OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Friese Koningen Folcwada en Aldgillis
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

De Friese Nassau's

Lijkstatie Graaf Ernst Casimir van Nassau-Dietz

Ernst Casimir (Dillenburg, 22 december 1573 – Roermond, 2 juni 1632), Graaf van Nassau-Dietz (1606-1632), Stadhouder van Friesland (1620-1632)
en Stadhouder van Stad en Lande en Landschap Drenthe (1625-1632), was een zoon van Jan VI van Nassau-Dillenburg en Elisabeth van Leuchtenberg.
Toen na het overlijden van zijn vader diens Graafschap Nassau werd verdeeld onder zijn vijf in leven zijnde zoons, volgde Ernst Casimir hem op als Graaf
van Nassau-Dietz. Ernst Casimir huwde in 1607 met Sophia Hedwig, Hertogin van Brunswijk-Wolfenbüttel, dochter van Hendrik Julius, regerend Hertog
van Brunswijk-Wolfenbüttel-Calenberg en Grubenhagen.

Uit het huwelijk van Ernst Casimir en Sophia Hedwig werden negen kinderen geboren:

  Naam Geboorte Overlijden Opmerkingen
         
1 Dochter 1608 1608 Doodgeboren dochter
2 Zoon 1609 1609 Doodgeboren zoon
3 Zoon 1610 1610 Naamloze zoon
4 Hendrik Casimir 1612 1640 De latere Graaf Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz
5 Willem Frederik 1613 1664 Graaf en later Vorst van Nassau-Dietz
6 Elisabeth 25-07-1614 18-09-1614 Jong gestorven
7 Johan Ernst 29-03-1617 mei 1617 Jong overleden
8 Maurits 21-02-1619 18-09-1628 Stierf jong
9 Elisabeth Friso 25-11-1620 20-09-1628 Overleed ook jong


v.l.n.r. Portret van Ernst Casimir versierd met twee trompetters en vaandels, zijn sneuvelen bij Roermond op 2 juni 1632, het interieur van de Grote Kerk te Leeuwarden met het grafmonument
van Willem Lodewijk, Graaf van Nassau en de groep soldaten die vooraan de stoet loopt. De begrafenis van Ernst Casimir, Graaf van Nassau-Dietz te Leeuwarden, 3 januari 1633.



Links: Het Hofgezin van Zijne Genade voor de entree van de Grote Kerk te Leeuwarden.

Rechts: Acht trompetters, gevolgd door Jhr. Zeino Jachim van Wesefeld, Jhr. Maurits van Ripperda die een paard aan de teugel voeren met het Wapen van Liesfeldt, Jonkheer Jan van Echten draagt de vlag van Liesfeld. Daarna Jhr.Wigbolt Ripperda van Peijse en Jhr. Orilcius van Doijem met
een paard dat het Wapen van Bergh met zich voert.


v.l.n.r. De vlag van Bergh wordt gedragen door Jhr. Haring Onna van Sijthiema en de Jhrn Sijds van Emingha en Ulbe van Aylva begeleiden het paard met het Wapen van Dietz, gevolgd door
de Burggraaf Jhr. Douwe van Roorda die de vlag van Dietz beheerd. Jhr. Gerrold van Juckama en Jhr. Sicko van Grovestin met het paard met het Wapen van Vianden. De rij wordt gesloten door
Jhr. Homme van Camstra die draagt de vlag van Vianden.



Links: Jhr. Watze van Camminga ne Jhr. Douwe van Aylva sturen het paard met het wapen van Catzenelleboghen, terwijl Jhr. Douwe van Ockama de vlag van die stad draagt. Jhr. Epo van Douma
en Jhr. Julius van Harinxma het paard met het Wapen van nassau in bdwang houden. vervolgens draagt Jhr. Tialling van Eysinga trots de Nassause vlag. Jhr. Schelto van Ebinga de vlag met de lauwerkrans van
de overledene en Jhr. Laes van Glins de vlag van de veroveraar bij zich heeft.


Rechts: Jhr. Rempt Rengers ten Post, Jhr. Charles de Unia, Jhr. Siouck van Wijnia drage allen een Wapen waarvan de overledene op Heer, Graaf of anderzins mee verbonden was. Jhr. Jurgien van Burmania (4e) draagt het persoonlijk Wapen van de Graaf en Jhr. Julius van Eijsinga houdt het Vorstelijk Wapen van Ernst Casimir omhoog. Jhr. Abbo van Bootzma de handschoenen van de Vorst,waarbij Jhr. Ate van Hottinga
de fraaie helm toont. Tenslotte dragen, de Jhrn. Boiocko van der Wengen de riddersporen, de Luitenant-Kolonel Jaquesvan Oenema het Zwaard en de
Luitenant-Kolonel Schelto van Aysma de Tabbert van de Koning der Herauten van Ernst Casimir.



v.l.n.r. Wilhelm Vrijheer toe Schwartzenburg en de Ritmeester Jhr. Bartelt Ertens rirmeester met het Rouwpaard. Gevolgd door de overste Jacob van Roussel, de Vrijheer Georg toe Schwartzeburg, en Hogenlantsberg, Jhr. Poppo van Burmania de hofmeester en de Hellebardiers van Zijne Genade.


v.l.n.r. De Lijkkist van Ernst Casimir van Nassau-Dietz bedekt met een zwart rouwkleed voorzien van Wapens en met de overste Gerog van Lijauckema, linsk vooraan bij de kist de Colonel Thomas Ferentz, linksachter de overste Caspar van Eulsum, Heer toe Nijen-Oordt, rechtsachter, de Colonel Idzaert van Eminga en gevolgd door de Hellebardiers van Zijne Genade.

Rechts: De Piqeur , Jhr. Pieter van Eijsinga, Zijne Genade Graaf Henric van Nassau, Gouverneur van Frieslandt, Jhr. Julius van Meckema, Jhr. Achatius van Hohenfeldt. Dan Jhr. Ruerdt van Juckema Zijne Genade Graaf Willem Frederick van Nassau, Jr. Johan Sickinge toe Warffum en Jhr. Duijrt van Berum. Tenslotte Graaf Hendrick van Nassau,
de afgezant van Graaf Johan Lodewijck van Nassau en de gezaht van Wilhelm van Nassau.



v.l.n.r. De afgezanten van Graaf Lodewijck Henrich van Nassau, die van de Prins van Oraniën, die van Henrich Graaf van den Berghe, ,de Hertog van Brunswijck, van Zijne Koninklijke Majesteit
van Denemarken, de Hertog van Holsteijn, de Hertog van Lünenburch, Zijne Genade van Brederode, Zijne Genade van Culenborch, de Graaf van Oldenburch,
de Graaf van Oost-Frieslandt en de rij wordt gesloten met de gezant van de Graaf van Stijrum.


Links: de Hoogmogende Heeren Staten-Generaal, de Hoogmogende heeren Raden der Staten, de Heeren Staten van Holland en Frieslandt, Kamerboden van de Staten van Frieslandt en afgzanten van Ooster-Goo.

Rechts: Afgezanten van Mogende heeren Staten der Lanschappe Ooster-Goo en die van Wester-Goo.


v.l.n.r. Afgezanten van Wester-Goo en van de Zeven Wolden.


Links: Afgezanten van de diverse Steden.

Rechts: Afgezanten van de Stadt Groningen, de Staten van Groningen en Om-Landen. De deurwaarders van Frieslandt, de Gedeputeerde Staten van Frieslandt en de klerken en kamerboden.



v.l.n.r.: de Edele Moghende Heeren Gedeputeerde Staten van de stad Groeningen en Omlanden, de deurwaarders, de Edele Mogehende heeren Raden Provinciaal van den Hove van Frieslandt
en tenslotte de Sustituut en de onder Griffier.


Links: de Edel Moghende Heeren Gedeputeerde Saten van Drenthe, de Edel Moghende Heeren Gecommiteerde Raden ter Admiraliteit in Frieslandt, de Rekenmeesters van Frieslandt en de Rekenmeesters van de
stad Groeningen en Omlanden.

Rechts: de Magistraat der Stadt Leeuwarden, de Heeren Gecommiteerden uit de Magistraten vder respective steden van Frieslandt (Bolsward, Franeker, Harlingen en Ylst) , Wolter Schonenborgh, Dorst van 't Oldambt, jhr Edzart Rengers toe Post, Drost van Wedde en de Pedellen.


v.l.n.r. de Hoofdlieden van de Burgelijk Regimenten van Groningen en de Secretaris van het Gerecht en afgevaardigden van de Gemeente en de Burgerij van de Stad Leeuwarden.

Na de dood van zijn oudere broer Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg in 1620, trachtten Prins Maurits van Oranje en zijn halfbroer Frederik Hendrik
Graaf van Nassau diens stadhouderschap van Friesland over te nemen. Willem-Lodewijk had aan het eind van zijn leven echter Ernst Casimir aangewezen
en de Staten van Friesland kozen zijn zijde. Op 3 augustus 1620 werd Ernst Casimir beëdigd als Gouverneur (Stadhouder) van Friesland. Ernst Casimir
overleed in juni 1632, 58 jaar oud, toen hij bij de inspectie van de loopgraven bij een beleg van Roermond door een musketschot in zijn hoofd werd
getroffen. Hij werd als Graaf van Nassau-Dietz opgevolgd door zijn zoon Hendrik Casimir, die door de Staten van Friesland, Stad en Lande en Landschap
Drenthe ook tot Stadhouder werd benoemd.

Ernst Casimir was vooral bekend als een uitstekend militair leider tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Zo diende hij onder Maurits Graaf van Nassau,
die in 1618 Prins van Oranje werd, onder andere bij het Beleg van Lochem (1606), Steenwijk en bij het Beleg van Oldenzaal (1626), en onder
Prins Frederik Hendrik van Oranje bij het Beleg van Grol (1627), het Beleg van 's-Hertogenbosch (1629) en bij het Beleg van Roermond (1632).
Als Stadhouder in Stad en Lande stichtte hij in 1628 de vesting Nieuweschans. Door de bevolking van Friesland werd hij hoog gewaardeerd,
ondanks dat hij weinig in Friesland aanwezig was.