OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Vorstelijk Verzamelen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Koninklijke Verzamelingen

Verzameling Koningin-Regentes Emma

Tot de vele verdiensten van Koningin-regentes Emma behoort haar besluit om op het terrein van Paleis Noordeinde het Koninklijk Huisarchief te
laten bouwen. Haar bedoeling hierbij was om alle bronnen, die van belang zijn voor de geschiedenis van het Huis Oranje-Nassau, op één plaats en in
deskundige handen bijeen te brengen. En zo verhuisden de particuliere archieven, bibliotheek, kunstverzamelingen en andere collecties na het
gereedkomen van het gebouw in 1896 naar het Huisarchief.


Emma, Stichtster Koninklijk Huis Archief, Ontwerp KHA en H.M. Koningin-Moeder

Adelheid Emma Wilhelmina Theresia (Arolsen, 2 augustus 1858 – Den Haag, 20 maart 1934), Prinses van Oranje-Nassau, Prinses van Waldeck-
Pyrmont, was de tweede echtgenote van Koning Willem III van 1879 tot zijn dood in 1890 en Koningin-Regentes der Nederlanden van 1890 tot 1898.
Als Regentes nam zij het Koninklijk gezag waar; eerst enkele dagen voor de dood voor haar echtgenoot, de daarop volgende jaren voor haar
minderjarige dochter Wilhelmina, de Koningin.

Adelheid Emma Wilhelmina Theresia was een van de zeven kinderen van George Victor, Vorst van Waldeck en Pyrmont, en Helena, Prinses van
Nassau-Weilburg. Zij was het vierde kind en had zes zusters en één broer. Haar grootmoeder van vaderszijde, Emma van Anhalt-Bernburg-Schaumburg-
Hoym, naar wie ze was vernoemd, was een kleindochter van Prinses Carolina van Oranje-Nassau en Karel Christiaan van Nassau-Weilburg, een Prins uit
de Walramse linie van het huis Nassau (zie Nassau land). Haar grootvader van moederszijde, Willem van Nassau-Weilburg, was een kleinzoon van
hetzelfde echtpaar. Emma stamde dus zelfs via twee lijnen van het Huis Oranje-Nassau af.


Het huwelijks contract tussen Koning Willem III en Koningin Emma

De in 1877 weduwnaar geworden Willem III reisde naar Duitsland in de hoop daar een geschikte huwelijkskandidate te vinden. Zijn oog viel uiteindelijk
op de toen 20-jarige Prinses Emma. Pas twee maanden na hun kennismaking kon fotograaf Th. Molsberger op 29 september 1878 dit portret maken van
het paar dat op die dag zijn verloving bekend maakte. De Prinses groeide op in Schloss Arolsen. Zij had thuis een gedegen, brede, christelijke opvoeding
genoten. Ze was leergierig en sociaal bewogen. Haar Engelse gouvernante had haar goed op de hoogte gebracht van de arbeidsverhoudingen in die dagen.


Emma, als jong meisje, haar geboortehuis Slot Arolson en de verloving met Koninh Willem III


In de autobiografie van Koningin Wilhelmina "Eenzaam maar niet alleen" schrijft Wilhelmina over haar moeders afkomst: Haar ouderlijk huis was bepaald
verlicht te noemen. Vooral als men rekening houdt met het feit dat de kleine hoven in Duitsland toen een halve eeuw of meer achter waren bij de gewone
maatschappij. Emma vertelde in een interview uit 1929 dat haar moeder de spil van alles was en dat bij haar de praktijk van de opvoeding berustte.
Voordat ze naar Nederland verhuisde, kreeg Emma les in Nederlandse taal en geschiedenis, want ze wilde een Nederlandse worden en blijven.


Boven: Op de huwelijksdag vond in de witte zaal van het slot een feestelijk diner plaats dat werd omlijst met het uitvoeren van een tiental muziekstukken.
Het bijbehorende programma en het menu zijn bewaard gebleven op het Koninklijk Huisarchief.

Linksonder: De rede die de hofprediker bij gelegenheid van het huwelijk in de kapel te Arolsen uitsprak, werd met andere teksten opgenomen in deze
prachtband. Dit huldeblijk werd in 1884 aan Emma aangeboden door drukkerij Joh. Enschedé en Zonen te Haarlem, ter herinnering aan haar huwelijk.
De bekende architect P. J. H. Cuypers ontwierp de band. Voorop is aan de bovenzijde de zinspreuk van Oranje-Nassau Je Maintiendrai (ik zal handhaven)
verwerkt en aan de onderzijde de zinspreuk van Waldeck-Pyrmont Palma sub pondere crescit (de palmboom groeit tegen de verdrukking in).

Rechtsonder: Een geschenk van geheel andere aard vormt dit bijbeltje dat Emma kort na de huwelijksvoltrekking op paleis Het Loo kreeg aangeboden
door de Hervormde Gemeente Apeldoorn. Op de voorkant is een kroontje gemonteerd en op de achterkant een randdecoratie en een afbeelding van
de in 1890 afgebrande Grote Kerk in Apeldoorn. Op het gouden slot staat gegraveerd ‘Apeldoorn 7 Jan. 1879’.


Linksonder: Op 7 januari 1879 werd het burgerlijk huwelijk voltrokken op het slot Arolsen en vervolgens ingezegend in de slotkapel.
De bruid was gekleed in een gedecolleteerde japon van de Parijse firma Wenzel en Corbay, uitgevoerd in crème- en abrikooskleurig satijn
met bloem- en bladmotieven, voorzien van pareltjes, witte tule en fluweel en met een queue de Paris met sleep.

Middenonder: Bij een Vorstelijk huwelijk horen vorstelijke cadeaus. Zo ontving de jonge Koningin op de ochtend van het huwelijk van haar echtgenoot
dit prachtige sieraad waarin centraal een diamant is verwerkt met daarin een portret van Koning Willem III gegraveerd.
Het sieraad werd vervaardigd door de beroemde juwelier Oscar Massin te Parijs

Rechtsonder: De bruidsschat die Koningin Emma van haar ouders ontving omvatte onder meer deze 35-delige zilveren reistoiletgarnituur
met onder meer kammen van schildpad, borstels met ivoren greep, zilveren schaartjes, schrijfgerei en diverse flacons.
Dat het garnituur deel uitmaakte van de bruidsschat blijkt uit de huwelijks overeenkomst, waarin het onder nummer 43 voorkomt.


Linksonder: Toen Koningin Wilhelmina op 31 augustus 1898 de 18-jarige leeftijd bereikte, kon zij als Koningin worden ingehuldigd. Daarmee kwam er
een einde aan de periode waarin haar moeder optrad als regentes. De inhuldigingsplechtigheid vond plaats op 6 september 1898 in de Nieuwe Kerk in
Amsterdam. Kunstschilder Nicolaas van der Waay heeft op dit schilderij het moment van de eedsaflegging weergegeven. Naast de Koningin staat
haar moeder, Koningin Emma, voor wie voor deze gelegenheid een eigen troonzetel was vervaardigd.

Rechtsonder: Groot was de blijdschap toen Koningin Emma op 31 augustus 1880 beviel van een gezonde dochter, al waren er ook minder verheugde
geluiden te horen. Zo presteerde het Leidsch Dagblad het om zijn lezers voor te houden ‘Het is maar een meisje’. Bij de doop in de Willemskerk in
Den Haag op 12 oktober 1880 was het Emma zelf die Prinses Wilhelmina ten doop hield. Op deze tekening in zwart krijt van Otto Eerelman
zien we de trotse vader recht achter Koningin Emma staan en Emma’s vader Vorst Georg Victor rechts vooraan.


Middenonder: Zoals gebruikelijk in de kringen waartoe Emma behoorde maakte kunstzinnige vorming deel uit van haar opvoeding en opleiding.
Ze had hiervoor zeker aanleg gezien de door haar beschilderde borden en schalen, tafelbladen en eveneens bewaard gebleven deurtjes van een kledingkast.
Ook op latere leeftijd bleef Koningin Emma plezier houden in handvaardigheid zoals blijkt uit het boekje dat ze voor haar kleindochter Juliana
borduurde. Deze schimmel en het kind zijn een uitstekend voorbeeld van de kwaliteit die Emma kon produceren.



Links en rechts: Het persoonlijk Wapen van Emma van Waldeck-Pyrmont


Linksonder: Ten tijde van de geboorte van Prinses Wilhelmina was van haar halfbroers alleen nog Prins Alexander in leven. Met zijn overlijden
op 21 juni 1884 werd de toen driejarige Wilhelmina van het ene op het andere moment troonopvolger. Dit fraai ingelijste fotoportret van
H. R .F. Kameke
toont Koningin Emma en Prinses Wilhelmina in rouwkleding na het overlijden van Wilhelmina’s halfbroer.

Middenonder: Emma’s jongere zuster Helena trouwde in 1882 op Windsor Castle met Prins Leopold hertog van Albany, jongste zoon van de
Britse Koningin Victoria. Tot de collectie waaiers van Koningin Emma behoorde een in een ebbenhouten montuur gezet zwart zijden
exemplaar
met daarop een foto van haar zuster Helena en zwager Leopold met hun dochtertje Alice.

Rechtsonder: Een van de weinige foto's van Koningin-Moeder Emma met haar kleindochter Prinses Juliana. Juliana is hier 14 jaar oud.
Samen poseren zij voor de fotograaf en de plaat werd geschoten op het Paleis Soestdijk.
De opname stamt uit 1923.


Linksonder: Dit portret van de zesentwintigjarige Emma en haar vierjarige dochter Wilhelmina werd op 3 juni 1885 tijdens een buitenlandse reis. Vervaardigd door C. Pietzner, fotograaf te Teplitz-Schönau.

Middenonder: Paleis Soestdijk was vele jaren de zomerresidentie van Koningin Emma. Hier zit ze met haar dochter en kleindochter op het bordes van dit
paleis, tijdens het defilé ter gelegenheid van haar 75ste verjaardag, 2 augustus 1933. Een uniek gebeuren, waarbij duizenden enthousiastelingen
haar in woord, gebaar en cadeaus aangaven hoe populair deze Koningin was. Zowel, dochter als kleindochter genoten volop van dit spektakel.

Rechtsonder: Koningin Emma en Prinses Wilhelmina. Een fraaie foto uit 1897, voor haar achttiende verjaardag.
De dag waarop zij als Koningin der Nederlanden zou worden gekroond naderde al heel snel.


Als regerend Koningin koos de jonge Wilhelmina al snel haar eigen weg. Zij probeerde onder de druk van haar moeder uit te komen, maar ze moest toch
vaak terugvallen op de grote kennis van Emma in protocollaire kwesties. Aanvankelijk woonden de beide Vorstinnen samen in paleis Noordeinde,
maar toen Wilhelmina trouwde, trok Emma zich terug in het Paleis Lange Voorhout. Zij was niet meer zo gesteld op het society-leven aan het hof maar
hield desondanks grote ontvangsten en ook audiënties voor diplomaten. Ook al leefde ze vrij teruggetrokken met haar eigen Koninklijke huishouding,
als weduwe van de oude Koning voerde zij een grote staat.

Emma zette zich volledig in voor de bestrijding van tuberculose, destijds volksziekte nummer 1 en deed veel aan liefdadigheid. Zelf had ze een van haar
zusters, Sophie, verloren aan tbc. Toen in 1909 een troonopvolger (Juliana) was geboren, moest opnieuw worden voorzien in een onverhoopt
regentschap gedurende de minderjarigheid van Juliana. Wilhelmina's echtgenoot, Hendrik, werd daartoe door de regering minder geschikt gevonden,
terwijl politiek Nederland goede herinneringen bewaarde aan het regentschap van Emma. Wilhelmina stemde toe en Emma was opnieuw
reserve-Koningin van 1909 tot aan de staatsrechtelijke meerderjarigheid van Prinses Juliana in 1927. Emma overleed op 20 maart 1934
aan een longontsteking. Opmerkelijk genoeg zou haar kleindochter Koningin Juliana op de dag af zeventig jaar later overlijden.