezen
erfgenaam moet toevallen. Men noemt zowel de beschikking als het goed waarover is beschikt wel fideï-commis.

De bezitter, men kan niet van een eigenaar spreken, is de fideï-commissaris. In het huidige Nederlands Burgerlijk Recht mag men niet "over het graf
regeren" en alleen een fideï-commis de residuo, een legaat waarover de verkrijger vrij kan beschikken, maar waarvan de restanten na de dood van de
fideï-commissaris aan een door de originele erflater aangewezen begunstigde natuurlijke of rechtspersoon moeten worden nagelaten, is toegestaan.
De fideï-commisgoederen speelden een grote rol in de geschiedenis van Adellijke families. Door een fideï-commis te vestigen, kon men bewerkstelligen dat het stamslot of een bepaald vermogensbestanddeel niet kon worden vervreemd of zou worden geërfd door een getrouwde dochter
en in handen van een ander geslacht zou komen.