OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Vorstelijk Verzamelen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Koninklijke Verzamelingen

Portret Miniaturen
vervolg

Rond 1700 raakte een nieuwe techniek in zwang: het schilderen op ivoor. Een dun bewerkt plakje van een olifantstand werd beschilderd met waterverf.
Een moeilijke techniek doordat het ivoor de waterverf niet goed opnam (zie Barones Judith de Robais). Aan het einde van de 18de eeuw werd in
Wenen de zogenaamde waterdruppeltechniek ontwikkeld. Hierbij werd het miniatuur met kleine druppels water bewerkt, zodat kleine kringetjes pigment
ontstonden. Een fraai voorbeeld daarvan is het portret van een onbekende vrouw op ivoor door Joseph Kreutzinger (1750/51-1829) van circa 1790-1795.

Links: Door de opkomst van de portretfotografie in de tweede helft van de 19de eeuw verdween de portretminiatuurschilderkunst als genre vrijwel geheel.
Geleidelijk nam ook de kwaliteit af. Een uitzondering hierop is dit portret op ivoor van Koning Willem III (1817-1890)
door Isidore Patrois uit circa 1850.
Rechts: De Hertog van Orleans, Filips I.Van deze miniatuur weten we dat zij aangekocht is door Koningin Sophie. In een door haar geschreven inventaris
vinden we onder nr. 7: 'Monsieur, frère de Louis XIV en costume de St. Jean'. Filips I, Hertog van Orléans (1640-1701), aan het Franse hof monsieur
genoemd, is hier dus weergegeven als Johannes de Doper, met het lam Gods en een mantel van kamelenhaar. Filips was, ondanks zijn homoseksualiteit,
getrouwd met Liselotte van de Palts (1652-1722), die een omvangrijke en gedetailleerde correspondentie naliet over het hofleven van Versailles.
De Hertog van Orléans is altijd in de schaduw van zijn beroemde broer Lodewijk XIV blijven staan.

Linksboven: Isaac Oliver (ca. 1560/65-1617), een in Frankrijk geboren en tot Engelsman genaturaliseerde schilder, heeft hier geuzenleider
Diederik Sonoy (1529-1597) geportretteerd. De beruchte geuzenleider Diederik Sonoy (1529-1597). Deze door Willem de Zwijger aangestelde
gouverneur van het Noorderkwartier (West-Friesland), die aanvankelijk de Spanjaarden diende, voerde een waar schrikbewind tegen katholieken.
Zo hing hij als vergelding voor gruweldaden van de Spanjaarden vijf minderbroeders op. In augustus 1588 werd Sonoy eervol ontslagen nadat hij zich
had overgegeven aan Prins Maurits, die hij weigerde te dienen. Hij vertrok hierop naar Engeland, waar deze miniatuur van hem geschilderd werd.

Middenboven: Dit geëmailleerde portret van de Engelse Koning George III (1738-1820), is in 1754 door Liotard geschilderd na een kort verblijf
van enkele maanden in Londen.De miniatuur is gevat in een medaillon. Het is mogelijk dat de Engelse Koning zelf dit aandenken heeft geschonken
aan zijn tante, Anna van Hannover (1709-1759), de echtgenote van de Nederlandse Prins Willem IV.Het portret is zo boeiend en realistisch
vanwege het clair-obscur en de levendige, iets gedraaide, pose.

Rechtsboven: De miniatuur is rond 1790-1791 geschilderd. Schröder is vooral bekend om de pastelportretten die hij rond 1800 maakte van de leden
van het Huis Oranje-Nassau. Zelf was Koningin Wilhelmina een begaafd schilderes.Deze miniatuur kon in 2004 voor de collectie van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau worden aangekocht.

Een van de belangrijkste miniatuurschilders uit die tijd was Jean-Etienne Liotard (Genève, 22 december 1702 – aldaar, 12 juni 1789) . Deze Geneefse kunstenaar werkte door heel Europa, ondermeer in Turkije, Engeland en Nederland.

Bovendien was hij een internationaal vermaard en rondreizend |pastelschilder, kunstkenner en kunsthandelaar. Liotard stamde af van Franse Hugenoten.

Zijn vader was een handelaar in juwelen, die na 1685 naar Zwitserland was gevlucht. Liotard begon al vroeg met het kopiëren van miniaturen in Genève, onder andere bestemd voor horloges en snuifdozen.
In 1723 ging hij naar Parijs, maar werd tot zijn teleurstelling niet opgenomen in de Koninklijke Academie.
In 1735 zat hij in Rome en schilderde paus Clemens XII.
Daar ontmoette hij twee Engelsen, waaronder een toekomstige lord, en reisde met hen via enkele Griekse eilanden naar Constantinopel.

In enkele jaren tijds raakte hij zeer bekwaam in het schilderen van Turkse kleding en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders. Hij noemde zich de Turkse schilder: zijn baard en fez werden zijn handelsmerk. In 1743 schilderde hij de Maria Theresia in Wenen. In 1745 was hij in de Republiek Venetië en ontmoette Francesco Algarotti die hij ook portretteerde.

Liotard verkocht o.a. het Chocolademeisje aan hem. In 1747 was hij terug in Parijs; hij had veel succes met zijn portretten, maar kreeg ook kritiek vanwege zijn realisme. In 1753 verliet hij Parijs en reisde hij naar Engeland.

Linksonder: In de 16de en 17de eeuw hadden portretminiaturen vooral het karakter van een draagbaar portret. Ze dienden als souvenir aan geliefden,
familieleden of overledenen. Ook deze miniatuur van Prins Willem II (1626-1650), in een gouden medaillon, had deze functie. De achterzijde
vertoont het monogram van zijn zoon, Koning-stadhouder Willem III. Omstreeks 1630 ontstond een nieuwe techniek van miniatuurschilderen:
het emailleren. Bij dit procédé wordt met metaaloxiden gekleurd glas door smelting aan metaal gehecht; iedere kleurlaag wordt hierbij opnieuw gebakken.
Jean Petitot (1607-1691), van oorsprong edelsmid, vervaardigde dit portretje rond 1647.

Rechtsboven: Dit portretje van een onbekende jongeman is geschilderd op vellum, een soort perkament. Hans Holbein (1497/98-1543), de uit
Duitsland afkomstige hofschilder van de Engelse Koning Hendrik VIII (1491-1547) en een van de belangrijkste miniatuurschilders uit de beroemde
Engelse school, heeft deze miniatuur geschilderd. Het is de kleinste miniatuur die van Holbein bewaard is gebleven (3,8 cm in doorsnede). Ondanks
de geringe grootte is de detaillering ongeëvenaard. De 16de-eeuwse kunstenaarsbiograaf Karel van Mander (1548-1606) prees Holbein al om
zijn prachtige weergave van ‘baerdt of hayr’, en dat is zeker ook op dit portretje van toepassing.

Links: In de achttiende eeuw veranderde het gebruik van portretminiaturen. De miniatuur werd meer en meer gezien als decoratief element, dat kon
worden geplaatst in juwelen of fraaie gebruiksvoorwerpen als snuif- en tabaksdozen, bonbonnières etc. Een prachtig voorbeeld van deze toepassing is de
hier getoonde miniatuur van een onbekende man, rond 1660 geschilderd door de Amsterdamse kunstenaar Isaack Luttichuys (1616-1673).
Het portretje is temidden van acht andere in een negentiende-eeuwse zilveren doos gemonteerd .
Rechts: Dit emailportret uit 1822 van de Prins van Oranje, de latere Koning Willem II (1792-1849) is geschilderd door Jean Baptiste Duchesne
(1770-1856). De miniatuur is gezet in een gouden armband, die heeft toebehoord aan Anna Paulowna (1795-1865), de echtgenote van Willem II.
Op de schakels en op de rand van het medaillon staan de namen vermeld van de veldslagen waarin de Prins een rol speelde: de Spaanse veldtocht (1811),
de slag bij Waterloo (1815) en de Tiendaagse veldtocht (1831).

Links: Anoniem miniatuurportret van Koningin Wilhelmina (1880-1962) als jong meisje. Het geëmailleerde portret werd geschilderd naar een
bestaande foto (zie volgende afbeelding), gemaakt op 6 april 1894 door de hoffotograaf Richard Kameke (1847-ná 1897).
Deze methode was rond 1900 populair.
Rechts: Dit portretminiatuur van Prinses Juliana (1909-2004) is gebaseerd op een fotoportret uit 1929 (zie volgende afbeelding). Fotograaf/schilder
Franz Ziegler (1893-1939) bracht het fotografisch beeld door middel van kooldruk over op ivoor en dat beeld overschilderde hij. Het is gevat in een
eigentijds art-decolijstje in zilver met blauw emaille.

De Hoornse kunstschilder Frits ten Hagen is over de 80 jaar. Sinds 1969 woonachtig in Hoorn heeft hij daar steeds de aandacht getrokken. Zo was hij
12 jaar docent bij het Hoornse "Teekengenootschap Debutade" en had hij samen met zijn partner 5 jaar een Galerie in een van de oudste panden
van Hoorn. Gedurende 11 jaar had hij een Galerie "In de Frahchtwage" genaamd in het kunstzinnige straatje De Schoolsteeg in het centrum van Hoorn.
Prijzen van zijn werken variëerden van 400 tot 3.000 Euro. Frits ten Hagen is een veelzijdig kunstschilder.

In alle eenvoud, maar met veel vakkennis schildert hij stadsgezichten.
De Hoornse kunstschilder Frits ten Hagen is over de 80 jaar. Sinds 1969 woonachtig in Hoorn heeft hij daar steeds de aandacht getrokken. Zo was hij 12 jaar docent bij het Hoornse "Teekengenootschap Debutade" en had hij samen met zijn partner 5 jaar een Galerie in een van de oudste panden
van Hoorn.

Gedurende 11 jaar had hij een Galerie "In de Frahchtwage" genaamd in het kunstzinnige straatje De Schoolsteeg in het centrum van Hoorn. Prijzen van zijn werken variëerden van 400 tot 3.000 Euro. Frits ten Hagen is een veelzijdig kunstschilder. In alle eenvoud, maar met veel vakkennis schildert hij stadsgezichten.


Beatrix en Claus

Stillevens en bloemenarrangementen, waarvoor hij bij vele oude meesters te rade is gegaan. Zijn kleurgebruik is hartverwarmend en harmonisch, en zijn vermogen om niet alleen gedrapeerde stoffen, maar ook koper, tin, glas en marmer te schilderen wekt alom bewondering.

Daarnaast is hij vooral bekend om zijn portretminiaturen waarvan er negen werden opgenomen in de wereldberoemde, unieke en kostbare miniaturencollectie van het Koninklijk Huisarchief. In de collectie portretminiaturen van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau zijn alle miniatuur schilder technieken vertegenwoordigd.

Frits ten Hagen ontving voor het eerst een (2e)prijs in 1948 in de Ridderzaal t.g.v. het 50-jarig. regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina.
Via avondcursussen, bestuderen van oude meesters en veel lezen heeft hij "het vak" geleerd. "Ik ben dus grotendeels autodidact, want voor
portretminiaturen zijn er geen leraren. Alleen lectuur en dat nog niet eens in het Nederlands." Ten Hagen is een veelzijdig kunstschilder dankzij kennis,
vaardigheid en veel ambitie. Zijn stillevens boeien vooral door het mooie kleurgebruik en de knappe manier waarop hij koper, glas, tin, marmer en
draperieën op het doek brengt en in elkaar laat weerspiegelen. Zeer gedetailleerd werk, zonder dubbele bodem, want hij heeft een grondige hekel aan
alle "trendy" stromingen en de daarbij horende bla,bla!

De 3 zonen van Koningin Beatrix en Prins Claus geschilderd door Ten Hagen


Van 1974 tot 1984 was hij leerkracht bij het Tekengenootschap Debutade in Hoorn. Ook had hij met een vriend vele jaren een eigen galerie in Hoorn:
"Galerie Gersie", waar zijn werk doorlopend te zien was, maar helaas moest die om gezondheidsredenen in 1997 worden opgeheven. Sinds enkele jaren
is zijn werk regelmatig te zien in zijn eigen stand op kunstbeurzen in o. a. Alkmaar, Den Haag, Breda en Arnhem. Als portretminiaturist is hij enig in Nederland
en verricht hij ook restauraties aan antieke miniaturen. In 1990 werden 9 portretminiaturen van zijn hand -alle van Oranje Vorsten, Prinsen
en Prinsessen- opgenomen in de beroemde miniaturenverzameling van het KoninklijkHuisarchief. Een vorstelijke erkenning.

Als portretminiaturist is Frits ten Hagen enig in Nederland en verricht hij ook restauraties aan antieke miniaturen. In 1990 werden 9 portretminiaturen
van zijn hand - alle van Oranje Vorsten, Prinsen en Prinsessen - opgenomen in de beroemde miniaturenverzameling van het Koninklijk-Huisarchief.
Een vorstelijke erkenning. Hierbij Koningin Beatrix en Prins Claus.

Deze verzameling -ruim 700 stuks - is een van de belangrijkste ter wereld. Hoewel kleiner van omvang, kan de collectie zich wat betreft kwaliteit meten
met die van de Engelse Koningin Elizabeth II op Windsor Castle. De miniatuurschilderkunst ontstond in de 16de eeuw gelijktijdig in Frankrijk en Engeland.
Deze kunstvorm was zeer populair aan de hoven van Europa. In de 19de eeuw raakte de miniatuur -kunst, door de opkomst van de fotografie, over zijn
hoogtepunt heen. Meerdere leden van het Huis Oranje-Nassau hebben actief portretminiaturen verzameld. Vooral dankzij Koningin Sophie en
haar zoon Alexander kreeg de verzameling haar huidige omvang.