OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Inhuldiging Koning Willem I
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Koningen van Oranje en Nassau

Koning Willem I der Nederlanden

Willem I Frederik, erfelijk soeverein Vorst der Verenigde Nederlanden (1813-1815), Koning der Nederlanden (1815-1840), Prins van
Oranje Nassau
, Hertog en Groothertog van Luxemburg, Vorst van Fulda en Graaf van Corvey, Weingarten en Dortmund (1802-1806),
Hertog van Limburg (1839-1840). (* 24-08-1772 - + 12-12-1843), huwde 1e maal op 01-10-1791 met Frederika Louise Wilhelmina
Hohenzollern, Prinses van Pruisen
(* 18-11-1774, + 12-10-1837), dochter van Friedrich Wilhelm II Hohenzollern, Koning van Pruisen
en Friederike Louise von Hessen Darmstadt.
Hij trouwde voor de 2e keer op 17-02-1841 met Henrica (Henriette) Adriana Ludovica Flora,
Comtesse d'Oultremont de Wegimont et Warfusée Gravin van Nassau (1841) (* 28-2-1792, + 26-10-1864), dochter van Ferdinant Louis
François Michel
, Rijksgraaf d’Oultremont en Johanna Susanna Hartsinck.

Bij de geboorte ontving de Oranjezuigeling van de Staten der Gewesten en de grote steden zogenaamde pillegiften met een totale waarde van f.36.300,00 en presentjes in de kraamkamer met een waarde van 1840 Ducaten. Bij zijn geboorte was de jonge Prins al een welgesteld mensje. Willem Frederik werd samen met zijn broer Frederik opgevoed in een periode van patriotische woelige tijden.

Tijden waarin het volk vroeg om veranderingen en deze ook eiste. Maar krijgen was in die periode een grote kunst. De levensles voor een Edele en met name een Oranje, werd hem van jongsaf aan al ingepompt, tesamen met de borst en de fles. Dat laatste was echt geen kunst. Die krijgen we eigenlijk allemaal en het is voor onze groei broodnodig.

De geest ontwikkelen gaat op een andere manier. De Oranje-manier staat hieronder. Kijk niet vreemd op, als dit niet uw manier van groot worden, opvoeding en het bijbrengen van kennis zal zijn. Het is wel die van hen, de Oranje's en de Nassau's.

Prins Willem VI van Oranje

Voorspoedig groeide de Prins op. Studeerde bij grote en welbekende leermeesters in de krijgstechnieken, de ruitersport, politiek en het regeren van een natie, hetgeen wij in die tijd ook al waren. Bezocht de Universiteit te Leiden en volgde daar colleges in de Rechten en de Geschiedenis.

Studiereizen waren een noodzaak om meer bekend te worden met het gegeven wat een Koningskind behoorde te weten en het volk niet. Dat onderscheid werd hem heel duidelijk gemaakt door zijn leermeesters. Regeer en leg geen verantwoording af, zo werd Willem Frederik al vroeg in geprent. Dat deed deze Oranje dan bij uitstek.

Spoedig werd het duidelijk dat hij zich ergerde aan de houding van zijn vader Prins-Stadhouder Willem V. Die had besluiteloosheid hoog op zijn verlanglijstje staan. Was allemaal te moeilijk voor hem en hij kon gewoon niet kiezen naar welke kant het roer diende te gaan. Mooie schipper. Vader toonde meer belangstelling voor het vrouwelijke geslacht dan voor Staatszaken.

Dat leidde tot een botsing tussen papa en zoonlief. Na het gedonder van de Franse Revolutie in 1795, leidde die situatie tot grote conflicten tussen
Prins Willem V
en zijn zoon de latere Koning Willem I der Nederlanden. Enfin, de erfprins Willem VI - zo werd hij genoemd tot aan het
tijdstip dat hij Koning der Nederlanden werd in 1813 - keek eens rond naar een geschikte huwelijkskandidate. Er waren genoeg liefhebsters die met
deze Oranje in het huwelijk wensten te treden. Maar Willem VI was nogal kieskeurig. Op 16-jarige leeftijd vertrok Prins Willem I voor een grote reis
naar het buitenland. Moeder Willemijn had alvast enkele geschikte huwelijkskandidaten voor haar zoon de revue laten passeren. Want als er een
goede partij gevonden moest worden kon je er niet vroeg genoeg bij zijn, vond ze.

En ze dacht dat er binnen haar eigen familie in Berlijn vast wel iets naar haar gading zou kunnen zijn. En zo gingen moeder en zoon samen op
bezoek bijde Koning van Pruisen die een dochter had die óók Wilhelmina heette, net als zij zelf. Maar daar hield de gelijkenis ook mee op. Want
verder was Mimi, zoals het meisje genoemd werd om de onvermijdelijke spraakverwarring te voorkomen, een vriendelijk en zachtaardig kind.
De schranderheid en voortvarend van haar tante mistte ze ten enen male. Maar "ze spreekt al heel goed Nederlands", wist Prins Willem trots
over zijn nieuwbakken verloofde te vertellen. Niettegenstaande dat, vond hij een vrouw in zijn nicht Frederika Louise Wilhelmina von
Hohenzollern, Prinses van Pruissen (Wilhelmina genoemd) - exact dezelfde naam als zijn moeder ook Wilhelmina van Pruissen -
maar dan iets later in de tijd.


(l)Kroonprins Willem II, (2e) Prins Frederik, (3e) Prinses Pauline en (r) Prinses Marianne

Zij was de dochter van de Koning van Pruissen en zijn levensgezellin Friederike Louise von Hessen Darmstadt. Er werden meteen spijkers met koppen geslagen: zodra de Prins klaar zou zijn met zijn studie in Leiden zouden neef Willem van Oranje en nicht Wilhelmina van Pruisen
met elkaar trouwen. Het was inmiddels 1791 geworden toen de feestelijke bruiloft in Berlijn plaatsvond.

Uit dit huwelijk:

  1. Kroonprins Willem II Frederik George Lodewijk, (* 1792 - +1849)
  2. Prins Willem Frederik Karel, (* 28-02-1797 - + 08-09-1881), huwde op 21-05-1825 met Louise Augusta Wilhelmina Amalia, Prinses van Pruisen,
    (* 01-02-1808 - + 06-12-1870), dochter van Frederik Willem III, Koning van Pruisen en Louise Wilhelmina Amalia van Meckelenburg Strelitz.
  3.  Prinses Pauline Wilhelmina Frederika Louise Paulina, (* 01-03-1800 - + 22-12-1806) gestorven te Freijenwalde.
  4.  Doodgeboren kind, (30-08-1806)
  5.  Wilhelmina Frederika Marianne, (* 09-05-1810 - + 29-08-1883), trouwde op 14-09-1830 met (scheiding 28-3 / 31-8 1849) Friedrich Heinrich
    Albert Hohenzollern von Pruisen (* 04-10-1809 - + 14-10-1872), zoon van Frederik Willem III, Koning van Pruisen en Louise Augusta Wilhelmina Amalia van Meckelenburg Strelitz. In 1849 kreeg zij een zoon Johan Willem (* 1849 - + 1861) de vader was haar minnaar
    Johannes van Rossum.
Niet minder dan zeventien dagen lang vierden de Pruisen dit heuglijke feit maar tenslotte lieten ze het jonge paar toch naar Nederland vertrekken. Willems zuster Louise trouwde óók in diezelfde tijd en in de straten wemelt het van de oranje linten en strikken. Een buitenlandse reiziger keek zijn ogen uit, dat zelfs de poten van de ooievaars bij de Haagse Jacobskerk nog met mooie oranje strikken getooid zijn! Maar al vierden de twee vorstenhuizen feest, het zag er naar uit dat er stormachtige tijden op komst waren.

Twee jaar eerder had de Burgers in Frankrijk met de Franse Revolutie alles op zijn kop gezet. Het volk, jarenlang onder de duim gehouden door een reeks praalzieke Koningen, kreeg er genoeg van en nam de touwtjes in eigen handen. De Koninklijke familie werd onder luid gejuich onthoofd en voortaan zouden alle mensen voor de wet gelijk zijn. Weg met die kleine bevoorrechte klasse die zich altijd ten koste van de gewone man had weten te verrijken.

Deze revolutionaire ideeën waaiden ook over naar Nederland en Stadhouder Willem V moest toezien hoe zijn gezag aan alle kanten als sneeuw voor de zon verdween. Maar ook voor mensen die zich niet met de politiek bemoeiden, waren het zware tijden. Ziekte onder het vee zorgde ervoor dat er hongersnood heerste en sommige streken werden geplaagd door vreselijke overstromingen. Van zoveel ellende werden de mensen opstandig.


Prins Willem VI, oefenen voor het trouwen in Berlijn

Om de toestand nog wat penibeler te maken, begon ook Frankrijk dreigende taal uit te slaan. "Nederland wordt óók door zo'n tiran
geregeerd
", zo werd er geroepen, "Wij zullen jullie wel eens even helpen om je van die uitzuiger te bevrijden". En het bleef niet bij dreigen alléén:
in 1793 trokken de Franse legers ons land binnen, om Willem V te komen verjagen. Met angst en beven zag de Stadhouderlijke familie de Franse
soldaten naderen. Iedereen wist dat het Nederlandse leger niet veel voorstelt. Toch vochten Prins Willem en Prins Frederik, samen met hun vader,
nog moedig tegen de oprukkende vijand maar moesten de ongelijk strijd tenslotte toch opgeven. Dan rolden de Franse legers over Nederland heen
en dat b etekende het einde van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Hoe was het de Oranjefamilie in de woelige jaren vóór de Franse oorlog
vergaan? Er was veel ontevredenheid in het land, de mensen werden opstandig en kwamen steeds meer in verzet tegen het beleid van hun
Stadhouder. Maar het leek wel of Willem V niet wilde inzien hoe zijn macht links en rechts brutaal werd aangetast.

De Stadhouder was geen doortastende man: hij wist niet goed hoe hij moet reageren toen hij merkte dat zijn gezag aan alle kanten afbrokkelde.
Prinses Wilhelmina
ergerde zich aan die besluiteloosheid van haar man en Prins Willem, aardde wat dat betreft naar zijn moeder. Ook hij was
mateloos geïrriteerd toen hij merkte dat zijn vader soms het liefst het hele stadhouderschap eraan zou willen geven. Dikwijls kwam het tot heftige
botsingen tussen vader en zoon en Prinses Willemijn had de grootste moeite om de gemoederen weer wat te bedaren. Zelf zou ze óók liever zien
dat haar man wat doortastender was maarals het erop aankomt stond ze toch achter hem. "Je vader is nu eenmaal het Hoofd van het Huis
van Oranje
", hield ze haar van woede briesende zoon dikwijls voor,"en hij moet uiteindelijk beslissen wat er in de toekomst van de
Oranje's met hen zal gebeuren".

Maar daar was Willem het helemaal niet mee eens. Machteloos moest hij toezien hoe zijn vader zich zonder slag of stoot steeds meer macht uit
handen liet nemen. "Beseft U wel dat ook mijn toekomst verkeken is, als U nu Uw rechten op Holland zomaar uit Uw handen laat glippen?"
werpt hij zijn vader verbitterd voor de voeten, "U mag alleen iets weggeven als dat ook werkelijk van U zélf is. Maar deze rechten zijn van
alle Oranje's,Prinses Mimi waren een jaar na hun huwelijk de trotse ouders geworden van een zoon die ook weer Willem werd genoemd. En zou
deze kleine Willem nu door het weifelende gedrag van zijn grootvader alle kansen kwijtraken om ooit nog in Nederland te regeren? Prins Willem
kon het eenvoudig niet verkroppen en de spanning in het eens zo gezellige gezin was soms om te snijden.

Zo was de situatie als de Franse legers tenslotte Nederland onder de voet lopen. Het was te laat voor de Oranje's, hun kansen leken nu wel voorgoed
verkeken. Een jaar eerder al, toen het er allemaal zo dreigend begon uit te zien, had Prinses Willemijn haar hele juwelenschat opgestuurd naar haar
dochter Loulou in Duitsland. "Pas er maar goed op", had ze geschreven, "zelf vertrekken we pas als de toestand in Holland hopeloos is". En in
januari 1795 was het inderdaad zover: de Stadhouderlijke familie kon geen moment langer in Hollandse bodem blijven, het was te gevaarlijk
geworden. Haastig werden er een paar vissersboten klaargemaakt en daarmee staken de Oranje's over naar het gastvrije Engeland. Dáár
zouden ze tenminste veilig zijn, in hun eigen vaderland waren ze hun leven niet langer zeker. Het laatste wat ze van Nederland zagen, was een klein
groepje Oranjeklanten dat hen op het Scheveningse strand nazwaaide.


Vertrek van Prins Willem V naar Engeland

Er hing een dichte sluier over onze toekomst", schreef Prinses Wilhelmina in deze donkere dagen, "ik weet werkelijk niet wat er van ons worden
zal..." Toen het Stadhouderlijk gezin eenmaal in Engeland was neergestreken, werd Prins Willem alleen nog maar rustelozer. Hij kon het niet aanzien
hoe zijn vader de gebeurtenissen maar over zich heen liet komen. "We moeten álles op alles zetten om Holland weer te bevrijden", zei hij telkens
maar vader Willem was nergens voor te porren. Tenslotte gaf de Prins het op. "Dan ga ik het zélf maar proberen", nam hij zich grimmig voor,
want hij werd dol van het gedwongen stilzitten. Hij moest en zal de rechten van de Oranje's weer terugwinnen. Eenvoudig zou dat niet zijn nu
Nederland bezet was door het Franse leger. Van Engeland verwachtte hij daarvoor niet veel hulp.

Nee, dan had hij meer vertrouwen in Pruisen, het land van zijn schoonfamilie. Daarom vertrok hij samen met Prinses Mimi en het kleine Prinsje
Willem naar zijn schoonvader in Berlijn. Dáár zou hij plannen gaan smeden voor een terugkeer naar Nederland. Het waren donkere dagen voor het
kleine gezinnetje maar er brak toch ook even een zonnetje door als in Berlijn een Prinsje wordt geboren dat Frederik kreeg, naar de broer van
zijn vader. Rusteloos als Prins Willem was, verzon hij het ene plan na het andere om de Oranje familie weer terug in Nederland te krijgen. Maar het wilde
niet lukken en zo vergleden de jaren in ballingschap, de een na de ander, en de onzekerheid over de toekomst bleef. Er werd nog een dochtertje
geboren, Prinses Pauline, en voor de drie rap Duitssprekende kinderen was "Holland" nog maar een heel vaag begrip.


Veldslag tussen Pruissen en Frankrijk met Keizer Napoléon (r)

Intussen was in het ontredderde Frankrijk een man opgestaan die nog geducht van zich zou doen spreken. Napoleon Bonaparte was zijn naam
en weinigen konden nog vermoeden dat deze kleine generaal binnenkort half Europa onder de voet zou lopen. Maar het duurde niet lang of de
succesvolle veldheer stond klaar om Pruisen, waar Prins Willem met zijn gezin zijn toevlucht had gezocht, eens een lesje te leren. De oorlog die
volgde was kort maar krachtig: na negen dagen was alles alweer voorbij. Pruisen was verslagen, Prins Willem had zich aan de Fransen moeten
overgeven en de arme Prinses Mimi moest maar zien hoe ze zichzelf en haar kinderen in veiligheid bracht. Ze had net een miskraam achter de rug
maar er was geen tijd om daar nog aan te denken, ze moest nu vluchten voor haar leven. Steeds verder en verder trok de opgejaagde Prinses,
tot ze eindelijk in Danzig aankwam, ver van de Franse troepen.

Op 18 januari 1795 vluchtte Prins Willem V naar Engeland. De Republiek der Verenigde Nederlanden was in het laatste kwart van de achttiende eeuw
niet als uitermate modern op staatskundig gebied te typeren. Het land bestond uit een verzameling van soevereine gewesten met elk een eigen
karakter en aanzienlijke verschillen tussen het verstedelijkte Holland en de meer landelijke provincies zoals Drenthe. De Republiek kende geen metropool
zoals Londen of Parijs, maar circa 100 kleine tot middelgrote steden alwaar het economische en culturele leven zich concentreerde. Na een economische bloeiende ze ventiende eeuw kenmerkte de achttiende eeuw zich door economische teruggang. Het internationale handelsverkeer leek zich aan de
Republiek te onttrekken en de Hollandse steden hadden daar flink onder te lijden. Zij verloren hun internationale betekenis en keerden terug naar de streekfunctie die de meeste plaatsen vanouds hadden.

Bestuurlijk en politiek gezien was de Republiek een confederatie van zeven soevereine staatjes. Het staatsbestel was gedecentraliseerd. De politieke
grondslag van de samenwerking lag gegrondvest in de Unie van Utrecht (1579) dat de mogelijkheid bood tot particularisme en minimale samenwerking
indien gewenst door de afgevaardigden der Staten Generaal.Dit was het hoogste wetgevende en uitvoerende orgaan alwaar buitenlandse zaken, defensie, financiën en het bestuur van de generaliteitslanden en bezittingen werden besproken en bestuurd. Per provincie werd gestemd en voor veel zaken
was eenstemmigheid noodzakelijk. De provincies bepaalden in feite de grenzen van het centrale bestuur, en de gewestelijke bestuurslichamen konden
de macht van de provincies beperken. Dit politieke systeem resulteerde in dat steden en kwartieren binnen een provincie
concurrenten van elkaar werden.

Een nationaal besef was absoluut aanwezig bij de bestuurders, maar de meeste burgers en regenten dachten en handelden meestal in lokaal of
gewestelijk belang Holland was veruit het machtigste en rijkste gewest onder andere door zijn rijkdom, bevolkingsomvang en zijn aandeel in de
Unie-financiën. De feitelijk macht van de gewesten lag in degenen die de statenvergaderingen vormden en beheersten zoals de regenten in de steden
en de veelal adellijke grootgrondbezitters op het platteland. De invloedrijke functies werden onderling in deze grote families verdeeld en bepaalden op
deze wijze wie er in de statenvergadering, de Staten-Generaal l en andere bestuurscolleges van de Republiek zitting namen. Een bijzondere
machtsfunctie was die van stadhouder. Formeel gezien was de stadhouder dienaar van de gewestelijke en generale statencolleges,
de eerste ambtenaar.

Jachtslot Het oude Loo

Onder hun gezag oefende hij zijn taak van bevelhebber over het staatse leger en de vloot uit en zijn recht om stedelijke functionarissen te kiezen. De positie van de stadhouders uit het huis Oranje-Nassau was opmerkelijk aangezien zij enerzijds ondergeschikt waren aan de staten en anderzijds een zelfstandige machtsfactor waren door hun historisch aanzien en de steun van het leger en de vloot en door hun invloed op de samenstelling van de staten zelf. Stadhouder Willem V raakte in de loop van zijn aanstelling de controle over de Republiek steeds meer kwijt.

De Republiek raakte in oorlog met Engeland door wapensmokkel met de Verenigde Staten en de Vierde Engelse Zeeoorlog verliep desastreus. In 1781 werd de kritiek op stadhouder Willem V (1748-1806) verwoord in het pamflet Aan het volk van Nederland van de Gelders-Overijsselse Joan Derk van der Capellen tot den Pol. De schrijver was sterk gekant tegen de Oranje-stadhouders en legde de problemen van de Republiek genadeloos bloot. Het pamflet was een anti-orangistisch schotschrift en gaf een beeld van de geschiedenis waarin de Oranje-stadhouders er voortdurend op uit geweest waren hun eigen macht te vergroten.

Het schetste een beeld van Willem V van tiran en landverrader, die door machtsmisbruik en sabotage het welvarende, trotse Holland had uitgeleverd aan zijn Engelse vrienden. ‘Ja Vorst Willem, het is alles Uw schuld.’ De stadhouder met zijn monarchale allures en zijn cliëntèlestelsel droeg de volle verantwoordelijkheid voor de neergang van de Republiek. Willem V werd zwaar beschuldigd van het samenspannen met de vijand. Van der Capellen tot den Pol inspireerden veel patriotten en zij richtten steeds meer exercitiegenootschappen op.


De Prins verloor de politieke strijd en zijn macht taande met de dag. De patriotten stelden nog wel voor een raad in te stellen, waarin ook zijn vrouw,
die hem al sinds 1776 ter zijde stond in zake politieke kwesties zitting zou hebben. De besluiteloze Willem V reageerde niet. Begin september 1785
enkele dagen nadat het dragen van oranje was verboden verloor de Prins dan ook zijn militaire positie in 's Gravenhage. Een wanhopige Willem V
vertrok naar de grens bij Breda om zijn daadkracht te bewijzen. In Friesland lukte het zijn vrouw om steun te verwerven: de regeringsreglementen
werden aangescherpt. Via Groningen en Overijssel trok de stadhouder naar het jachtverblijf Het Loo bij Apeldoorn. Hier kon ze een beetje op verhaal
komen en gelukkig werd Willem door Napoleon weer vrijgelaten, zodat ze tenminste een beetje steun kreeg in deze ellendige dagen.

En dat was hard nodig want tot overmaat van ramp werd Prinsesje Pauline óók nog ziek. Mimi was vreselijk ongerust over haar zesjarige dochter.
Ze wist het maar al te goed: een kinderleven is zo broos, het kan zo maar ineens voorgoed uitdoven. Pas geleden nog had haar schoonzusje Prinses
Marianne
haar twee kleine dochtertjes moeten begraven en Mimi vreesde het ergste voor haar lieve Pauline. Even leek het weer wat beter te gaan
met het kleintje maar dan kreeg grootmoeder Willemijn het vreselijke bericht:"Sedert vanmorgen halfvijf zijn wij in het grootste verdriet gedompeld",
schreefPrins Willem aan zijn moeder, "want de dood heeft ons dit allerliefste meisje ontnomen". Wat zou Willemijn nu graag bij het zwaargetroffen gezin
zijn. Maar het kon niet, de afstanden zijn te groot, en er zat niets anders op dan op een afstand mee te leven met het verdriet van haar zoon en
schoondochter. Mimi was werkelijk ontroostbaar en het leek Willem beter dat ze toch naar Berlijn terugging.

Maar voorlopig was Marianne moeders oogappel en het vrolijke kind dartelde als een stralend zonnetje door het Berlijnse paleis Unter den Linden. Mimi kreeg er niet genoeg van haar kleintje te tekenen en te schilderen en ze bloeide na alle ellende van het verleden weer helemaal op, vooral als ook schoonmoeder Willemijn en schoonzusje Loulou in Berlijn komen wonen. Maar ook buiten het paleis begon het er iets hoopvoller uit te zien. Na de glorieuze overwinningen van het begin gingen Napoleon's kansen keren, langzaamaan begon zijn geweldige macht te wankelen. En Willem kreeg weer hoop! Hij vertrok naar Engeland om van daaruit te proberen het Huis van Oranje in ere te herstellen.

Want nu de legers van Napoleon dan toch eindelijk op de terugtocht waren, werd in Holland, eerst schuchter maar dan steeds luider, geroepen dat de Oranje's moesten terugkomen. Vergeten waren de vijandige gevoelens die er vóór de Franse oorlog waren: Stadhouder Willem V was in ballingschap, ver van zijn vaderland, gestorven en met de nieuwe Prins van Oranje wilde men het best proberen. Want Holland en Oranje hoorden onverbrekelijk bij elkaar, zo voelde men dat nu eenmaal. Even stak er nog een akelig gerucht de kop op en Prinses Wilhelmina vond dat ze haar zoon toch, dit voorzichtig moet vertellen.

Ze had namelijk gehoord dat de Engelsen eigenlijk liever Willem's oudste zoon op de Hollandse troon wilden hebben en niet de gesloten en stugge vader. De zoon van Willem woonde immers al vier jaar in Engeland. Hij was erheen gestuurd voor zijn opvoeding en de Engelsen hadden hem leren kennen als een zwierige charmante Prins die ook op het slagveld zijn mannetje wist te staan. Hoe het ook zij, als het erop aankwam, bleek dat Engeland toch méér vertrouwen had in de ernstige, wat oudere vader dan in de jongeman die zijn wilde haren eigenlijk nog niet helemaal kwijt was. Toch duurde het allemaal nog eindeloos lang. Engeland aarzelde nog: zou het Willem steunen,
ja of nee?

Prinses Pauline

Uitgeput en wanhopig kwam ze in Berlijn aan, ze was de zware slag nog niet te boven. Prins Willem ging er weer op uit. Hij wilde proberen te redden
wat er nog te redden viel van de landgoederen en bezittingen van de familie en het duurde een half jaar voordat hij zijn gezin weer in Berlijn kon
opzoeken. "Mimi verzekert mij dat ze nu weer helemaal in orde is", schreef hij opgelucht aan zijn moeder, "maar ik geloof dat de narigheden van de
afgelopen tijd een zeer diepe indruk op haar gemaakt hebben, want ze is nog magerder en bleker dan gewoonlijk. Maar het kan ook wel dat ze zo
bleek was omdat ze geen rouge gebruikt had, want dan ziet ze er heel anders uit".

De niet zo sterke Mimi had inderdaad heel wat ellende te verwerken gehad. Vooral het verlies van de kleine Pauline had haar erg aangegrepen en ze
was dolblij als ze Willem kan vertellen dat ze opnieuw een kind verwachtte. Een nakomertje, dat wel, want de twee jongens Willem en Frederik
zijn zo zoetjesaan al 18 en 13 jaar oud. Wat was de familie dolblij toen er een gezonde dochter werd geboren, Prinses Marianne. Het jonge ding
werd enorm door haar moeder vertroeteld en niemand kon vermoeden dat juist deze Prinses later nog heel wat stof zou doen opwaaien met
haar eigenzinnige gedrag, vooral in de liefde.


Aankomst Prins Willem VI in Scheveningen



Triomftocht Prins Willem VI

De weken en maanden kruipen voorbij en de ongeduldige Willem die toch al zo lang - 18 jaar! - had moeten wachten, werd er haast moedeloos van.
Maar zijn taai volhouden werd tenslotte beloond als er onverwacht bezoek uit Nederland kwam. Want daar had ze óók niet stilgezeten. Het had
geen zin meer om eindeloos te blijven afwachten of het aarzelende Engeland misschien nog eens de helpende hand kwam bieden. Men nam het heft
in eigen handen en gewoon op eigen houtje Prins Willem uitgeroepen tot Hoge Overheid. Maar: waar was hij? Woonde hij in Duitsland, woonde hij in Engeland? Niemand wist het precies, berichten kwamen in die tijd maar heel traag door. Gezanten werden uitgestuurd om hem te zoeken en zo
troffen ze de Prins tenslotte in Londen aan. Hun boodschap kwam voor de veelgeplaagde Willem als een geschenk uit de hemel. "Ons land wil
Oranje weer terug", zo kreeg hij te horen, "Oranje Boven! Voelde de Prins ervoor om onmiddellijk naar zijn vaderland over te steken?"

Daar hoefde hij geen ogenblik over na te denken, zijn antwoord was volmondig ja. Nog gauw schreef Prins Willem een paar briefjes naar Berlijn
om het goede nieuws te melden en al een week later stond hij, na 18 lange jaren, weer op het Scheveningse strand waar hij als 22-jarige jongeman
in een vissersboot was gestapt. Heel Scheveningen was uitgelopen om dit mee te maken. De duinen, het strand, overal ziet het zwart van de mensen
die dit geweldige evenement van dichtbij wilden meemaken. Het enige rijtuig dat Scheveningen rijk is werd tevoorschijn gehaald en daar ging
Willem, tussen rijen dicht opeengepakte mensen die hun kelen schor riepen en zongen, op weg naar Den Haag. Mensen klommen in hun
enthousiasme zelfsin bomen en schoorstenen om toch maar niets te missen van deze feestelijke en ontroerende intocht.Wat er in huizen aan
kaarsen en olielampjes was, werd gauw voor het raam gezet en aangestoken zodat overal plotseling de lichtjes twinkelden.