De Huizen van Oranje en NassauNassau
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Koninklijke Verzamelingen

Majesteitelijke Meubelen

Door de eeuwen heen hebben Vorstelijke Geslachten en haar leden uiterst luxueuze bezittingen gehad. Van Kastelen naar landhuizen en van de fraaiste
gouden sieraden tot de kostbaarste diamanten veelal gevat in meer dan uniek schitterende ontwerpen. Geld scheen geen enkele rol hierin te spelen.
Hetzelfde gold voor de de tuinen die bij de vele bezittingen - ter verfraaing van hetgeen daar was neer gezet - mensen het gevoel gaf dat dit nu net alles
compleet maakte. Binnen kon dan ook wedijveren met buiten. Meubels in alle soorten hout, ontworpen door gerespecteerde grootmeesters in hun vak
als Daniël Marot die een duizendpoot was, werden tentoon gespreid als onderdeel van hun rijkdom . Marot ontwierp tuinen, kastelen, huizen, meubels
en ga zo maar door. Zijn meubelontwerpen waren net zo indrukwekkend als zijn andere werk.

Een van zijn mooiste ontwerpen van Daiël Marot op het gebied van lakkabinetten vindt men hieronder. Een lakkabinet is een uiterst fraai vorm gegeven
kast vaak op poten gemaakt van prachtige materialen, waaronder hout en versierd met gouden reliefs. Het stuk kwam in het bezit van de Oranje's rond
het einde van de zeventiende eeuw. Eigenaresse werd Prinses Albertine Agnes, dochter van stadhouder Frederik-Hendrik en Amalia van Solms. De Prinses
bracht de meubels (wellicht een geschenk van de VOC) naar haar residentie Oraniënstein, waar zij woonde sinds zij was getrouwd met de Duitse Prins
Willem-Frederik van Nassau-Dietz.” De oudste vermelding uit 1695 luidt:

‘2 schwartze egale indianische cabinetten mit güldene figuren, das eine uff ein tafelchen, das andere uff einen schwartzen fues’


Ontwerp: Daniël Marot 1680

De hier getoonde kabinetten zijn vervaardigd van zwart lak en zeer rijk versierd. Onder meer de jaarlijkse reis van de Hollandse hoofdkoopman van de
VOC naar de Keizer van Japan is afgebeeld in het lakwerk, alsmede het eiland Deshima en figuren van vogels, planten en de berg Fuji. De afbeeldingen op
de twee meubels zijn identiek, maar in spiegelbeeld gemaakt. De kwaliteit van het lakwerk en het vakmanschap van de twee kunstwerken is uitzonderlijk.
Ze zijn in Japan vervaardigd maar gebaseerd op Europese meubels. Achter hun deuren bevinden zich talloze grote en kleine laden.
De kasten zijn uitgerust met twee handvatten waarmee ze gedragen konden worden.

De huidige onderstellen van verguld lak dateren uit het begin van de achttiende eeuw. Vele lakkabinetten afkomstig uit China , Japan en Coromandel
werden in de late zeventiende eeuw in Europa door de Engelse- en Hollandse Oost-Indische Compagniën naar Europa geïmporteerd. De deuren van dit
kabinet zijn aan de binnen- en aan de buitenzijde versierd met blauw-witte vazen als imitatie van Aziatisch porselein of Delfts aardewerk.
Deze indrukwekkende versierselen, gevuld met volle bloemtakken met bloemen zoals anjers, tulpen, en leliën, vormden een invulling van de schoonheid
van dit meubelstuk. De losse bloemen op het ladenfront, die botanisch tamelijk nauwkeurig geschilderd zijn, gaan terug op een oud gebruik om bloemen
en kruiden op de vloer te strooien. Dit idee kwam reeds in de zestiende eeuw in zwang en werd tot ver in de achttiende eeuw voortgezet.


Kabinetten van Prinses Amalia van Solms 1650-1660 (ontwerper Wilhelm de Rots)

Het meer dan fraaie kabinet van Prinses Amalia van Solms, daterende uit de jaren 1650-160. De kwaliteit van het meubel was in een oogopslag duidelijk,
maar de geschiedenis moest nog worden uitgezocht. Het prachtige object met zijn versiering van schildpad en ivoor bleek voor de weduwe van
stadhouder Frederik Hendrik, Amalia van Solms, te zijn gemaakt en zelfs in een gedicht van een tijdgenoot te zijn beschreven. Het werd gemaakt
van oakwood, tortoiseshell, ivory and palisander. De afmetingen van dit kabinet zijn H=104 cm, D= 40 cm en B= 64 cm.

De kabinetten bleven staan in de grote zaal van Oraniënstein tot 1815, toen Koning Willem I zijn rechten op het bezit van het Graafschap Dietz
(in het huidige Noordrijn-Westfalen) verruilde voor die op Luxemburg. Toen verhuisden de meubels naar Paleis Noordeinde in Den Haag. Via Koningin
Sophie (eerste vrouw van Koning Willem III) vererfden de kabinetten naar haar zoon Prins Willem (1840-1879) en zijn paleis op de Kneuterdijk.
Na diens dood werden ze bezit van zijn broer Prins Alexander (1851-1884) en vervolgens kwam het in bezit van Koningin Wilhelmina, die de meubels
overbracht naar de Japanse Zaal van Huis ten Bosch. Daar bleven ze staan tot een renovatie in 1956 ze verplaatste naar de Balzaal van het paleis.


Kabinet met Europees lakwerk met op de kastdeuren jachttaferelen in een landschap met huizen, toegeschreven aan Martin Schnell, ca. 1710 - ca. 1720

Sinds 1956 staan deze fraaie uitingen van Oosterse Kunst in de Balzaal van Huis ten Bosch in Den Haag. De Japanse lakkabinetten maken onderdeel uit
van de Rijkscollectie, in beheer bij de Intendance der Koninklijke Paleizen. Zij zijn slechts één keer kort voor het Nederlandse publiek te zien geweest:
na het inkomend staatsbezoek van de keizer van Japan in het Paleis op de Dam in Amsterdam (2000) Thans zijn de eeuwenoude Japanse lakkabinetten
uit Paleis Huis ten Bosch voor ons, het gewone publiek, zichtbaar in het Rijksmuseum in Amsterdam. Ze worden uitgeleend vanwege de renovatie van
het toekomstige woonpaleis van Koning Willem-Alexander en zijn gezin.


Balzaal Huis ten Bosch


Het is een uniek gebeuren daar de rijkelijk versierde kabinetten van zwart lak uit circa 1680 vrijwel nooit te zien zijn geweest voor het publiek. In het
lakwerk is onder meer de jaarlijkse reis van de Hollandse hoofdkoopman van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) afgebeeld. Het vakmanschap
van de twee kunstwerken is 'zonder meer uitzonderlijk'. De kwaliteit is al die jaren zeer goed bewaard gebleven. Feitelijk leest de historie van de
lakkabinetten als de familiegeschiedenis van de Oranjes, omdat deze meubelstukken al eeuwenlang zijn verbonden met deze Oranjes.

Er zijn vele voorbeelden van lakkabinetten te vinden. In de meeste gevallen vindt men deze bij de wat beter gesitueerden onder ons.
Hieronder een aardig voorbeeld van een ook uiterst fraai kabinet.

Het bovenstaande fraaie exemplaar was ooit in het bezit van 's werelds rijkste familie de Rothschild met een geschat vermogen van €.500.000 miljard.
De Koningin van Engeland Elisabeth II heeft ook wel iets van dit soort zaken in huis. De Koninklijke familie van Zweden, Denemarken, Noorwegen en
Spanje zijn ook liefhebbers van dit soort - niet in een tweedehands winkel te koop zijnde - materialen, bestemd voor de inrichting van hun woonverblijven.


Her Majesty’s Furniture: The Sèvres Coffer and Table, 1824

Een fraai meubelstuk uit de collectie van Hare Majesteit Koningin Elisabeth II van Engeland. Onder de prachtige items gekocht in Parijs voor Koning
George IV van zijn bakker, François Benois, is deze prachtige koffer en de tafel van eik en ebbenhout. Wat deze onderscheidt van andere soortgelijke
stukken van meubilair in de Royal Collection is de opname van negentien porseleinen panelen van Sèvres. Set in verguld brons en de panelen tonen:
4 pastorale scènes, 2 mythologische onderwerpen, 2 vogels, 2 stillevens, een trofee en 8 hekwerk panelen in goud op een blauwe ondergrond.
Ondersteund door vier taps toelopende poten met messing fluting, de tabel bevat de koffer, die met wit marmer en een doorboorde bronzen galerij aan
drie zijden is gemonteerd. Deze set werd gebruikt in St. James's Palace tot de dood van George IV, toen werd het verplaatst naar Windsor Castle.