OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Goudmijnen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Fortuin van Oranje en Nassau

Stichtingen en Uitkeringen Oranje-Nassau

Onderstaand hebben wij een lijst samengesteld die weergeeft welke Stichtingen in de familie Oranje-Nassau zijn, wie zitting hebben in het bestuur en alle verder relevante informatie. Waar bekend, wie de Stichting naar buiten vertegenwoordigd. Betrokkenheid van de Dienst Koninklijk Huis bij de Stichtingen
vloeit voort uit de functionele inzet, waaronder ook de rol van H.M. de Koningin als hoofd van het Koninklijk Huis. De functionele inzet houdt voorts
verband met het feit dat enkele van de vermelde stichtingen gemeen hebben dat zij naar hun herkomst in relatie staan tot de nalatenschap van
Koningin Wilhelmina en haar afstammelingen.

Bezien vanuit de doelstelling is een aantal Stichtingen mede gerelateerd aan leden van de Koninklijke Familie, niet zijnde leden van het Koninklijk Huis (2, 3, 4, 5, 7, 8, 9, 10, 11). Een stichting is verbonden aan de Dienst Koninklijk Huis (1). Een aantal stichtingen wordt bestuurd door een lid van het Koninklijk Huis
of personen werkzaam bij de Dienst Koninklijk Huis, andere Stichtingen kennen een andere bestuurssamenstelling en hebben om redenen van bescherming
van de persoonlijke levenssfeer Paleis Noordeinde als postadres zoals geregistreerd bij de Kamer van Koophandel (4 - Stichting Bewind- , 9, 10).

1. Stichting tot Verzorging van de Pensioenen van het Personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau(opgericht 1960).

Doel: verzorging van pensioenen.
De stichting heeft zeven bestuurders: J. Baars, H. Morsink, R. Houtman, K. W. Ruijg, L. Mulder, T. L. Piri, J.A.J. van Baardwijk. Reg.nr 41151014.

De pensioenen zijn herverzekerd en ondergebracht bij het ABP.

2. Stichting Bewind (opgericht 1962)

Doel: het doen van aanvullende uitkeringen aan alle Oranje's die geen of althans niet voldoende inkomsten hebben van de Staat der Nederlanden Zusters
van Beatrix). Kapitaal is €15.000.000,00. Later is dit overgezet naar de Stichting Fonds voor functionele kosten van het Huis Oranje-Nassau.

Bestuurders van de stichting zijn : P.J.A.M. Nijnens, J.N. van Lunteren, S.D.F. Kaempfer. Reg.nr 41151000

3. Stichting Kroongoederen van het Huis Oranje-Nassau (opgericht 1968)

Doel: te bevorderen dat afstammelingen van H. M. Koningin Wilhelmina bij de uitoefening van de Koninklijke waardigheid de beschikking hebben over de daartoe nodige of gewenste roerende lichamelijke zaken.

Bestuurder van de stichting is de Drager van de Kroon. Reg.nr 41151002.

4. Stichting Archief van het Huis Oranje-Nassau (opgericht 1968)

Doel: het verkrijgen, bijeenhouden en beheren van archivalia met betrekking tot of verband houdende met het Huis Oranje-Nassau, het Huis Nassau of
een aan één van die huizen verwant huis.

Bestuurder van de stichting is de Drager van de Kroon. Reg.nr 41151003.

5. Stichting Fonds voor functionele kosten van het Huis Oranje-Nassau I (opgericht 1968)

Doel: het uit eigen middelen verstrekken van bijdragen aan elk van de jongste drie dochters van H.K.H. Prinses Juliana ter bestrijding van functionele kosten, verbonden aan haar positie als zodanig, mits uit dien hoofde geen toelage ten laste van het Rijk genietend. Reg.nr 41150999

Het bestuur van deze stichting wordt uitgeoefend door de Stichting Bewind (opgericht 1962). Het doel van deze stichting is het optreden als bewindvoerder. In de Stichting Bewind zijn geen vermogensbestanddelen ondergebracht. Reg.nr 41151000.

Bestuurders van de stichting zijn: P.J.A.M. Nijnens, J.N. van Lunteren, S.D.F. Kaempfer.

6. Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau (opgericht 1972)

Doel: het verkrijgen en beheren van roerende lichamelijke zaken met betrekking tot of verband houdende met het Huis Oranje-Nassau, het Huis Nassau of
een aan één van die huizen verwant huis, ten einde die zaken met inachtneming van de bij de verkrijging gemaakte bepalingen te doen dienen ten
algemenen nutte.

De stichting heeft drie bestuurders: Z.K.H. de Prins van Oranje, J.M. Boll, A.C. van Es. Reg.nr 41151001

7. Stichting Horst en Voorde (opgericht 1972)

Doel: het bevorderen van de natuurwetenschappelijke en recreatieve waarden van de in de gemeente Wassenaar en Voorschoten gelegen landgoederen
De Horsten, Duivenvoorde en Twickel en van de daar tussenin of nabij gelegen gronden.

De stichting heeft vier bestuurders: A. H. Graaf Schimmelpenninck, J. Baars, J. A. Dijkstra, A. Vriesendorp-Dutilh. Reg.nr 41166579.

8. Stichting Prins Bernhard Natuurfonds (opgericht 1994)

Doel: het bevorderen en ondersteunen van natuurbescherming en natuurbeheer geïnspireerd op het gedachtegoed van het Wereld Natuurfonds.

De stichting heeft vier bestuurders: Z.K.H. Prins Constantijn der Nederlanden, N. W. Visser, jhr. J.H.W. Loudon, G. M. van den Top. Reg.nr 41190195

9. Stichting Fonds voor Functionele Kosten van het Huis Oranje-Nassau II (opgericht 1998)

Doel: het uit eigen middelen verstrekken van bijdragen aan elk van de jongste twee zonen van H. M. de Koningin ter bestrijding van functionele kosten, verbonden aan hun positie als zodanig, mits uit dien hoofde geen toelage ten laste van het Rijk genietend. Reg.nr 27173125.

Bestuurders van de Stichting: E. Wiersma, J. Baars, M. Hennis.

10. Stichting Protector Daffodil Trust (opgericht 2005)

Doel: adequate juridische bescherming van het vermogen, waardoor de belangen van H.K.H. Prinses Christina kunnen worden gewaarborgd, d.m.v. het optreden als Protector van de trust naar het recht van Guernsey die thans de naam "The Daffodil Trust" draagt, zulks overeenkomstig de bepalingen zoals deze thans ten aanzien van de trust gelden of in de toekomst zullen gelden.

N. B. de stichting Protector Daffodil Trust is niet de trust zelf, maar ziet toe op bescherming van het trustvermogen in het belang van
H.K.H. Prinses Christina. Het Kabinet der Koningin verricht geen werkzaamheden voor deze trust.

De stichting heeft drie bestuurders: J. J. N. Rost Onnes, W. H. van Leeuwen, W.J.W.J. van Roijen. Reg.nr 27274989.

11. Stichting Lysfonds (opgericht 2005)

Doel: adequate juridische bescherming van het vermogen, waardoor de belangen van betrokkenen kunnen worden gewaarborgd, d.m.v. het optreden als beheerder en bewaarder van het besloten fonds voor gemene rekening: Lysfonds. De stichting heeft vier bestuurders: Z.K.H. Prins C.H. de Bourbon de Parme, Z.K.H. Prins C.J.B. de Bourbon de Parme, Z.K.H. Prins J. B. de Bourbon de Parme, H.K.H. Prinses M. C. de Bourbon de Parme. Reg.nr 27281319.

12. Stichting Officiële Geschenken van het Huis Oranje-Nassau (opgericht 2007)

Doel: bijeenbrengen, bijeenhouden en beheren van zaken die werden aangeboden aan Koningin Wilhelmina of zijn of worden aangeboden aan een afstammeling van haar of een echtgenoot van een afstammeling van haar. De stichting kan de aan haar toebehorende zaken niet verkopen of op andere
wijze vervreemden. De stichting heeft drie bestuurders: Z.K.H. de Prins van Oranje, J.M. Boll, A.C. van Es. Reg.nr 27309679.

13. Stichting Koninklijke Geschenken (opgericht 2007)

Doel: bijeenbrengen, bijeenhouden en beheren van geschenken die aan de Drager van de Kroon van het Koninkrijk der Nederlanden in het kader van de uitoefening van diens functie van Staatshoofd van het Koninkrijk der Nederlanden zijn of worden aangeboden ter gelegenheid van staatsbezoeken en
andere officiële bezoeken en gelegenheden. De stichting kan de aan haar toebehorende zaken niet verkopen of op andere wijze vervreemden.

De bestuurder van de stichting is de Drager van de Kroon Reg.nr 27309706.

Zo bleven deze up-to-date. Koningin Beatrix gaat nog altijd door voor een zeer vermogende vrouw en valt onder de noemer, een van de rijkste vrouwen ter wereld te zijn. Haar moeder Juliana viel ook in die categorie. Deze was weleens boos, als de internationale media weer verhalen het licht lieten zien over haar financien. Ze liet niet na te protesteren over de omvang - het werd gigantisch genoemd - van haar centen. De Oranjes zijn niet bepaald armlastig te noemen. Ze beschikken over niet aleen een omvangrijk vermogen dat verdeeld is over de bovengenoemde Stichtingen maar ook diverse bankrekeningen in binnen-
en buitenland. Daarnaast bezit de Huis van Oranje-Nassau een heel behoorlijk pakket aan aandelen in tientallen waardevolle fondsen en bedrijven.

Een nauwelijks te inventariserende hoeveel antiek, aardig wat onroerend goed, veel kunst - verzameld in de loop der eeuwen door diverse leden van de familie - en andere kostbaarheden van edelmetaal. Waar dat vandaan komt hebben we u al geprobeerd duidelijk te maken. Vast staat dat de Oranje's, van origine niet zo vermogend waren, ontzettend zuinig zijn geweest. Geen belastingen behoefden te betalen. Bovendien kan men de Regalia (juwelen, sieraden etc.) die tot hunner beschikking staat, bijzonder noemen. De familie beschikt thans over een collectie sieraden en juwelen waar de meeste andere Koningshuizen en Adellijke Familie's jaloers op zouden zijn. Vlak na de Tweede Wereld Oorlog, toen Wilhelmina besloot afstand te doen van de troon ten faveure van haar dochter Juliana ontstond er een vervelende situatie.

De familiejuwelen hadden inmiddels zo'n waarde gekregen dat als deze in het bezit kwamen van de toekomstige Koningin, zij zoveel moest betalen aan belastingen er minstens een aanzienlijk deel diende te worden verkocht. Met het uitdunnen van het sieradenbestand zou niet alleen een aardig deel van het vermogen van de Oranje's verdwijnen maar ook de daaraan verbonden historie van ons land, te loor gaan. De toenmalige regering loste dat probleem vakkundig op. Er werd wettelijk vastgelegd dat de Koninklijke familie over een eventuele juwelen-erfenis geen successierechten behoefden te betalen. Dit
geldt vandaag de dag nog steeds. Ook Koningin Juliana bedacht - al jaren geleden - dat bij haar verscheiden andere problemen zouden kunnen ontstaan.

De familiejuwelen zouden door haar vier dochters worden geërfd, waardoor de kans bestond dat de schitterende collectie uiteen zou kunnen vallen. Eenmaal in het bezit van haar dochters konden die zelf beslissen wat ermee werd gedaan. Dat was eigenlijk niet de bedoeling. Om de eeuwenoude collectie te behoeden voor verspreiding of verandering zonder toestemming, richtte de Koningin in 1962 de Stichting Regalia op die toen werd bestuurd door verschillende leden van het Koninklijk Huis. Thans is een andere Stichting verantwoordelijk voor de collectie's. Deze stichting beheert nu de collectie's. Alle Oranje's kunnen, wanneer dat nodig is, gebruik maken van die juwelen en sieraden, die hierin zijn onder gebracht.

Vandaar dat men vaak diverse leden van het Huis van Oranje-Nassau ziet lopen met sieraden die een hunner de dag tevoren ook al droeg. Het is nu niet meer mogelijk de juwelen, sieraden en anders in die Stichting ondergebracht, te verkopen. De eeuwenoude Tiara's, Diademen, prachtige Colliers, Parelkettingen, Broches, schitterende Armbanden en hele fraaie Oorbellen zijn nu voor het nageslacht bewaard gebleven. Evenals de vele Diamanten, Saffieren en andere edelstenen, niet alleen verzameld door de Oranje's maar ook meegebracht door de Russiche Tsarendochter Anna Pawlowna. Zij had kennelijk 'wagonladingen' ervan.

Vorstin Anna Pavlowna

Grootvorstin van Rusland en Koningin van Nederland Anna Pawlowna was getrouwd met Koning Willem II en bij testament bepaalde zij hoe de juwelen door het nageslacht bewaard en gekoesterd dienden te worden. Nog altijd is die zeer kostbare en fraaie collectie in het bezit van de Koninklijke familie. Ook daarvan is de waarde niet te meten daar deze stukken onvervangbaar zijn. Ook Anna Pawlowna's schoondochter Prinses Sophie van Wurttemberg, de eerste echtgenote van Koning Willen II, zorgde voor een belangrijk uitbreiding van de verzameling. Bij haar dood liet deze een omvanrijke hoeveelheid
kostbaarheden uit haar Duitse familie na. Koningin Wilhelmina die van nature wars was van uiterlijk vertoon, bleek toch verzot op sieraden.

Wilhelmina was een vrouw die met haar tijd mee ging. Als zij de mening toegedaan was, dat verschillende sieraden te oud of niet meer modern waren, liet zij deze uit elkaar halen om in een nieuwe zetting een fraaier en vaak ook eigentijds geheel te krijgen. Prinses Juliana had diezelfde neiging. Een saillant voorbeeld
is de Tiara die haar moeder van het Nederlandse volk had gekregen als trouwcadeau bij haar huwelijk met Prins Hendrik. In de 60er jaren liet zij dit uiteen nemen door een Haagse juwelier en van de ruim 800 edelstenen werden kleinere sieraden gemaakt voor haar en haar dochters. Het frame kreeg de juwelier cadeau en dat liet hij omsmelten. Deze situatie kan niet meer omdat de collectie's nu het eigendom zijn van een Stichting.

Herinaast beschikken de leden van het Huis van Oranje-Nassau privé ook over eigen sieraden. Juwelen diezij van hun dierbaren hebben gekregen of die zij
zelf hebben gekocht. Deze komen na de dood van de eigenaresse of eigenaar in handen, als dan niet via een testament, bij de rechtmatige erfgenamen.
Zoals reeds gesteld, is de waarde van de collectie's juwelen, sieraden enzovoorts gewoon niet vast te stellen. Het gaat namelijk om sieraden die uniek zijn in
de wereld van juwelen. En voor uniekheid dient nu eenmaal zwaar te worden betaald. Ook door de Oranje's.

Herziening Financieel Statuut.

De Minister-President heeft op 13 juni 2008 een voorstel tot herziening van de Wet financieel statuut Koninklijk Huis aangeboden aan de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel beoogt het Financieel Statuut op onderdelen technisch aan te passen, te actualiseren en daarmee toekomstbestendiger te maken.
De huidige Wet is op onderdelen verouderd en bevat leemtes. Zo bevat deze nog bepalingen over Prinses Juliana en Prins Bernhard en over Paleis Soestdijk. Daarnaast worden berekeningsformules gehanteerd die stammen uit begin jaren ’70 en die niet goed hanteerbaar meer zijn. Bovendien noemt de huidige
Wet geen bedragen voor de uitkering voor een afgetreden Koning en geen voorzieningen voor weduwen en weduwnaars.

Voor een goed begrip: de leden van het Koninklijk Huis die een kostenvergoeding en inkomen krijgen op grond van de Grondwet (de zogeheten ‘grondwettelijke uitkering’) bouwen thans naast de AOW geen ouderdoms- en/of weduwenvoorziening op. De huidige Wet verplicht wel om dergelijke uitkeringen te verstrekken, maar laat de inhoud en bedragen open. Deze leemtes worden nu recht gezet. De reikwijdte van de Wet blijft ngewijzigd: er is
geen uitbreiding van de kring van gerechtigden. Het wetsvoorstel regelt de grondwettelijke uitkeringen. Die bestaan uit de zogeheten niet-declarabele kostenvergoedingen en inkomens die ter beschikking worden gesteld aan de Koning (en diens echtgenoot of echtgenote). Voorts aan de vermoedelijke opvolger van de Koning (en diens echtgenoot of echtgenote) en de Koning die afstand van het Koningschap heeft gedaan
(en diens echtgenoot of echtgenote).

Overige leden van het Koninklijk Huis kregen en krijgen géén uitkering en dus ook geen inkomen op grond van deze wet.De hoogte van de inkomens van Hare Majesteit de Koningin, Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje en Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Máxima blijven ongewijzigd. Ook de hoogte van de kostenvergoedingen aan de Koningin, de Prins van Oranje en Prinses Máxima wijzigt per saldo als gevolg van dit wetsvoorstel niet. Het wetsvoorstel is dus per saldo budgettair neutraal. In het voorstel worden de huidige twee vergoedingen voor personeel en materiële kosten samengevoegd tot één vergoedingscomponent. Zie ook het overzicht van de gevolgen van de herziene wet voor de uitkeringen aan de leden van het Koninklijk Huis. De hoogte van de niet-declarabele kostenvergoedingen van de Prins van Oranje en Prinses Máxima samen blijven ongewijzigd. De declarabele kostenvergoeding van de Koningin daalt met ruim 643.000 euro, de niet-declarabele kostenvergoeding stijgt met hetzelfde bedrag. Het totaal aan niet-declarabele kosten, verschuivingen tussen niet-declarabele kosten en declarabele kosten en de inkomens wijzigt als gevolg van dit wetsvoorstel derhalve niet.

De belangrijkste wijzigingen die worden voorgesteld in de Wet financieel statuut Koninklijk Huis zijn:

De regeling met betrekking tot de uitkeringen, de periodieke aanpassing en de verdeling over de verschillende leden van het Koninklijk Huis worden bij de tijd gebracht en het aantal zgn. componenten wordt teruggebracht van nu drie (A-, B-, en C-component) naar twee (A- en B-component). Met het oog op de rechtzekerheid wordt in een enkele situatie duidelijkheid in de wet zelf verschaft over de hoogte van de uitkering, waar dat opditmoment niet het geval is. Het nieuwe voorstel bevat een wettelijke basis voor de functioneel declarabele kosten en de overige kosten zoals die thans op verscheidene begrotingen van ministeries staan en waarvoor wordt voorgesteld dit vanaf 2010 zoveel mogelijk op één begrotingsartikel op te nemen. Het gebruik van paleizen wordt duidelijker omschreven.

Artikelen die betrekking hebben op Prinses Juliana, Prins Bernhard en paleis Soestdijk komen te vervallen.

Ad 1)De A- en B-component uit de huidige wet hebben betrekking op de gemaakte kosten. Met het oog op de eenvoud kunnen beide componenten worden samengevoegd.De huidige A-component heeft betrekking op de kosten van personeel die hun instructies rechtstreeks van de Koningin ontvangen en/of in
de onmiddellijke omgeving van de Koningin verkeren en voor wie het dienstverband zich grotendeels in de familiesfeer voltrekt. De huidige B-component
heeft betrekking op de overige, d.w.z. niet-personele kosten. In het wetsvoorstel wordt uitgegaan van één categorie vergoeding van personele en niet-personele kosten, aangeduid als B-compenent. De hoogte van het inkomen wordt niet aangepast. In het wetsvoorstel wordt de huidige C-component
(het ‘inkomen’) aangeduid als A-component. Tevens wordt de regeling met betrekking tot de periodieke aanpassing van de nieuwe kostenvergoeding vereenvoudigd en gemoderniseerd, door de helft aan te passen aan de loonontwikkeling van rijkspersoneel en de helft aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex. De huidige wet bevat daarvoor met betrekking tot de personele kosten verouderde bepalingen, die niet goed hanteerbaar meer zijn.

Ad 2) Door middel van het wetsvoorstel wordt ook beoogd vooraf duidelijkheid te verschaffen over de hoogte van de vergoeding nadat er afstand is gedaan van het Koningschap en in geval van overlijden. De huidige wet verplicht wel om in een dergelijke situatie een regeling te treffen, maar bepaalt niet de inhoud en bedragen daarvoor. Deze leemtes worden thans rechtgezet. Bij de in het wetsvoorstel genoemde bedragen is zoveel mogelijk aangesloten bij de bedragen zoals die in het verleden naar verhouding zijn uitgekeerd, te weten aan Prinses Juliana na haar aftreden en aan Prins Bernhard. Als gevolg van bijv. overlijden zal het geheel van de uitkeringen uiteraard wijzigen, zoals dat ook volgens de huidige regeling het geval is. Tevens wordt in dit verband voorgesteld de (nieuwe) B-component op een andere wijze te verdelen over de personen.

Dit houdt verband met de terugval in vergoeding voor het achterblijvende gezin bij overlijden van één van de echtgenoten. Een groter deel van de
personele en materiële kosten zal worden gedragen door de Koning, de vermoedelijke opvolger en de Koning die afstand heeft gedaan. In het geval van de Prins van Oranje en Prinses Máxima betekent dit bijvoorbeeld dat de B-component van de vergoeding voor de Prins wordt verhoogd, onder gelijktijdige verlaging van die aan Prinses Máxima. Het totaal verandert niet. Ook wordt in de vergoeding rekening gehouden met het geleidelijk afbouwen van het personeelsbestand na overlijden.

Ad 3) Met het oog op de transparantie is het wenselijk voor de te declareren kosten - de zogenoemde functioneel declarabele kosten - een wettelijke basis
op te nemen in het wetsvoorstel (artikel 3). Deze kosten kunnen onder meer betrekking hebben op personeel en materieel, huisvesting en vervoer. Met het oog op de eenduidigheid en ransparantie zullen de declaraties door of vanwege de Koning ten behoeve van de begrotingen van de afzonderlijke ministers worden ingediend door tussenkomst van de minister-president. Deze bepaling geldt met ingang van de beoogde inwerkingteding op 1 januari 2009 en
heeft daarmee betrekking op de begroting 2009.

In deze werkwijze worden de functionele declarabele uitgaven, zoals thans, begroot op verschillende begrotingen en verantwoord in de respectievelijke jaarverslagen en lotwetten. Niet in de begrotingsstaat, maar in een bijlage bij de begroting Huis der Koningin worden deze uitgaven vermeld en, zoals eerder aan de Tweede Kamer toegezegd, meer gespecificeerd en toegelicht. Het streven is verder om voor de jaren daarna, zo mogelijk met ingang van de ontwerpbegroting 2010, met het oog op de transparantie een meer structurele voorziening te treffen dor in de begroting Huis der Koningin een begrotingsartikel te creëren voor de functioneel declarabele kosten.

Ad 4) Paleis Noordeinde, paleis Huis ten Bosch en het paleis op de Dam te Amsterdam zijn aan de Koning tot gebruik ter beschikking gesteld. Het ligt in de
rede dat genoemde paleizen ook in de toekomst aan de Koning ter beschikking gesteld zullen blijven. Daarom is het wenselijk dit in de wet zelf vast te leggen.