Fortuin Oranje-Nassau

Fortuin Oranje-Nassau

Info Maltezer Orde

"Queen Wilhelmina of the Netherlands granted a royal charter to a small oil exploration company founded in 1890 by Jean Kessler, along with Henri Deterding and Hugo Loudon, which evolved into the Royal Dutch Petroleum Company. Queen Wilhelmina was a very shrewd investor and became the wealthiest woman in the world. At one time, the Dutch Royals apparently owned as much as 25% of the oil company.
The Dutch Royal family (The House of Orange) is still reportedly the biggest shareholder in the Dutch part of the group, although the size of its stake has long been a source of debate. Queen Beatrix, a billionaire in her own right, is the current head of the Dutch Royal family."

Als wij de aandelen van alleen Koningin Beatrix nu eens stellen (Major betekent volgens Van Dale, het Engelse Woordenboek GROOT) op 5 % van het totaal. (zie voorgaande pagina Sunday Times 2004, waarin woordvoerder van de Oranje's dat expliciet toegeeft. De 25% van Wilhelmina zal ergens toch wel zijn verdeeld). 5 % van A-shares/B-shares is 31.714.325 aandelen tegen een koers van €28,75 per aandeel en dat geeft thans een Beurswaarde van €911.786.843,75 (911,7 miljoen Euro!!!). Opbrengst per jaar: 31.714.325 aandelen x €1,33 = €42.180.052,25. En dat is nog maar Shell!.

Aan u of dit de waarheid is of niet. Een feit is zeker, dit is nimmer weersproken door wie dan ook. Mocht het eerder beschreven aandeel van 25% de feitelijke waarheid wel benaderen, dan kunt u onze eenvoudige berekening van Shell (zie voorgaande opsomming van aandelen Shell) met de factor 5 vermenigvuldigen. Het bedrag dan? Nou ja, iets in de buurt van 5 Miljard Euro!!

Henri Saolea

Het wordt wat ingewikkelder om duidelijkheid te scheppen over de andere centen van de Koninklijke Familie. Daarvoor geven wij het woord aan de historie. In het jaar 1893 richtten twee Duitse broers Friedriech (* 1841 - + 1913) en Carl Honingman (* 1842 - + 1903) een bedrijf op voor het uitwinnen van kolen in Nederland en wel in Limburg. Van origine waren de heren mijningenieurs uit het Duitse Aachen.

Ondanks het feit dat de Regering met Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid Dr. Lely voorop, sceptisch stond tegenover dit particuliere voornemen, kregen de mannen, samen met Henri Saolea het toch voor elkaar de onderneming te financieren. Daarom gaf de Minister een concessie af en die betrof de exploitatie van het kolenveld Oranje-Nassau (3.378 Ha). groot). Niet veel later kreeg de Honingman-broers ook de consessie voor het veld Karel (Carl en later ON-Mijn II).

Carl

Friedrich

Men richtte een aantal particuliere bedrijven op. N. V. Maatschappij tot Exploitatie der Steenkoolmijnen Laura & Vereniging te Eijgelshoven, de N. V. Nederlandse Steenkoolmijnen Willem-Sophie te Spekholzerheide en de N. V. Maatschappij tot Exploitatie van Bruinkoolvelden Carisborg te Heerlen. Vervolgens het bedrijf N. V. Maatschappij tot Exploitatie van Limburgsche Steenkolenmijnen (1893). In de volksmond heette de laatste al snel Oranje-Nassau Mijnen en was in die periode het grootste particuliere bedrijf van ons land.

In die tijd waren er in Zuid-Limburg 12 mijnen in exploitatie en wel 4 Staatsmijnen en 8 particuliere mijnen. De aanwezige geschatte nog delfbare hoeveelheid steenkolen was getaxeerd op een miljard ton. Bij Wet van 24 juni 1901 werd ontginning, voor zover niet in concessie, gereserveerd voor de Staat der Nederlanden. In 1903 werd een aanvang gemaakt met de eerste Staatsmijn Wilhelmina die eerst in 1906 in exploitatie werd genomen. Hierna volgden de Staatsmijnen Emma, Hendrik en Maurits. De laatste startte pas in 1924 met ontginning. Dankzij de ingenieuze boormethode van Ir. F. Honingman gelukte het - zij met grote moeite - steenkolen te delven in schachten met sterk waterhoudende drijfzandlagen. De mijnen Laura en Julia maakten ook gebruik van deze methode van ontginning.

Er ontbrak alleen efficiënt transport voor die kolen naar de afnemers toe. De Nederlander Henri Sarolea (* 18 januari 1844 Maastricht - + 12 september 1900 te Heerlen) zorgde voor dat vervoer en legde een spoorlijn aan tussen Herzogenrath, Heerlen en Sittard. De lijn was op 1 januari 1896 gereed om kolen te vervoeren. In 1900 overleed Henri Sarolea en werd opgevolgd door A. Haex. In 1908 verkocht de Honingman-familie hun aandelen aan de Franse familie Wendel (het tegenwoordige Wendel Investissements).



Oranje-Nassau Mijn I



Oranje-Nassau Mijn II

De andere mijnen, Oranje Nassau I t/m IV (ON), werden in productie genomen van 1899 tot 1974. De totale productie is 118.061.000 ton aan kolen geweest. De hoogtij dagen van de mijnen lag in de jaren 1950-1965. De mijnen boden werk aan 55.000 mensen, waarvan de helft bovengronds. De ON I en ON III zijn nu een onderdeel van het Mijnwater Project, ON IV is nu een Sigrano en Zilverzand mijn, onderdeel van de Sibelco Groep.

In 1789, gedurende de Franse Revolutie die ook ons land aandeed, beperkten de Fransen (als bezetters) de macht van de Katholieke Kerk, met name die van het Klooster dat ook kolenvelden in eigendom had. In die periode kreeg die velden de naam Mines Domaniales. Na het vertrek van de Fransen, vielen deze velden toe aan de Nederlandse Koning. In 1845, bij het aantreden van Koning Willem II, stelde hij aan de Staten voor de mijn in consessie te geven aan de eigenaren van de spoorlijn Aachen naar Pruisen. De Staten gingen akkoord met deze move. De Domaniale Mijn heeft gewerkt tot het jaar 1969. De productie aan kolen is rond de 37.990.000 ton geweest.

Het was de belangrijkste mijn in deze kolenvelden in Limburg. In 1925 veranderde de spoorwegmaatschappij haar naam in de Domaniale Mijn Maatschappij N. V. en later veranderd in de naam Domaniale Staats Mijn (DSM). Een onderneming van ons Vorstenhuis. U mag raden van wie. Juist ja, van Koningin Wilhelmina. Het bedrijf DSM (1902), groeide in de jaren daarna uit tot een chemiereus, zoals wij dat hedentendage kennen.

De hele bups, zoals we dat wel mogen noemen, werd fluks genationaliseerd. Ter meerdere glorie van de centen. De overheid wilde de steenkoolprijzen zelf bepalen. Maar daar diende wat tegenover te staan. Je kon Hare Majesteit nu eenmaal niet met een jodenfooi afschepen, zo bedacht men in Den Haag. Maar ook daarvoor vonden onze onvolprezen ambtenaren een oplossing, waar een ieder zich wel in kon vinden. U weet wel, de beroemde afkoopsom, vergoeding geheten. Belastingcenten uitkeren, wordt het ook wel genoemd. Alleen wij hebben deze wel betaald.

In opdracht van de toenmalige regering onderzocht de Commissie Frowein, vernoemd naar haar voorzitter, de oud-directeur der Staatsmijnen, wat voor een financiële schade deze particuliere bedrijven hadden geleden. Een en ander conform ex. art.5 van het Buitengewoon Mijnbesluit. Wie daar voornamelijk van profiteerden - in ruime mate - waren de particuliere eigenaars/aandeel- houders van de genaaste bedrijven. Die kregen een bepaald niet onaanzienlijk geldelijke vergoeding voor hun 'verlies'. Daaronder waren ook de Oranje's en de Wendel Groep. Er was sprake van een vergoeding van rond de f 300 miljoen en dat werd kennelijk betaald van onze belastingcenten. Tijdens het 'beheer van de overheid' werd er belastingvrijdom genoten.

De DSM daarentegen, richtte zich vooral op de chemie want daar zal veel muziek in. Om in geluidstermen te blijven: als er een Opera over zou worden gemaakt, dan klonk deze als een klok. Ook hedentendage klinkt er de zuiverste toon die u maar kunt horen. DSM is nog steeds een bedrijf dat uitstekend innoveert en zeer veel geld verdient met haar producten. Ook daarin heeft de Koninklijke familie aardig wat aandelen. En dat alles is te danken aan een zeer gewiekste vrouw, namelijk Koningin Wilhelmina der Nederlanden.


Oranje-Nassau Mijn III


Oranje-Nassau Mijn IV

Zoals reeds geschreven was Wilhelmina een vrouw met een visie. Deze visie zorgde ervoor dat zij op 23-jarige leeftijd de kolen, de kolen liet en het "onderbracht" bij de Franse de Wendel Groep met de zetel in Parijs. Dat bedrijf kreeg in 1903 ook de Oranje-Nassau mijnen onder haar parapluie en deze werden tot het einde van het kolentijdperk toe geëxploiteerd. Het stilleggen van die mijnen door de toenmalige Regering onder leiding van premier Den Uyl, heeft velen in Limburg bijna aan de rand van de afgrond gebracht en de werkloosheid daar was enorm te noemen. Er is veel leed geweest onder de bevolking. Dat werd de toenmalige Regering onder leiding van Premier Den Uyl niet in dank af genomen.De mijnen waren de grootste werkgever in die Provincie. Dit was een staaltje politiek dat zijn weerga niet heeft gekend in ons land, wel daarbuiten!

De beste miskoop aller tijden. De Oranje-Nassau Mijnen in de jaren 1908-1920. In 1908 werden de Oranje-Nassau Mijnen in Heerlen door Honigmann & Co verkocht aan een Franse staalmagnaat voor de som van 5 miljoen gulden. De koper, de Société Anonyme Les Petits-Fils de François de Wendel, was een onderneming van het Huis de Wendel, een van de rijkste en machtigste families van Frankrijk. De familie De Wendel heeft tot en met de sluiting van de mijnen (1974) 100 % van de aandelen van Oranje-Nassau Mijnen in handen gehouden. Het was de bedoeling dat Heerlen cokes ging produceren voor de hoogovens van De Wendel in Lotharingen, maar dat viel enorm tegen. Het lijkt erop dat De Wendel de dupe is geworden van desinformatie van de verkoper. Vetkolen werden amper aangetroffen, magere kolen des te meer. Die waren goed voor in de kachel, maar ongeschikt om er cokes van te bakken. De Wendel had een kat in de zak gekocht; een strop van ettelijke miljoenen. Toen brak de Eerste Wereldoorlog uit. De schaarste die ontstond door het wegvallen van de kolenimport uit Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, was een zegen voor producenten van magere steenkolen. De verkoop van huisbrandkolen was zeer winstgevend. De eigenaren van de N.V. Oranje-Nassau zaten opeens op een goudmijn. Nog voor het einde van WO I hadden de aandeelhouders hun hele kapitaal terugverdiend dankzij de riante dividenduitkeringen die opliepen tot meer dan 1 miljoen gulden per jaar.

Wat en wie is nu deze Wendel Groep? Vreemd genoeg is het een van de oudste bedrijven (later een concern) ter wereld. Niet veel ondernemingen kunnen bogen op een zo'n eerbiedwaardige leeftijd als Wendel. Velen hadden allang het loodje gelegd of waren in andere handen over gegaan en dat maakt nu de Wendel Grouppe zo bijzonder. Even een historisch overzicht. Het bedrijf ontstond in de tijd dat Lodewijk XIV over Frankrijk regeerde en werd gesticht door Jean-Martin Wendel die te Longlaville op 22-02-1665 ter wereld kwam en deze verliet op 25-06-1737. In de tussenliggende periode richtte hij in 1704 een bedrijf op, dat deed in staal, staalfabrieken, ijzererts, kolen, machine's en het ontwikkelen van het spoortransport. In de loop der eeuwen werkten zijn opvolgers met groot succes aan de uitbouw van de firma en zo werd het een Industrieel Imperium van wereldformaat. De Wendel Groep verkoopt eigenlijk van alles en niets. Verkoop van producten is voorbehouden aan de gelieerde bedrijven die deze ook maken. Overigens is het wel verbazingwekkend dat een bedrijf als Wendel, tegenwoordig aangeduid als de Wendel Group al die eeuwen (thans 305 jaren) overeind heeft kunnen blijven.

We hebben toch diverse oorlogen en stammenstrijd tussen de verschillende Keizers, Koningen, Prinsen en Edelen die met hun tijd niet uit de voeten konden en elkaar vrolijk het leven zuur maakten (Duitsland, Engeland, Frankrijk en Spanje) en verschillende beurscrashes gehad - die van 1930 bijvoorbeeld - toen er niets over was op de beurzen. We spreken dan maar niet van de aanzienlijke beursproblemen in de jaren vijftig, tachtig en negentig van de vorige eeuw. Ook niet die in het begin van deze eeuw. Toch overleefde de Wendel Groep dit soort drama's. Kennelijk met gemak en breidde bovendien in de loop der eeuwen ook nog eens fors uit tot een wereldwijd conglomeraat. De tijd leek geen invloed te hebben op het fenomeen de Wendel Groep. Ons bekruipt het sterke gevoel dat er zoveel kapitaal achter zit, dat de Wendel Groep praktisch alle stormen - ook de economische malaise die nu aan de gang is - zal overleven. In deze heel aardig gesteund door o. m. de Koninklijke Familie middels het Oranje Kapitaal.

In feite is beleggen heel simpel en geld verdienen ook. Je verkoopt je bedrijf (deels of helemaal) aan Wendel en neemt daarvoor in de plaats aandelen in de Wendel Groep. En, oeps, je bezittingen zijn foetsie. Althans voor de buitenwereld. Die verkoop lijkt verdacht veel op de constructie die de Koninklijke Familie had bedacht toen de Staat de Paleizen, Huizen, Landerijen etc. overnam. Daar werd bedongen - buiten een heel aardige verkoopprijs - dat de Familie eeuwigdurende genotrechten zou hebben van hetgeen werd verkocht. Niet onaardig, je bezittingen goed ten gelde maken zonder deze ooit kwijt te raken. Bovendien zijn de kosten (onderhoud etc.) niet voor je rekening. Vadertje Staat betaalt wel en indirect wij, via onze Belastingen. Voorts dat het verkochte terug zou keren in eigendom aan de Oranje's indien een ander geslacht de troon zou bestijgen. De afstammelingen van Koning-Koopman Willem I deden hun naam alle eer aan.

Overigens zijn de bedrijven waarin Wendel deelneemt of in eigendom heeft, wel beurs genoteerd. In het staatje hieronder ziet u de bedrijven die deel uitmaken van de de Groep, van welk men eigenaar is, wie het kapitaal in handen heeft en welk stemrecht daarop rust. Voorts de doelgroepen waarin zij economisch opereren.

De Wendel Groep en haar bedrijven per 31 december 2007

Employees: 30.000
Employee growth: 12961.2%

It's not about steel any more. Wendel Investissement represents the fortunes of the Wendels, one of France's oldest industrial families, who founded a steel empire in the Alsace region in 1704. Wendel Investissement's investment strategy focuses on firms in heavy industry, and the firm has a few scattered other industries. Key holdings include Oranje-Nassau, a Netherlands-based company active in oil and gas exploration and real estate; US-based Deutsch, which makes electrical connectors; and technical services provider Bureau Veritas, which went public in 2007. The company sold book publisher Editis in 2008. Also that year Wendel increased its stake in building materials company Saint-Gobain to more than 20%.

Key numbers for fiscal year ending December, 2007:
Sales: $5,472.0 M
One year growth: -7.6%
Net income: $879 M
Income growth: (+6.7%)

Officers:
Chairman: Ernest-Antoine Baron Seillière
CEO: Jean-Bernard Lafonta, changed 7th of april 2009 for Frederic Lemoine
Finance and Accounting: Investment Firms

Per 31 december 2007

Bedrijven
Percentage aandelen
Eigenaren der aandelen
Kapitaal
Stemrecht
Gebieden

In 2008:

Oranje-Nassau: Sharp rise in production and optimization of reserves

Sales for the first nine months totaled €294 million, up 68% – excluding real estate activities sold in 2007. This increase was driven by higher average oil prices, as expressed in euros, and production, which rose 23% to 4.9 million boe. During the period, Oranje-Nassau continued to optimize its reserves. In the first quarter it sold a nonstrategic stake in the Janice field in the North Sea for €22 million. In May 2008 it acquired the Tchatamba offshore oil fields in Gabon for $206 million, which should increase Oranje-Nassau’s net production by around 15%

          Chemie
Bureau Veritas
63 %
      Glas
Legrand
31 %
      Staal
Saint-Gobain
21,5 %
      Mineralen
Materis
76 %
SLPS(*)
36,6 %
46,3 %
Gas
Deutsch
89 %
Arnhold & Bleichroeder
8,0 %
8,5 %
Olie
Stallergènes
47 %
Treasury shares
0,2 %
-
Andere Energie
Stahl
48 %
Employees-Group Saving plan
4,1 %
3,6 %
Vuilverbranding
Oranje-Nassau
100 %
Free float
52,1 %
41,6 %
Koper
Oranje-Nassau Energy
100 %
      Mangaan
AVR-van Gansewinkel
12,7 %
      Goud
Wendel Holding
100 %
      Zilver
Wendel Investments
100 %
      Tin
* Pursuant to article L. 233-10 of the French Commercial Code, these figures include SLPS and
its executive officer (Ernest-Antoine Baron Seillière as Chairman of the Board of Directors of SLPS).

The structure of the Group was simplified in May and June 2007 through the following transactions:

  • Treasury shares were cancelled;
  • The ownership loop was eliminated and the family holding structure simplified. The family holding companies and the Wendel management
    team exchanged Wendel-Participations shares for Wendel shares, and SLPS and Wendel-Participations were then merged.
  • The two organization charts below summarize the changes in the holding structure that took place during the year.

De Oranje-Nassau Groep (ONG) die tegenwoordig zetelt in Amsterdam haalt haar vetste inkomsten uit olie- en gaswinning (zie bovenstaand rechterzijde). De Groep heeft haar geld geïnvesteerd in o. m. BP, Total en de NAM op zowel het Nederlandse als het Britse plat in de Noordzee, de activiteiten van het Spaanse Repsol in Algerije (dat de zaak bedonderde door meer olie en gas aan te geven dan zij hadden) en van Tullow in Roemenie (door Wilhelmina in het begin van de vorige eeuw gekocht). Over de gas- en olie exploitatievelden in het Midden-Oosten is deze Groep minder scheutig. Verder investeert de ONG via de Franse Alpha-Groep - waarin ook weer Wendel Investissements een niet-onaanzienlijk aandeel heeft - alsmede in Goldman & Sachs, een gerenomeerde Bankinstelling, oud-werkgever van Prins Friso (ook bekend van het middelvingertje en de Mabel-affaire) haar geld en daarmee indirect dat van de Oranje's


Ernest-Antoine
Baron Seillièr

Tot 2005 was de CEO van de Wendel Groep Baron Ernest Antoine Seillière, een kleinzoon van de stichter. Nu is hij de Chairman van de Groep. Thans is - voor het eerst - een niet-Wendel de CEO van het Imperium. CEO Lafonta is afkomstig uit de bankwereld. Inmiddels is deze per 7 april 2009 vervangen door Frédéric Lemoine. De omzet van de Groep bedroeg in de eerste negen maanden van 2008 bijna €4,2 Miljard. De netto winst was ongeveer €365,8 Miljoen. Op jaarbasis in 2008 was de omzet €5,6 Miljard. Het eigen kapitaal en waarde van de eigendommen was eind 2008 fors lager door de kredietcrisis en bedroeg - volgens de geconsolideerde balans per 31-12-2008 - slechts 5 miljard i.p.v. de bijna €18 Miljard een half jaar eerder.

Het aantal aandelen was, op 30-06-2008, 50.338.329 stuks. Waarde per aandeel was ook gekelderd van €.130,00 naar een minimale €20,00!!!. In deze groep nam Oranje-Nassau een belangrijke plaats in met 2 bedrijven. Oranje-Nassau Groep (zonder Energie) en de Oranje-Nassau Groep Energy. De Wendel Groep had per eind december 2008 geen €3,25 Miljard maar slechts 1,7 Miljard in kas. Uit geldnood werd Oranje-nassau verkocht en dat leverde wat lucht op ter waarde van netto 350 miljoen. Ook Wendel ontkwam dus niet aan de malaise op de beurs en in de financiele wereld.

Frédéric Lemoine

Op 30 juni 2008 keerde de Wendelgroep aan haar aandeelhouders een dividend uit van €221.300.000,00 (€221,3 MILJOEN)! Laten we gewoon het aandeel van Koninklijke Familie aan de lage kant schatten en stellen op 10%. Een eenvoudige rekensom vertelt ons dat het dan gaat om €22.130.000,00 aan dividend en wel belastingvrij. De waarde van die 10 % - volgens de geconsolideerde balans per 30-06-2008 - komt uit op €1.8 Miljard.Tellen wij nu het 'beetje' aandelen Shell (5% is zeker), samen met de geschatte 10% (volgens ons aan de lage kant) van Wendel Investments op dan zou het volgende bedrag van toepassing kunnen zijn. Ruim €2.7 MILJARD. Oftewel in cijfers €2.700.000.000,00. Overigens wordt tegenwoordig het Oranje-kapitaal beheerd door Koningin Beatrix en haar zoon Friso, die gezien zijn eerdere werkkring ( Vice-President Investment Banking bij Goldman & Sachs) wel van wanten weet. Is hij ook niet voor niets geworden. Had echt talent daarvoor. Kennelijk als enige.

Dus Wendel is wel een beetje duidelijk geworden, hopen we. Er is natuurlijk nog veel en veel meer over Wendel te schrijven maar dan dwalen wij af van ons onderwerp, het Oranje-Kapitaal. Alhoewel? Niets is zeker in deze onzekere tijden waar het ene aandeel tot in de wolken stijgt en het ander diep wordt begraven onder het woestijnzand. Daarom is het aangenaam te constateren dat er ook nog anderen zijn die zich niet met een Oranjekluitje in het Oranjeriet laten sturen. De - helaas al overleden - wetenschappers/historici Jan en Annie Romein waren de volharders die nodig waren om een tip van de sluier van het Kapitaal van de Oranje's op te lichten. Zij schreven (welliswaar in het begin van de vorige eeuw maar daarom is het van aanzienlijk belang) o. m. over de centen van Koning-koopman Willem I.

Hieronder een citaat uit hun boek dat best de moeite waard is om te vermelden. En zoals u wel weet; wetenschappers zijn Pietjes Precies in het onderzoeken, het verklaren van mistige en ondoorzichtge zaken. Wij hechten heel wat meer waarde aan dat onderzoek door wetenschappers dan de zwets- en kletsverhalen van de RVD, de concerns en de personen die hierbij direct betrokken zijn. De academici/auteurs Jan Romein en Annie Romein-Verschoor schreven in 1939 het boek "Erflaters van onze beschaving" waarin een verhaal voorkomt over de levensloop en de centen van Koning Willem I. Boeiend is de passage aan het einde over het Kapitaal van de Oranje's. Uit hun boek het volgende:

"De zaak van de schadeloosstelling aan het Huis van Oranje werd nu een zaak van Napoleon. Maar het was een moeilijk geval, want de Bataafse Republiek beweerde, dat zij bij het traktaat van Den Haag voor de vorstelijke domeinen een koopsom had betaald aan de Fransen, wie zij als oorlogsbuit in handen waren gevallen. Wanneer er dus schadevergoeding betaald moest worden, dan was het aan de Fransen, niet aan de Republiek zulks te doen. Doch daar Pruisen nu eenmaal die schadevergoeding als voorwaarde voor haar erkenning van de Republiek stelde, stemde het Uitvoerend Bewind erin toe, de voorwaarden van Oranje te horen. En nu kwam, voor het eerst, maar dan ook duidelijk de koopman in deze Willem voor de dag, want hij is het die deze voorwaarden stipuleerde. Als territoriale schadeloosstelling had hij zich een uitbreiding van de Nassause goederen met Berg, Paderborn en een stuk Westfaals gebied gedacht waaraan Pruisen hem moest helpen; als financiële eiste hij voor de charges die ƒ650000 per jaar hadden opgebracht met de achterstallen sedert '95 gekapitaliseerd: 26 miljoen; een even grote som op grond van de traktaten tussen de Republiek en Spanje; 8 miljoen moesten de publieke fondsen met achterstallige renten opbrengen, terwijl hij de waarde der domeinen becijferde op niet minder dan 57 miljoen, zonder daarbij rekening te houden met de hypotheken die er op rustten, summa summarum: de Bataafse Republiek was hem 117 miljoen gulden schuldig."

Als wij hun benadering ook eens gebruiken voor het vaststellen van het Kapitaal der Oranje's dan ziet men
(dachten de auteurs en denken wij) het onderstaande.

Het contract waarbij de kroondomeinen op de Veluwe aan de Staat werden overgedragen, vermeldt expliciet dat de Familie van Oranje de gebieden terugkrijgt als de Monarchie zou worden afgeschaft of aan een ander huis zou toevallen. Het mag geen wonder heten dat een familie die al twee eeuwen geen vermogensbelasting en successierechten betaalt en daarnaast een fors onbelast inkomen geniet, langzamerhand over een aardig kapitaal moet beschikken, maar over de hoogte daarvan wordt angstvallig geheimzinnig gedaan.

Niettemin is het zeer wel mogelijk met een voorzichtige schatting te komen. Het vermogen van Koning Willem I bedroeg in 1840 minstens 100 miljoen gulden. Indien daar sindsdien geen belangrijke bestanddelen meer aan zouden zijn toegevoegd - wat wel het geval is - dan kan berekend worden wat een kapitaal van 100 miljoen gulden van 1840 na ruim anderhalve eeuw moet betekenen.

Nominaal moeten de bedragen door geldontwaarding minstens met een factor 20 vermenigvuldigd worden. Voorts moet het aanvangskapitaal alleen al door de waardevermeerdering van de goede beleggingen (Nederlandsche Handel-Maatschappij, Koninklijke Olie, Billiton, BP, Exxon, Wendel, GM, KLM, Unilever etc.), maar ook door de dividenden en herbeleggingen enorm gegroeid zijn, mede omdat men al generaties lang nooit eigen geld hoefde uit te geven. Zo moet het aandelen- en goederenbezit omstreeks het jaar 2000 het niveau van twintig miljard euro hebben bereikt. Het klinkt ongelooflijk en toch is dit een voorzichtige terughoudende raming.

Ook Romein stelt aan het slot van zijn levensbeschrijving over Willem I dat wat hij vergaarde zich tien-, ja honderdvoudig heeft vermenigvuldigd, zoals de erfenis van een groot koopman behoort te doen. Zo komt ook hij tot honderd maal honderd miljoen, is tien miljard guldens van 1939 (het jaar van Romeins publicatie). Dat betekent voor het begin van de 21ste eeuw nominaal minstens het hierboven berekende kapitaal.

Voorlopige conclusie: Men kan thans welgevoeglijk uitgaan van het idee dat de positie's die door Forbes en Quote aan de Koninklijk Familie worden gegeven, mede ook bezien in het licht van het bovenstaande, helemaal niet zover bezijden de waarheid zijn. Er lijkt een maar te zijn, de eigendommen en het kapitaal is zo heerlijk handig verdeeld en slim onder gebracht in vooral Stichtingen! Je bent dan - naar de buitenwereld toe - niet zo rijk maar je profiteert er waarschijnlijk wel van. Zeker als je grote invloed hebt in het bestuur van deze Stichtingen, dat mogelijk -uitsluitend- zal bestaan uit leden van de Familie van Oranje-Nassau of zij hebben gewoon de zeggenschap er over!

Het laatste nieuws: Oranje's worden armer. Wendel deelde op - 05-11-2009 - mede dat zij een verlies aan omzet van 2,8 % hadden. Hun verkopen daalden aanzienlijk, waarbij Saint Gobin de kudde aanvoert met een daling van 15 %. CFO (Chief Financial Officer) Jean-Michel Ropert vertelde dat de aandelen Wendel met 1,4 % zijn gedaald tot €38.48 ,waarmee de waarde van de Company op ongeveer 1,9 MILJARD EURO's kan worden gesteld.

Verleden jaar was het nog erger en daalde de beurswaarde van het concern met maar liefst 64%. Voor de Koningin die er aandelen en aardig wat geld in heeft staan een heel gevoelige klap. Van de een op de andere dag meer dan de helft van de waarde van je aandelen zien verdwijnen als sneeuw voor de zon. Maar er gloort weer hoop aan de horizon. De waarde van de stock is dit jaar weer met 10 % gestegen. De Wendel familie zelf, bezit ongeveer 35 % van de aandelen van het concern. De Majesteit? Schattingen worden genoemd van rond de 25 tot 45 %!