![]() |
Familiegraven van Oranje en Nassau |
![]() |
De Grafkelders van Oranje en Nassau
Grafkelder geslacht Nassau-Siegen
Deel I
In de 16e eeuw, had de stad Siegen een formidabele defensieve uitstraling. Het werd omringd door machtige muren met 16 torens en drie stadspoorten, en was de thuisbasis van een groot kasteel. De stad werd meerdere malen getroffen door grote branden. Oude documenten maken gewag van dergelijke branden in 1592 en van 10 tot 20 april 1695. In 1536 bouwde in de delen die ooit een Franciscaner klooster huisvestte, Hendrik de Rijke een "Paedagogium", waaruit later het huidige Gymnasium in Siegen's Löhrtor (poort) uit voort kwam. Johann VII van Nassau-Siegen ("Johann de tussenpersoon") stichtte vervolgens in 1616 - gedurende de ridderlijke oorlog - een school in het nog bestaande oude wapenarsenaal op Burgstraße. Hij bouwde ook op de plaats van een oud Franciscaner klooster een de Unteres Schloss ("lagere statige huis"). Zijn zoon Johann VIII ("De Jongere") trad eerst uit de Rooms-Katholieke kerk maar keerde daar in 1612 weer in terug. Vervolgens onttroondde Johan Maurits hem en onder diens leiding van 1650-1651 kwam het tot een splitsing in de Siegerland langs confessionele lijnen. |
||
Wilhem Hyacinth van |
Onder Wilhelm Hyacint van Nassau-Siegen, brak er daarna geweld uit tussen de twee confessionele groepen. Toen op 29 maart 1707 stadsgenoot Friedrich Flender werd vermoord, Wilhelm Hyacinth was zelf onttroond en bovendien verdreven uit de stad, was de maat vol. Wilhelm Hyacinth was de laatste in de lijn van de katholieke heersers Nassau-Siegen en stierf in 1743. Reeds in 1734 echter was de gereformeerde lijn van het geslacht Nassau-Siegen al uitgestorven. Met de dood van Friedrich Wilhelm, kon de huidige Keizer Karel VI van het Heilige Roomse Rijk de macht overdragen van dit grondgebied aan de Prins van Oranje en de Prins van Nassau-Diez. Onder hun leiding, werd de mijnbouw, de belangrijkste bron van rijkdom, bloeide, samen met de landbouw en de bosbouw tot grote hoogte. Toen Prins Willem I der Nederlanden weigerde de Confederatie van de Rijn, opgericht door Napoleon te steunen, werd hij onttroond door de Franse leider en het Siegerland kwam in handen van het Groothertogdom Berg. Na de val van Napoleon in 1813, kreeg Willem I zijn voormalige Duitse nalatenschappen terug, maar moest in 1815 deze weer afstaan aan het Koninkrijk van Pruisen en het Groothertogdom Luxemburg. Siegen werd toegewezen aan het district Siegen, eerst in de Regio Koblenz en vanaf 1817 in het Arnsberger regio binnen de Pruisische provincie Westfalen. Onder Pruisische gezag, ontwikkelde Siegen zich tot het Zuid-Westfaalse centrum dat het vandaag is. Op 1 maart 1923, werd Siegen afgesplitst van het grondgebed dat ook Siegen heette en werd het een-vrije stad. Tegelijkertijd bleef het de functie behouden als zetel van het district waarvan men niet langer deel uitmaakte. |
Wapen van Siegen |
In de loop der tijd werd Siegen samengevoegd met Wittgenstein district in het kader van de hervorming van het district in 1975. Siegen verloor ook de vrije status op dit moment en werd aldus een onderdeel van het nieuwe Siegen-Wittgenstein district, de naam die de wijk heeft gedragen sinds 1984. |
||
Het huidige kasteel in Siegen bestaat uit een Oberes Schloss en een Untere Schloss uitgebouwd met drie vleugels en werd tussen 1695 en 1720 gesticht op de plek waar eens een klooster stond. Het slot, dat niet toegankelijk was voor publiek, werd domicilie van de protestantse tak van de Nassauers. De rooms-katholieke tak bewoonde het Obere Schloss, dat dateert uit de dertiende eeuw. Dit kasteel is wel open voor bezichtigingen. Het maakt deel uit van het Siegerland Museum en er zijn o. a. acht werken van de schilder Peter-Paul Rubens te bewonderen, die in 1577 in Siegen werd geboren. |
|
Uitzicht over Siegen vanuit het Oberes Schloss park
Stadsdeel met Nicolaikirche |
Slot Siegen vanuit het Unteres Schlosspark |
| Bovendien werd het altaar in het midden van de kerk verplaatst en de positionering van de bankjes veranderd. Zelfs de gouden Kroon op de toren van Sint-Nicolaas kerk dateert uit deze periode. De trappenhuizen in het noorden en ten zuiden van de toren stammen uit 1666. Onder de paraplu van de Nikolaikerk werd voor vele jaren tot 1817 een Latijnse school gehuisvest. De kamers van deze school waren direct boven het gewelf van de kerk via een aparte trap te bereiken. Tijdens de oorlog (1944) werd de toren praktisch in puin geschoten en opnieuw opgetrokken. In het begin van de 20ste eeuw werd de dakconstructie onderhanden genomen. Zodanig dat het oorspronkelijke zeshoekige ontwerp beter tot zijn recht kwam. In 2002 werd de kerk in de huidige kleuren geschilderd. De kerk is te bezoeken en bekijken is zeker de moeite waard. Temeer er veel Nassau's in liggen begraven of zijn bijgezet. | |
Nicolaikirche en het Raadhuis
|
De gouden Kroon |
Nicolaikirche |
Siegen Fürstengruft |
||
| In de Fürstengruft liggen vele leden van het Geslacht Nassau-Siegen. Dit geslacht is een onderdeel van het Huis van Nassau dat in de loop der eeuwen vele Geslachten heeft voorgebracht. Beroemde, bekende en onbekende nazaten het hier een laatste rustplaats gevonden. Niet elk lid van het geslacht van Nassau-Siegen werd hier bij gezet. Van een aantal is de laatste rustplaats onbekend. Dat kan vele oorzaken hebben. Opruiming zonder enig respect is een veel voorkomend verschijnsel in die tijd. Ook deze illustere figuren ontkwamen daar niet aan. Anderen werden elders ter ruste gelegd. In het onderstaande staatje vindt men - zoveel wij daarvan af weten - waar een ieder is gebleven en waar zij of hij rust. Onbekend betekend dat er geen info ter beschikking is. | ||
1619-1620
|
Maria |
|
|
1620-1620
|
doodgeboren dochter |
|
|
1620-1665
|
|
|
|
1620-1623
|
Johann Wilhelm |
|
|
1621-1695 kind van
Johann VIII
|
|
|
|
1621-1638
|
Moritz Friedrich |
|
|
1622-1647
|
|
|
|
1623-1688
|
|
|
|
1625-jong kind van Johann VIII |
Lamberta |
|
|
1626-1694
|
|
|
|
1627-1699
|
|
|
|
1628-1629
|
Hollandia |
|
|
1629-1707
|
|
|
|
1647-1652
|
Ernestina |
|
|
1649-1691
|
|
|
|
1650-1688
|
|
|
|
1651-1676
|
Friedrich Heinrich |
|
|
1652-1675
|
|
|
|
1654-1654
|
Ernestina |
|
|
1655-1655
|
dood geboren zoon |
|
|
1657-1675
|
Ernestina |
|
|
1657-1777
|
Clara |
|
|
1660-+jong
|
Donata |
|
|
1666-1743
|
|
|
|
1667-1672
|
Franz |
|
|
1668-1669
|
Maria Eleonora |
|
|
1673-1734
|
Alexis |
|
|
1674-1674
|
Joseph |
|
|
1675-1676
|
Charlotte |
|
|
1676-1677
|
Joseph Moritz |
|
|
1678-1735
|
|
|
|
1680-1722
|
|
|
|
1680-1745
|
Johanna |
|
|
1681-1720
|
|
|
|
1682-1724
|
|
|
|
1682-1694
|
Karl Ludwig Heinrich |
|