OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Inhuldiging Koning Willem III
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Koningen van Oranje en Nassau

Koningin Sophie Frederika Mathilde der Nederlanden

Sophie Frederika Mathilde, Prinses von Württemberg werd op 17-06-1818 geboren te Stuttgart als dochter van Koning Willem I van
Württemberg en Grootvorstin Catharina Paulowna van Rusland
. Kort na de geboorte van Sophie overleed haar moeder en werd zij verder
opgevoed door haar tante Catharina die Koningin was van Württemberg.

Prinses Sophie von Württemberg

De Prinses trouwde op 18-06-1839 uit staats belangdienende overwegingen met de Nederlandse Vorst
Willem III van Oranje-Nassau
(* 1817 - + 1890)
.

Sophie was de eerste echtgenote van de latere
Koning Willem III der Nederlanden.

Uit dit huwelijk werden 3 kinderen geboren:

  1. Willem Nicolaas Alexander Frederik Karel Hendrik van Oranje Nassau, Prins van Oranje 1849.
    (* 1840 - + 1879)
  2. Willem Frederik Maurits Alexander Hendrik Karel van Oranje Nassau.
    (* 1843 - + 1850).
  3. Willem Alexander Karel Hendrik Frederik van Oranje Nassau, Prins van Oranje 1879.
    (* 1851 - + 1884

Prins Willem Alexander Paul Frederik

Prinses Sophie von Württemberg (* 1818 - +1877). Zij was - zoals reeds werd geschreven - de dochter van Catharina Pawlowna Romanov
(* 1788 - + 1819) van Rusland, de zuster van Anna Pawlowna Romanov die met Koning Willem II was getrouwd. Catharina Pawlowna Romanov van
Rusland werd Koningin Catharina von Württemberg toen zij in 1816 in St. Petersburg met Koning Friedrich I Wilhelm Karl von Württemberg
(* 1781 - +1864) trouwde. (Sophie was de nicht van Koning Willem III). Zij werd opgevoed - na haar geboorte overleed haar moeder - door haar tante, Koningin Catharina von Württemberg. Zij zorgde ervoor dat de Prinses de juiste opvoeding kreeg maar ook zich bijzonder goed ontwikkelde
opdat zij later kon spreken met kennis van zaken de Staat betreffende, zoals politieke onderwerpen, sociaal-economsiche onderwerpen
en wat dies meer zij. Uit het feit dat zij kennelijk deze zaken snel opnam, bleek duidelijk haar intelligentie.
Een zaak die Sophie altijd naar buiten toe - met trots - heeft uitgedragen.

Sophie ontmoette de Nederlandse erfprins voor het eerst in 1838 nadat tot een huwelijk tussen hen beiden al was besloten door beide vaders. Prins Willem was meteen verliefd, maar omgekeerd zag Sophie niets in hem. Ze trachtte zich nog tegen het huwelijk te verzetten, maar tevergeefs. Haar vader vond
Willem een uitstekende partij voor zijn jongste dochter uit zijn eerste huwelijk, en Willem wilde evenmin afzien van de verbintenis. Willems vader,
Koning Willem II had persoonlijke redenen om te volharden. Hijzelf had moeten meemaken hoe - in 1814 - Prinses Charlotte van Wales een verloving
met hem verbrak. De Prins wilde niet aanvaarden dat het huis van Oranje nogmaals de schande van een verbroken verloving zou meemaken. Overigens
was Willems moeder, Anna Paulowna, sterk tegen het huwelijk gekant. Zij had ten eerste altijd een moeizame relatie gehad met haar zuster, Sophie's
moeder, en in de tweede plaats werd in de Russisch-Orthodoxe kerk een huwelijk tussen neef en nicht gezien als bloedschande.


Prins Willem als baby en de speelkamer van de jonge Prins

De economische tijden waren slecht en een grote crisis teisterde de wereld. Ondanks dat bracht Willem zijn jeugd door in Den Haag. Aldaar kreeg hij
onderwijs van particuliere leraren die er zorg voor droegen dat hij werd klaar gestoomd voor het Koningschap. In Den Haag kreeg de jong Prins een goed
leven en zijn speelgoed werd door vakmensen in elkaar gezet in opdracht van de Koningin. Voorts zorgde zij er voor dat Willem een grote ruimte tot zijn
beschikking kreeg die werd omgetoverd tot een luxueuze speelzaal. Op latere leeftijd verschilde hij veel van mening met zijn vader Koning Willem II.
Hij bezocht de Universiteit van Leiden, De Kroonprins was redelijk intelligent en deed zijn opvoeders soms versteld staan over zijn opmerkingsgave
dingen direct in het juiste perspectief te zien en ook daarnaar te handelen.

Prinses Sophie von Württemberg kwam ter wereld in een behoorlijk beschermd milieu dat vergeven was van Russische tradities. Moeder een Russische Grootvorstin en notabene de dochter van de heersende Tsaar Paul I van Rusland. De Prinses was zeer intelligent en kreeg een uitstekende opvoeding
waarin plaats was voor veel zaken, zoals muziek, wetenschap en literatuur. Door de Russische achtergrond van familie van haar moeder's kant, werd zij tevens opgevoed met de gewoonten en gebruiken van de Russisch-Orthodoxe Kerk. Gedurende haar jeugd werd het duidelijk dat de jonge Prinses zeer intelligent en leergierig was en op vele gebieden haar weetje en zegje kon doen. Als gevolg hiervan werd de opvoeding hierop afgestemd. Zaken als wetenschap en politiek werden al spoedig voor haar heel bekend terrein. Sophie leerde zeer snel een aantal buitenlandse talen die haar in staat stelden
te schrijven en vaak ook te discusseren met vele wetenschappers, schrijvers en politici.

Binnen haar huwelijk liet geen moment onverlet om Willem te laten merken dat hij 'wat minderwaardig overkwam' en zij hem de baas was in een
visie over veel zaken. Het was niet een goede basis om een huwelijk te continueren. De Koning had daar ook niet zoveel zin in. Naar jarenlang te
hebben gestecheld over van alles en nog wat, besloten de echtelieden dat het mooi genoeg was geweest. Men ging een eigen leven leidden want een scheiding zou Staatsrechterlijk bezien op aanzienlijke problemen stuiten. Het werd een echtscheiding tussen tafel en bed met een door beiden
- in 1855 - getekend convenant. Daarin was vastgelegd, hun eigendom en waar en wanneer Koningin Sophie wel diende op te draven om het
aanzien van het huwelijk naar buiten en dat van de Koning nog wat cachet te geven.


(l) Prins Willem Nicolaas Alexander Frederik Karel Hendrik Prins Willem Frederik Maurits Alexander Hendrik Karel, (m) Koningin Sophie,
Prinses der Nederlandenen Koningin der Nederlanden en (r) Prins Willem Alexander Karel Hendrik en Prins van Oranje-Nassau als baby


Het echtpaar kreeg 3 kinderen. Deze groeiden zeer beschermd op in paleis ten Bosch in Den Haag en kregen veel ruimte om zich te mogen ontplooien.
De oudste Wiwil genaamd werd, zoals gebruikelijk, Prins van Oranje omdat hij zijn vader zou opvolgen. Een troonsbestijging zat er helaas voor Prins
Willem Alexander Frederik Karel Hendrik niet in. Hij wilde zijn vader in geen geval opvolgen en gaf de scepter door aan zijn broer, Prins Alexander.
Een hersenvliesontsteking voorkwam dat de tweede zoon, Prins Willem Frederik Maurits Alexander Hendrik Karel zich geestelijk verder kon ontwikkelen.
In die tijd had men geen adequate behandeling en medicijnen voor deze verschrikkelijke ziekte. Alexander stierf in 1850, slechts zeven jaren oud en
werd bij gezet in het familiegraf in Delft.

Prins Willem Alexander Karel Hendrik Frederik van Oranje-Nassau was de jongste zoon van het echtpaar. Deze Prins was een zeer gevoelig mens en had
van zijn moeder het intellect geërfd. Lichamelijk had Alexander de wind bepaald niet meer. Al heel vroeg in zijn leven had hij medische hulpmiddelen
nodig die hem het leven wat dragelijker maakten. Zijn vader had er geen respect voor en vond hem slag en ongezond. Deze Prins erfde het intellect van
zijn moeder. Bovendien was hij reislustig en vertrok daarom voor een lange periode naar Afrika, al waar de Prins diverse Staatshoofden, de Bey van Tunis
o. m., en andere hoogwaardigheid's- bekleders ontmoette. Alexander was weg van kunst en dol op discussieren. De Prins werd daarvoor lid van
verschillende debatingclub's, waar hij zijn aangeboren talen als redenaar kon vergroten. Hij overleed in 1884.

Terwijl hij tal van buitenechtelijke relaties aanknoopte, liet zij blijken dat ze hem haar mindere vond en zichzelf ook meer geschikt achtte als regentes. Sophie, een ware femme savante, was in intellectueel opzicht veruit de meerdere van haar echtgenoot. Dat Sophie een eigen leven ter hand nam werd spoedig duidelijk. Zij reisde de gehele wereld over, legde daardoor internationale contacten die ook functioneel waren voor en ten nutte van de
Staat der Nederlanden. Sophie correspondeerde met diverse Europese geleerden, Staatslieden en onderhield - voor het gemak - warme banden met Napoleon III, die via haar vader's zuster familie was. Sociale ontmoetingen, buiten de vrije en verplichte van haar soortgenoten (de hoge Adel) met beroemdheden als Florence Nightingale uit Engeland, werden tot stand gebracht. Daarbij - maar vooral tussen de Engelse verpleester - klikte het soms bijzonder goed. De Koningin hield vele langdurige relatie's daaraan over. In ons land steunde zij de liberale leider en Staatsman Thorbecke,
terwijl haar 'man ' deze professor verafschuwde.


(l) Prins Alexander rond 10 jaar, (m) Voormalige Salon Koningin Sophie der Nederlanden en (r) de Prins op 14-jarige leeftijd


Koningin Sophie correspondeerde met diverse Europese geleerden en staatslieden, kortom met de groten van haar tijd sprak haar talen vloeiend en
onderhield warme banden met Napoleon III, die via haar vaders zuster familie was. Zij schreef artikelen die gepubliceerd werden in het prestigieuze tijdschrift
"Revue des Deux Mondes". Uit haar eigen lectuurlijst blijkt dat ze naast Stendhal ook Jean-Jacques Rousseau, Byron, Tacitus en Benjamin Constant las.
Zij correspondeerde met de historicus Leopold von Ranke, de archeoloog Heinrich Schliemann, de politicus Adolphe Thiers,
Westminsterdeken Stanley en historicus Motley.

Haar brieven aan Lady Malet werden door Hella Haasse vertaald en bewerkt, en verschenen onder de titel Een vreemdelinge in Den Haag (1984). Zij bezocht kunstschilders als Bosboom en Israëls in hun atelier en ontving kunstenaars als Schelfhout, Jongkind en Pieneman ten paleize. Het huwelijk was dan ook geen succes. Sophie probeerde van haar man te scheiden. Met een beroep op het landsbelang werd dit geweigerd. In 1855 werd echter tussen Willem en de
Koning van Württemberg een overeenkomst gesloten volgens welke het Koninklijk paar gescheiden van tafel en bed verder zou leven.
In het paleis Noordeinde had Sophie haar eigen vertrekken, en de zomers bracht de koningin door op Huis ten Bosch.

Haar persoonlijkheid en haar jeugd beschreef zij zelf in haar "Jeugdherinneringen in Biedermeierstijl" (1984), oorspronkelijk geschreven ten behoeve
van haar goede vriend Lord Clarendon toen hij haar overleden vader als raadgever was opgevolgd. Uit haar dagboeken en brieven komt Sophie over als
een belezen, invoelende, uiterst intelligente en tamelijk warme vrouw. Ook op kunstgebied blonk de Koningin uit. Zij was een regelmatig bezoekster van
het Schilderkundig Genootschap Pulchi Studio in 's Gravenhage. De schilder, etser en lithograaf Andreas Schelfhout maakte zich razend
populair bij haar, door tijdens zijn veelvuldige bezoeken aan het Hof haar echtgenoot te parodieren. De Koning trok zich daar niet veel van aan.
Willem III had andere belangrijkere werkzaamheden om zich daar druk om te maken.

Andreas Schelfhout (Den Haag, 16 februari 1787–19 april 1870) was een Nederlands landschapschilder, etser en lithograaf. Schelfhout was de zoon van de Gentse lijstenmaker en vergulder, Jean-Baptiste Schelfaut, die zich in 1788 in Den Haag vestigde. Hij begon als medewerker
van zijn vader bij het maken en vergulden van lijsten tot zijn vierentwintigste. Hij was ook gevelschilder, maar maakte ook schilderijen in zijn vrije tijd. In 1811 maakte Schelfhout zijn debuut in een tentoonstelling met drie kleine werken. Deze landschappen trokken de belangstelling van het publiek.

Zijn ouders begrepen dat hij potentieel bezat en stuurden hem voor verdere opleiding naar Joannes Breckenheijmer, die toneeldecorateur bij de Haagse Schouwburg was. Hij leerde er niet alleen de technische aspecten van het vak, zoals perspectief en verfbereiding, maar ook hoe landschappen of stadscenes te schilderen.


Andreas Schelfhout

Hij maakte studies van de grote meesters uit de 17de eeuw en begon te schilderen in de open lucht (hij was hierin een voorloper van de School van Barbizon). Hij bleef bij zijn leermeester tot 1815 en begon dan met een eigen atelier.
Van dan af nam hij regelmatig deel aan tentoonstellingen en had succes bij het publiek, eerst enkel in Den Haag maar vanaf 1816 was hij ook al bekend in Vlaanderen. Hij kreeg een gouden medaille op de tentoonstelling van 1819 in Antwerpen. Hij werd als lid opgenomen in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Amsterdam bij de oprichting ervan in 1818.

In 1822 werd hij er correspondent vierde klasse en hiermee was zijn faam verzekerd. Vanaf toen volgde de ene tentoonstelling na de andere. Zijn eerste schilderijen waren zomertaferelen, strandscènes, landschappen bij maanlicht
of dierenschilderijen. Maar toen hij zag dat zijn wintertaferelen succesvol waren, maakte hij die meer.

Schelfhout
(l) Grijs en (r) Strand, beiden van de hand van Andreas Schelfhout


Hij schilderde in hoofdzaak in zijn atelier, maar maakte eerst schetsen in de open lucht. Hij bewaarde deze schetsen in zijn boek Liber Veritatis (het boek der
waarheid). Men kan hieruit afleiden dat hij ongeveer twintig schilderijen per jaar maakte, gekocht door zowel privé-verzamelaars als door het Koninklijk hof.
Dit boek gaat over 79 schilderijen, waarvan er 33 Nederlandse landschappen zijn, 24 wintertaferelen, 7 strandscènes en 12 zichten uit het buitenland.
Hieruit leert men dat hij voor het eerst naar het buitenland reisde in 1825. Hij bezocht Frankrijk in 1833, Engeland in 1835 (met als doel de werken van Constable te bestuderen) en ook nog Duitsland.

Na deze reizen werd zijn kleurenpalet warmer en werd de keuze van zijn motieven meer gevarieerd. Hij kreeg meer een voorkeur voor weidse taferelen
(zoals de duinen rond Haarlem). Hij geraakte ook geïnteresseerd in de verwezenlijkingen van de Industriële Revolutie. Schelfhout behoort tot de romantiek
en staat bekend als voorloper van de Haagse School Zijn stijl is geïnspireerd door die van Meindert Hobbema en Jacob van Ruisdael. Vooral zijn
winterlandschappen en ijslandschappen met schaatsers waren al tijdens zijn leven zeer vermaard. Hij groeide uit tot een van de invloedrijkste Nederlandse
landschapschilders van zijn eeuw.

Schelfhout was een leermeester van Johan Jongkind, Johan Hendrik Weissenbruch, Jan Willem van Borselen, Charles Leickert, Lodewijk Johannes Kleijn, Nicolaas Johannes Roosenboom en zijn schoonzoon Wijnand Nuyen. Op het einde van zijn leven maakte hij nog een reeks van 80 landschaptekeningen, in hoofdzaak bewerkingen van vroegere schilderijen en aquarellen. Zij werden getekend met kalk in lichte kleuren.Hij was lid van de Academie van Amsterdam, Brussel en Gent. Zijn dood betekende het einde van de Romantische periode in Nederland. Hij werd begraven op het kerkhof Oud Eik en Duinen in Den Haag.

Koningin Sophie correspondeerde met diverse Europese geleerden en staatslieden, kortom met de groten van haar tijd sprak haar talen vloeiend en
onderhield warme banden met Napoleon III, die via haar vaders zuster familie was. Zij schreef artikelen die gepubliceerd werden in het prestigieuze tijdschrift
"Revue des Deux Mondes". Uit haar eigen lectuurlijst blijkt dat ze naast Stendhal ook Jean-Jacques Rousseau, Byron, Tacitus en Benjamin Constant las.
Zij correspondeerde met de historicus Leopold von Ranke, de archeoloog Heinrich Schliemann, de politicus Adolphe Thiers, Westminsterdeken Stanley en
historicus Motley. Haar brieven aan Lady Malet werden door Hella Haasse vertaald en bewerkt, en verschenen onder de titel Een vreemdelinge in Den Haag
(1984). Zij bezocht kunstschilders als Bosboom en Israëls in hun atelier en ontving kunstenaars als Schelfhout, Jongkind en Pieneman ten paleize.

Het huwelijk was dan ook geen succes. Sophie probeerde van haar man te scheiden. Met een beroep op het landsbelang werd dit geweigerd. In 1855 werd echter tussen Willem en de Koning van Württemberg een overeenkomst gesloten volgens welke het Koninklijk paar gescheiden van tafel en bed verder
zou leven. In het paleis Noordeinde had Sophie haar eigen vertrekken, en de zomers bracht de Koningin door op Huis ten Bosch. Haar persoonlijkheid
en haar jeugd beschreef zij zelf in haar "Jeugdherinneringen in Biedermeierstijl" (1984), oorspronkelijk geschreven ten behoeve van haar goede vriend
Lord Clarendon toen hij haar overleden vader als raadgever was opgevolgd. Hij was geboeid, als romantisch schilder, door het geweld in de natuur.
Hij was een der eersten in de 19de eeuw die een storm op zee schilderde, zoals hij die meemaakte in Scheveningen. Dit thema zou later ook
verwerkt worden door schilders uit de Haagse School.

Onderstaand een profiel van de stamboom Koningin Sopie der Nederlanden

(1781-1864)
Vader:
Koning
Willem I
van Württemberg

(1764-1788) Grootmoeder:
Hertogin Augusta
van Brunswijk-Wolfenbüttel

(1754-1816) Grootvader:
Koning
Frederik I van Württemberg

(1732-1797) Overgrootvader:
Hertog Frederik Eugenius van Württemberg

(1736-1798) Overgrootmoeder:
Frederika Dorothea
Sophia van Brandenburg-Schwedt

(1735-1806) Overgrootvader:
Hertog Karel
van Brunswijk-Lüneburg

(1737-1813) Overgrootmoeder:
Prinses Augusta
Frederika
van Wales


Doodsbed Koningin Sophie 187

(1788-1819)
Moeder:
Grootvorstin
Catharina Paulowna
van Rusland

(1754-1801) Grootvader:
Tsaar
Paul I
van Rusland

(1759-1828)
Grootmoeder:
Prinses Sophia
Dorothea
van Württemberg

(1728-1762)
Overgrootvader:
Tsaar
Peter III
van Rusland

1729-1796) Overgrootmoeder:
Tsarina Catharina II
de Grote
van Rusland

(1732-1797)
Overgrootvader:
Hertog Frederik
Eugenius van Württemberg

(1736-1798)
Overgrootmoeder:
Frederika Dorothea
Sophia van Brandenburg
-Schwedt

Sinds 1871 was Koningin Sophie beschermvrouwe van de Algemeen Nederlandsche Vrouwenbeweging Arbeid Adelt van Betsy Perk en de Dierenbescherming. In 1873 stelde zij een prijs ter beschikking voor een loterij ten behoeve vande bouw van de Vondelkerk. Deze was namelijk na
financiële tegenslagen, stilgelegd. Maar met de Koningin ging het ook niet al te best. De Vorstin kon moeilijk lopen, kwam adem en kracht tekort om van
de ene kamer naar de andere te gaan. Sophie ging naar Cannes in 1876 om op krachten te komen en liet zich door een beroemd arts onderzoeken waar
het duidelijk werd dat zij niet meer beter kon worden.

De ziekte (hart- en een leverkwaal) zou haar op korte termijn slopen of zoals de Koningin zelf pessimistisch opmerkte: 'Het ziet er naar uit dat ikzelf
en mijn wereld beide ten onder gaan
'. Tussen al die besognes door bleef het familieleven met haar zoons haar boeien. Ze hoopte dat zij het nog zou beleven dat haar kinderen gelukkig trouwden. Op 3 juni 1877 maakte de dood een einde aan het leven van Koningin Sophie der Nederlanden.
Koningin Sophie overleed op 58-jarige leeftijd op paleis Huis ten Bosch. Conform haar wens werd zij niet gebalsemd (als een van de weinige Oranjes)
en in haar trouwjurk gehuld, omdat volgens eigen zeggen haar leven al was geëindigd op haar trouwdag. Op 20 juni 1877 werd zij - voor altijd -
bijgezet in de Koninklijke Grafkelders in de Nieuwe Kerk te Delft.