OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Orden en Onderscheidingen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Orden en Onderscheidingen

Huisorden Koninklijk Huis

Behalve de genoemde staatsorden kent Nederland twee huisorden. Dit zijn geen Koninklijke onderscheidingen omdat zij niet door de Nederlandse
Koning maar door een particulier, het Hoofd van het Huis van Oranje-Nassau worden verleend. Voor de volledigheid en omdat de Koning de
Staatsorden soms aanvult met verleningen van haar huisorden worden zij ook hier genoemd. Dit zijn De Kroon Orde en de Orde van Trouw en Verdienste.
Deze Orden worden toegekend aan personen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor het Koninklijk huis. De drager van de Kroon is ook
Grootmeestervan beide Orden. Het Grootmeesterschap van de Orde van de Gouden Leeuw van Nassau deelt hij met
de Groothertog van Luxemburg.

De Huisorde van Oranje

Sinds 1969 is deze orde onderverdeeld in drie orden.

De Kroonorde
De Orde van Trouw en Verdienste
De Huisorde van de Gouden Leeuw van Nassau

Huisorde van Oranje

De Huisorde van Oranje wordt verleend aan Nederlanders en buitenlanders die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de Koning of voor het
Koninklijk Huis. Het Hoofd van het Huis Oranje-Nassau, de Koning, is Grootmeester van de Huisorde van Oranje. Toekenning van de Huisorde is een
volstrekt persoonlijke aangelegenheid van het Hoofd van het Huis van Oranje: hij bepaalt wie in de Huisorde wordt benoemd. In tegenstelling tot een
benoeming in de Orde van de Nederlandse Leeuw of die van Oranje-Nassau geschiedt dit zonder betrokkenheid van een minister en wordt bestendigd
met een Koninklijke Beschikking.


v.l.n.r. Grootkruis, Groot Erekruis en Borstster

Deze onderscheiding wordt, zo vermelden de statuten, toegekend "aan Nederlanders en inwoners van de overzeese rijksdelen" die zich
"jegens Ons of Ons Huis bijzondere verdiensten hebben verworven".

De Huisorde wordt verleend in drie graden:

Grootkruis
Deze draagt een kruis dat 68 millimeter lang 54 millimeter breed is aan een 101 millimeter breed oranje lint over de rechterschoude
r en een ster met het medaillon van de Orde. De grootte van de ster is nooit vastgelegd.

Groot Erekruis
Deze graad draagt een kruis dat 68 millimeter lang 54 millimeter breed is aan een 55 millimeter breed oranje lint om de hals.

Erekruis
De Erekruisen worden aan een 37 millimeter breed lint op de linkerborst gedragen. Niet-leden van de koninklijke familie dienen
eerst de laagste graad te verdienen voordat zij in een hogere graad kunnen worden benoemd.

De versierselen zijn gelijk aan die van de Grootkruisen, commandeurs en ridders der eerste klasse van de Huisorde van Oranje,
zoals die tot 1969 bestonden.

v.l.n.r.
Gouden Erekruis, Ridderkruis in Goud en Commandeur kruis met lint.

Koningin Wilhelmina stelde de Huisorde van Oranje in op 19 maart 1905; Koningin Juliana wijzigde in 1969 de statuten. De Huisorde werd toen
gemoderniseerd en het aantal onderscheidingen in de Huisorde werd teruggebracht tot vier groepen. Koningin Wilhelmina en Koningin Juliana voerden
een ruimhartig beleid in het toekennen van de Huisorde van Oranje. Koningin Beatrix voerde juist een terughoudend beleid, waardoor het ontvangen
van de Huisorde een specialere betekenis kreeg. De statuten werden voor het laatst herzien in 2005.


De Kroonorde

De in 1969 door Koningin Juliana ingestelde Kroonorde is een voor vreemdelingen bestemd deel van de Huisorde van Oranje en heeft vijf graden
en drie medailles. De Orde wordt vooral rond staatsbezoeken verleend.

De Kroonorde wordt uitgereikt aan "vreemdelingen die bijzondere diensten jegens het Koninklijk Huis hebben bewezen". De Orde is opgedeeld in de in
het diplomatieke verkeer gebruikelijke vijf graden zodat de medewerkers van vreemde hofhoudingen en regeringen een onderscheiding ontvangen die overeenkomt met hun rang en verwachting. Omdat staatsbezoeken een aangelegenheid van de Staat der Nederlanden zijn en niet van het Koninklijk Huis doorbrak de instelling van deze Orde de door de Regering en Kamers gewenste hervorming van het decoratiebeleid. De Koningin ging voorbij aan het
advies van de Commissie Houben die door de haar over de door haar gewenste hervorming van de Huisorde was geraadpleegd. Ook de keuze van de
naam is omstreden omdat deze onderscheiding niet door de "Kroon" maar door de Koning als privé-persoon (in een "Hofbesluit") wordt verleend.
De kritiek geldt evenzeer voor de rangaanduiding; deze Orde heeft geen ridders en geen leden.


v.l.n.r. Grootkruis en Erekruis

De graden van de Kroonorde:

• Grootkruis
• Groot Erekruis met plaque (overeenkomend met Grootofficier)
• Groot Erekruis (overeenkomend met Commandeur)
• Erekruis met rozet (overeenkomend met Officier)
• Erekruis (overeenkomend met Ridder)


De Orde kent vervolgens drie eremedailles:

in Goud, Zilver en Brons



Gouden Ere-medaille


De Herinneringsmedaille Buitenlandse bezoeken werd door Koningin Beatrix op 20 december 2000 ingesteld om het aantal benoemingen in de
Kroonorde te kunnen beperken. Deze medaille heeft als voordeel dat hij ook veel voordeliger aangemaakt kan worden. Deze medaille is een
onderscheiding van de Nederlandse staat en wordt bij een "Buitenlands Bezoek van het Staatshoofd en Inkomend Bezoek aan het Staatshoofd door
de Minister van Buitenlandse zaken namens Hare Majesteit de Koningin" verleend. Dat doet meer recht aan het karakter van een staatsbezoek dat
een zaak van de regering en niet van het Huis van de Koningin is.


Herinneringesmediale Buitenlandse Bezoeken

Van 1969 tot 2000 werden onderscheidingen in de Kroonorde toegekend, zo ontving de echtgenoot of echtgenote van een bezoekende of
bezochte president meestal het Grootkruis van deze Orde. In 2000 werd bij Ministerieel Besluit van 20 december "vanwege de Koningin" een
Herinneringsmedaille Buitenlandse Bezoeken ingesteld die, zo heet het in de toelichting van het besluit, "bij gelegenheid van Buitenlandse
Bezoeken, dat wil zeggen Buitenlandse Bezoeken welke door het Staatshoofd worden afgelegd of Inkomende Buitenlandse Bezoeken waarbij het
Staatshoofd als gastheer/gastvrouw optreedt", wordt uitgereikt. Het besluit stelde vast dat bij een bezoek "een decoratie-uitwisseling
(kan) plaatsvinden. Deze heeft een sterk symbolische functie en waarde. Daarnaast bestaat er behoefte aan Buitenlandse- en Nederlandse Staatsburgers
die betrokken zijn bij de voorbereiding en de uitvoering van Buitenlandse Bezoeken, te belonen voor hun inspanningen".

Het besluit noemt het begrip "staatsbezoek" niet. Zo is er mogelijkheid om ook bij minder formele bezoeken en bezoeken waarbij
geen hoofdstad wordt bezocht een medaille te verlenen. De medaille wordt "als blijk van waardering voor de betoonde inzet" vanwege H.M. de Koningin
toegekend door de Minister van Buitenlandse Zaken. De medaille wordt aan een persoon slechts één keer toegekend. Het is dus niet mogelijk dat aan
dezelfde persoon bij een volgend bezoek wederom de medaille, of een gesp op het lint, wordt toegekend.

De Kanselarij der Nederlandse Orden verzorgt de aanmaak van de medaille en de daarbij behorende oorkonde. Deze oorkonde wordt op naam gesteld
door het Ministerie van Buitenlandse Zaken en door de minister, niet door de Koningin, getekend. Van de verlening van de medaille wordt, en dat is bij
medailles een uitzondering op de gangbare praktijk, door het Ministerie van Buitenlandse Zaken een register bijgehouden. De kosten van de medaille
en de oorkonde komen ten laste van de begroting van de Kanselarij der Nederlandse Orden en niet ten koste van de Koningin. De Kanselarij der
Nederlandse Orden draagt zorg voor de vervaardiging en de verstrekking van de medaille en de oorkonde.

Orde van Trouw en Verdienste

Deze ridderorde, in het stichtingsbesluit van 30 november 1969 de "Orde van Trouw en Verdienste van het Huis Oranje-Nassau" geheten, is door
Koningin Juliana ingesteld als Huisorde van het Huis Oranje-Nassau en deel van de Huisorde van Oranje. De orde wordt voor 12 en 24 jaar trouwe dienst
toegekend. In de praktijk is voor de eerste klasse van de orde ook een dienstverband van 20 jaar voldoende.

De Huisorde van Oranje werd door Koningin Wilhelmina, in samenspraak met Prins Hendrik, in 1905 ingesteld. Dat gebeurde in een "Hofbesluit" en buiten verantwoordelijkheid van de ministerraad. De orde werd naar de geest van de tijd sterk hiërarchisch ingericht en telde niet minder dan 20 verschillende
graden, kruisen en medailles. De koninginnen Wilhelmina en Juliana wilden in latere jaren van hun huisorde af. De kosten waren de Vorstinnen te hoog
en zij hechten kennelijk niet aan "hun" orde.Jaar-in-jaar-uit vonden de koninginnen voor hun wens geen gehoor bij hun Hofcommissie.


v.l.n.r. Kruis in goud en Kruis in Zilver

In oktober 1968 kreeg de door de ministerraad benoemde Commissie Houben, die adviseerde over het hervormen van het decoratiestelsel, van Juliana
opdracht om ook over haar huisorde te adviseren. Merkwaardig genoeg heeft de commissie deze opdracht, die staatsrechtelijk niet de beugel kan omdat
de Huisorde van Oranje een particulier instituut is, aangenomen. Juliana heeft door een staatscommissie te benaderen voor advies haar hofhouding,
die aan hervorming van de huisorde niet meewerkte, weten te omzeilen.

De Koningin liet weten dat zij van de vele graden en de graad van "Eredame" af wilde. De koningin opperde dat de graden anders genoemd zouden kunnen worden. Juiliana wenste langdurig dienstverband te blijven belonen en bij de hogere graden verdienste in plaats van dienstjaren zwaar te laten wegen.
De commissie kwam met twee adviezen; dat aan de regering verdween in een diepe la, maar Koningin Juliana volgde het advies dat de commissie haar
in het voorjaar van 1969 liet toekomen op zeer eigengereide wijze op.

De Huisorde werd in vieren gedeeld en drie van deze eenheden heten "Orden" te zijn. Voor langdurig dienstverband kwam er de "Orde van Trouw en
Verdienste van het Huis Oranje-Nassau" met de graden Gouden Erekruis en Zilveren Erekruis. De Orde kent in de door Juliana gekozen vorm geen
ridders of leden, geen kapittel en geen zelfstandig bestaan. De kenner van ridderorden J.A. van Zelm van Eldik bespreekt de gekozen vorm daarom met de
woorden "gewrongen", "ongebruikelijk", "niet passend" en "niet reëel". Hij noemt de statuten en bepalingen "ordetechnisch onjuist zodat de Orde hier ten lande niet tot voorbeeld mag dienen". Hij vraagt zich ook af of wezen en kenmerk van een orde hier geen "geweld is aangedaan".