OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Dillenburg (D)
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Prinsen van Oranje en Nassau

Koning-Prins Willem III

Regeerperiode

In 1688 nodigen Engelse protestanten de Nederlandse Willem III uit om hun Koning (zijn schoonvader), Jacobus II, te verdrijven omdat deze een te
pro-katholieke koers zou varen. Met 15.000 man aan troepen landt hij op 5 november 1688 in Torbay. Het merendeel van de Engelse adel schaart zich
achter Willem III en Jacobus II wordt gedwongen naar Frankrijk te vluchten. Om meer overmacht te hebben op de katholieken, weigert Prins Willem III
om als Prins-gemaal naast zijn echtgenote in Engeland te regeren. Na goedkeuring van het Engelse parlement worden 'William and Mary'
op 22 januari 1689 gekroond tot Koning en Koningin van Engeland. Lodewijk XIV reageert hierop met een oorlogsverklaring aan Engeland en
de Nederlandse Republiek. Het Schotse parlement accepteert de nieuwe heersers, het voornamelijk katholieke Ierland moet echter met geweld
overtuigd worden. Dit gebeurde in 1690 bij de slag om de Boyne. Daarbij werd Jacobus II en zijn Frans-Ierse leger verslagen.
(l)Koning William van Engeland, (m) Wapen van de echtelieden en (r) Koningin Mary Stuart van Engeland

Willem's echtgenote Maria Stuart was de oudste dochter van de in 1685 Koning geworden Jacobus II van Engeland en dus zijn volle nicht. Zij was in 1677
tot een huwelijk met Willem gedwongen door haar oom Karel die even een anti-Franse politiek moest volgen om zijn binnenlandse positie te versterken.
Tot de geboorte van Jacobus' zoon in 1688 was zij de erfgename van de drie tronen van Engeland, Schotland en Ierland. Haar vader was katholiek en
streefde een absolute monarchie na. Inmiddels had Lodewijk de Republiek economisch de oorlog verklaard. De Franse nijverheid had dan ook grote
moeite te concurreren met de import vanuit Nederland. Leiden kon zijn laken niet meer in Frankrijk verkopen.

Het gevaar was dat Engeland opnieuw de kant van Frankrijk zou kiezen en er opnieuw een rampjaar zou komen. Zo rijpte het plan om Engeland voorgoed
tot bondgenoot te maken. Willem vertrok met een leger van 14.000 Nederlanders en 7.000 anderen (onder meer Hugenoten, Engelsen, Schotten,
Duitsers, Denen, Franse, Zweedse, Finse (in berenvellen), Poolse, Griekse en Zwitserse soldaten) van Hellevoetsluis naar Engeland in 1688. De armada
van 500 schepen was zo'n vier keer groter dan de Spaanse Armada van 1588. De snelheid waarmee de hele operatie werd opgezet maakte diepe indruk.
Willem ging aan de Engelse zuidkust in Brixham, tegenover Torquay aan land.

Het leger van Jacobus was in eerste instantie sterker dan dat van Willem, maar spoedig liepen met name de protestantse officieren uit Jacobus' leger weg.
De bekendste onder hen was John Churchill, de latere Hertog van Marlborough. Jacobus talmde en verloor daardoor de controle over zijn land. Willem vaardigde een bevel uit aan alle troepen in en rond Londen, om zich terug te trekken. Hier werd veelal gevolg aan gegeven. Op 18 december trokken de toekomstige Koning en Koningin van Engeland Londen binnen. De stad werd daarna maandenlangdoor Nederlandse troepen bezet gehouden.

Op 13 februari 1689 aanvaardde Willem, tesamen met zijn vrouw, de Kronen van Engeland (als Willem III) en Ierland (als Willem I). Op 11 april 1689 werden Willem (als Willem II) en Maria tot Koning en Koningin van Schotland gekroond. Tot de Slag aan de Boyne in Ierland 1690 bleef Willem's positie echter wankel en kon hij zich alleen door zijn buitenlandse troepen handhaven. Er was nog heel wat steun voor Jacobus, vooral in Ierland en Schotland, maar ook in Engeland zelf.

In 1691 gaven de Ieren zich eindelijk over en in oktober werd het Verdrag van Limerick getekend, waarin Willem's bevelhebber, Ginkel, de katholieken milde voorwaarden oplegde. Deze zouden echter niet nagekomen worden door de Ierse protestanten, die hiermee wraak namen voor de gebeurtenissen van 1641, toen zij door de katholieken belaagd waren.
King Billy is tot vandaag de dag de held van de protestantse Unionisten gebleven. De kroning van Prins Willem III van Oranje-Nassau tot Koning van Engeland, was voor Koning Lodewijk XIV


King William en Queen Mary of England, Scotland and Eire

een van de redenen om aan Nederland en Engeland de oorlog te verklaren. Deze Negenjarige oorlog (1688-1697) speelde zich vooral af in de Zuidelijke Nederlanden en de Palts. Prins Willem III van Oranje-Nassau die zich vooral ophield in Engeland, liet het bestuur in Nederland over aan vrienden. Wel verenigde de Nederlandse Vloot zich met de Engelse vloot, jammer genoeg onder Engels commando.

De oorlog verliep niet zo gunstig voor de Koning-Stadhouder en daarom was niet iedereen zo tevreden over. De Nederlanders vonden dat hij de binnenlandse belangen opofferde aan de buitenlandse en de Republiek gebruikte in zijn strijd tegen de Fransen.

Op 20-09-1697 werd er Vrede getekend met Frankrijk, die bekend stond als De Vredestraktaten van Rijswijk. Hierin erkende de Franse Koning Lodewijk XIV, Prins Willem III van Oranje-Nassau als Koning van Engeland.De ‘Herenigingen’ uit de jaren 1680-1684 werden erkend maar Luxemburg was hier een uitzondering op.

Alle veroveringen op Spanje werden ongedaan gemaakt en "Het Handelstraktaat" van 1678 werd weer van kracht. De Republiek der Verenigde Provinciën kreeg van Spanje het recht in de belangrijkste Zuid-Nederlandse grensvestigingen een garnizoen te stationneren, conform het eerste Barrière-traktaat. De Republiek werd heen en weer geslingerd tussen vrees voor gegroeide macht van Oranje en vrees voor de externe dreiging van Lodewijk XIV. Amsterdam was de meest prominente anti-orangistische stad maar de vrij algemeen gerespecteerde en bewonderde stadhouder-Koning kon in het algemeen op samenwerking met de Staten rekenen. Er werd door Lucas Rotgans zelfs een epos aan Willem gewijd (Willem III). Willem's Glorious Revolution luidde een keerpunt in voor de Nederlands-Engelse betrekkingen, dat uiteindelijk ten gunste van Engeland zou uitpakken.

Voor Engeland betekende dit het definitieve einde van de strijd tussen Koning en parlement, en met de komst van Willem's bankiers werd het Engelse financiële
systeem herzien. Voortaan kon het land zich op de kolonisatie gaan richten. De Republiek had weliswaar een machtige traditionele rivaal veranderd in een
machtige bondgenoot tegen Frankrijk, maar die zou haar steeds meer gaan overvleugelen. De oorlog eindigde onbeslist in 1697 met de Vrede van Rijswijk,
waarbij Frankrijk uiteindelijk Luxemburg het West-Vlaamse Kortrijk en de Henegouwse steden Aat, Charleroi en Bergen aan Spanje teruggaf. Lodewijk deed
het ook voorkomen dat de Nederlandse handel hervat kon worden, maar zodra de Vrede van Rijswijk getekend was, interpreteerde hij die weer
anders.Vanwege zijn kinderloosheid ontstond ook hier een opvolgingsprobleem.


Het overlijden van Koning Willem III van Engeland,

De witte Sorrel (zijn paard) was in volle galop gestruikeld over een molshoop. Dat een rit te paard Willem uiteindelijk fataal werd, was bijzonder. Willem
was een topruiter. Maar dat een eenvoudige stadhouder van een republiek als de onze, als de meest toonaangevende Koning van Engeland, Schotland,
Wales en Ierland zou sterven, dat had niemand kunnen denken. Historicus Thomas Babington Macaulay schrijft dat het witte paard ooit toebehoorde aan
Sir John Fenwick en dat het paard hem werd ontfutseld door de Kroon. Dat Sorrel struikelde over een molshoop beschouwde Fenwick, een aanhanger
van Jakobus II, als hilarisch. Zijn haat voor 'King Billy' ging terug naar de tijd dat hij in diplomatieke dienst werkte in Den Haag.

De Prins van Oranje had hem een uitbrander voor het een of ander gegeven, aldus Macaulay. Waarom en in welke context is mij tot op heden niet bekend. I
n elk geval toastten de aanhangers van de in 1688 gevluchte Koning Jakobus II (Jakobieten) na Willems dood op 'the little gentleman in black velvet', de mol.
Eind februari (in de literatuur kom je verschillende data tegen) galoppeerde Willem in het park bij Hampton Court. In enkele gevallen konden kuilen zijn
ontstaan, soms wel tot een meter diep. Het zou bewolkt kunnen zijn geweest want Willem hield van rijden in hondeweer. Van de zon genoot hij liever
wandelend door zijn tuinen, het liefst samen met zijn vrouw of met zijn vertrouwelingen. Een enkele keer met een diplomaat.


Willem's val van zijn paard.

Koning Frederik I van Pruisen riep zich tot Prins van Oranje uit, waarbij hij zich beriep op het testament van stadhouder Frederik Hendrik die bepaalde
dat bij het uitsterven van de mannelijke lijn van Oranjes al zijn bezittingen zouden vererven op de nakomelingen van zijn oudste dochter Louise Henriëtte,
die de moeder was van Frederik I van Pruisen. Het Prinsdom Orange ging echter over op het huis Bourbon-Conti en in hun naam verdreef Koning
Lodewijk XIV in 1703 alle protestanten uit de stad. De strijd om de nalatenschap zou zich nog dertig jaar voortslepen. In 1732 werd tenslotte het
Traktaat van Partage getekend. Pruisen kreeg het Graafschap Lingen, Moers en Opper-Gelre, behalve Venlo en Roermond. Zowel Oranje-Nassau als
Brandenburg mochten de titel Prins van Oranje voeren, hoewel daar geen enkele bestuurlijke macht in het Prinsdom zelf meer aan verbonden was.


Zetel van Koning William III, Kensington Palace.

Op de avond na de val zette Willem het gepasseerde uiteen. Hij had nog geprobeerd Sorrel overeind te houden door "aan den toom te trecken."
Maar Sorrel stortte ter aarde en brak, zeer waarschijnlijk, een been. Willem zelf brak zijn rechtersleutelbeen. Willems lijfarts, Govert Bidloo die een jaar
eerder door Willem in Den Haag ontboden was, zette het sleutelbeen een tweede keer. Hierna verslechterde de toestand van de Koning-Prins snel.
Op 5 maart liep Willem een laatste maal door de galerij in zijn geliefde Kensington House. Op een stoel, voor een open raam, rustte hij uit en viel in slaap.
Toen hij na een uur ontwaakte, had hij hoge koorts. De breuk aan het sleutelbeen was weliswaar hersteld maar de toestand van zijn longen was zorgwekkend.

En elke dag kwam er een nieuwe ziekte bij; de dood zat Willem op de hielen en hij wist het. De aartsbisschop van Canterbury, Tennison, werd ontboden
om Willem het communie toe te dienen. Willem bleef uiteindelijk in bed en handelde enkele zaken af. Hij was er de man niet naar om zich zo maar aan de
dood over te geven. Er was nog te veel te doen. Hij bedankte de Hertog van Mecklenburg dat hij toch de kant van de Duitse Keizer had gekozen. Hij liet
een memo opstellen aan het Lagerhuis waarin hij de vurige wens uitsprak dat Engeland en Schotland zich zouden verenigen. Bij de Engelse Lords
benadrukte hij de samenwerking met de bondgenoten en het belang van de Grote Alliantie.

Hoewel ik het niet in de literatuur heb gevonden, moet Willem ook een keer met de Hertog van Marlborough (John Churchill) hebben gesproken.
Het was immers Churchill die Willems werk voltooide met 'de Vrede van Utrecht' (1713) na 'de Spaanse Successieoorlog' (1701 – 1713), in Engeland '
de Oorlog van Koningin Anna' (1702 – 1713) genoemd- een jaar later omdat Willems schoonzus, Prinses Anne, zijn oorlog erfde. Willem nam afscheid
van zijn vertrouwelingen waaronder zijn bastaardneef en master of the Horse, Hendrik van Nassau-Ouwerkerk, die hem ooit het leven had gered;
de nieuwe confidant, Arnold Joost van Keppel (Graaf van Albermarle), die de in onmin geraakte Hans Willem Bentinck (Graaf van Portland) had
vervangen en aan wie Willem de sleutels van zijn kabinet naliet.


Hans Willem Bentinck, Lijfarts Govert Bidloo en Arnold Joost van Keppel.

Van Keppel keerde na de dood van Willem overigens terug naar de Republiek, in tegenstelling tot Bentinck, die in Engeland bleef. Op 8 maart werd Bidloo
om drie uur in de ochtend gewekt omdat Willem afscheid wilde nemen van zijn vertrouwelingen. 'Je tire vers ma fin', fluisterde Willem hem toe waarop
Bidloo het verzwakte lichaam in zijn armen nam. Het waren waarschijnlijk zijn laatste woorden want toen Bentinck, nog net op het nippertje, aan zijn bed
verscheen kon hij niet meer praten. Willem drukte zijn oude vriend de hand en legde die op zijn hart. Enige minuten voor acht uur kwam een eind aan een
leven vol strijd en tegenstrijdigheden.

Op 8 maart (Juliaanse kalender) of 19 maart (Gregoriaanse kalender) 1702 stierf Willem aan longontsteking, als complicatie bij een gebroken sleutelbeen, na een val van zijn paard dat struikelde over een molshoop. Zijn schoonzus, Anne, volgde hem als Koningin van Engeland, Schotland en Ierland op. Zij was de laatste Stuart. Bij de lijkschouwing en lijkopening bleken Willems longen zwaar ontstoken, de darmen lauwachtig en het bloed hierin zwart. Willems benen en zijn rechterhand waren gezwollen, wat opviel vanwege zijn magere lichaam. Het gebroken sleutelbeen was bijna genezen. Bidloo had het goed gezet.
De artsen waren het snel eens over de doodsoorzaak; de schromelijke toestand van Willems longen.