De Huizen van Oranje en NassauNassau
Vorstelijk Verzamelen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Koninklijke Verzamelingen

Muzikale Oranje Noten

Muziek heeft door de eeuwen heen op uiteenlopende wijzen een rol gespeeld aan het Nederlandse Hof. In de stadhouderlijke tijdperken was
muziekbeoefening door de leden van de familie vanzelfsprekend en waren er altijd musici en leermeesters te vinden in en om het Hof. De laatste
Stadhouder, Prins Willem V, gaf het muziekleven in Den Haag zelfs een grote impuls door veel aandacht te besteden aan muzikale activiteiten.
In Het Koninklijk Huis Archief bevindt zich een omvangrijke collectie bladmuziek, daterend vanaf de tweede helft van de 18e eeuw. Vele partituren
zijn in mooie banden gevat. Leer, fluweel, perkament, zijde en goudbeslag geven vele muziekwerken een Koninklijke en feestelijke uitstraling.


Links: Bölcsödal: királyi fenséged örömteljes megérkezésére mélyseges hódolattal magyar szeretettel ajánlja, 1938. Muziek van Zachara Ilona Hollósné.
Een Hongaars wiegenlied bij de geboorte van Prinses Beatrix. Aan Koningin Juliana schrijft de componiste - in het Nederlands:
'Aan Uwe Koninklijke Hoogheid voor de Blijde verwachting, met diepe genegenheid en met grote Hongaarsche [sic] liefde Uwe dienstwillige dienaresse',
een veelgebruikt soort formulering in die dagen. De bladmuziekcollectie van het Koninklijk Huisarchief herbergt nog twee kleurrijke Hongaarse
bijdragen: Een wiegenlied ter gelegenheid van de geboorte van Prinses Irene in 1939 en een Hongaarse Wals, beide van de componist Joseph Rado.

Midden:Prinses Anna van Hannover kwam in 1714 op vijfjarige leeftijd aan in Londen waar haar grootvader Georg Koning van Engeland was geworden.
In de jaren voor haar huwelijk met de Nederlandse stadhouder Willem IV genoot Anna in Londen een uitgebreide kunstzinnige vorming.
Haar zelfportret is een van de getuigenissen hiervan. Naast schilderen was ook muziek een belangrijk onderdeel van de opvoeding. Gedurende tenminste
vijf jaar kreeg zij les van Georg Friedrich Händel, die haar de 'flower of princesses' noemde vanwege haar mooie zangstem en klavecimbelspel. Eenmaal in
Den Haag beijverde Anna zich om beroemde Europese musici aan het hof uit te nodigen en in 1750 legde zij de basis voor de latere Haagse hofkapel.
Händel vergat zijn 'favourite pupil' niet en vereerde de stadhouderlijke familie enige maanden met een verblijf op Paleis Het Loo en een toer door het land.

Rechts: Deuxième Mazurka pour le violoncelle avec accompagnement de piano, 1895. Muziek van Joseph Hollman. Joseph Hollman wordt vaak
genoemd als 'musicus in koninklijke dienst', zoals op de titelpagina van deze compositie: 'violoncelliste de feu S.M. le roi de Pays-Bas', cellist van wijlen
Z.M. de Koning. Koning Willem III trad onder andere op als mecenas in het muziekleven. Lange tijd was hij financieel betrokken bij de Franse
Schouwburg in Den Haag. Toen daaraan definitief een eind kwam in 1871 gebruikte de Koning het geld voor de opleiding van veelbelovende jonge musici.
Er werd onder leiding van hofpianist Charles van der Does een pensionaat voor jeugdige zangers en instrumentalisten opgericht. Veelal genoten de
studenten hun muzikale vorming aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel. Tussen 1873 en 1876 werden zogenaamde audities gehouden op
Paleis Het Loo. Liszt, Thomas en Wieniawsky maakten deel uit van de jury. De titelpagina werd vervaardigd door F. Vos.

Rechts: Ter blijde Inkomste van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina en Hare Doorluchtige Moeder de Koningin Regentes binnen 's Hertogenbosch
15 mei 1895. Muziek van Franciscus Johannes van der Heijden, tekst van J.R. van der Lans. Koningin-Regentes Emma nam haar jonge dochter met grote
regelmaat mee om bezoeken af te leggen in het land. In 1895 was de 14-jarige Wilhelmina door het overlijden van haar vader al bijna vijf jaar Koningin.
Op 15 en 16 mei deden de Vorstinnen Den Bosch aan. De Bossche componist, organist en muziekleraar Franciscus Johannes van der Heijden schreef een
lied 'door de Schooljeugd te zingen' op een tekst van Jan van der Lans en voerde het in het bijzijn van moeder en dochter uit met een koor van
500 kinderen. Hofkalligraaf Th. van Kempen vervaardigde voor beide Koninginnen een exemplaar van het lied, dat na afloop van de uitvoering
aan hen werd aangeboden. Het bezoek leverde Den Bosch twee jaar later de 'Koninginnenlaan' op.

Midden: Feest-cantate voor driestemmig vrouwenkoor met sopraan solo, 1874. Muziek van C.L. Mattern, tekst van E. Laurillard. Toelichting op dit
muziekstuk is te vinden bij een foto, even verderop deze pagina. Voor de titelpagina wendden Mattern en Laurillard zich tot het beroemde kalligrafisch
familiebedrijf Grevenstuk in Amsterdam. Antonie Grevenstuk dreef daar een bloeiende praktijk, sinds 1873 samen met zijn drie zonen.
Antonie timmerde flink aan de weg, onder andere door op belangrijke momenten zijn werkstukken naar de Vorst te sturen. Dat leverde hem echter niet
de titel 'hofkalligraaf' op; die eer viel pas zijn zonen in 1903 te beurt. Zij hebben in de loop van de navolgende jaren veel werk afgeleverd aan Koning III,
dat ook nog bewaard is gebleven. De meest prominente stukken bevinden thans in Het Koninklijk Huis Archief te Den Haag. Overigens is dit archief
gevestigd achterin de tuin van het Paleis Noordeinde.

Rechts: Jubel-klanken, ca 1850. Muziek van Moïse Ph. Polak. Zoals regeringsjubilea, Koninklijke huwelijken en geboortes van troonopvolgers, waren
ook verjaardagen aanleiding tot het schrijven van muzikale huldeblijken. Voor Koningin Sophie, de eerste echtgenote van Koning Willem III,
schreef Moïse Ph. Polak deze Jubel-klanken. Polak was kapelmeester van het muziekkorps van de Artillerie-Schutterij in Den Helder en directeur van
het Casino aldaar. De jubelklanken voor de verjaardag van Koningin Sophie op 17 juni moeten van voor 1877 dateren; de Koningin overleed in dat jaar
op 58-jarige leeftijd. De titelpagina van het werk is vervaardigd door P.H. Polak, wellicht een familielid van de componist. In 1894 trad Moïse Polak nog
op met een kinderkoor tijdens een bezoek van Koningin-Regentes Emma en de jonge Koningin Wilhelmina aan Den Helder.


Links: Deuxième Messe solennelle offerte à Sa Majesté Guillaume III, Roi des Pays-Bas, vóór 1868. Muziek van Antoine Bessems. Een van de
componisten die een muziekstuk in een prachtig versierde band aan Koning Willem III zonden was Antoine Bessems uit Antwerpen. Hij genoot zijn
opleiding aan het conservatorium in Parijs, waar hij deel uitmaakte van het Italiaanse operaorkest. Bessems componeerde kerkmuziek en instrumentale
werken. Vooral werd hij bekend in connectie met een werk van Hector Berlioz. Deze had eveneens een Messe solennelle geschreven, maar was daar na
twee uitvoeringen in Parijs zo ontevreden over dat hij het verbrandde. Althans, zo laten zijn memoires geloven. In werkelijkheid gaf hij de mis aan
Antoine Bessems, naar aanleiding van hun langdurige vriendschap, aldus de aantekening van Bessems op de partituur. Na diens dood verdween de mis
van Berlioz, evenals de drie missen van Bessems zelf, in een muziekkast bij een kerkorgel in Antwerpen. In 1991 kwamen alle missen aan het licht,
terwijl al die tijd ook een afschrift van de Tweede mis van Bessems in de bibliotheek van het Koninklijk Huisarchief aanwezig was.

Midden: Eerezang troonsbestijging van Hare Majesteit de Koningin van Nederland, 1898. Muziek van Raden Adipati Aroeng Binang. In een grote
perkamenten band van 55 cm. staat op vier bladen van de Javaanse papierboom, 'wit dloewang', het eerbetoon van Regent van Keboemen, Raden Adipati
Aroeng Binang, bij de inhuldiging van Koningin Wilhelmina in 1898. Het werk kende echter geen gelukkige geschiedenis. De Regent had de lofzang
opgesteld met de bedoeling deze, tijdens de feestelijkheden in het verre Nederland, te laten zingen door zijn ondergeschikten voor de verzamelde
Europese ambtenaren in zijn eigen Indonesische regentenwoning, de zogenaamde Kaboepaten. Helaas werden alle ambtenaren uiteindelijk opgeroepen
naar de hoofdplaats. Het werk bleef vooralsnog onuitgevoerd. Totdat enige tijd later 'Inspecteur van het Inlandsch onderwijs' H.A. de Nooy op zijn
inspectiereizen het huis van de regent aandeed en de lofzang alsnog werd aangeheven. De Nooy ontving een afschrift en beloofde er bij gelegenheid een
mooie band van te maken en de Koningin aan te bieden. Hij leverde bovendien een Nederlandse vertaling van het werk. De pentekeningen en het schrift
van de lettervormen, zoals die in Jogjakarta en Soerakarta in gebruik waren, zijn van de hand van een onderdaan van de Prins van Jogjakarta.

Rechts: Lied voor sopraan uit de Hymne aan Neerland's koninginnen, ca 1895.Muziek van A.J. Gaillard, tekst van W. Heetjans. Tijdens hun bezoek aan
Overijssel van 2 tot 4 september 1895 vereerden de Vorstinnen Emma en Wilhelmina de stad Kampen met hun aanwezigheid. Dit lied en misschien zelfs
de hele hymne werden vermoedelijk als intermezzo tijdens de toer uitgevoerd.Maar de Koninginnen kregen de muziek niet direct mee naar huis: uit de
particuliere correspondentie van de regentes blijkt dat het stuk enige dagen later in tweevoud vanuit Kampen werd toegezonden aan het hof. Dit verklaart
de vouw midden door de titelpagina.De componist was in de tijd van het bezoek al 27 jaar dirigent van het Stedelijk Muziekcorps in Kampen, dat hij in
die jaren op hoog niveau had gebracht. En zoals vele musici zich niet tot een enkele functie beperkten was hij tevens directeur van de muziekschool.


Links: Huldigings-ouverture voor groot orchest, ca 1879. Muziek van Nicolaas Arie Bouwman.Twee jaar na het overlijden van zijn echtgenote
Sophie trouwde Koning Willem III in 1879 met de Duitse Prinses Emma. De Koningin werd na haar huwelijk in Arolsen warm onthaald door haar nieuwe
landgenoten in Nederland. Diverse componisten werden geïnspireerd tot het schrijven van muziek. Tot die groep zou ook Nicolaas Arie Bouwman kunnen
behoren. Helaas ontbreekt in de partituur van de Huldigingsouverture elk spoor van een datering. In 1878 verruilde Bouwman zijn post als violist en
fluitist bij het Utrechts Stedelijk Orkest voor die van kapelmeester van de stafmuziek in Bergen op Zoom. Tenslotte werd hij dirigent van de
Koninklijke Militaire Kapel, het korps dat in zijn nieuwe vorm Koninklijke Militaire Kapel 'Johan Willem Friso' nu onder meer optreedt.

Rechts: Jubileumlied, 1938. Muziek van Simon Terpstra, tekst van Henry Reintjes.'Wij zeggen U dank en wij brengen U hulde, met fierheid en
blijdschap in ootmoed en trouw'. Zo zal Koningin Wilhelmina vele malen zijn toegezongen tijdens haar vele jubilea. In 1938 was zij veertig jaar Koningin
en de huldeblijken stroomden binnen. 'Gij waard voor ons volk al die jaren een zegen, in tijden van voorspoed in dagen van rouw. Daarom klinkt
spontaan deze juichkreet U tegen en waait er de vlag met ons rood wit en blauw'. Jules Timmermans illustreerde de muziekbladen met
de wapens van de verschillende provincies.

Links: De Pijper, ca 1770 naar I.L. Lafargue. De Pijper behoorde tot de Zwitserse huursoldaten, die vaak optraden als persoonlijke lijfwachten van
gezaghebbers. Zij waren in dienst van de prins of de koning, door wie ze betaald werden, en ze waren dan ook niet afhankelijk van bemoeienis van de staat.
Sinds de 17e eeuw had het Nederlandse hof ook dergelijke soldaten in dienst, de 'Cent Suisses' genoemd. In de 18e eeuw behoorden zij tot de lijftroepen
van de stadhouders. Zij waren weliswaar gewapend met een hellebaard, maar hadden toch voornamelijk ceremoniële functies. Naast pijpers behoorden
ook tamboers tot de muzikanten in de korpsen. De korpsleden waren herkenbaar aan hun afwijkende, kleurige kostuum, zoals dat nu nog steeds
is te zien bij de Vaticaanse Zwitserse Garde.

Midden:
Feest-cantate voor driestemmig vrouwenkoor met sopraan solo, 1874. Muziek van C.L. Mattern, tekst van E. Laurillard. Voor de titelpagina
wendden Mattern en Laurillard zich tot het beroemde kalligrafisch familiebedrijf Grevenstuk in Amsterdam. Antonie Grevenstuk dreef daar een
bloeiende praktijk, sinds 1873 samen met zijn drie zonen. Antonie timmerde flink aan de weg, onder andere door op belangrijke momenten zijn
werkstukken naar de vorst te sturen. Dat leverde hem echter niet de titel 'hofkalligraaf' op; die eer viel pas zijn zonen in 1903 te beurt.
(toelichting Feestcantate 2e rij midden van boven)

Rechts: Lied toegewijd aan de nagedachtenis van Hare Majesteit Anna Paulowna, Koningin-Moeder der Nederlanden, 1865. Muziek van Gom. Ryssens,
tekst van M.H. de Graaff. Veel aandacht werd besteed aan droevige gebeurtenissen. Bij het heengaan van stadhouders, koningen en hun familie
verschenen diverse treurdichten, lijkzangen en rouwklachten. Statige muziek werd opgetekend in stemmig geïllustreerde partituren, die toonden dat het
land meeleefde met het verdriet van de familie. Dit Lied was toegewijd aan de nagedachtenis van Hare Majesteit Anna Paulowna, de echtgenote van
Koning Willem II, Gom. Ryssens was een zorgzaam man, zoals we kunnen opmaken uit het Danklied aan den toondichter Gom. Ryssens, in name der
liefdadige maatschappij de Broederband: 'Ik bied, mijn vriend, de heil- en zegewenschen der Maatschappij de Broederband u aan, voor 't goed dat gij
aan uwe medemenschen ten allen tijde met liefde hebt gedaan. Gij waart de steun van weduwen en weezen en gij verzacht des grijsaards droevig lot'.


Links: La scuola degli amanti : sento oddio che questo piede : quintetto, ca 1805. Muziek van Wolfgang Amadeus Mozart. Na een bewind van vier jaar
kwam er in 1810 in Amsterdam een einde aan de aanwezigheid van Lodewijk Napoleon, die door zijn broer Napoleon Bonaparte was aangesteld als Koning
van Holland. De Koning had residentie gehouden in het Paleis op de Dam. Bij zijn vertrek bleven het meubilair en een omvangrijke bibliotheek achter in
het paleis. In die bibliotheek bevonden zich prachtig ingebonden boeken en muziekstukken. De veelal leren banden droegen alle het gouden wapen of
monogram van Lodewijk Napoleon. Ook waren er losse muziekbladen waarop de Koning een groot wapen liet stempelen, soms zelfs dwars door tekst en
muziek heen. La scuola degli amanti is een handgeschreven kopie van een vocaal kwintet uit de opera Così fan tutte.

Rechts: Sonate pour le pianoforte, ca 1790. Muziek van Francesco Zappa. Afkomstig uit Milaan vestigde Francesco Zappa zich rond 1768 als
muziekleraar in Den Haag. Vanaf dat moment tot 1795 kwam zijn naam voor als cellist op de lijst van de hofkapel van stadhouder Willem V, maar hij
behoorde net als een aantal andere in die tijd beroemde musici niet tot de vaste bezetting. Het Stadhouderlijke Hof was een belangrijke factor in het
Haagse muziekleven. Er was een hofkapel en rondreizende musici werden aangetrokken om concerten te geven. Maar ook werd er rijkelijk geïnvesteerd
in muzieklessen aan de leden van de stadhouderlijke familie en in de aanschaf van muziekinstrumenten en bladmuziek. Van de stadhouderlijke
muziekbibliotheek is maar een heel klein gedeelte in het Koninklijk Huisarchief terechtgekomen. Deze sonate van Zappa maakt deel uit van een
portefeuille met verschillende composities, getiteld Sis pieces de musique. De bundel is opgedragen aan Prinses Louise, de muzikaal getalenteerde
dochter van Stadhouder Willem V. Op de titelpagina wordt Zappa aangeduid als 'Muziekmeester in Den Haag'.


Links: Vreugde-zangen voor cimbaal, zang en andere instrumenten, 1766. Muziek van Jacob Reinders, tekst van P. van der Kruyff. 'By Geleegentheyd
Der Aangenaame Verjaaring en Vroolyke In-Huldiging, Geviert binnen 's Graaven-Haage den Agsten Maart 1766' werd Prins Willem dit muziekstuk
aangeboden door Jacob Reinders. De Prins werd op zijn achttiende verjaardag ingehuldigd tot stadhouder Willem V, de laatste stadhouder. Enkele jaren
daarvoor was Reinders als organist van de Hervormde Kerk in Naarden overgestapt naar de Grote Kerk in Monnikendam, waar hij tevens optrad als
beiaardier. Ten tijde van de feestelijkheden was ook de familie Mozart in het land en de tienjarige Wolfgang schreef enkele werken voor
de jonge Stadhouder en voor diens zuster Prinses Carolina.

Midden: Vleugel van Koningin Hortense de Beauharnais, 1808. Erard Frères. In 1808 zond de Parijse klavierbouwer Erard een vleugel naar de
Koning in Nederland. Dat was op dat moment Lodewijk Napoleon, die het voormalige stadhuis op de Dam had omgebouwd tot woonpaleis. De vleugel was
bestemd voor zijn echtgenote Hortense de Beauharnais, de muzikale stiefdochter van Napoleon Bonaparte. Het instrument werd geplaatst in de vroegere
Vroedschapskamer die nu als concertzaal fungeerde. Hortense heeft niet lang plezier gehad van de vleugel. Na de dood van haar zoontje in 1807 had zij
Nederland verlaten en pas in april 1810 kwam zij weer terug naar Amsterdam.

Maar Hortense kon niet aarden in het paleis; ze vond het te somber en bovendien was de sfeer tussen de echtelieden slecht. Een maand later verliet zij
Nederland en keerde er niet meer terug. Weer een maand later vertrok ook Lodewijk Napoleon en de vleugel bleef achter in het Paleis op de Dam.
Sinds het aantreden van Koning Willem I in 1813 is het instrument eigendom van het Nederlandse hof. De vleugel staat sinds 1972 in bruikleen in de
vaste opstelling van het Haags Gemeentemuseum. Voor de vleugel is gebruik gemaakt van mahoniehout en de klankkast is versierd met
bronzen ornamenten, geïnspireerd op de klassieke oudheid.

Rechts: Welkomstlied, Hare Majesteit de Koningin bij haar bezoek aan Schiedam 18 sept. 1925. Muziek van A. Baan, tekst van Joh. A. Boer. In een
rijkelijk versierd Schiedam werden op 18 september 1925 Koningin Wilhelmina, Prins Hendrik en de 16-jarige Prinses Juliana ontvangen. Tijdens een
lange rijtoer werd het Koninklijk Gezin toegezongen door de 2000 oudste leerlingen van de plaatselijke scholen. De Schiedamse makers van het lied en
dirigent Joh. Oostveen werden 'aan het rijtuig ontboden', aldus het extra nummer van de Schiedamsche Courant. Hare Majesteit verzocht de kunstenaars
haar dank over te brengen aan de juichende kinderen. Baan trad ook zelf op als dirigent: twee jaar na het bezoek van de Koninklijke Familie met een groot
kinderkoor, en in 1935 bij de onthulling van de Koningin Emmabank in het Julianapark in Schiedam.