OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Goudmijnen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Fortuin van Oranje en Nassau

Onroerend Goed van Oranje-Nassau

Paleis Noordeinde in Den Haag is sinds 1984 het werkpaleis van de Koningin. Net als Paleis Huis ten Bosch en het Koninklijk Paleis in Amsterdam wordt
Paleis Noordeinde door het Rijk bij Wet aan de Koningin ter beschikking gesteld. Tot het Paleis behoren ook de Koninklijke Stallen. Het in de paleistuin
gelegen Koninklijk Huisarchief is eigendom van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau. Het oudste gedeelte van het paleis
dateert van voor 1533. In 1512 kocht de grafelijke ambtenaar Willem Goudt een middeleeuwse hofstede die ooit op de plaats stond van het huidge
Paleis Noordeinde.

De inmiddels rijk geworden ambtenaar sloopte de zaak en bouwde voor zijn gezin en hem een nieuw huis, in de volksmond 'die huysinge van Willem in de financiële problemen terecht met als gevolg dat de hofstede werd verkocht. Na enige tijd kwam het in handen van de Heren van Brandtwijck, waarna het
'die huyse van Brandtwijck' genoemd werd.In het jaar 1580 verhuurde men het huis en vanaf 1591 aan Louise de Coligny, de weduwe van
Willem van Oranje die op verzoek van de Staten van Holland in Den Haag was komen wonen. Het huis werd toen het in 1595 te koop werd aangeboden, gekocht door de Staten van Holland. Louise de Coligny kon er blijven wonen en deelde het met haar zoon Frederik Hendrik Graaf van Nassau, de latere
Prins van Oranje. In 1609 werd het door de Staten-Generaalaan hen geschonken. De kelders van deze hofstede maken nog steeds onderdeel uit van
het souterrain van het paleis.

Prins Frederik Hendrik breidde het woonhuis, dat het Oude Hof werd genoemd, fors uit. Hij kocht diverse stukken grond rond het pand aan. Bij de verbouwing waren onder andere Jacob van Campen en Pieter Post betrokken. Zij waren ook verantwoordelijk voor de bouw van Paleis Huis ten Bosch in 1645. De Prins liet het hoofdgebouw verlengen en aan weerszijden vleugels aanbouwen. Zo ontstond de karakteristieke H-vorm van het Paleis die het nu nog steeds heeft. Na de dood van Frederik Hendrik in 1647 werd het Oude Hof regelmatig bewoond door zijn weduwe, Prinses Amalia, Gravin van Solms-Braunfels. Toen zij in 1675 overleed, maakte men nog maar weinig gebruik van het Paleis.

Na het overlijden van Koning-Stadhouder Willem III in 1702 werd het Paleis geërfd door de Pruisische Koning Frederik Willem, een kleinzoon van Frederik Hendrik. In 1754 verkocht Koning Frederik de Grote van Pruisen zijn bezittingen in de Nederlanden aan Prins Willem V.

De zoon van stadhouder Willem V, erfprins Willem (de latere Koning Willem I), ging in 1792 op het paleis wonen. De Fransen vielen in 1795 het land binnen vallen, en het stadhouderlijk gezin moest uitwijken naar Engeland. Het Oude Hof ging in eigendom over naar de Bataafse Republiek. Zo werd het Oude Hof nationaal bezit. Dat is het tot op de dag van vandaag. Een Koninklijk Paleis. Na de val van Koning Lodewijk Napoleon keerde erfprins Willem in 1813 terug uit Engeland en in de Nederlanden werd hij uitgeroepen tot Soevereine Vorst. In de Grondwet werd vastgelegd dat aan de Koning een zomer-en een
winterverblijf ter beschikking moesten worden gesteld door de Staat. Eerst overwoog men een nieuw winterpaleis te laten bouwen. Maar uiteindelijk werd esloten tot een grondige verbouwing van het Oude Hof, zoals Paleis Noordeinde dan nog heette. In 1817 nam Koning Willem I het Paleis Noordeinde in gebruik. Tot zijn troonsafstand in 1840 woonde hij op het paleis. Zijn opvolger, Koning Willem II,maakte - helaas - geen gebruik van het paleis.
Koning Willem III gebruikte Paleis Noordeinde net als zijn grootvader als winterpaleis. Zijn voorkeur ging uit naar zijn zomerpaleis Het Loo in Apeldoorn.
In 1876 gaf hij opdracht tot de bouw van de Koninklijke Stallen in de Paleistuin van Noordeinde.

Ook na het huwelijk van Koning Willem III met Koningin Emma bleef het Paleis Noordeinde als winterpaleis in gebruik. Hun dochter, Prinses Wilhelmina,
kwam in 1880 ter wereld op Paleis Noordeinde. Na het overlijden van Koning Willem III in 1890 bleven Koningin Emma en haar dochter Noordeinde als winterresidentie gebruiken. In 1895 gaf de Regentes de opdracht tot de bouw van het Koninklijk Huisarchief in de tuin van het Paleis. In 1901 verhuisde Koningin Emma naar Paleis Lange Voorhout. Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik bleven als bewoners van Paleis Noordeinde achter. Koningin Wilhelmina maakte tot aan de Duitse inval in 1940 veel gebruik van het Paleis. Paleis Noordeinde werd na de oorlog wederom als winterpaleis gebruikt. In 1948
verwoestte een brand het middengedeelte van het paleis. In dat jaar werd Juliana tot Koningin gekroond. Zij gaf de voorkeur aan Paleis Soestdijk als officiële residentie. Wel bleef een gedeelte van de hofhouding werkruimtes in Noordeinde houden. Tussen 1952 en 1976 was in de noordelijke vleugel van het Paleis het Institute of Social Studies gevestigd. Sinds 1984 gebruikt men het Paleis na een grondige restauratie weer intensief als werkpaleis van Koningin Beatrix.

Noordeinde 66

In het huis Noordeinde 66 in Den Haag is het bureau van Prins Willem-Alexander en Prinses Máxima gevestigd. Het pand ligt naast Paleis Noordeinde. Tot juli 2003 woonde het prinselijk paar in het pand. Ze wonen nu in Villa Eikenhorst op landgoed De Horsten in Wassenaar.

Oranje Bezit

Prins Willem-Alexander heeft vanaf 1995 in het pand aan Noordeinde 66 gewoond, Prinses Máxima vanaf hun huwelijk in 2002. Het huis wordt in 1898 aangekocht door Koningin Emma. Sindsdien is het in bezit van de Koninklijke Familie. Tijdens de regeringsperiode van Koningin Wilhelmina dient het gebouw onder meer als secretariaat van Prins Hendrik en van 1937 tot 1940 als secretariaat van Prinses Juliana en Prins Bernhard. Na de oorlog wordt Noordeinde 66 gebruikt voor huisvesting van (oud-)leden van de hofhouding.

In 1993 verkoopt Prinses Juliana het pand aan haar kleinzoon, de Prins van Oranje. Het pand Noordeinde 66 dateert, zoals de gevelsteen aangeeft, uit 1757. Het is gebouwd op de fundamenten van een woning uit de 16e of begin 17e eeuw. Die oude woning werd destijds door Willem Robbert Schieffel op een veiling voor 7100 gulden als belegging gekocht. Hij liet het huidige Noordeinde 66 op de plek van het oude pand bouwen. De familie Schieffel verhuurde het pand aan personen die betrokken waren bij het landsbestuur.

Mr. Willem Frederik Baron Roëll, minister van Binnenlandse Zaken onder Koning Lodewijk Napoleon, was de laatste huurder. In 1808 verkocht Schieffel het pand weer. Het wisselde tot 1898 verschillende keren van eigenaar. In dat jaar kwam het pand in het bezit van de Koninklijke familie.

Paleis Huis ten Bosch is sinds 1981 het woonpaleis van de Koningin. Het paleis is gelegen aan de noordoostelijke kant van Den Haag. Net als Paleis |Noordeinde en het Koninklijk Paleis in Amsterdam wordt ook Paleis Huis ten Bosch door het Rijk bij Wet aan de Koning ter beschikking gesteld. In 1645
werd begonnen met de bouw van Paleis Huis ten Bosch. Het moest de zomerresidentie worden van stadhouder Prins Frederik Hendrik en zijn vrouw,
Prinses Amalia. Paleis Huis ten Bosch begon haar geschiedenis als Sael van Oranje. De Sael van Oranje is als deze gebouwd wordt, bedoeld als zomerresidentie voor stadhouder Prins Frederik Hendrik van Oranje en zijn vrouw, Prinses Amalia, Gravin van Solms. Het initiatief voor de bouw lag met name bij de Prinses.
Op 2 september 1645 legde de vroeger Koningin van Bohemen, Elisabeth de eerste steen. Het ontwerp van het paleis was van de hand van architect
Pieter Post. Hij was ook betrokken bij de bouw van onder andere het Mauritshuis, de vergaderzaal van de Staten van Holland (tegenwoordig vergaderzaal
van de Eerste Kamer) en het Oude Hof (het tegenwoordige Paleis Noordeinde). Na de dood van Frederik Hendrik in 1647 veranderde de Prinses-Weduwe
de bestemming van het paleis van zomerresidentie in mausoleum ter nagedachtenis van haar man.

Onder leiding van de schilder Jacob van Campen wijdde men de centrale zaal van de residentie, de Oranjezaal, volledig aan leven en werk van de Prins. Het grootste en meest opvallende doek in deze zaal, Frederik Hendrik als Triomfator, is van de hand van Jacob Jordaens en werd in 1652 voltooid. In deze periode kende het Paleis vier verschillende eigenaren. Onder de laatste, Prins Willem IV, werd het paleis grondig verbouwd. Prinses Amalia overleed in 1675. Het paleis kwam hierna in gemeenschappelijk bezit van haar dochters. Het gebruik van het paleis ging later over in de handen van Prinses Albertine Agnes. Zij was de enige dochter van Prinses Amalia die als vrouw van de Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau, ook in de Republiek woonde. Prinses Albertine Agnes verkocht het vruchtgebruik in 1686 aan de kleinzoon van Frederik Hendrik, Prins Willem III. Deze Prins gebruikte het Paleis als zomerresidentie daar het in de in de buurt van het regeringscentrum was gelegen. Hij bracht enkele wijzigingen aan in het meubilair en in de tuin. Na het kinderloos overlijden van Willem III (de koning-stadhouder) in 1702 erfde de Pruisische Koning, als kleinzoon van Frederik Hendrik, het Paleis.
In 1732 gaf hij het weer terug aan het Huis Oranje-Nassau, vertegenwoordigd door Prins Willem IV.
Deze begon dan aan een grootscheepse verbouwing van het Paleis. Onder leiding van de architect Daniel Marot breidde men het gebouw uit met eenlinker-
en rechtervleugel. Het aldus vergrote Paleis was vanaf dat moment vaak verblijfplaats van de laatste twee stadhouders, Willem IV en Willem V. Onder de Franse overheersing kreeg het Paleis de status van nationaal bezit. De Nederlandse Koning van Franse afkomst, Lodewijk Napoleon, veranderde ook het interieur van het paleis. Hiermee was de introductie van de zogenaamde Empire-stijl in Nederland een feit. Na de Franse inval in 1795 werden alle stadhouderlijke verblijven als oorlogsbuit in beslag genomen. Huis ten Bosch werd door de Fransen geschonken aan het 'Bataafse volk'. Het meubilair en
de kunstvoorwerpen werden grotendeels verkocht.

Na een staatsgreep in 1798 werd een aantal leden van de Nationale Vergadering geïnterneerd in het paleis. De oostelijke vleugel verhuurd en vervolgens
deed het gebouw een tijdlang dienst als museum, totdat in 1805 de door Napoleon aangestelde raadspensionaris Rutger-Jan Schimmelpenninck er zijn intrek in nam. Vijftien maanden later ging de door Napoleon tot Koning van Holland verheven Lodewijk Napoleon er wonen. In 1807 verhuisde deze weer naar Utrecht. Daar woonde hij totdat hij in 1808 verhuisde naar het tot paleis verbouwde raadhuis op de Dam in Amsterdam. Lodewijk Napoleon had veelinvloed op het interieur en exterieur van het Paleis, ondanks zijn korte bewoning ervan. De uitbreidingen en verfraaiingen die hij initieerde, betekenden de introductie van de Empire-stijl in Nederland. Veel van zijn Empire meubelen zijn nog steeds op Huis ten Bosch te vinden. Vanaf de uitroeping van Willem I tot Koning der Nederlanden in 1815 werd Paleis Huis ten Bosch regelmatig door de leden van het Koninklijk Huis bewoond. Koning Willem I maakte er gebruik van. Later woonde in de zomermaanden Koningin Sophie, de eerste vrouw van Koning Willem III er. Koningin Wilhelmina verruilde haar zomerresidentie Het Loo bij Apeldoornvoor Huis ten Bosch gedurende de Eerste Wereldoorlog. Ze woonde er ook even in de dagen voordat ze met Prinses Juliana en haar gezin naar Engeland moest uitwijken als gevolg van de Duitse inval in mei 1940.


Huis ten Bosch had tijdens de Tweede Wereldoorlog ernstig te lijden. Een plan van de Duitse bezetter om het gebouw af te breken teneinde een tankgracht
te kunnen graven ging, dankzij inspanningen van de intendant van het Paleis, niet door. Na de bevrijding bleek Huis ten Bosch onbewoonbaar te zijn. De kunstschatten waren weliswaar tijdig in veiligheid gebracht, maar muren, zolderingen en vloeren werden beschadigd door kogels, granaat- en bomscherven. Tussen 1950 en 1981 restaureerde men wordt het Paleis twee keer. De Oranjezaal werd na een gehele restauratie van drie jaar in 2001 opnieuw in gebruik genomen door de Koningin. Op 10 augustus 1981 gingen Koningin Beatrix en Prins Claus met hun kinderen in het paleis wonen. De Koningin woont er nog steeds. Zij gebruikt Huis ten Bosch voornamelijk als woonpaleis. De privé-vertrekken zijn ondergebracht in de Wassenaarse vleugel. Daarnaast heeft Paleis
Huis ten Bosch ook een representatieve functie, gecentraliseerd in het hoofdgebouw. De Haagse vleugel van het paleis wordt gebruikt voor ondersteunende doeleinden en als gastenverblijf voor bezoekende buitenlandse gasten.

Het Koninklijk Paleis Amsterdam ligt in het centrum van deze stad. Het wordt meestal ook aangeduid als ‘Paleis op de Dam’. Net als Paleis Huis ten Bosch en Paleis Noordeinde in Den Haag is het Koninklijk Paleis in Amsterdam door het Rijk bij wet aan de Koningin ter beschikking gesteld. Oorspronkelijk was het Koninklijk Paleis Amsterdam ontworpen als Stadhuis voor de gehele bestuurlijke en rechterlijke macht. De beroemde bouwmeester Jacob van Campen kreeg de opdracht in 1648 van de Burgemeester en Schepenen van Amsterdam. Dezelfde Van Campen was ook betrokken bij de bouw van Paleis Huis ten Bosch en Paleis Noordeinde in Den Haag.Het gebouw werd volledig opgetrokken uit witte bouwsteen. Dat is vandaag de dag door de verwering van eeuwen niet meer te zien.

Op 29 juli 1655 nam de gemeente Amsterdam het eerste gedeelte van het pand in gebruik. Op dat moment was de bouw en de versiering van de interieurs pas tot de eerste verdieping gevorderd. Voor de afwerking van het gebouw werden bekende beeldhouwers naar Amsterdam gehaald. Ook vooraanstaande schilders, zoals Rembrandt en Ferdinand Bol, leverden hun bijdrage aan het interieur. Centraal bij de inrichting stond de symbolisatie van de macht van Amsterdam en van de Republiek in het algemeen.

Het gebouw werd voor het eerst als paleis gebruikt gedurende enkele dagen in 1768. Gedurende anderhalve eeuw gebruikte men het stadhuis als zodanig. Leden was de feestelijke ontvangst van Stadhouder Willem V en zijn vrouw, Prinses Wilhelmina van Pruisen, in de hoofdstad. In 1806 werd Lodewijk
Napoleon, de broer van de Franse keizer Napoleon, Koning van Holland. Lodewijk Napoleon koos aanvankelijk Den Haag als residentie. In 1807 echter
besloot hij om de residentie naar het economische centrum Amsterdam te verplaatsen. In 1808 nam de Koning het stadhuis op de Dam in gebruik als Koninklijk Paleis. De herinrichting van het gebouw in empire-stijl vond plaats onder leiding van de architect J. T. Thibault. Het Koninklijk museum, de
voorloper van het Rijksmuseum in Amsterdam, werd ook in het Paleis ondergebracht.

Op 2 juli 1810 doet Lodewijk Napoleon afstand van de troon en werd Nederland ingelijfd bij Frankrijk. De Franse landvoogd, Charles François Lebrun, kreeg van de Franse Keizer toestemming het Paleis te gebruiken als woning. Na de val van Napoléon in 1813 gaf Prins Willem van Oranje, de latere Koning Willem I, het paleis in eerste instantie terug aan Amsterdam. Na zijn inhuldiging zag Willem I echter het belang in van een verblijfplaats in de hoofdstad.Het Gemeentebestuur van Amsterdam stelde het voormalige stadhuis op zijn verzoek opnieuw ter beschikking aan de Koning. Het duurde echter tot 1936 voordat het Paleis officieel rijkseigendom wordt. Het Paleis heeft vandaag de dag hoofdzakelijk een representatieve functie. Het wordt onder meer
gebruikt tijdens staatsbezoeken, voor de Nieuwjaarsrecepties van de Koningin en voor andere officiële ontvangsten.

Ook vinden er jaarlijks de uitreiking van de Erasmusprijs, de Zilveren Anjer, de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst en de Prins Claus Prijs plaats.
Op de momenten dat de Koningin en de leden van het Koninklijk Huis geen gebruik maken van het Paleis, wordt het gebouw doorde Stichting Koninklijk
Paleis Amsterdam opengesteld voor het publiek. 's Zomers vindt er traditiegetrouw een tentoonstelling plaats die een historisch of kunsthistorisch aspect
van het gebouw belicht. Na de jaarlijkse uitreiking van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst in oktober zijn de
geselecteerde kunstwerken voor het publiek te bezichtigen

Paleis Het Loo. Aan dit Paleis ontleende het landgoed ook zijn naam. Paleis Het Loo werd in 1685 gebouwd in opdracht van Koning-stadhouder
Willem III. Lange tijd was het Paleis in gebruik geweest bij de Koninklijke Familie, onder meer als zomerresidentie van Koningin Wilhelmina. De oud-Koningin
is daar ook overleden. Ook Prinses Margriet en mr. Pieter van Vollenhoven hebben na hun huwelijk in 1967 in een zijvleugel van het Paleis gewoond.
Huis Het Loo in Apeldoorn is de woning van Prinses Margriet en prof. mr. Pieter van Vollenhoven. Het huis staat op het terrein van Paleis Het Loo, dat tegenwoordig een museum is. Huis Het Loo is begin jaren '70 gebouwd onder leiding van de Amsterdamse architect Maarten Evelein. In 1975 hebben de Prinses en Prof. mr. P. Van Vollenhoven er hun intrek genomen. Het huis is opgetrokken uit baksteen en hout. Het bestaat uit drie delen: een privé-gedeelte, een officieel gedeelte en een kantoor- gedeelte. Deze zijn onderling verbonden. Het arboretum (bomentuin) waar Huis het Loo op uitkijkt, is nog
aangelegd in opdracht van Koning Willem III (1817-1890). Huis Het Loo ligt op het terrein van Paleis Het Loo.


De Eikenhorst op Landgoed de Horsten in Wassenaar is het woonhuis van de Prins van Oranje, Prinses Máxima, Prinses Catharina-Amalia, Prinses Alexia
en Prinses Ariane. Het huis is tussen 1985 en 1987 gebouwd in opdracht van Prinses Christina, de jongste zus van Koningin Beatrix. De architect van de Eikenhorst was ir. J. Baron van Asbeck. Hij was ook verantwoordelijk voor de restauratie van Paleis Het Loo. Inspiratie voor Villa Eikenhorst was een gelijknamige 17e eeuwse boerderij die ooit in de buurt van de huidige villa stond. Het gezin van Prinses Christina woonde tot 1996 in de Eikenhorst.
Prins Willem-Alexander en Prinses Máxima wonen er sinds 2003.

Landgoed de Horsten waarop de Eikenhorst staat, is sinds 1845 geheel in het bezit van de Oranjes. In 1838 kocht Prins Frederik, tweede zoon van Koning Willem I, twee van de drie Horsten (verhoogde strandwallen) waaruit het landgoed bestaat: Raephorst en Ter Horst. In 1845 voegde hij daar Eikenhorst bij.

Prins Frederik kiest Huize de Paauw op landgoed Raephorst als zijn zomerverblijf. Huize de Paauw is sinds 1925 het raadhuis van Wassenaar. Als de Prins in 1881 overlijdt, erft zijn dochter Marie De Horsten. In 1898 kocht Koningin Wilhelmina het landgoed aan.


Woonhuis (voorlopig) van Koning en Koningin

Zij hield erg van deze groene omgeving en ging er regelmatig jagen of schilderen. Helaas zijn er niet zoveel bekend. Na het overlijden van Wilhelmina in 1962 erfde Koningin Juliana het landgoed. Prins Frederik nam het landgoed na aankoop in 1838 grondig onder handen.

Hij huurde de tuinarchitecten Zocher (verantwoordelijk voor het Amsterdamse Vondelpark) en Petzold in. Zij legden de Horsten aan in de op dat moment populaire Engelse landschapstijl. Deze school pleitte voor het romantisch en natuurlijk ogend aanleggen van tuinen.

Vandaag is hun invloed op het landschap nog terug te vinden in de afwisseling van bossen met vijvers en slingerende paadjes, boomgaarden en akkerland. Deze indeling wordt dan ook zeer regelmatig door de Koninklijke Familie goed onderhouden.

Paleizen:

- De Staat stelt aan de Koningin drie paleizen ter beschikking:
- Paleis Noordeinde en het daarbij behorend Koninklijk Staldepartement (Den Haag),
- Paleis Huis ten Bosch (Den Haag),
- Koninklijk Paleis (Amsterdam).

De paleizen zijn geen eigendom van het Koninklijk Huis, maar van de staat. Het Koninklijk Huisarchief, gelegen in de tuin van Paleis Noordeinde, is echter eigendom van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau. Paleis Huis ten Bosch en Noordeinde behoren sinds 1
795 aan de Staat toe. Het Koninklijk Paleis in Amsterdam is altijd overheidsbezit geweest. Koningin Wilhelmina schonk in 1959 Kroondomein
Het Loo aan de Staat.

Onroerend Goed:

Bezittingen per lid van het Koninklijk Huis

Koning Willem-Alexander:

* Vakantiewoning bij Tavernelle Val di Pesa (1/3 deel).
* Vakantieverblijf bij Kranidi (Griekenland).

Koningin Maxima:

Vakantiewoning bij Bariloche (Argentinie).
Hotel Estancia Pilpilcura (Argentinië).

Prinses Beatrix:

Kasteel Drakensteyn in Lage Vuursche.
Koninklijke Landgoederen De Horsten in Wassenaar en Voorschoten (ongeveer 400 ha), met verschillende landbouwgronden, bos, park,
wegen en watergangen, opstallen waaronder de Eikenhorst en verpacht land.
Dienstwoning in Den Haag.

Prins Constantijn en Prins Friso:

Vakantiehuis in Tavarnelle Val di Pesa, Italië.
(samen met de Koning).

Erven van Prinses Juliana:

Particulier domein bij Paleis Soestdijk, vier woningen, 6 ha bos en 67 ha verpachte landbouwgrond met boerderij. Omgeving Apeldoorn:
vijf woningen - vrijwel alle verhuurd aan oud-medewerkers -, 68 ha verpachte landbouwgrond en 3 ha overig terrein.

Erven van Prins Bernhard:

Drie woonhuizen in Soest, verhuurd aan oud-medewerkers.

Prinses Margriet:

Landgoed Huis Het Loo in Apeldoorn.
Een tweetal woningen op de Koninklijke Landgoederen De Horsten.
Vakantiehuis in Wiesing, Oostenrijk.

Prinses Christina:

Erven Juliana en Bernhard. Verder onbekend.

Prinses Irene:

Bergplaas in de Zuid-Afrikaanse halfwoestijn Karoo.
Verder onbekend.