OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Koningin Beatrix en gezin
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Vorstinnen van Oranje en Nassau

Claus Jonkheer von Amsberg

De huidige familie Von Amsberg heeft vroeger een andere naam gehad en wel die van Von Amtsberg. Echter in 1795, werd dat veranderd in de
huidige naam Von Amsberg. Het Jonkheerschap was een voortvloeisel uit het afstammen van wat men thans noemt, de kleine Adel. Alhoewel de moeder
van Claus von Amsberg, Gösta von Amsberg- Freiin von dem Bussche-Haddenhausen een Baronesse was, afkomstig uit een redelijk welgesteld adellijk
Geslacht, die der Bussche-Haddenhausen. Dit geslacht had haar wortels ophet landgoed Dötzingen in de gemeente Hitzacker nabij het huidige
Brauschweig in de staat Nieder-Sachsen, Duitsland. De vader van Claus, Klaus Felix Friedrich Leopold von Amsberg, afkomstig uit een geslacht dat
in 1686 door Hertog Friedrich Franz von Mecklenburg in de adelstand was verheven, werd in 1917 geboren en vertrok op jeugdige leeftijd (1928)
al naar Afrika om daar zijn geluk te beproeven.

Twee Wereldoorlogen later - hij trouwde in 1924 met de dochter van Baron Von dem Bussche-Haddenhausen - , samen met dochters en vrouw, kwam
hij weer berooid aan in Duitsland en nam zijn intrek op landgoed Dötzingen. Op dit Rittergut (Duits) werd op 6 september 1926 de enige zoon van de
Von Amsberg's geboren en deze kreeg de naam Claus Georg Ferdinand. Claus junior was 6 jaren oud toen hij werd teruggestuurd naar
Duitsland. De jeugd van Claus werd gekenmerkt door door moeilijke periode (het interbellum) - een periode tussen twee Wereldoorlogen in - waarin
Duitsland twee keer werd vernederd. Bij de eerste oorlog was dat het Verdrag van Versailles in 1919 en de tweede oorlog was de teloorgang nog
nimmer zo groot geweest. Het land werd verdeeld en kwam onder curatele van de Geallieerde Mogendheden.


(l) Claus zijn vader, (m) Claus in jonge jaren en (r) Claus zijn moeder

Van 1933 tot 1936 zat hij op de Lagere School van Bad Doberan in Mecklenburg. De gevoelige jongman kon daar moeilijk aarden. Hij was de vrijheid
en de ruimte van Afrika gewend. Daardoor werd Claus verteerd door heimwee. Die werd zo groot dat besloten werd om Claus in 1936 terug te sturen
naar Lusotho. Daar kwam hij op een kostschool terecht en in de vakantie's verbleef Claus bij zijn ouders. Aan die tijd heeft goede herinneringen en
het primitieve leven beviel daar uitstekend. In het geboortejaar van Prinses Beatrix (1938) keerde de jongeman - inmiddels was hij 12 jaren oud -
terug naar Duitsland. Inmiddels van het Nazisme al sterk in opkomst en Claus werd verplicht de middelbare school-opleiding aan de Baltenschule van
het Internaat Dünenschloss in Misdroy, gelegen aan de Oostzee in Pommeren, te volgen.. Daarnaast volgde hij een Gymnasium-opleiding aan hetzelfde Internaat met de vakken Aardrijkskunde, Geschiedenis, wiskunde, Biologie, Duits, Engels, Frans, Grieks, Latijn alsmede Kunstgeschiedenis,
Muziek en Russisch. Al met al een heel druk baasje, die jongeman Von Amsberg.

Veel van de leerlingen waren afkomstig van Adellijke Geslachten en zeer gegoede Familie's. Praktisch iedere Grootgrondbezitter stuurde zijn kinderen naar dit Internaat, dat een behoorlijk bekend had als Instituut waar kwaliteit's opleidingen werden gegeven. Enkele kinderen die niet behoorden tot eerder genoemde Familie's werden op grond van hun kwaliteiten ook toegelaten. Helaas, zoals in die tijd gebruikelijk was, beschouwden de anderen hen als tweederangs burgers. Ook Claus deed daaraan mee.
De voormalige mentor van de jonge Von Amsberg vertaalde de gang van zaken op het Instituut zo: "Ordnung und Disziplin war ganz normal". Claus zelf noemde het later erg religieus. Gezien de vrijheidsdrang van de jongeman was het bepaald niet zo verwonderlijk dat hij het daar moeilijk had. Een ander chapiter was dat je - in die tijd - automatisch lid werd van de Hitlerjugend. Met dank aan de toenmalige Rijkskanselier die in 1936 alle jeugdverenigingen simpel buiten de Wet plaatste.


Claus in Marine-uniform

Zodoende kwam voor hem de kans die organisatie's centraal aan te sturen. Vanaf 25 maart 1939 werd het lidmaatschap verplicht gesteld via de Wet "Invoering Dienstplicht Jeugdigen". Claus von Amsberg deelde in 1939 het lidmaatschap van de Hitlerjugend met ruim 7 miljoen andere jonge Duitsers.Aan het eind van die oorlog zat de jonge Von Amsberg in de tweede klas van de Baltenschule. In januari 1943 ging hij terug naar de middelbare school in Bad Doberan. Onderdak kreeg hij bij een tante en zijn grootmoeder van zijn moeder. Daardoor kreeg Claus een zeer innige band met hen. Over zijn vader is weinig of niets bekend. Althans niet, welke relatie de jong Von Amsberg met hem had.
Helaas is deze in 1953 overleden.
In januari 1944 kreeg Claus een oproep voor verplichte 2 maanden dienst. Hij werd Flakhelfer (hulpje bij het luchtafweer geschut). De jongeman werd ingeschakeld bij de aanleg van het vliegveld bij Berlijn.
Teruggekomen in Bad Doberan reikte men hem in
1944 het eind-diploma Gymnasium uit.

De officiële biografie die publicatie door de RVD werd vrijgegeven vertelt het volgende verhaal over die diensttijd. "Hij werd geplaatst bij de reserve-
pantserafdeling 6 in Neuruppin, waar hij tot maart 1945 bij ingedeeld bleef. In deze periode volgde hij gedurende drie maanden een opleiding aan de
pantseropleidings-school te Viborg (Denemarken). In maart 1945 werd Claus ingedeeld bij de 90e pantserdivisie in Italië. Aan gevechtshandelingen nam
hij niet meer deel. Begin mei werd hij bij Merano door de Amerikanen krijgsgevangene gemaakt. Hij kwam terecht in een kamp te Ghedi.

Na de oorlog werd in Duitsland puin geruimd. De hoofschuldigen werden in een groot proces in Neurenberg tot de doodstraf veroordeeld. Het voormalige
gebied van het Reich werd in parten verdeeld. Frankrijk, Engeland, Rusland en Amerika namen elk bezit van een deel van het voormalige Reich.
De jongeren waren blij dat zij het levend eraf gebracht hadden. Ouderen likten hun wonden en de jeugd? Die probeerde weer iets op te bouwen.
Zo ook Claus von Amsberg. Hij diende, net als alle jongemannen, voordat hij naar de universiteit kon gaan, eerst
de geallieeerde zuiveringscommissie te passeren.


Kasteel Dötzingen, geboortehuis van Prins Claus von Amsberg

Het vonnis dat de commissie velde over Claus von Amsberg was kort en kracht. 'Nicht betroffen' luidde het. Hetgeen inhield dat de jonge Von Amsberg
vrijuit ging. Na zijn ontslag uit krijgsgevangenschap in december 1945 ging Claus opnieuw naar school Ditmaal in Lünenburg. Daar volgde hij een speciale
overgangscursus aan het Johanneum. Von Amsberg woonde in een pension en er diende geld op de planken te komen. Op allerlei manieren probeerde hij
wat te verdienen. Werken in een conservenfabriek was hem niet te min en voor het sorteren van flesjes in een bierbrouwerij draaide Claus ook zijn hand
niet om. ls het maar inkomen oplevert, was zijn devies. Hij rooide bomen op het landgoed van oom Julius in Hitzacker. Nadat de jonge Von Amsberg
slaagde voor de cursus wilde Claus werktuigbouwkunde studeren maar de Universiteit in Hamburg was overvol. In afwachting van een studieplaats,
zoekt hij enigszins aanvaarbaar werk.

Claus kwam terecht bij een bank waar hij oude Rijksmarken om moet wisselen tegen nieuwe D-Marken. Vervolgens was hij enige tijd werkzaam op
een advocaten kantoor. Eind 1948 was er plaats voor de jonge Von Amsberg. De studie werd geen techniek maar rechten. Ondernam in het kader
van zijn studie een reis naar de States en bestudeerde daar het Amerikaanse rechts-systeem. In 1956 rondde Claus zijn rechtenstudie af en
ging werken op een advocatenkantoor. Tenslotte gaf hij gehoor aan zijn stille wens; een baan in de Diplomatie. Jonkheer Claus von Amsberg
ambieerde al lange tijd een baan in de diplomatie. In januari 1957 deed hij een toelating's examen om te kijken naar geschiktheid
voor de diplomatieke dienst.

De test legde Claus met goed resultaat af en het gevolg was dat hij drie maanden later gebon met de opleiding tot diplomaat. In mei 1958 slaagde
Von Amsberg voor het attaché examen. Hij werd meteen aangesteld als derde ambassadesecretaris met als standplaats Ciudad Trujillo, de hoofdstad
van de Dominicaanse Republiek. Drie jaar later verruilde Claus dit land voor de pas tot stand gekomen Republiek Ivoorkust. Hij werd tweede
ambassadesecretaris in de hoofdstad Abidjan. Maar wat veel belangrijker was, was het feit dat Von Amsberg genoot van de vrijheid; het terug te
zijn in zijn geliefde Afrika. Ondanks het drukke bestaan, kon Claus altijd wel tijd vrij maken voor krokodillenjacht en het omgaan met
de locale bevolking die hij zeer respecteerde.


(l) In gesprek met de lokale bevolking van Ivoorkust en (r) ontmoeting met Keizer Haile Selassi van Ethiopië

In zijn functie reisde Von Amsberg veel in de regio om kontakten te leggen met lokale bestuurders alsmede landbestuurders. Zo bezocht hij Ethiopie waar
hij werd voorgesteld aan de toenmalige heerser, Keizer Haile Selassi. In januari 1963 keerde Claus terug naar Duitsland.Daar kreeg hij een baan op het
Ministerie van Buitenlandse zaken in Bonn als plaatsvervangend hoofd van de afdeling Economische Betrekkingen met Afrika bezuiden de Sahara.
Von Amsberg betrekt in het nabij gelegen Bad Godesberg een flatje. Voor zijn werk, vetrekt Claus nog een aantal keren naar Afrika. Daar ontmoet
hij regerings-leiders en bezoekt ontwikkelingsprojecten en conferentie's. Alles wijst erop dat de Jonkheer een voorspoedige carrière als diplomaat wacht.

Een post als Ambassadeur of de Republiek Duitsland te vertegenwoordigen kon in het verschiet liggen. Dat ging niet door, daar
"een heel toevallige ontmoeting" zijn leven een totaal onverwachte wending zou geven. Claus werd in mei 1965 bewust "betrapt" met
Kroonprinses Beatrix der Nederlanden, heel gezellig wandelend en keuvelend op haar Landgoed Drakensteyn in de Lage Vuursche.
Toen waren de poppen aan het dansen. Enerzijds Claus met zijn onverwerkte oorlogsverleden en anderzijds dat van de Nederlanders. Die waren
bepaald niet zo tuk op een Duitser. Zeker niet als hij ook nog eens een keer de echtgenoot ging worden van de toekomstige Koningen der
Nederlanden. Overal in het land barstte de verontwaardiging los en de Regering kreeg bijna een crisis te verwerken. Zo hoog liepen de emotie's op.

Velen waren de oorlog nog niet vergeten en verwenste Beatrix, de leden van het Kabinet en allen die er verder bij betrokken waren de hel in. Diverse
organisatie's als oud-strijders en de joodse bevolking protesteerde dat het een lieve lust was. Op muren kalkte de provo's en anderen de woorden
'Claus d'raus'. Regering en het parlement werden onder druk gezet om maar geen toestemming te geven voor het huwelijk. Koortsachtig overleg
tussen de Koninklijke Familie en de Regering was daarvan het resultaat. Besloten werd om de historicus dr. Lou de Jong onderzoek te laten
verrichten naar de handel en wandel van Claus von Amsberg. Op 26 juni 1965 keerde de historicus terug uit Italië, na enkele dagen gesnuffeld
te hebben in wat onbestemde archieven. Zijn conclusie - knap hoor na een paar dagen - was klip en klaar; de heer Von Amsberg had zich niet
schuldig aan laakbare feiten. Daarmee stond niets meer de verloving in de weg.


Verloving met Claus von Amsberg in 1965

Nadat ook de mensen hun hart hadden gelucht, klaarde ook de horizon enigszins op. Dit was te danken aan het optreden van Claus en Beatrix.
Op de bekende charmante manier, zoals hij die later vaker zou gebruiken, stelde Claus onze bevolking gerust. Von Amsberg kwam er rond vooruit
dat hij lid was geweest van de Hitlerjugend. Hij voegde daaraan toe dat dit in het Nazi-Duitsland nu eenmaal Wet was. Daar kon men niet veel aandoen.
Het werd Claus vergeven. Op 28 juni 1965 maakte de Koningin officieel op radio en televisie de verloving van haar dochter met de heer Von Amsberg,
bekend. Na het bekend worden van de verloving, bezocht het paar - de volgende dag - de Raad van State. De vice-voorzitter - immers de Koningin is
Voorzitter van de Raad van State - uit die tijd, oud-premier Beel, heette het paar welkom. Beel zou in de jaren erna een belangrijke rol spelen in de
introductie van Claus in ons land. Het parlement verstrekte ook haar goedkeuring.


Openbare mededeling voor de pers.

De strijd om wie het huwelijkfeest kreeg, werd gewonnen door Amsterdam. 's Gravenhage viel uit de boot en de teleurstelling daar was zeer groot.
Ondanks de twijfels die Claus toch had, door de felle anti-Duitse protesten in ons land, overtuigden de Kroonprinses en zijn aanstaande schoonouders hem,
door te gaan. Voor Von Amsberg wachtte een soort 'elfstedentocht' langs de provincie hoofdsteden. Immers, het was van eminent belang voor de toekomst
van beiden. Hoe men dit ook wendde en keerde, Claus had een zware missie in het vooruitzicht. Bovendien behoorde hij als toekomstig Prins-Gemaal
en ook voor zijn imago van dan Prins der Nederlanden
op de hoogte te zijn van belangrijke zaken die ons land aangingen.

Hij ontmoette vele hoogwaardigheidsbekleders, politici en mensen uit het bedrijfsleven. Allen waren het over een ding eens; Von Amsberg, was zeer charmant, openhartig en een goed luisteraar. Begin maart 1966 bezocht Claus de legerplaats Oorschot om kennis te maken met het Nederlandse Leger.
In tegenstelling totPrins Bernhard die in die tijd Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht was, ambieerde Claus een ander leven. Bij Koninklijk Besluit
van 8 december 1965 was Von Amsberg al Nederlander geworden. Zijn naam werd aangepast aan onze normen. Claus heette daarna:
Claus Georg Willem Otto Frederik Gerd von Amsberg
. De 'Nederlander' Claus von Amsberg was geboren.Op 17 februari ging het paar in ondertrouw. Claus
en Beatrix traden 10 maart 1966 in het huwelijk. Dat vond plaats in het Paleis op de Dam in Amsterdam.
Protesten over dit huwelijk waren niet van de lucht.

Als klap op de voorpijl ontplofte er vlakbij de Gouden Koets een rookbom. Er klonken anti-Claus leuzen. Ondanks dat, glimlachten beiden en zwaaiden
naar de toeschouwers. Deze dag werd door de beide echtelieden niet vergeten. Een deel van de Nederlandse bevolking had zich van haar slechtste kant
laten zien. De periode 1966 tot 1980, kreeg de Prins te maken met een aantal belangrijke zaken. Hij leerde als geen ander het regeringsbestel in extenso
kennen, door lid te worden van de Raad van State, door het voorzitterschap op zich te nemen van Commissie Ruimtelijke Ordening en door de vele
ere-baantjes die hem worden aangeboden. Boendien werd hij vader. Vooral dat laatste maakte grote indruk op Claus. Voor het eerst van zijn leven
vader worden. Dat was een grote gebeurtenis en de eerste was een zoon Willem-Alexander (1967) , de tweede ook een zoon, Johan Friso ( 1968)
en waarachtig het kan niet op, een derde zoon diende zich aan en krijgt de namen Constantijn Christof (1969).

Het gezin Von Amsberg

Het gezin van Oranje-Nassau is heel gelukkig en de kinderen groeien voorspoedig op. Over de geboorte van zijn zoons was Claus kort en krachtig. 'het zijn schatten van babies geweest'. Met de komst van de laatste Prins, Constantijn is de familie Van Oranje-Nasau-Von Amsberg compleet. De drie kinderen kunnen goed met elkaar opschieten. Het is dan ook aan de voortdurende zorg van zowel Beatrix als Claus te danken dat hun nageslacht een zo normaal mogelijk opvoeding heeft gekregen. De scholen die door de Koninklijke kinderen worden bezocht waren reguliere scholen waar een ieder toegang tot heeft.

Het enige andere in hun opvoeding was dat zij - op latere leeftijd - naar Instituten en Kostscholen werden verwezen die voor de doorsnee burger te duur en te deftig zijn. Bovendien is het niet aan iedereen gegeven om een bul te halen op een universiteit. Wat dat betreft zijn de kinderen moeders achter nagegaan door ook in Leiden te studeren en daar een bul te behalen in of Rechten of Geschiedenis en aanverwante vakken.

Bovendien kreeg de Kroonprins, als zijnde de toekomstige Koning der Nederlanden, nog speciale studie die ook Kroonprins Charles van Engeland had gevolgd. Je dient nu eenmaal - als je roeping zich meldt - klaar te zijn voor de niet lichte taak van Koning der Nederlanden. Tenminste als we nog een Koninkrijk hebben. Je weet namelijk nooit hoe een bal kan rollen. De toekomst is even onvoorspelbaar als het weer.

De ene dag schijnt de zon - zonder dat je het verwacht - en de andere dag gaan de hemelsluizen wijdopen en hoost het als nooit tevoren. Ook dat is
Ruimtelijke Ordening. Welleswaar van een andere rangorde maar toch! De Prins koos voor zijn loopbaan niet voor Ontwikkelingsproblematiek maar
voor Ruimtelijke Ordening. In 1967 werd Claus geïnstalleerd als lid van het Presidium van de Raad van Advies voor de Ruimtelijke Ordening.
Voornamelijk hield hij zich bezig met de aspecten Commissie Woonplaatskeuze en Woonmilieu alsmede de Commissie Inspraak. Voorts gaf Claus te
kennen zich te willen verdiepen in de regionale gevolgen van de Ruimtelijke Ordening, zoals Industrieplanning, de Delta- en Zuiderzeewerken, de Lucht-
en Waterverontreiniging en de Recreatie. Al met een aardige portefeuille, die des Prinsen's tijd zinnig opsoepeerde.

Over de pers was de Prins minder te spreken. Hun veelal hinderlijke houding, gaf hem het gevoel een product te zijn dat je maar even consumeert.
Met grote regelmaat ondervond het Koninklijk paar forse hinder van opdringerige journalisten die zo nodig een scoop moesten hebben om bij hun baas
te kunnen scoren (Privé bijvoorbeeld). Daarom was de reis met een visserskotter (de Scheveningen 110) drie dagen lang bij de Doggersbank,
voor Claus een verademing. Geen etikette maar gewoon een omgang met vissers die hard moesten werken voor de kost. Daarvoor kreeg de Prins grote bewondering en dat maakte hij kenbaar door een radiografische boodschap te sturen aan alle vissers van ons land. Daarin sprak hij van een harde strijd
om het bestaan en wenste hen veel geluk met hun zware werk.

In 1969 keerde Claus terug naar het zo door hem geliefde Afrika. Dit was te danken aan een staatsiebezoek van Koningin Juliana en haar Prins-gemaal
aan Ethiopie. Zij maakten samen met hun oudste dochter en schoonzoon te reis. Aansluitend namen de jongelui vakantie in Kenia en in Tanzania liet
de Prins zijn gemalin zien waar hij - als kind - was opgegroeid. In de loop van de jaren ging Claus zich ook meer toeleggen op zijn stokpaardje
Ontwikkelingssamenwerking. Ook op het gebied van Monumentenzorg was hij actief. De Prins maakte zich sterk voor het behoud van waardevolle
monumenten. Als 1975 wordt uitgeroepen tot Europees Monumenten Jaar, kreeg Claus het drukker dan ooit. Hij aanvaardde de functie van
ere-voorzitter van het Nationaal Comité Monumentenjaar 1975.

De Prins is zich zeer goed bewust van het feit dat hij - ondanks zijn drukke werkzaamheden - toch vooral echtgenoot en vader dient te zijn. Prins-gemaal te zijn van een aankomend Koningin is geen gemakkelijke taak. Daar weet bijvoorbeeld Prins Philip van Engeland, Hertog van Edinburgh alles vanaf. Gesnoerd in een uitermate strak protocol kan hij geen stap doen zonder dat het direct bekend is wat Philip uitspookt. In een gesprek met Claus schoonvader gaf hij lucht aan zijn frustratie's tedienaangaande. 'Bernhard', zo zei hij, 'Jij heb echt een leven als een Prins. Je gaat van hot naar her, zonder dat iemand dan weet wat jij doet. Ik, daarentegen, kan geen voet verzetten zonder te stuiten op het strenge Engelse protocol. Die ****** weten precies wat ik doe, hoe laat ik naar het toilet ga en hoe lang dat duurt'. Frustrerend, noemde de Prins-gemaal van Koningin Elisabeth II van Engeland dat. Werkbezoeken was een belangrijk onderdeel van de taak van Prins Claus.

Zowel Beatrix als Claus brengen in de zeventiger jaren drie-daagse werkbezoeken aan de provincie's. Wat opvalt bij deze bezoeken, is het feit dat de Prins op zoek gaat naar de gewone man. Hij wil de mening weten van de 'doorsnee' burger over veel onderwerpen weten. Helaas, stelde hij triest vast dat de afstand tussen het Prinsenpaar en de bevolking veelal onoverbrugbaar bleek te zijn. Toch slaagde Claus erin Nederland en haar inwoners beetje bij beetje beter te leren kennen. Het buitenland eiste ook de aandacht van het paar. Daarom werden bezoeken aan landen, Regeringen, Staatshoofden geregeld. Steeds vaker maakten zij hun opwachting, niet als toerist maar als aanstaande Koningin en haar Prins-gemaal van ons land. Dat vonden beiden niet zo leuk. Aan de beurt kwamen achtereen volgens, Amerika, Hongkong en Japan (1970), Kameroen en Rusland (1973), Israel en Egypte (1976), China en wederom Japan (1977) en Australie, Nieuw Zeeland en
Jordanië (1978).

Prins Claus 1978

De les die beiden hieruit leerden was, dat hun vrijheid zeer beperkt is en door anderen werd bepaald wat er bezocht mocht worden. U weet wel, politiek gevoelig en meer van die smoezen waar Regeringen zo goed in zijn. Meer plezier beleven Claus en Beatrix aan de reizen naar China en de Sovjet-Unie. Later werd het bezoek, door sommigen, gezien als een bevestiging van de linkse sympathieën van de Prins. Dat Claus er vooruitstrevende gedachten op na hield was algemeen genoegzaam bekend. Hij kwam er openlijk vooruit en dat botste weleens met de politieke wens van onze Regering. De Prins, echter, wenste gevrijwaard te blijven van de etiketten. Claus noemde zichzelf links-conservatief.

Prins Claus

Claus was het gelukkigst op Drakensteyn. Daar kon hij zich te midden van zijn gezin de rust vinden, die anderen hem veelal ontzegden. Misschien uit onbegrip of meer uit het niet begrijpen wie de mens Claus von Amsberg was. Zijn vrouw en kinderen begrepen hem het best. Beiden hebben daarom hun best gedaan om het gezinsleven zoveel als mogelijk was buiten de publiciteit te houden. Ondanks dat, werd dat gezin als publiek bezit beschouwd waar je eigenlijk alles van moest weten. Het liefst dan ook echt alles. Het baldadige gedrag van de Prinsjes in 1978, gaf aanleiding tot een nationale discussie. Willem-Alexander gaf, tijdens een fotosessie in Ierland, de pers duidelijk te verstaan dat zij 'op moesten rotten'. Nu is zo'n houding bij deze mensen niet geheel en al vreemd. Prins Charles van Engeland, deed dat tijdens het fotouurtje ook al.

Zijn taalgebruik was van een iets sterker gehalte dan dat van de kinderen van Beatrix en Claus. Het gezin zag kans om de hechte eenheid te bewaren, ondanks alle pottekijkerij. De relatie Claus versus schoonpapa gaf blijk van 'een wereld van verschil'. Dat de Prins een heel ander mens was qua karakter werd al duidelijk door het verschil in levensopvatting die beide hadden. Aan de ene kant de flamboyante Prins Bernhard die overal wel wat ristelde en zijn vriendjes had zitten en een goed vrij leven leidde en aan de andere kant de Diplomaat Claus als een integer mens. Hij bleef graag op de achtergrond en met complimenten over zijn goede taalgebruik en toepassingen van de Nederlandse Taal, wist Claus geen raad en werd er verlegen van.
Er was nog een saillant verschil tussen beide mannen. Waar Bernhard Juliana aanvaardde als zijnde de baas in ons land, deelde hij haar evenzo minzaam mede dat hij (Bernhard) wel de baas in huis was. Punt! Claus daarentegen ambieerde helemaal niet de positie van 'baas in eigen huis' te willen zijn. Daarbuiten gelaten dat Beatrix een heel andere vrouw is dan haar moeder.

De Prins was gewoon te integer en te consequentieus om in opspraak te komen. Volgens Claus gold de vrijheid van meningsuiting voor elke Nederlander,
behalve voor de leden van het Koninklijk Huis. Op 30 april 1980 werd Kroonprinses Beatrix Koningin. Zij volgde hiermee haar moeder Juliana
op, die ten faveure van haar dochter aftrad. Met haar troonsbestijging, breekt voor het gezin een nieuwe periode aan. Opnieuw is deze start geen feest.
Het was een feestdag met een wrange bijsmaak, de rellen van Amsterdam. In de jaren na de inhulding van zijn vrouw tot Koningin van Nederland, raakte Claus psychisch langzaam maar zeker in de knoop. De Prins zag enorm op tegen de veranderingen die hem dreigden te overspoelen gelijk zeewater
bij een storm het land. Als Prins-gemaal werd hij verplicht om nog meer zijn mond te houden dan voorheen al het geval was.
Kennelijk is het Koninklijk gebod duidelijk; Gij zult niet spreken.