OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Inhuldiging Koning Willem I
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Koningen van Oranje en Nassau

Nageslacht Koning Willem I der Nederlanden

De kinderen van Koning Willem I Frederik van Oranje-Nassau 1772-1843, Prins van Oranje Nassau in 1806,
erfelijk souverein vorst der Nederlanden in 1813-1815, Koning der Nederlanden 1815-1840, Groot-Hertog van Luxemburg in 1815,
Vorst van Fulda, Graaf van Corvey, Weingarten en Dortmund (1802-1806), Hertog van Limburg (1839-1840).
Zoon van Willem V Batavus van Oranje-Nassau (1748-1806).


Links: Portret van Prins Willem Frederik Karel, gemaakt rond 1850 en rechts: Prinses Louise Augusta Wilhelmina Amaliavon Hohenzollern,
Prinses van Pruisen, geboren 1 februari 1808 in Koningsbergen en dochter van Koning Friedrich Wilhelm III

Willem I Frederik van Oranje-Nassau (1772-1843) en Frederika Louise Wilhelmina Hohenzollern (1774-1837),
Prinses van Pruisen kregen de volgende kinderen:

1) Willem II Frederik Georg Lodewijk van Oranje Nassau (1792-1849), Prins van Oranje in 1813, Koning der Nederlanden in 1840, Groot-Hertog van Luxemburg in 1840. Trouwde in 1816 met Anna Paulowna Romanov van Rusland (1795-1865).

2) Prins Willem Frederik Karel (1797-1881). Hij kwam ter wereld op 28 februari 1797 te Berlijn. Prins Willem Frederik Karel trouwde in 1825 met zijn
nicht: Louise Augusta Hohenzollern (1808-1870), Prinses van Pruisen. Zij was de dochter van Friedrich Wilhelm III Hohenzollern (1770-1840), Koning
van Pruisen en Friederike von Hessen-Darmstadt (1776-1810) en de zus van de latere Keizer Wilhelm I van Duitsland (1797-1888). Prins Willem
Frederik Karel stierf op 8 september 1881 te Wassenaar.

Prins Willem Frederik Karel werd geboren in de voormalige slaapkamer van Frederik de Grote geboren als de familie in ballingschap in Berlijn woonde.
Hij groeide op aan het Pruisische hof waar hij zijn militaire opleiding kreeg van de beroemde Maarschalk Von Clausewitz. Hierna nam hij dienst in het
Pruisische leger. Op 16 jarige leeftijd maakte hij in 1813 de slag van Leipzig mee. Als de Oranjes weer terug keren naar Nederland werd hij Kolonel in
het Nederlandse leger en vervolgens in 1814 bevorderd tot Luitenant-Generaal. Zijn geboorterecht als tweede zoon hield onder meer in dat hij
aanspraken maakte op de Nassause Domeinen in het Duitse Rijk maar deze werden tijdens het 'Congres van Wenen' ingeruild voor het
Groothertogdom Luxemburg.

In 1816 deed Prins Willem Frederik Karel op verzoek van zijn vader Koning Willem I afstand van zijn recht op Luxemburg. Zijn vader wenste de
Nederlanden als een geheel te besturen. Hij werd door zijn vader schadeloos gesteld met de opbrengsten (zo'n fl.190.000) van goederen uit het
westen van Noord-Brabant. Van 1815 tot 1862 woonde hij stilzwijgend de vergaderingen van de Staten-Generaal bij. In 1816 aanvaardde hij de
benoeming tot Grootmeester-Nationaal der Vrijmetselaren. In 1825 trad Prins Willem Frederik Karel in het huwelijk met zijn nichtje Louise Augusta Hohenzollern waardoor de toch al goede betrekkingen nog meer met het Pruisische hof verstevigd werden. In 1826 werd de Prins benoemd tot Commissaris-Generaal van Oorlog (minister van defensie) en in 1829 tot Admiraal. Hij werkte hard voor de organisatie van het leger en stelde
examens in om willekeur bij benoeming tegen te gaan. In 1826 richtte Prins Willem Frederik Karel de Koninklijke Militaire Academie te Breda op.

In 1829 werd Prins Willem Frederik Karel kandidaat gesteld voor de Griekse troon, een functie de de bescheiden Prins weigerde. Tijdens de oproer in
1830 te Brussel werden de twee Oranje Prinsen Willem II en Frederik met 3000 soldaten er heen gestuurd. In september 1830 probeerde Prins Willem
Frederik Karel de stad Brussel te bezetten maar na 3 dagen straatgevechten trok hij zich terug. Bij de tronnsafstand van zijn vader Koning Willem I
in 1840 nam Prins Willem Frederik Karel ontslag uit alle openbare betrekkingen. Toch werd hij in 1840 tot Veldmaarschalk benoemd een functie die hij
uitvoerde tot 1868. Sindsdien speelde hij geen grote rol van betekenis in het militaire en politieke leven.

Wel was hij een grote steun als vertegenwoordiger van zijn vader later zijn broer en daarna zijn neef. Prins Willem Frederik Karel was een groot
grondbezitter en bezat onder andere De Pauw, Raaphorst en Eikenhorst, Ter Horst en van zijn vader geërfde Silezische goederen Neuland,
Widzim en Seitsch in Posen. In 1846 kocht hij van de familie Von Pückler de vrijheerlijkheid Muskau (Oberlausitz) zodat hij zo'n 80.000 ha.
land in Duitsland bezat. Na de dood van zijn broer Willem II raakte hij betrokken bij de grote schuldenlast die zijn broer had nagelaten. Prins Willem
Frederik Karel betaalde de geheime Rusische lening van fl.1.070.000 aan de Tsaar af. Het bijna uitsterven van de Oranjes raakte hem diep. Het
betekende veel voor hem toen hij aanwezig was bij de doop van Prinses Wilhemina in 1880. Een jaar later stierf Prins Willem Frederik Karel.

Prins Willem Frederik Karel (1797-1881) en Prinses Louise Augusta Hohenzollern (1808-1870) kregen 1 kind:

Louise van Oranje-Nassau (1828-1871) werd geboren als dochter van Prins Willem Frederik Karel van Oranje-Nassau (1797-1881) en Louise Augusta
van Pruisen (1808-1870). Prins Willem Frederik Karel van Oranje-Nassau was de broer van Koning Willem II der Nederlanden (1792-1849). Louise
Augusta van Pruisen was de nicht van Prins Willem Frederik Karel. De vader van Prins Willem Frederik Karel, Koning Willem I der Nederlanden
(1772-1843), was ook getrouwd met zijn nicht Frederika Louise Wilhelmina van Pruisen (1774-1837).


Louise van Oranje en Koning Karel XV van Zweden en Noorwegen

Louise van Oranje-Nassau (1828-1871) trouwde in 1850 met Karl XV van Zweden and Noorwegen,
(1826-1872).

Zij kregen 2 kinderen:

Karl Oscar van Zweden (1852-1854).
Louisa van Zweden (1851-1926). Louisa trouwde in 1869 met Frederik VIII van Denemarken (1843-1912)

Deze kregen de volgende kinderen:

1.) Christian X (1870-1947), Koning van Denemarken. Hij trouwde in 1888 met Alexandrina von Mecklenburg-Schwerin (1879-1952), zij zijn de stamouders van de huidige Deense Koningin.

2.) Haakon VII (1872-1957), Koning van Noorwegen. Hij trouwde in 1896 met Maud van Great-Britain (1869-1938). Zij kregen een kind, Olav V (1903-1991) Koning van Noorwegen. Hij trouwde in 1929 met zijn nicht Martha van Zweden (1901-1954), zij zijn de ouders van de huidige Koning van Noorwegen.

3.) Louisa van Denemarken (1875-1906). Zij trouwde in 1896 met Frederik von Schaumburg-Lippe (1868-1945).

4.) Harald van Denemarken (1876-1949). Hij trouwde in 1909 met Helena von Holstein-Sonderburg-Glucksburg (1888-1962).

5.) Ingeborg van Denemarken (1878-1958). Zij trouwde in 1897 met Karl van Zweden (1861-1951).

De laatste kreeg de volgende kinderen:

  1. Margareta van Zweden (1899-1977). Zij trouwde in 1919 met Axel van Denemarken (1888-1964).
  2. Martha Sophia Louisa Dagmar Thyra, Bernadotte van Zweden (1901-1954) trouwde in 1929 met Olav V Glücksburg Koning van Noorwegen
    (1903-1991). Zoon: Harald V Glücksburg, Koning van Noorwegen (1937- ?).
  3. Astrid van Zweden (1905-1935) trouwde in 1926 met Koning Leopold III van België (1901-1983).
  4. Thyra van Denemarken (1880-1945).
  5. Dagmar van Denemarken (1890-1961) trouwde in 1922 met Jorgen Castenkiold (1893-1978).

Louise van Oranje-Nassau en Karl XV van Zweden en Noorwegen bepaalden in hoge mate het gezicht van de Koningshuizen van Zweden,
Denemarken en Noorwegen. De meeste van hun kinderen zaten op de tronen van deze Scandinavische landen.

De andere kinderen van Koning Willem I waren:


Zussen: Pauline en Marianne van Oranje

3) Prinses Pauline Wilhelmina Frederika Paulina van Oranje Nassau (1800-1806). Geboren op 1 maart 1800 te Berlijn en gestorven op 22 december
1806 te Freijenwalde.

4) Dood geboren.

5) Wilhelmina Frederika Marianne van Oranje Nassau (1810-1883). Zij trouwde haar neef, Friedrich Heinrich Albert Hohenzollern van Pruisen
(1809-1872) in 1830 en scheidde van hem in 1849. In 1849 kreeg Wilhelmina Frederika Marianne van Oranje Nassau een zoon, Johan Willem
(1849-1861), de vader was haar minnaar Johannes van Rossum (1809-1873).

Marianne van Oranje Nassau (1810-1883) en Friedrich Heinrich Albert von Hohenzollern van Pruisen (1809-1872)
kregen de volgende kinderen:


Prinses Charlotte van Pruissen, Prins Albrecht van Pruissen en Prinses Alexandrine van Pruisen

  • 1) Charlotte van Pruissen (1831-1855) trouwde in 1850 met Georg II von Saxe-Meiningen (1826-1914).
  • 2) Albrecht van Pruisen (1837-1906) trouwde in 1873 met Marie von Saxe-Altenburg (1854-1898).
  • 3) Elisabeth van Pruisen (+/*1840), even geleefd.
  • 4) Alexandrine van Pruisen (1842-1906) trouwde in 1865 met Wilhelm von Mecklenburg-Schwerin (1827-1879), zoon van Paul Friedrich von Mecklenburg-Schwerin (1800-1892) en Alexandrine von Hohenzollern (1803-1892).

George II (Meiningen, 2 april 1826 - Bad Wildungen, 25 juni 1914), bijgenaamd der Theaterherzog, was van 1866 tot 1914 Hertog van Saksen-
Meiningen. Hij was de zoon van Hertog Bernhard II en Marie van Hessen-Kassel, dochter van Willem II van Hessen-Kassel. Hij was intelligent,
had talent voor tekenen, een absoluut gehoor en was een groot muziekliefhebber. Bekend werd hij vooral als regisseur en
begunstiger van het theaterwezen.

George huwde op 18 mei 1850 te Berlijn Prinses Charlotte van Pruisen, kleindochter van enerzijds Koning Frederik Willem III van Pruisen en anderzijds
ook van Koning Willem I der Nederlanden, een huwelijk uit liefde dat tevens de familiebanden goed deed. Zij schonk hem vier kinderen maar stierf
reeds zes jaar later in het kraambed. Hij verliet hierop het land en bracht de jaren 1855-1858 door in het buitenland, vergezeld door verschillende kunstenaars. In 1858 hertrouwde hij met Prinses Feodora van Hohenlohe-Langenburg.

George was de vader van:

Bernhard III (1851-1928)
George (1852-1855)
Maria Elisabeth (1853-1923)
Ernst (1859-1941)
Frederik (1861-1914), gehuwd met Adelheid van Lippe-Biesterfeld (1870-1948)
Victor (1865-1865).

Frederik Willem Nicolaas Albert (of Albrecht) (Berlijn, 8 mei 1837 - Slot Kamenz, Kamieniec Ząbkowicki, 13 september 1906), Prins van Pruisen,
was een Pruisisch veldmaarschalk en regent van het Hertogdom Brunswijk. Albert was de zoon van Albert van Pruisen, een broer van Frederik
Willem IV en van Keizer Wilhelm I, en Marianne der Nederlanden, dochter van Koning Willem I. Hij nam in 1847 dienst in het Pruisische leger en
maakte in de Duits-Deense Oorlog (1864) onder prins Frederik Karel de veldtocht in Sleeswijk mee. In de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog (1866)
speelde hij een leidende rol als overwinnaar in de slagen bij Skalitz, Schweinschädel en Königgrätz. Hij leidde gedurende de Frans-Duitse Oorlog
(1870-1871) de tweede gardekavaleriebrigade en maakte de slagen bij Gravelotte en Sedan mee.

Op 24 december sloot hij zich met zijn troepen aan bij het leger van generaal Edwin von Manteuffel en nam deel aan de krijgsverrichtingen om
Bapaume. Voor de operaties aan de Somme in januari 1871 was hem het opperbevel over meerdere regimenten toevertrouwd en nam hij deel aan
de Slag bij Saint-Quentin van 19 januari. Na de oorlog werd hij luitenant-generaal en in 1874 tot bevelhebber van het tiende legerkorps in Hannover.
In 1883 werd hij als opvolger van zijn oom Karel Herrenmeister van de Herrenmeister van de Johannieterorde. Op 25 augustus 1878 maakte Koning
Willem III der Nederlanden hem, in het kader van een huwelijk in de families Hohenzollern en Oranje-Nassau (namelijk dat van prins Hendrik met de
35 jaar jongere Maria Elisabeth Louise Frederika van Pruisen) tot commandeur in de Militaire Willems-Orde.

Albert werd in 1885 door de Brunswijkse landdag tot regent verkozen daar de wettige opvolger van de in 1884 zonder wettige nakomelingen gestorven
H hertog Willem, Ernst August II van Hannover, door Otto von Bismarck niet werd geaccepteerd. Op 7 februari 1901 vertegenwoordigde Prins Albert
het Duitse Keizerrijk bij het huwelijk van de Nederlandse koningin Wilhelmina met hertog Hendrik van Mecklenburg.
Keizer Wilhelm II nam hem op in de exclusieve Wilhelm-Orde.

Albert was sinds 19 april 1873 gehuwd met Maria van Saksen-Altenburg, dochter van Hertog Ernst I.
Uit het huwelijk werden drie zoons geboren:

Frederik Hendrik (1874-1940)
Joachim Albert (1876-1939)
Frederik Willem (1880-1925)


Prins Georg van Saksen-Meinigen, Prinses Marie van Saksen-Altenburg en Prins Wilhdelm van Mecklenburg-Schwerin


Frederik Willem Nicolaas (Ludwigslust, 5 maart 1827 - Heidelberg, 28 juli 1879), Hertog van Mecklenburg, was de tweede zoon van Groothertog Paul
Frederik van Mecklenburg-Schwerin en Alexandrine van Pruisen, dochter van Frederik Willem III. Hij nam dienst in het leger van Pruisen en werd daar
bevelhebber van het zesde regiment kurassiers. Op 9 december 1865 trad hij in het huwelijk met Alexandrine van Pruisen, dochter van Albert van
Pruisen en Marianne van Oranje-Nassau.

Hij voerde in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog van 1866 als majoor-generaal het bevel over een brigade van het cavaleriekorps. In de Frans-Duitse
Oorlog commandeerde hij als luitenant-generaal een cavaleriedivisie, maar hij raakte op 9 september 1870 bij Laon gewond. Hierdoor was hij lange
tijd van het front afwezig en toonde hij bij de Slag bij Le Mans een groot gebrek aan energie. Hij werd in 1873 bevelhebber van de 22e divisie in
Kassel, maar vervulde in 1874 nog slechts een erefunctie. Hij stierf op 28 juli 1879.

Uit dit huwelijk werd één dochter geboren: Charlotte (1868-1944).