2 Familiegraven van Oranje en Nassau 2

Familiegraven te Breda, Delft, Leeuwarden, Buren, Diest, Diez, Dillenburg, Siegen, Hadamar en Ouderkerk a. d. IJssel

Prinselijke Grafkelders in Breda

In de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk van Breda liet Jan IV van Nassau een acht meter hoog praalgraf aanbrengen tegen een van de wanden van de kooromgang. Het ontwerp herdenkt Engelbrecht I van Nassau, zijn vrouw Johanna van Polanen, Jan IV van Nassau zelf en diens vrouw Maria van Loon-Heinsberg. Het rond 1475 gebouwde monument is acht meter hoog, vier meter breed en gemaakt van zachte Franse kalksteen. Het is voor die tijd al ouderwets van vorm. De renaissance heeft geen invloed op het ontwerp gehad en het doet veeleer denken aan Spaanse grafmonumenten waarbij graven in de kathedraal van Burgos voor de onbekende kunstenaars model zullen hebben gestaan. Het monument is een driedimensionale retabel waarin de beide stichters en ook Engelbrecht en Johanna geknield voor een Madonna met kind bidden.

Achter hen staan hun patroonheiligen Hiëronymus (met kardinaalshoed) en Johannes de Doper rechts en de geharnaste Sint-Joris en Sint-Wendelinus links. Twee "zwevende" engelen houden een baldakijn vast en daarboven vinden we een gotische boog met het wapenschild van de Nassau's, nissen met wapenschilden en helmen en daarboven pinakels. Er zijn tekeningen van Jan Gossaert de Mabuse bewaard waarop details van het monument voorkomen. Misschien was hij de maker maar ook Jan Mone werd in dit verband genoemd. In de 19e eeuw schreef men het monument toe aan Michelangelo.
Dat laatste is gezien de stijl en de kwaliteit van het werk niet plausibel.

Nassau van E#ngelbrecht

Linkerkant

Praalgraf Engelbrecht I van Nassau

Rechterzijde

In het midden van de 19e eeuw was het monument in zeer slechte staat.Een centraal geplaatst Mariabeeld ontbreekt sinds 1624. Koning Willem III liet de katholieke schrijver Joseph Alberdingk Thijm, hofbeeldhouwer Louis Royer en de katholieke architect Pierre Cuypers het monument in 1860 restaureren. Zij vulden de vele ontbrekende zandstenen figuren en details aan met het hardere steen uit Baumberg.De engelen en de baldakijn kwamen op het origineel niet voor. Cuypers had zeer eigenzinnige opvattingen over de gotiek en de restauraties, het gaat om de centrale mariafiguur en tientallen aanvullingen, ademen de sfeer van de 19e eeuwse neo-gotiek en het katholiek reveille.

Deel inhoud Kelder onder Praalgraf Engelbrecht II van Nassau

De kelder was de eerste grafkelder van de Nassau's in Nederland. Het geslacht bezat in Dillenburg een tweede grafkelder. Willem de Zwijger had in deze Bredase kelder of, wat waarschijnlijker is omdat zijn vrouw Anna van Buren en dochter Maria daar waren bijgezet, in de andere Bredase kelder bijgezet zullen worden maar de stad was in 1584 nog in Spaanse handen. De laatste bijzetting dateert uit 1521. In 1873 was de kelder geopend tijdens een restauratie. Men had de precieze ligging daarna weer vergeten.

De originele familiegrafkelder was eigenlijk in de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk te Breda, maar toen Prins Willem I in 1584 overleed was Breda in handen van de Spanjaarden en dus onbereikbaar. Met die redenen werd hij in de Nieuwe Kerk in Delft begraven. Ook in de Grote Kerk te Breda liggen velen Nassau's. Graaf Engelbrecht I van Nassau-Dietz en Vianden (1370-1442) trouwde in 1403 met, de 11-jarige zeer rijke en enige erfgenaam van haar tak, Johanna van Polanen, Vrouwe van Breda en De Leck (10-01-1392 - 15-05-1445). Hierdoor vestigden de Nassau's zich in Breda waar enkele telgen uit het huis van Polanen van de tak Polanen in de Grote Kerk te Breda begraven zijn.Ook René van Châlon, de eerste Oranje Nassau, ligt in de Grote Kerk begraven.

Kelder onder Praalgraf Engelbrecht II

Zijn praalgraf bevindt zich echter in de St.Pieterskerk te Bar-Le-Duc (Fr). Dit monument toont een half ontvleesd skelet, in de opgeheven hand bevindt zich een kristallen bol waarin het prinselijke hart heeft gezeten. Medio jaren negentig werd met toestemming van het Koninklijk Huis, wederom de graftombe van de Nassau's in de Grote Kerk in Breda geopend.

De Oranje's en de Nassau's bezitten twee familiegraven in de Grote of O. L.-Vrouwe kerk te Breda. Deze crypte was aangelegd door Graaf Jan IV en voorzover bekend twee maal onderzocht, nl. in 1937-'38 en in 1996. (uiteraard met Koninklijke toestemming aangezien de familiegraven van de Oranje´s eigendom zijn van het regerend staatshoofd).

NB. In 1937-'38 hebben de onderzoekers van de grafkelder alle stoffelijke resten - met toestemming van Koningin Wilhelmina - onderzocht. De meesten van hen konden geïdentificeerd worden aan de hand van DNA-sporen en andere materialen. Men heeft daarbij ook de stoffelijke resten van Claudia van Châlon, 2e echtgenote Graaf Hendrik III van Nassau geprobeerd te vinden maar er bleek geen spoor van haar stoffelijk overschot te bekennen. Een uiterst merkwaardige situatie die anders doet vermoeden. In het Koninklijk Huisarchief te 's Gravenhage bevindt zich namelijk een schriftelijke vermelding dat de moeder van René van Châlon in de deze kerk zou zijn begraven. Ook in 1996, toen voor de tweede keer de grafkelder werd geopend, was het niet mogelijk haar resten terug te vinden. De onderzoekers konden niet ander concluderen dan dat Claudia van Châlon elders herbegraven is, hetzij in een onbekend graf in de kerk zelf dan wel in Frankrijk, haar land van herkomst. Een ding is wel zeker; de moeder van René van Châlon heeft wel in die grafkamer gelegen. De reden waarom zij daaruit is gehaald, valt niet meer te achterhalen.

Er staan in die ruimte 4 kisten voorzien van opschrift van degene die daarin ligt:

Hendrik III van Nassau (1483-1538, neef Engelbrecht II))
René van Châlon van Oranje Nassau (1519-1544, zoon van Hendrik III)
Anna van Buren en Egmond (1533-1558), 1e echtgenote van Willem van Oranje
Maria van Oranje (de eerste, jong overleden Maria, oudste dochter van Willem van Oranje en Anna van Buren)

    Deze kelder is voor het eerst in 1937-'38 (na goedkeuring door Koningin Wilhelmina) en laatst open geweest in 1996.

De oudste grafkelder, de Nassaucrypte in de noordelijke kooromgang, bevat de stoffelijke resten van:

Engelbrecht I van Nassau (ca. 1370-1442) - herbegraving
Johanna van Polanen (1392-1445, echtgenote van Engelbrecht I) - herbegraving
Jan IV van Nassau (1410-1475, zoon van Engelbrecht I) - bijzetting
Maria van Loon en Heinsberg (1426-1502, echtgenote van Jan IV) - bijzetting
Engelbrecht II van Nassau (1451-1504, zoon van Jan IV) - bijzetting
Cimburga van Baden (1450-1501, echtgenote van Engelbrecht II) - bijzetting
Françoise van Savoye (1480-1511) - bijzetting van eerste vrouw Hendrik III

PLUS: enkele ongeidentificeerde, veelal incomplete stoffelijke resten Bovenstaande identificatie is ook van 1996.

x

xxx

xx

Praalgraf en details Engelbrecht I van Nassau en Prinses Cimburga van Baden

De tweede kelder is het Oranjemausoleum in de Prinsenkapel, gelegen tegenover de Nassaucrypte; hier staat het beroemde praalgraf van Engelbrecht II (die er dus overigens niet onder begraven ligt). Kapel, crypte en monument zijn gebouwd door Graaf Hendrik III van Nassau. De crypte werd later uitgebreid door Willem van Oranje die hier volgens zijn testament zelf ook begraven had willen worden.

De rivieren Mark en Aa of Weerijs komen samen in de stad Breda. Voordat de Aa in de Mark vloeide, vertakte die nog eerst in twee aparte stroompjes; de Donk en de Gampel. Dit gebeurde ter hoogte van een s-vormige donk, wat later de Haagdijk zou worden. Toch sprak men over de Aa. Aa is een afgeleide van het Oudgermaanse woord ahwô, verwant met het Latijnse aqua. Het betekende oorspronkelijk water. In Nederland zijn er veel rivieren en rivierachtige wateren die deze of een daarvan afgeleide naam hebben. De naam Breda is afgeleid van 'Brede Aa'. Het ligt voor de hand dat daarmee werd verwezen naar de verbreding van de Aa op het punt waar die in de Mark uitmondde. Het is wel opmerkelijk, dat de rivier de Aa de naam van de stad heeft bepaald, in plaats van de Mark.

In 1125 maakten de geschiedschrijvers voor het eerst melding van een nederzetting, die als Breda wordt aangeduid. Vervolgens bouwde men ter versterking van deze plaats, in de 12e eeuw aan de rechteroever van de Mark een burcht, het Kasteel van Breda genaamd. De locatie was ongeveer halverwege Brabant en Holland. De nederzetting lag op een uitloper van uitgestrekte zandgronden. Op deze zandgronden waren reeds andere steden, zoals Bergen op Zoom, tot bloei gekomen. Ook lagen bij deze nederzetting verschillende kruispunten van wegen die van het noorden naar het zuiden gingen en van oost naar west. Lunet B is het enige overgebleven stuk van het verdedigingswerk.

Breda was een militaire stad en telde maar liefst zes kazernes. De Koninklijke Militaire Academie is nog steeds in Breda gevestigd. Van oudsher is er een band tussen Breda en het Huis Nassau door de Heren van Breda wonende op het Kasteel van Breda. Graaf Engelbrecht I van Nassau-Dillenburg ligt begraven in het Praalgraf van Engelbrecht I van Nassau in de Grote- of Onze Lieve Vrouwekerk aan de Grote Markt in Breda.

Kasteel van Breda. Thans KMA
(Koninklijke Militaire Academie)

Grote

Onze lieve Vrouwe Kerk
(Grote Kerk) te Breda

Breda

De Willem Merkx tuin
in Breda

De burcht die bij deze nederzetting is gebouwd, moest de scheepvaart op de Mark controleren en werd spoedig bewoond door de Heren van Breda. In 1198 wordt voor het eerst melding gemaakt van het Castellum van Breda. De natuurlijke verbreding op de plaats waar de Mark en de Aa samenvloeiden, was ideaal voor een aanleghaven [6]. Hiermee hangt ook de naam van Breda samen. De rivier de Mark begint als een nietig stroompje bij Merksplas in België. Pas vanaf Breda, waar zij samenvloeit met de Aa wordt zij een ongeveer twintig meter brede, diepe stroom. Het dal waar de rivier in stroomt, is echter enkele honderden meters breed. Het dal kon gemakkelijk onder water lopen, zeker als het vloed was.

De Mark stond immers in open verbinding met de zee. Eeuwenlang bestond er een sterke getijdenwerking die zelfs tot in Hoogstraten merkbaar was. In de Bredase haven bedroeg het verschil ongeveer zestig centimeter. Momenteel is de Mark in het nieuws, omdat de oude loop van deze rivier door de binnenstad van Breda enigermate wordt hersteld. Zoals in verschillende andere plaatsen (onder meer in Utrecht, Bussum en Drachten) wordt ook in Breda het water in het centrum teruggebracht, nadat het in een voorgaande periode voor het verkeer had moeten wijken. Op 30 juni 2007 werd de fraai gerenoveerde oude haven, die aansluit op het Spanjaardsgat, feestelijk opnieuw geopend. Het stadscentrum heeft er een belangrijk visueel en recreatief element mee teruggekregen. Op 19 december 2008 was het hele project klaar.

Breda is een aloude garnizoen's- en vestingstad en gemeente in de provincie Noord-Brabant in Nederland. Het is ook een Oranjestad door de historische band met het huis Nassau. Tot 1795 waren de burgers van Breda onderdanen van de Heer van Breda (later Baron genoemd), die vanaf 1403 tevens Graaf van Nassau (ook wel aangeduid als Nassau-Breda) en vanaf 1538 de Prins van Oranje-Nassau was. Het gebied rond en met name ten zuiden van Breda wordt nog steeds als de Baronie van Breda aangeduid. De gemeente Breda telt 171.946 inwoners (31 dec. 2008, bron: CBS) en maakt deel uit van stedelijk netwerk BrabantStad, en is naar inwonertal een van de 10 grootste gemeenten van Nederland. Van de Brabantse steden komt Breda direct na Eindhoven en Tilburg, die de grens van 200.000 inwoners al gepasseerd zijn.

In 1927, 1942 en 1997 vonden annexaties plaats en breidde Breda zich verder uit. In 1940 telde Breda ruim 50.000 inwoners. Halverwege de jaren vijftig was het aantal verdubbeld. Per 1 juli 2007 had de gemeente een bevolking van 171.946 mensen (bron: CBS). De hele agglomeratie Breda telt ongeveer 314.000 mensen. De buurgemeenten van Breda zijn: Alphen-Chaam, Drimmelen, Etten-Leur, Gilze en Rijen, Moerdijk, Oosterhout en Zundert in Nederland en Hoogstraten in België. Voor West-Brabant heeft de stad een regio-functie. Dichtstbijzijnde grotere steden zijn in Nederland Tilburg, Roosendaal, Dordrecht en Bergen op Zoom en over de grens Antwerpen en Turnhout. Tot de gemeente Breda behoren ook de volgende dorpen: Bavel, Teteringen, Prinsenbeek, Effen en Ulvenhout. De voormalige buurdorpen Princenhage en Ginneken waren al tijdens Breda geannexeerd.

Breda heeft vanouds ook een bijnaam: het Haagje van het Zuiden. In deze naam wordt het statige karakter van Breda vergeleken met dat van Den Haag, zie Geschiedenis van Breda.

Hij houdt wellicht ook verband met de naam Princenhage, dat vroeger een zelfstandig dorp bij Breda was. Sinds 1942 vormde het al voor een belangrijk deel een stadsdeel van Breda, en sedert 1997 is dat volledig geïntegreerd.

Het wapen van Breda bestaat uit drie rode Andreaskruisen, twee boven en één in het midden eronder op een wit schild.
Het schild wordt van achter vastgehouden door een engel en aan de zijkanten twee gouden leeuwen. Het geheel rust op een burcht.
De vlag van Breda heeft een rode achtergrond met de drie witte Andreaskruizen.
Het volkslied van de stad Breda is sinds 1991 De Paarse Heide.
17e eeuws Wapen van Breda

De Heren van Breda

Van oudsher is er een band tussen Breda en het Huis Nassau door de Heren van Breda wonende op het Kasteel van Breda. Engelbrecht I van Nassau-Dillenburg ligt begraven in het Praalgraf van Engelbrecht I van Nassau in de Grote- of Onze Lieve Vrouwekerk aan de Grote Markt in Breda. De burcht die bij deze nederzetting is gebouwd, moest de scheepvaart op de Mark controleren en werd spoedig bewoond door de Heren van Breda. In 1198 wordt voor het eerst melding gemaakt van het Castellum van Breda. De natuurlijke verbreding op de plaats waar de Mark en de Aa samenvloeiden, was ideaal voor een aanleghaven. Hiermee hangt ook de naam van Breda samen. De rivier de Mark begint als een nietig stroompje bij Merksplas in België. Pas vanaf Breda, waar zij samenvloeit met de Aa wordt zij een ongeveer twintig meter brede, diepe stroom. Het dal waar de rivier in stroomt, is echter enkele honderden meters breed. Het dal kon gemakkelijk onder water lopen, zeker als het vloed was. De Mark stond immers in open verbinding met de zee. Eeuwenlang bestond er een sterke getijdenwerking die zelfs tot in Hoogstraten merkbaar was. In de Bredase haven bedroeg het verschil ongeveer zestig centimeter.

Spanjaard

Het Spanjaardsgat

De haven van Breda

Het Spanjaardsgat is een waterpoort die ligt tussen de Granaattoren en de Duiventoren van het Kasteel van Breda in het centrum van Breda. Dit gat en de twee zevenhoekige torens zijn alleen vanaf de buitenkant te zien. Het Spanjaardsgat symboliseert het gat dat de Spanjaarden in hun verdediging lieten vallen in 1590. Schipper Adriaen van Bergen zou hier een aantal soldaten de stad in hebben gesmokkeld om de Spanjaarden te verdrijven. In werkelijkheid is dit ergens anders gebeurd. Van Bergen heeft met zijn turfschip verder gevaren naar de waterpoort van het Kasteel van Breda. Dit is waar nu de Academiesingel is. Het Spanjaardsgat is 20 jaar na de gebeurtenis met het Turfschip van Breda gebouwd. De rondvaart door de singels van Breda start bij de steiger voor het Spanjaardsgat. Het Spanjaardsgat is ook daarom bekend en mensen spreken af bij de "brug" in de Vismarktstraat die via de Havermarkt naar het centrum en de Onze Lievevrouwekerk gaat.

In 2007 werd de oude brug vervangen door een nieuwe Hoge Brug.Sinds 1826 is de Koninklijke Militaire Academie (KMA) gevestigd in het Kasteel van Breda. Het behoort tot de Top 100 der Nederlandse UNESCO-monumenten. Op de jaarlijkse Brabantse Kastelendag is het Kasteel van Breda voor één dag toegankelijk voor het publiek. Dit trekt veel bezoekers. Er worden dan ook rondleidingen gegeven, een gids geeft dan veel informatie over de geschiedenis van het kasteel. Ook via de VVV zijn georganiseerde rondleidingen mogelijk. Het ziet er niet uit als een kasteel zoals men dat gewend is. Alleen aan de buitenkant zijn twee zevenhoekige torens
zichtbaar bij het Spanjaardsgat.

De Hertog van Brabant verkoopt Breda in 1350 aan de Hollandse edelman Jan II van Polanen Heer van Breda die van de burcht een sterk kasteel maakt met een gracht en vier hoektorens. Het gebouw wordt in de verdedigingswerken van Breda ingepast. Het geslacht Van Polanen sterft in de mannelijke lijn uit door de geboorte van zijn kleindochter Johanna van Polanen. Zij trouwt met de Duitse edelman Engelbrecht I van Nassau in 1403 en hierdoor komt Breda en het kasteel in handen van deze voorname familie. Door dit huwelijk is dit het begin van de band tussen Nederland en Oranje-Nassau.

Door Engelbrecht's zoon Johan IV van Nassau-Dietz wordt het kasteel kort na 1460 vergroot. De Rekenkamer van het kasteel van Breda kwam tot stand waar de vele bezittingen van de Nassau's werden vastgelegd. Ook de bestaande Nassautoren was van die tijd. Zijn achterneef Hendrik III van Nassau-Breda drukte echter zijn stempel nog zwaarder op het Kasteel van Breda en de stad Breda. Hij liet het Kasteel in 1536 verbouwen tot een renaissancepaleis maar maakte de voltooiing niet mee. Hij overleed in 1538 en werd opgevolgd door zijn zoon René van Châlon. Die voltooide het werk van zijn vader en bouwde tevens - in 1540 - de prachtige Hofkapel. René de Châlon stierf zeer jong en kinderloos. Het Kasteel kwam daardoor in handen van zijn Duitse neef Graaf Willem de Rijke. Hierdoor kwam de beroemdste bewoner Prins Willem I van Oranje in het kasteel wonen. Door de strijd tegen het Spaanse gezag kreeg het burcht een militaire functie.

In 1667 werd in het Kasteel de Vrede van Breda getekend door vertegenwoordigers van Engeland, de Republiek der Verenigde Nederlanden en Frankrijk. Hiermee was er een einde gekomen aan de Tweede Nederlands-Engelse Oorlog (1665-1667). Stadhouder-koning Willem III voltooide tussen 1686 en 1695 het Kasteel verder. Het kreeg de naam Prinsenhof. Hij en zijn opvolgers verbleven maar weinig in het Kasteel van Breda. In de Franse tijd (18e eeuw) deed het Kasteel van Breda dienst als kazerne en militair hospitaal. Koning Willem I stelde in 1826 het Kasteel van Breda ter beschikking aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA). In 1828 arriveren de eerste cadetten.

Rond 1900 worden de buitenmuren van het zuidelijke voorgebouw en de Nassautoren gerestaureerd. De oude bepleistering wordt verwijderd. Daarna worden het Spanjaardsgat, de Duiventoren en de Granaattoren vernieuwd. Het Huis van Brecht is in 1993 geopend, na vijf jaar restauratie.In de kelder is een expositie van de opgravingen die toen in de kelder hebben plaatsgevonden. Het behoort tot de ingang van het kasteel. Er omheen ligt een gracht. Men komt over de brug door de Kraanpoort met poortgebouw. Het heeft een driehoekig fronton. Het draagt het wapen van stadhouder Willem V. Het is gerestaureerd in 1959.De voormalige hofkapel bij het Kasteel van Breda stond vroeger tegen de westvleugel van het Kasteel.

Stadhouders Poort

Het werd in 1540 gebouwd door René van Châlon. In deze kapel zijn enkele kinderen van Willem van Oranje gedoopt. Het klokkentorentje op het dak van de westvleugel herinnert nog enigszins aan deze kapel, omdat boven het dak van de Ridderzaal van het Kasteel van Breda indertijd zo'n zelfde torentje uitstak. Alleen de plaats waar de kapel heeft gestaan is nog zichtbaar omdat de fundamenten zijn betegeld, zodat men kan zien waar de hofkapel heeft gestaan. De hofkapel stond aan de René van Chalonweg (een soort geplaveide straat). De kapel is in 1826 afgebroken. De funderingen van de kapel zijn enkele jaren geleden door archeologen onderzocht. Om bebossing te voorkomen is er voor de presentatie asfalt gekozen. Het gebruik van diverse kleuren asfalt laat de bouwkundige ontwikkeling van het Kasteel van Breda zien.De Baronie van Breda heeft verscheidene heren gekend.

De oudste heren van Breda waren van het geslacht Brunesheim. Zij kwamen uit Tienen in de Haspengouw (tegenwoordig in Vlaams-Brabant) en vestigden zich rond 1100 in de streek tussen Antwerpen en Breda, waar zij Heren van Breda en Schoten werden. Toen Hendrik V, de laatste heer van Breda uit dit geslacht, in november 1268 kinderloos stierf, gingen zijn bezittingen naar zijn zus Isabella en haar man Arnoud van Leuven, heer van Gaasbeek. Aangezien Arnoud en Isabella zelf ook geen kinderen hadden, splitsten zij de heerlijkheid in tweeën. Na de dood van Arnoud in juli 1287 (Isabella was al in 1280 overleden) ging het westelijke deel (Bergen op Zoom) naar de nakomelingen van Isabella's oudtante Beatrix, die getrouwd was met Arnold II van Wesemaele.

Het oostelijke deel (Breda) kwam in het bezit van de nakomelingen van Isabella's oudtante Sophie, die getrouwd was met Rasso VI van Gaveren, heer van Liedekerke. Hun zoon Rasso VII van Liedekerke werd als Rasso I de eerste Heer van Breda uit het geslacht van Gaveren. Vier generaties later (Rasso I, Rasso II, Rasso III en Philips) kwam Breda in handen van Philips' dochter (en enige kind) Adelheid van Gaveren en haar man Gerard van Rasseghem. Zij verkochten de Heerlijkheid Breda in 1326 aan Hertog Jan III van Brabant. Deze verpandde Breda in 1339 aan Jan I van Wassenaer-Polanen en stelde diens halfbroer Willem van Duivenvoorde als leenheer "in usufruct" aan.

Vanaf hier waren de Heren van Breda achtereenvolgens:

 
  • 1339 - 1342 Jan I van Polanen was pandheer van de heerlijkheid Breda
  • 1339 - 1350 Jan II van Polanen was samen met zijn vader pandheer van Breda
  • 1339 - 1353 Willem van Duivenvoorde was vruchtgebruiker van de heerlijkheid Breda
  • 1350 - 1378 Jan II van Polanen
  • 1378 - 1394 Jan III van Polanen
  • 1403 - 1442 Engelbrecht I van Nassau gehuwd met Johanna van Polanen, dochter van Jan III van Polanen
  • 1442 - 1475 Jan IV van Nassau
  • 1475 - 1504 Engelbrecht II van Nassau
  • 1504 - 1538 Hendrik III van Nassau-Breda
  • 1538 - 1544 René van Châlon
 

Bij de telling van de Jan van Polanens kan zich een klein probleem voordoen. Jan II van Polanen, Heer van Breda, was voor Breda de eerste uit het geslacht van Polanen. Hij had echter een vader die ook Jan van Polanen heette. Volgens de familiestamboom was hij de eerste Jan van Polanen. In de Bredase telling wordt echter soms wel eens melding gemaakt van Jan I van Polanen, de eerste Polanen in Breda. Daardoor zijn er 2 tellingen ontstaan, de Bredase en de telling van de familie van Polanen:

 
  1. Jan I van Polanen (±1285-1342) (broer van Willem van Duivenvoorde)
  2. Jan II van Polanen (±1324-1378) ?? Eerste Polanen die ook heer van Breda was, (zie Jan I van Polanen)
  3. Jan III van Polanen (±1340-1394) ?? Tweede Polanen die ook heer van Breda was
  4. Johanna van Polanen (1392-1445), dochter van Jan III van Polanen