OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Van Oranje-Nassau-Lippe-Biesterfeld
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Vorstinnen van Oranje en Nassau

C.V. Bernhard Prins der Nederlanden

CV van Graaf Bernhard von Lippe-Biesterfeld, Prins der Nederlanden

Wijziging in naam en/of titulatuur

Graf von Biesterfeld, Bernhard Leopold Friedrich Everhard Julius Kurt Karl Gottfried Peter tot 24 februari 1916.
van 24 februari 1916 tot 6 januari 1937,
Prinz zur Lippe-Biesterfeld, Bernhard Leopold Friedrich Everhard Julius Kurt Karl Gottfried Peter.
Geboorteplaats en - datum: Jena (Duitsland), 29 juni 1911
Overlijdensplaats en - datum: Utrecht, 1 december 2004
Plaats en datum bijzetting Delft, 11 december 2004

Loopbaan

werkzaam bij chemieconcern I.G. Farben
medewerker Postkamer
directiesecretaris I.G. Farben te Parijs, van 1935 tot 8 september 1936?
adjudant in buitengewone dienst van koningin Wilhelmina, van 29 augustus 1939 tot 4 september 1948
Hoofd Nederlandse Militaire Missie in Londen, van september 1941 tot mei 1945
(verbinding tussen Nederlandse regering en Britse War Office)
bevelhebber BS (Binnenlandse Strijdkrachten), van 3 september 1944 tot 13 september 1945
inspecteur-generaal van de Koninklijke Landmacht, van 13 september 1945 tot 1 januari 1970
inspecteur-generaal van de Koninklijke Marine, van 31 december 1946 tot 1 januari 1970
inspecteur-generaal van de Koninklijke Luchtmacht, van 21 maart 1953 tot 1 januari 1970
inspecteur-generaal der Krijgsmacht, van 1 januari 1970 tot 9 september 1976

Officiersrangen

luitenant-ter-zee à la suite eerste klasse, vanaf 3 december 1936
kapitein à la suite Koninklijke Landmacht, vanaf 3 december 1936
kapitein-ritmeester titulair KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger), vanaf 23 augustus 1940
kapitein-ter-zee titulair, van 23 augustus 1940 tot 25 mei 1942
Honorary Air Commodore RAF (Royal Air Force), van 1941 tot 1964
schout-bij-nacht titulair, van 25 mei 1942 tot 15 december 1943
generaal-majoor Koninklijke Landmacht, van 25 mei 1942 tot 15 december 1943
luitenant-generaal titulair KNIL, vanaf 15 december 1943
luitenant-generaal Koninklijke Landmacht, vanaf 15 december 1943
vice-admiraal titulair, vanaf 15 december 1943
Honorary Air Marshall RAF, vanaf 1964
Honorary Air Commodore Royal New Zealand Air Force
generaal Koninklijke Landmacht, tot 9 september 1976
generaalvlieger Koninklijke Luchtmacht, tot 9 september 1976
luitenant-admiraal Koninklijke Marine, tot 9 september 1976

Erefuncties, comité's van aanbeveling etc.

beschermheer KNAC (Koninklijke Nederlandsche Automobiel Club), vanaf 1937
beschermheer (Koninkijke) Nederlandse Roeibond, vanaf 1938
honorair lid Koninklijk Instituut van Ingenieurs, omstreeks 1938
erevoorzitter Koninklijke Nederlandsche Reddings-Maatschappij, vanaf oktober 1938
erevoorzitter Zuidhollandsche Maatschappij tot redding van schipbreukelingen te Rotterdam, vanaf oktober 1938
erelid hoofdbestuur Stichting 1940-1945
erevoorzitter ANWB (Algemeene Nederlandsche Wielrijders Bond), later Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB
beschermheer Verzetsmuseum te Amsterdam
erevoorzitter Tropeninstituut
erevoorzitter Oorlogsgravenstichting, vanaf 13 september 1946
beschermheer Bond van Nederlandse Militaire en Dienst-slachtoffers
beschermheer Contact Oud-Mariniers, vanaf 1950
beschemheer NEN (Nederlands Normalisatie-instituut), vanaf 1952
regent Prins Bernhard Cultuurfonds Nederlandse Antillen (en Aruba), vanaf 7 augustus 1953 (oprichter)
regent Stichting Preamium Erasmianum, vanaf 1958
erevoorzitter Industriële Adviesraad voor Suriname en de Nederlandse Antillen, vanaf 20 juni 1962
ereburger gemeente Hardenberg, vanaf 13 juni 1963
beschermheer Koninklijk Militair-Historisch Museum (Legermuseum), vanaf 1963
beschermheer KNFM (Koninklijke Nederlandse Federatie van Muziekverenigingen)
beschermheer en lid Nederlandse afdelingen van de Royal Air Forces Association
beschermheer Joods Nationaal Fonds
erevoorzitter Bijbel per maand-Club van het Nederlands Bijbelgenootschap
beschermheer Radio Nederland Wereldomroep
beschermheer NOC (Nederlands Olympisch Comité)
beschermheer Vogelbescherming Nederland
beschermheer Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten
beschermheer Vereniging tot Behoud van het Veluws Hert
beschermheer KNJV (Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging)
beschermheer KNSA (Koninklijke Nederlandse Schutters Associatie)
beschermheer Nederlandse Lawn tennis Bond
beschermheer Federatie Sport Gehandicapten
beschermheer Nederlandse Skivereniging
beschermheer Stichting Reactor Centrum Nederland
beschermheer Scouting Nederland
beschermheer en erevoorzitter Universiteit Nyenrode
erevoorzitter Novib, vanaf 1971
erevoorzitter Centrum '45, vanaf 1973
ereburger gemeente Wageningen, vanaf 1975
erepresident Fédération Equestre Internationale
erelid Ferrari Club Nederland
erelid Koninklijke Spaanse Academie te Madrid
beschermheer Stichting Nationaal Hulpfonds 'Wij komen", vanaf mei 1989
beschermheer Dutch Spitfirelight, vanaf 1991
lid Comité van Aanbeveling The European Fine Art Fair te Maastricht, vanaf 1991
erecommando

Opleiding

Onderwijs buiten schoolverband
huisonderwijs van een dorpsschoolmeester en gouvernante

Voortgezet Onderwijs

gymnasium internaat te Züllichau, vanaf 1923
gymnasium kostschool Arndt Gymnasium te Berlijn, tot 1929

Hoger Beroeps Onderwijs

studie Handelshogeschool te Lausanne, van 1929 tot 1930Academische Studies
Rechten Universiteit van München, van 1930 tot 1931
Rechten (Referendar Juris) Universiteit van Berlijn, van 1931 tot 1935

Overige Opleidingen

vliegenier (vliegbrevet), van september 1940 tot april 1941 (in Londen)

Ere-Doctoraten

rechtsgeleerdheid Rijksuniversiteit Utrecht, 16 juli 1947
rechten Universiteit te Montreal
rechtswetenschappen Universiteit van Michigan te Ann Arbor, 9 april 1965
economische wetenschappen Vrije Universiteit te Amsterdam, 20 oktober 1965
natuurwetenschappen Universiteit van Bazel
eredoctoraat Universiteit Nijenrode te Breukelen, 1995

Wetenswaardigheden

Algemeen

Werd op 27 november 1936 tot Nederlander genaturaliseerd.
Begeleidde op 12 en 13 mei 1940 zijn gezin bij hun overtocht naar Engeland.
Zette zich in Londen in voor de oprichting van een Nederlands luchtmacht-squadron (Dutch Squadron) en was betrokken bij de oprichting van een Nederlands regiment stoottroepen.
Nam als vlieger van de RAF deel aan bombardementsvluchten boven vijandelijk gebied.
Woonde in Londen de vergaderingen bij van de ministeriële commissie 'terugkeer', die herstel van normale bestuursverhoudingen na
de bevrijding moest voorbereiden.
Was in april 1945 aanwezig bij onderhandelingen in Achterveld (Utr.) tussen gen. Bedell Smith en Seyss-Inquart over een wapenstilstand in West-Nederland ten einde bevoorrading (o.a. via de lucht) van de hongerende bevolking in mogelijk te maken.
Was op 5 mei 1945 als bevelhebber van de BS in Wageningen (in Hotel De Wereld) aanwezig bij de onderhandelingen tussen de Canadese
generaal Foulkes en generaal Blaskowitz over de Duitse capitulatie en een dag later bij de ondertekening van die capitulatie
in de aula van de Landbouw-Hogeschool.
Werd in april 1950 tot regent en voogd benoemd voor het geval een minderjarige troonopvolger tot de troon beroepen zou worden.
Speelde in 1953 als voorzitter van het Nationaal Rampenfonds een belangrijke rol bij de coördinatie van de hulpverlening aan de door
de watersnood getroffen gebieden.
Maakte in de jaren vijftig en zestig diverse goodwill-reizen voor het bedrijfsleven naar Zuid-Amerika, het Midden-Oosten en Zuid-Oost Azië.
Speelde in 1956 een actieve rol bij het naar buiten brengen van de Greet Hofmansaffaire en bevorderde een reorganisatie in de hofhouding.
Gaf in een interview met NRC op 1 november 1971 te kennen, dat hij voorstander was van versterking van de positie van de regering ten opzichte
van het parlement en voor een langere regeerperiode. Liet zich negatief uit over het vragenrecht van de Kamer. Premier Biesheuvel liet weten
ongelukkig te zijn met deze uitspraken.
Nadat zijn naam in verband was gebracht met steekpenningen door de Lockheed-vliegtuigfabrieken stelde het kabinet-Den Uyl op 9 februari 1976 een
Commissie van Drie in, die de juistheid daarvan moest onderzoeken. Deze commissie bestond uit A.M. Donner, M.W. Holtrop en H. Peschar.
De mogelijke betrokkenheid van de prins was naar voren gekomen tijdens verhoren door een subcommissie van de Senaatscommissie voor Buitenlandse
Zaken in de Verenigde Staten die onderzoek deed naar multinationale ondernemingen. Na enige tijd bleek dat met een 'hoge Nederlandse
vertegenwoordiger' Prins Bernhard werd bedoeld. De commissie bracht op 12 augustus 1976 verslag uit aan de regering. Het rapport werd op
26 augustus aan de Tweede Kamer aangeboden door minister-president Den Uyl, die daarbij een verklaring aflegde.
De voornaamste conclusie van het rapport luidde:
'dat Prins Bernhard in de overtuiging dat zijn positie onaantastbaar en zijn oordeel niet te beïnvloeden was, zich aanvankelijk veel te lichtvaardig heeft begeven
in transacties die de indruk moesten wekken dat hij gevoelig was voor gunsten. Vervolgens had hij zich toegankelijk getoond voor onoorbare verlangens en
aanbiedingen. Ten slotte heeft hij zich laten verleiden tot het nemen van initiatieven die volstrekt onaanvaardbaar waren en die hemzelf en het Nederlandse
aanschaffingsbeleid bij Lockheed (...) in een bedenkelijk daglicht moesten stellen.
'

Hij aanvaardde deze conclusies en betuigde spijt voor het gebeurde. Hij legde zijn militaire functies en zijn functies in het bedrijfsleven neer. Er werd
besloten niet tot vervolging over te gaan; enerzijds omdat het om verjaarde feiten ging en anderzijds om een constitutionele crisis te voorkomen.
Uit een geheime bijlage bleek dat hij tevens geld had ontvangen van vliegtuigfabriek Northrop, omdat hij de Duitse regering had trachten
te beïnvloeden bij aanschaf van militaire vliegtuigen.

Uit de Privé-sfeer

Was in 1937 betrokken bij een ernstig auto-ongeluk bij Diemen.
In 1988 werd een standbeeld van hem (in uniform van de Koninklijke Nederlandse Luchtmacht)
onthuld bij het hoofdkwartier van de Luchtmacht in Den Haag.
Kort na zijn overlijden verscheen in 'De Groene Amsterdammer' posthuum een interview dat Martin van Amerongen
in 2002 met hem had gehouden.
Drie dagen na de bijzetting in de Nieuwe Kerk verscheen in 'De Volkskrant' een interview dat hij tussen november 2000 en april 2004 met de
redacteuren Pieter Broertjes en Jan Tromp had. Daarin sprak hij openlijk over zijn twee buitenechtelijke kinderen, een buitenechtelijke relatie
in Londen, zijn rol in de Greet Hofmansaffaire, zijn vermogen en over de Lockheed-affaire.

Woonplaatsen en Adressen

Landgoed Woynowo (Reckenwalde) bij Züllichau (jeugdjaren)
Londen, van mei 1940 tot mei 1944
Apeldoorn, paleis Het Loo, 1945
Soestdijk, paleis Soestdijk, van januari 1937 tot 1 december 2004

Ridderorden

Commandeur in de Militaire Willems Orde 15 juni 1946
Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw

Buitenlandse Onderscheidingen

Diverse buitenlandse onderscheidingen, waaronder Grand Cross in the Order of the British Empire, Grootkruis Legioen van Eer
en het Oorlogskruis met palmtakken

Overige Onderscheidingen en Prijzen

Grootkruis Huisorde van de Gouden Leeuw van Nassau, 1951
Vliegerkruis
Oorlogsherinneringskruis met twee gespen
Europaprijs Raad van Europa, 1960
Verzetsherdenkingskruis, 1984
Onderscheidingsteken voor langdurige dienst
Gouden Medaille van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart
Kruis van Verdienste Nederlandse Rode Kruis
Zilveren Anjer Prins Bernhard Cultuur Fonds
diverse eremedailles

Predicaten/Adellijke Titels

Graaf, tot 24 februari 1916
Prins, vanaf 24 februari 1916
Z.K.H. de Prins der Nederlanden, van 6 januari 1937 tot 30 april 1980

Verenigingen, Sociëteiten en Genootschappen

anwärter S.A.
lid Reiter S.S
lid NSFK (National-Sozialistische Flieger Korps)
founder President WWF, vanaf 1977

Hobbie's

Vliegen
Fotograven
sport (golf, skiën, paardensport)
Autorijden
Jagen