OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Begrafenis Prins Willem van Oranje
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Familiegraven van Oranje en Nassau

Grafkelders te Diez en Dillenburg (D)

Diez (Ned. Dietz) heeft - als Oranjestad - meer in huis dan uitsluitend het Slot Oraniënstein en de Grafelijke Burcht. Een interessant gegeven is
de Stiftskirche St. Maria. Deze kerk werd in 1289 gegrondvest door de toenmalige heerser Graaf Gerhard de IV van Diez. De kapittelkerk is sinds
de Reformatie van 1564 een evangelisch Godshuis. De kerktoren heeft geen klokken daar deze na de uitbreiding door de Vorstin van Nassau-Dietz
in de toren van het Grafelijk Slot werden gehangen. Gedurende vele eeuwen diende de kerk als grafkerk. Vele zerken doen hun verhaal over degene
die daar begraven liggen. Deze kerk is zeer bijzonder omdat zich hierin het praalgraf bevindt van:

Vorstin Henriëtte Amalia, Prinses van Anhalt-Dessau, Prinses van Nassau-Dietz en ook Prinses van Oranje


v.l.n.r. linkerkant Sarcofaag, vooraanzicht marmeren tombe Vorstin Amalia van Anhalt-Dessau en rechter zijaanzicht

Het is een prachtig gebeeldhouwde sarcofaag gemaakt van blauwgrijs Lahn-marmer. De fraaie figuren op deze grafkist weerspiegelen de oude glorie van
weleer. De dochters, zijn ook hier ter ruste gelegd en daarvan bevinden zich de kisten in de oorspronkelijke grafkelder. Een zeer eenvoudige afdekplaat
geeft in het midden van het gebouw aan, waar zij te vinden zijn.

De vermolmde kisten van haar dochters zijn tegelijkertijd vervangen door nieuwe en deze zijn teruggeplaatst in de originele grafkelder. De kelder werd
opgeknapt en voorzien van een nieuwe steen waar ook weer het woord Fürstengruft op werd gebeiteld. Het werd slechts een simpele steen van
Lahnmarmer. Bepaald niet opvallend en de bezoeker kijkt er al gauw overheen. De kerk zelf is, voor wat betreft de fraaiheid, schoonheid en inrichting
zoals we die gewend zijn van dit soort van Duitse monumenten, sober te noemen. Toch heeft deze Stiftskirche iets, dat weinig bezoekers kunnen ervaren.
Iets van macht op het geestelijk niveau. Daarom doet deze kerk sommige mensen wat, al is het maar omdat daar ook een Nassau ligt begraven die aardig
wat heeft betekend voor de Huizen van Oranje en Nassau en hun historie.


De eenvoudige afdekplaat graf van haar kinderen

In 1710 richtte Henriëtte Amalia de Orde van het Vertrouwen op.

In latere jaren resideerde de Prinses inmiddels Vorstin van Nassau-Dietz in het door haar moeder gebouwde en door haar zelf aangepast
Slot Oraniënstein
in Diez. Tezamen met 6 van haar 7 dochters sleet zij haar laatste levensjaren - zeer actief bezig zijnde - daar.
Henriëtte Amalia Vorstin van Nassau-Diez en Prinses van Anhalt-Dessau is in 1727 op 59-jarige leeftijd overleden en bijgezet in de Stiftskirche te Diez.

Hendrik Casimir II en Henriëtte Amalia kregen negen kinderen, waaronder twee jongens:

* Willem George Friso (1685-1686)
* Johan Willem Friso (1687-1711) gehuwd met Maria Louise van Hessen-Kassel (1688-1765)

De dochters liggen bijna allemaal begraven midden in de Stiftskerk te Diez en rusten onder een eenvoudige steen.
Zeven dochters die hun moeder allen overleefden:

1.) Henriëtte Albertine (1686-1754)
2.) Maria Amalia (1689-1771)
3.) Sophia Hedwig (1690-1734), gehuwd met hertog Karel Leopold van Mecklenburg-Schwerin (1678-1747)
4.) Isabella Charlotte (1692-1757), gehuwd met Christiaan van Nassau-Dillenburg (1688-1739)
5.) Johanna Agnes (1693-1765)
6.) Louise Leopoldina (1695-1758)
7.) Henriëtte Casimira (1696-1738)


Stiftskirche binnen, Wapen van Nassau op hekwerk van sarcofaag en de ruit erachter met het gecombineerde Wapen Vorstin van Anhalt-Dessau en Vorstin Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz

Henriëtte Amalia Maria van Anhalt-Dessau (Kleef, 16 augustus 1666 – Oraniënstein, 18 april 1727) was de dochter van Johan George II van
Anhalt-Dessau en Henriëtte Catharina van Nassau en dus een kleindochter van Frederik Hendrik van Oranje. Ze trouwde in 1683 met haar neef Hendrik
Casimir II van Nassau-Dietz. Toen haar man in 1696 overleed werd ze regentes voor haar zoon, Johan Willem Friso. Van 1696 tot 1707 was
Henriëtte Amalia in Groningen, Friesland, Drenthe en in het Duitse Vorstendom regentes voor haar minderjarige zoon
Johan Willem Friso van Nassau-Dietz geweest.

De Orde van het Vertrouwen (Frans: "Le Très Noble Ordre de la Fidélité") was een in 1710 in Nassau-Diez door Henriëtte Amalia Prinses van
Anhalt-Dessau opgerichte huisorde voor het Vorstendom Nassau-Diez en voor de familie Nassau die in diverse takken verdeeld in Duitsland en in
Friesland functies bekleedde. De voertaal van de Orde was, net als die aan het hof, Frans, vandaar de Franse naam. Deze Orde die aan mannen èn vrouwen werd verleend werd had als doel "alle verdiensten van getrouwe en bevriende personen van beide geslachten, want die laatste twee eigenschappen zijn
het belangrijkst, te belonen en als teken van hoogachting aan haar dochters de Prinsessen benevens vrienden en dienaren te worden verleend".
De statuten werden in het Frans gesteld en zijn erg summier; hoe de Orde er uit zag, is wel bekend.


Henriëtte Amalia van Anhalt-Dessau en haar dochter Isabella van Nassau-Dietz

Op de bovenstaande foto's (midden en rechts) van dezelfde dame zijn nl. Prinses Isabella van Nassau-Dietz zijn de afbeeldingen te zien van de Huisorde van
Nassau-Dietz Le Très Noble Ordre de la Fidélité in het leven geroepen door haar moeder Vorstin Henriëtte Amalia van Nassau-Dietz. Op het linker portret
is deze Orde zichtbaar met een donkergroene strik met een groen geëmailleerd kruis en daarop een lichtblauwe strik waaraan ook een
langwerpig lichtblauw geëmailleerd kruis
hangt. Op het tweede schilderij van dezelfde Prinses is zichtbaar rechtsboven ook deze Huisorde en eronder
de andere Orde van het Geslacht Nassau-Dietz.

De zeven dochters van de Prinses en enkele anderen, meest Vorsten van naburige Staten maar ook hooggeplaatste leden van de hofhouding, werden in
de 'Orde van het vertrouwen' opgenomen. De leden staan in een in het Huisarchief van H. M. de Koningin in Den Haag bewaard gebleven register van
de Orde ingeschreven. Na de dood van Vorstin Henriëtte Amalia in 1711 is de orde niet meer verleend. Het was in de 18e eeuw niet uitzonderlijk dat
een ridderorde na het overlijden van de stichter ophield te bestaan. Geen van de juwelen of ridderkruisen van de Orde is bewaard gebleven.
Maar op twee in Duitsland bewaard gebleven portretten is een wit, of volgens van Zelm van Eldik lichtblauw, geëmailleerd kruis aan een
gestrikt lint te zien dat zeer waarschijnlijk de Orde van het Vertrouwen voorstellen moet.

Heren zullen de versierselen van deze Orde aan een lint in het knoopsgat of aan een lint om de hals hebben gedragen. Van een ster of borstkruis is niets
bekend. In het Museum Wilhelmsturm in Dillenburg worden twee portretten bewaard waarop de "Très Noble Ordre de la Fidélité" min of meer duidelijk
te zien is. Beide portretten zijn van de hand van de Friesche hofschilders Louis, of Jan, Volders. Op het portret van Henriëtte Albertine (1686-1754)
Prinses van Nassau-Diez is het lint van deze Orde Le Très Noble Ordre de la Fidélité kennelijk of groen of lichtblauw.

Diez (in het Nederlands ook wel Dietz) is een stad in het district Rhein-Lahn-Kreis in de Duitse deelstaat Rijnland-Palts en telt 10.805 inwoners. Diez ligt
aan de rivier de Lahn. De meest nabijgelegen grote stad is Limburg an der Lahn. Diez wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde van Karel de Grote
uit het jaar 790. Tijdens de middeleeuwen, in 1150, ontstond het Graafschap Diez, waarvan het plaatsje Diez de hoofdstad werd. Later kwam het
Graafschap Dietz in handen van een tak uit de familie Nassau, uit de "Ottoonse Linie", waartoe ook de Nederlandse Koninklijke familie behoort.

Zij bouwden in Diez een slot. Nadat Jan van Nassau, een broer van Willem van Oranje, in 1606 overlijdt, worden de Nassause bezittingen onder zijn zoons
verdeeld. Zoon Ernst Casimir krijgt Diez, en wordt daarmee Graaf van Nassau-Diez. Als in 1702 Koning-stadhouder Willem III, de Prins van Oranje,
een nazaat van Willem van Oranje, kinderloos overlijdt, wordt Johan Willem Friso van Nassau-Dietz zijn erfgenaam en komen de takken Nassau-Dietz
en Oranje-Nassau bij elkaar. De nazaten van Johan Willem Friso (waaronder Koningin Beatrix) noemen zich "Graaf van Dietz". Frederik Willem van
Nassau-Weilburg en Frederik August van Nassau-Usingen uit de "Walramse Linie" namen in 1806 deel aan de Rijnbond, die onder druk van de
Franse Keizer Napoleon Bonaparte werd gevormd.


Binnenstad Dietz, het Wapen van Dietz en de Schulstrasse

Frederik August ontving de Hertogstitel en werd hiermee hertog van Nassau. De gebieden die zij daarbij moesten afstaan aan het Groothertogdom Berg
werden door Napoleon gecompenseerd met gebieden van de Ottoonse linie, waaronder het Graafschap Nassau-Diez waarmee dit deel ging uitmaken van
het nu ontstane Hertogdom Nassau. De nazaten van Oranje-Nassau stonden immers niet aan de Franse kant, zij waren bij het uitroepen van een andere
Franse vazalstaat, de Bataafse Republiek naar Engeland gevlucht.

De laatste Hertog van Nassau, Adolf koos in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog de kant van de Oostenrijkers. De Oostenrijkers verloren deze oorlog,
waardoor het hertogdom Nassau overging in Pruisische handen. De gebieden gingen deel uitmaken van de Pruisische provincie Hessen-Nassau. Na de
Tweede Wereldoorlog hield ook Pruisen als bestuurlijke eenheid op te bestaan en Diez ging nu deel uitmaken van het nieuwe deelstaat Rijnland-Palts.

De Grafkelder te Dillenburg

Dillenburg is een gemeente in de Duitse deelstaat Hessen, gelegen in het district Lahn-Dill-Kreis. De stad telt 24.263 inwoners en een oppervlakte van
83,88 km². Het stadje dankt zijn welstand aan de mijnbouw, hoogovens, tabaks- en leerindustrie, en de aldaar gevestigde overheidsinstellingen.
Dillenburg is een fraai stadje dat onderdeel uitmaakt van de zogeheten Nassau-route. Deze is bestemd voor liefhebbers van de geslachten Oranje Nassau.
Het vertelt via diverse steden, dorpen, gehuchten en buurschappen over het onstaan van Nassau als familie.


Het oude Dillenburg met Slot der Nassau's

Het belangrijkste historische monument van de stad is Slot Dillenburg, of wat daarvan over is. Het was het voorvaderlijke kasteel van het
Huis van Nassau
en staat op een 292 meter hoge berg. Juliana van Stolberg heeft daar gewoond, Willem van Oranje, zijn broer Jan VI van
Nassau-Dillenburg en vele anderen zijn daar geboren. Tijdens de Zevenjarige Oorlog kwamen de Fransen in Dillenburg. In 1760 beschieten zij het slot
vanaf de andere kant van de Dill. Het slot brandt af, en de resten worden gesloopt. In 1872 financiert Prinses Marianne, dochter van Koning Willem I,
de bouw van de Wilhelmturm, waarin nu het Oranje- en stadsmuseum is gevestigd.

Onder het koor van de voormalige Stiftskirche St. Martin, in 1335 bis 1350 vernieuwd, bevindt zich een gewelf met kruisvormige bogen.
Rond de 15 Eeuw werden daar de Vorsten van Nassau bijgezet aan de oostelijke kant van het zuidelijke schip van de kerk in een familiegraf genaamd
Reiterchörlein. In het zuidelijke deel van het koor - de voormalige Sebastiankapelle met een sterrengewelf - werd reedsbegraven sinds 1509 daarna
werd het een sacristie. In het "Reiterchörlein" vindt men een dubbelgraf van Adolf II van Nassau - Idstein ( † 1426 ) en zijn echtgenote
Margaretha van Baden - Durlach ( † 1442 ), vervaardigd door de Meesterbeeldhouwer uit Mainz. Het Epitaaf van Filips II van Nassau - Idstein ( 1558 )
en Adriane van Bergen († 1524 ) bevindt zich daar ook. Vervolgens zijn verschillende grafzerken achter hoofdaltaar te zien en een standbeeld van
Johann Ludwig von Nassau - Idstein († 1596 ) en een buste Maria van Nassau - Dillenburg, alsmede overblijfselen van andere grafmonumenten.


Epitaaf Adolf IV van Nassau-Idstein, Epitaaf van Karl Ludwig van Nassau-Saarbrücken en Epithaaf van Philips II en Adriana van Nassau-Idstein

In het zuiden gangpad restanten van een grafmonument voor Graaf Adolf IV († 1556 ), gemaakt van kalksteen. In het Koor een gedenksteen voor
Graaf Jan († 1677 ), uitgebeiteld in marmer van de beeldhouwer Hans Martin Zadel. Een monumentale tombe voor Prins Georg Augustus Samuel
(† 1721 ) en Henriëtte Dorothea van Oettingen († 1728 ) en hun zeven kinderen. vervaardigd uit Lahn marmer, albast en hout naar een ontwerp van Maximilian von Welsch (1727-1731), van Johann Jacob Bager, Jozef Leitner uit Limburg (?) en hofbeeldhouwer Franz Matthias Hiernle uit Mainz.
Dan het graf van Prins Karel Lodewijk van Nassau - Saarbrücken († 1723 ), voornamelijk gemaakt van stucwerk marmer, rond 1726 gemaakt door
Caspar Vogel uit Zweibrücken. verder Grafzerken stammende uit de 17e en 18e eeuw.

In de Koninklijke crypte onder het koor zijn bijgezet in een zinken sarcofaag Prins Georg augustus en zijn vrouw Henriëtte Dorothea, gemaakt door
Georg Jost Cronobolt uit Frankfurt. De doodskist Karl Ludwig, de kist van Johannes († 1658 ). Een zinken kist die de stoffelijke resten bevat van de eerste
vrouw van Johannes in 1669 uit Straatsburg hierheen gebracht werd bijgezet in een grafkelder noordelijk van het altaar. De Unionskirche toont en nieuw
inrichting naar het principe van opbouw dat is ontstaan in de Hofkirche te Torgau rond 1544. Vooral de opstelling van de beelden werd een vast
onderdeel van deze architectuur. Tegelijkertijd is het een zeldzaam laat voorbeeld van het Evangelische dogma uit die tijd in beeldvorm weergegeven. 
Het is de eerste, bepalende en onafhankelijke uitbeelding van bouwkunst van Nassau na de dertigjarige Oorlog.

Kort overzicht van de Nassau's die in Dillenburg liggen begraven

In deze Kerk, die een waar bezoeksoord van Nederlanders is geworden om de graven van voorouders van de Koninklijke Familie te bezichtigen,
werden de volgende leden van Nassau-Dillenburg bijgezet:

  • Jan IV ( † 1475 ) slechts zijn hart bevindt zich hier, het lichamelijk omhulsel rust in Breda.
    Het resulteerde in een beeld van het hart met Epitaaf  dat werd opgericht in 1479 door Master Jorge van Marburg.
  • Willem de Rijke (1487-1559).
  • Juliana van Stolberg (1506-1580) , echtgenote van Willem de Rijke en de moeder van Willem van Oranje
  • Jan VI (1536-1606).
  • Prins Hendrik van Nassau - Dillenburg (1641-1701).
  • Prinses Dorothea Elisabeth Silezië Leignitz , echtgenote van Prins Hendrik (twijfelachtig!).
  • Erfprins Heinrich August Wilhelm (1700-1718) , zoon van Prins Hendrik en Prinses Dorothea.
  • Prinses Elisabeth Charlotte (1703-1720) , dochter van Prins Hendrik en Prinses Dorothea.
  • Prins Willem van Nassau - Dillenburg (1670-1724).
  • Hertogin Dorothea Johannette van Holstein - Plön ( † 1727 ) , echtgenote van Prins Willem.

Hendrik de Rijke van Nassau (ca. 1190- ca. 1247) was van 1198 tot zijn dood Graaf van Nassau. Hij was een zoon van Walram I van Nassau
en trouwde met Machteld van Gelre, de dochter van Otto I van Gelre. In 1240 liet hij het Slot Dillenburg bouwen.
De echtelieden kregen ten minste negen kinderen, vermoedelijk komt daar zijn bijnaam de Rijke vandaan:

1.) Rupert, kreeg Dietz in leen van de aartsbisschop van Trier
2.) Walram (ca, 1220 - ca. 1290), de stamvader van de "Walramse linie" van het Huis Nassau
3.) Otto (ca. 1225 - ca. 1289) , de stamvader van de "Ottoonse linie" van het Huis Nassau
4.) Hendrik, monnik in Arnstein
5.) Gerhard (? - 2 mei 1311 (?)), geestelijke: o. a. in Luik, Maastricht, Aken en Tiel.
6.) Jan (ca 1230 - 13 juli 1309), geestelijke, o. a. elect van het Sticht Utrecht
7.) Jutta van Nassau (? - 1313), huwde met Jan I van Cuijk, heer van Merum
8.) Elisabeth (1225 - 6 januari 1295 of 1311), huwde Gerhard III van Eppenstein
9.) Catharina (1227 - 27 april 1324), werd in 1249 abdis van het klooster Altenburg bij Wetzlar

Twee van zijn zonen, Walram en Otto (de andere drie waren geestelijke geworden), verdeelden op 17 december 1255 de Nassause landen.
Hiermee ontstonden de Ottoonse- en Walramse linie van het Huis Nassau.
Deze eerste verdeling van de Nassause landen, stond later bekend als de "Prima division".