OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Dillenburg (D)
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Prinsen van Oranje en Nassau

Prinses Albertine Agnes van Oranje

Prinses Albertine Agnes van Oranje, Gravin van Nassau zag het levenslicht op 9 april 1634 te 's Gravenhage en stierf op 24 mei 1696 te
Oranjewoud. Zij was de vijfde dochter van Prins-Stadhouder Frederik Hendrik van Oranje Nassau (* 1584 - + 1647), Prins van Oranje 1625-1647
en Graaf van Nassau. Haar vader was een zoon van Prins Willem 'de Zwijger' van Oranje-Nassau (* 1533 - + 1584), Prins van Oranje (* 1544 - + 1584) en
Amalia, Gravin von Solms-Braunfels. Amalia von Solms-Braunfels werd geboren op 28 augustus 1602 te Braunfels en overleed op 8 september 1675
te 's Gravenhage. Haar vader en moeder waren Johan Albrecht I von Solms-Braunfels (* 1563 - + 1623) en Agnes van Sayn-Wittgenstein.

Prinses Albertine Agnes van Oranje

Amalia was tevens een achternicht van Prins Frederik Hendrik van Oranje-Nassau. Haar moeder verzuchtte bij de geboorte van Albertina, dat haar man, de Prins-Stadhouder, veel liever een zoon had dan weer een dochter. Maar zo vond zij , 'mijn dochter is recht van lijf en leden en dat is ook veel waard'. De kleine Prinses werd vernoemd naar de grootouders van haar moeder. De opvoeding van de toekomstige Stam-moeder van het Huis van Oranje-Nassau begon in 's Gravenhage waar de familie in die tijd resideerde. Albertine Agnes groeide op in het Haagse Stadhouderlijke Kwartier waar de familie een grote hofhouding voerde.

Vaak vertoefde zij ook in de schitterende buitenverblijven Honselaersdijk en Huis te Nieuwburg (gekocht door Frederik Hendrik in 1630) dat gelegen was bij Rijswijk en later - in opdracht van haar moeder gerealiseerde lust-slot in het Haagse Bos, Huis ten Bosch geheten. Dat gebouw is later gerestaureerd en dient thans als prive-verblijf van de huidige Koningin. Prinses Albertina Agnes (* 1634 - + 1696) wordt nu gezien als de feitelijke Stam-moeder van het huidige Huis van Oranje-Nassau. De Prinses trouwde op 2 mei 1652 te Kleef (D) met haar neef Graaf Willem Frederik, Vorst van Nassau-Dietz (1652), Graaf van Katzelnelnbogen, Vianden en Spiegelberg.

Die werd op 17 augustus 1613 in Dietz geboren als zoon van Graaf Ernst Casimir van Nassau-Dietz en Sophia Hedwig van Brunswijk-Wolfenbuttel. Graaf Ernst Casimir van Nassau-Dietz was de zoon van Graaf Jan VI 'de Oudere’ van Nassau-Dillenburg (* 1536 - + 1606), de broer van Prins Willem 'de Zwijger' van Oranje-Nassau (* 1533 - + 1584), Prins van Oranje (* 1544 - + 1584). Sophia stamde af van een aanzienlijke Adellijke familie die zeer uitgebreide bezittingen had in wat we thans de Bundesrepublik Deutschland noemen.

Kort gezegd de kleindochter (Albertine Agnes) van Prins Willem 'de Zwijger' van Oranje-Nassau (1533-1584) was getrouwd met de kleinzoon
(Willem Frederik) van Graaf Jan VI 'de Oudere’ van Nassau-Dillenburg (1536-1606). Prins Willem en Graaf Jan VI waren broers.

Uit het huwelijk van Prinses Albertina Agnes en Graaf Willem Frederik, werden drie kinderen geboren:

  1. Prinses Amalia (* 1655 - + 1695), zij trouwde op 28-09-1690 in Oranjewoud met Johan Willem van Saksen-Jena und Eisenach (* 1666 - + 1729).
  2. Hendrik Casimir II(* 1657 - + 1696), was gehuwd met Henriette Amalia van Saksen-Anhalt (* 1666 - + 1726).
  3. Sofia Hedwig (* 1664 - + 1667).

Door de benoeming van Graaf Willem Frederik tot Stadhouder van Friesland, vertrok het gezin richting het Noorden. Leeuwarden werd uitverkoren als verblijfplaats van de Oranje-Nassau's. Ook in Friesland was de Prinses graag gezien. Van 1672 tot 1673 deden zij en Johan Maurits veel moeite om het Noorden te verdedigen tegen de Munsteren. De Prinses stak hierin een fortuin. Haar zoon voedde zij streng op en wees hem telkens op het grote voorbeeld, zijn neef Prins Willem III. In het jaar van de geboorte van Sofia Hedwig, overleed de eerste man van Albertine Agnes. Toen Prinses Albertine Agnes op 31 oktober 1664 weduwe werd, kreeg zij de voogdij over haar zoon Graaf Hendrik Casimir II (* 1657 - + 1696) voor wie zij het Stadhouderschap tot 1677 waarnam.

Zij was namens hem ook Regentes over het Graafschap Dietz. Hier woedde de Dertig Jarige Oorlog en de Prinses deed alles om de bevolking te helpen. De bevolking had zwaar te lijden onder deze langdurige strijd. Jaar in jaar uit, zware gevechten en de oplossing was bepaald niet nabij. Het duurde ruim 30 jaar voordat de vrede werd gesloten. Maar daaraan hadden de mensen geen boodschap. Zij kregen te maken met ontberingen die hun weerga niet kenden. Vele ziekten eisten honderduizenden doden en de situatie werd bijzonder nijpend. Daarom besloot Albertina Agnes over te gaan tot actie. Zij stelde een districtarts aan en liet een apotheek openen. Tegen de verruwing van de zeden, ontstaan door vele jaren oorlogsgeweld, vaardigde zij strenge edicten uit.

Wapen van Dietz

Zoals gebruikelijk in die tijd waren de straffen zwaar. Radbraken, ophanging en onthoofding waren zo gewoon geworden dat niemand daar meer
van op keek als deze, veelvuldig, werden uitgevoerd. Belangstelling voor deze demonstratie van 'rechtvaardigheid' was in ruime mate aanwezig.
Men had weer iets interessants te doen. Al was het maar de manier waarop de beul zijn beroep uitoefende. De ene deed dit nors en zwijgend, de andere
met gevoel voor dramatiek en vierde zijn toneelkwaliteiten erop bot. De uitvoering van de Opera van Vader Dood stond, in die dagen, hoog op de
agenda van het volksvermaak. Bovendien, laten we eerlijk zijn, buiten het oorlog voeren, het hoeren en snoeren en kinderen maken,
was er niet veel anders dan dit. In Friesland wilde de Prinses over een voorname buitenplaats te beschikken.

Zij kocht in 1676 - inmiddels was zij weduwe van Willem Frederik van Nassau-Dietz - voor 41.000 Carolusguldens het landgoed 'in het Wold'
dat de naam Oranjewoud krijgt. Het bestaande huis, ten zuidoosten van het huidige Heereveen, liet zij verbouwen en uitbreiden. Van haar moeder
erfde de Prinses het vruchtgebruik van het Huis ten Bosch dat zij overdeed aan Prins Willem III. In haar geliefde Oranjewoud, gesloopt van
1803-1805, overleed Prinses Albertina Agnes op 24 mei 1696.De zoon van Prinses Albertine Agnes, Graaf Hendrik Casimir II (1657-1696) trouwde
met Henriette Amalia van Anhalt-Dessau (* 1666 - + 1726). Hun zoon Graaf Johan Willem Friso erfde de titel Prins van Oranje van
Prins Willem III van Oranje-Nassau. Deze stierf (kinderloos) op 19 maart 1702 te Londen ten gevolge van een val van zijn paard.

Prinses Albertine Agnes
stamde rechtstreeks af van Prins Willem 'de Zwijger' van Oranje-Nassau (* 1533 - + 1584) Graaf Willem Frederik
van Nassau-Dietz
was de man van Prinses Albertine Agnes. Zij was weer een dochter van Prins Stadhouder Frederik Hendrik van Nassau. Willem
Frederik werd op 07-08-1613 geboren in Arnhem en overleed in Leeuwarden op 31-10-1664. Hij was van 1640-1654 Graaf van Nassau en werd
daarna Vorst van Nassau-Dietz. Voorts was de Prins, Stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe in de periode 1640-1664. Willem Frederik
volgde in deze functie zijn oudere broer Hendrik Casimir I op die neergeschoten werd op het slagveld.

Graaf Willem Frederik van Nassau-Dietz

Graaf Willem Frederik studeerde in Leiden en Groningen. Hij nam op zeer jonge leeftijd dienst in het leger van Prins-Stadhouder Frederik Hendrik (zijn toekomstige schoonvader). Op 12-jarige leeftijd was Willem Frederik reeds kapitein van een compagnie Zwitsers in Staatse Dienst. In het jaar 1631 kreeg hij zijn benoeming tot Ritmeester der Kurassiers (Cavaleristen voorzien van helm, borst- en rugharnas. In het jaar 1640 was hij betrokken bij de strijd om de plaats Hulst. Daar werd zijn broer Hendrik Casimir I getroffen door een musket-kogel waaraan hij een dag later overleed.

Automatisch volgde Willem Frederik zijn broer als Graaf van Nassau-Dietz op. Zoals gebruikelijk in die
tijd, ontstonden er problemen bij de opvolging van Hendrik Casimir I als Stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe. Het bracht hem wel in onaangenaam rechtstreeks conflict met de Prins-Stadhouder Frederik Hendrik. Deze stelde alles in het werk om zelf daar benoemd te worden. Immers, zijn macht zou dan aanzienlijk worden uitgebreid en dat was mooi meegenomen. Door de instelling van een Comité van Aanbeveling en de daaruit voortvloeiende Rapportage, kreeg de Prins-Stadhouder gedeeltelijk zijn zin.

Groningen en Drenthe benoemden hem tot Stadhouder. Willem Frederik echter werd Stadhouder van Friesland. Het gevecht werd dus niet beslist in het voordeel van Willem Frederik. Hij was van 12-07-1640 tot 21-10-1664,Stadhouder van Friesland. Wel moest hij de 'survivance' erkennen van Willem II, de zoon van Frederik Hendrik. De overige gewesten stelden geen nieuwe Stadhouder aan. Zo ontstond het Eerste Stadhouderloze Tijdperk dat liep van 1650 - 1672, Friesland had nimmer een periode zonder Stadhouder gekend en dat zou ook niet gebeuren. In het jaar 1650 nam het aanzien van
Willem Frederik van Nassau-Dietz toe.

Hij trouwde - zoals reeds vermeld - in 1652 met zijn verre nicht Albertine Agnes, Prinses van Oranje, die hij volgens zijn prive-dagboeken al sinds 1646
het hof maakte. Moeder, Amalia van Solms maakte bezwaar tegen het voorgenomen huwelijk van haar dochter met de Graaf, daar zij de mening was
toegedaan dat zijn stand niet voldoende uit de verf kwam. Maar Albertine Agnes zette door en moeders zwichtte. Dat niet alleen was de reden om een
huwelijk welwillend toe te staan. De macht van de Oranje slonk met de dag maar omdat er uitzicht was op de opname door de Keizer van de
Friese Stadhouders in het Rijksvorstenbestand, had zij geen bezwaar meer. Die opname betekende meer macht en de aanspreektitel van de
Graaf (Uwe Excellentie) werd opeens Vorstelijke Doorluchtigheid. Ten behoeve van de huwelijksonderhandelingen maakte de Stadhouder
een lijst van bezittingen en inkomsten.

Als bezitting noemde Willem Frederik onder meer de Heerlijkheid Liesveld (f. 500,000,-. waarde), Diamanten (f. 100.000,-.), Zijn belangrijkste
inkomsten verkreeg de Graaf (toekomstig Vorst) uit de Stadhouderschappen van Friesland (f. 32.000,-.) Stad en Lande (f. 16.500,-.. Dietz en Beilstein
brachten f. 28.000,-. op. Totaal was dat dus aan bezittingen f. 685.000,-. op jaarbasis (geld uit die periode) en de daaruit vloeiende inkomsten waren
totaal (geschat) minimaal f. 76.500,-.( ook geld uit die periode). Het kon ermee door en er werd getrouwd bij zijn neef Maurits van Nassau-Siegen aan
zijn hof in Kleef(D). Er werd dagenlang feest gevierd en in dat feestjaar verhief Keizer Ferdinand III (* 1608 - + 1657), Graaf Willem Frederik tot
Vorst van Nassau-Dietz en zijn echtgenote tot Vorstin van Nassau-Dietz. Zijn uiteindelijke doel bereikte de Prins pas na het overlijden van zijn
schoonvader, Prins Frederik Hendrik. Na het beëindigen van de Tachtigjarige Oorlog, werd Willem Frederik, Vorst van Nassau-Dietz eindelijk
Stadhouder van niet alleen Friesland maar ook van Groningen en Drenthe.

In 1664 werd de Prins gevraagd om aanvoerder te worden van een klein expeditieleger dat door de Staten-Generaal was geformeerd teneinde de Munsterse Bisschop Bernhard von Galen te verdrijven. Dat lukte wonderwel. Helaas stierf de Stadhouder na het schoonmaken van zijn ruiterpistool. Hij werd na zijn dood opgevolgd door zijn zoon, die naar zijn oudste broer Hendrik Casimir was vernoemd en werd aldus Hendrik Casimir II. In zijn later gevonden dagboeken schreef Willem Frederik openhartig over zaken die hem beroerden.

Aan bod kwamen emotionele onderwerpen als ziekte, lust, drankzucht, berouw en schuld. Hij bekende openlijk dat er grote schulden waren gemaakt door de uiterst royale levens-stijl die het hof en ook de beide echtelieden erop na hielden. De drankzucht was een uitlaatklep voor alle frustratie's die een mens kon hebben. Willem Frederik had - zoals velen
van zijn - 'lotgenoten' de angst dat hij door een ziekte zou sterven en niet roemvol ten onder kon gaan op het 'veld van eer', het slagveld. Dat was wat Willem Frederik aantrok in zijn leven.

Voorts sprak hij duidelijk over vrouwen, die werden gezien als een gebruiksvoorwerp voor de lusten van de man. Huwelijken, vond hij, werden gesloten gelijk overeenkomsten, politiek stabiel en zakelijk goed onderbouwd. Als er, toevallig liefdein het spel zou zijn, was dat mee genomen maar geen 'must'. Het zorgen voor zoveel mogelijk nageslacht was belangrijk in die dagen. Als er maar een van de zonen bleef leven, dan kon het geslacht worden voorgezet.

Prins Willem Frederik

De ook hedentendage beruchte 'wiegedood' was gezelschap van elk kind dat werd geboren en van voorbehoedmiddelen had men geen kaas gegeten.
Laat staan dat een Chirurgijn (dokter) wist waarover hij sprak, als dat onderwerp al ter berde werd gebracht. Men liet die zaak liever over aan de
Voorzienigheid. Na de dood van haar man in 1671, bracht Vorstin van Nassau-Dietz, Albertina Agnes veel tijd door met uitvoering te geven aan
de verantwoordelijkheden van de Regentschappen voor haar zoon Hendrik Casimir II.

Zij regeerde met vaste hand het gewest Friesland, Groningen Drenthe en daarnaast ook nog het Graafschap Dietz. Het lukte Prinses Albertine Agnes
buitengewoon deze zware taken uitstekend te volbrengen. In beide gebieden was zijn geliefd. Niet alleen vanwege haar strengheid maar ook vanwege haar
sociale vaardigheden die zij ten toon spreidde. Dankzij die opstelling, hadden velen hun gezondheid en het daaraan gekoppelde leven aan haar te danken.
Na deze Regentschappen te hebben geëindigd en het moment dat haar zoon de scepter overnam, ging zij andere zaken doen.

Albertine Agnes bezocht veelvuldig het dorpje Dietz waar het slot Oraniënstein stond (D). Daar de toenmalige Middeleeuwse Burcht was
gegrondvest op de funderingen van een heel oud klooster en bovendien rijp was voor de sloop, nam zij - bewust - een verstrekkend besluit. Zij gaf in 1671 opdracht tot het slopen van deze oude Burcht en plaatste daar een prachtig Slot. Daar bracht Albertina Agnes - voor een aanzienlijk deel - haar laatste levenjaren door. Vaak in gezelschap van haar zoon. Zij stierf op 24 mei 1696 in haar geliefde Oranjewoud in Friesland, vlakbij Heerenveen. De zoon van Prinses Albertine Agnes, Graaf Hendrik Casimir II (* 1657 - + 1696) trouwde met Henriëtte Amalia van Anhalt-Dessau (* 1666 - + 1726).

(l) Prachtige deur, (m) Luchtfoto van Oraniënstein en (r) meer dan fraaie plafondbeschildering

Door Prinses Albertina Agnes, weduwe van de in 1664 noodlottig om het leven gekomen Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau, werd in
1676 op de uitgestrekte heidevelden tussen Brongerga en Oudeschoot een buitenverblijf gesticht. Daarvoor verwierf zij in de 17de eeuw het
Schoterswoud bij Heerenveen een landgoed, dat bestond uit verschillende landerijen, bospercelen en gebouwen. Een behoorlijk deel van de gronden en
opstallen werd verkregen van de de Kapitein van de Lijftwacht van haar vader, Dudo van Sickinga. Deze was afkomstig uit Groningen. Na zijn dood
verkochten de erfgenamen van de commandent van de Stadhouderlijke Lijfwacht het in 1684 aan Prinses Albertina Agnes. Ze bouwde er een lustslot en
liet er mooie tuinen aanleggen. Het huis met de tuinen, plantsoenen, vijvers, rij- en wandelwegen kreeg de naam Oranjestein, terwijl het aangelegde bos
van dennen en eiken, afgewisseld door graan- en groenlanden de naam Oranjewoud kreeg. Zij woonde er tot haar dood in 1696.

Haar kleinzoon Johan Willem Friso, die in 1707 stadhouder werd, wilde het geheel verbouwen tot een paleis. Hij liet twee grote vleugels met een
halfronde toren aan een der zijmuren verrijzen, omstreeks 1708. In 1711 werd de bouw om ondoorzichtige redenen stopgezet. Aan dit besluit kan ten
grondslag liggen de verdrinkingsdood van de Prins Willem Frederik van Nassau-Dietz. Helaas werden de twee delen geheel in 1814 gesloopt. Het huidige huis
op Landgoed Oranjewoud werd gebouwd in 1829. Vanaf 1910 wordt Oranjewoud bewoond door Charles L.A.J. Graaf van Limburg Stirum, die
getrouwd was met Maria de Block van Scheltinga. Hij was militair, maar verliet de dienst om zich te wijden aan het beheer van Oranjewoud.
Zijn gezondheid was slecht, en hij overleed in 1931 op de leeftijd van 54 jaar. Na het overlijden van zijn echtgenote Maria in 1962 kwam het landgoed
door vererving terecht bij Jhr Martinus de Blocq van Scheltinga (Velp, 30 april 1900 - Vennes, 17 juli 1961)

Deze was lid van de firma Gleichman, Van Heemstra & Co in Den Haag, dijkgraaf Waterschap Zeven Grieterijen en Stad Sloten (in 2004 uiteindelijk
opgegaan in het Wetterskip Fryslân), tevens res. ritmeester. Maarten (Martinus) Scheltinga was sinds 1926 getrouwd met Cecilia Johanna, Gravin van
Limburg Stirum. Rond 1953 verwoestte een brand in het koetshuis een groot deel van zijn collectie arresleden. Het blussen was moeilijk, want het
bluswater moest uit de bevroren gracht komen. Dat zelfde jaar overleed zijn echtgenote. Hij verkocht Oranjewoud en ging met zijn tweede echtgenote,
Nicoline Anna (Nina) Philipse
(1907) op een kleiner buiten wonen, Prinsenhof, ook in het dorp Oranjewoud. Later verhuisden ze naar Grandvaux
bij Lausanne, waar hij in 1961 stierf.

(l) Lusthuys Oranjewout 1742, (m) Oranjewoud omstreeks 1880 en (r) Oranjewoud in 2014

De hof-architect Daniel Marot was hier als ontwerper en decorateur sterk bij betrokken. In de hoofdas kwam als centrum van de parkaanleg een
'grand canal', dat nog bestaat. Door de vroegtijdige dood van de Stadhouder, hij verdronk in 1711 bij Moerdijk, werd het paleis nooit voltooid. Zijn
vrouw Maria Louisa van Hessen-Kassel (Marijke Muoi) nam zijn taak over en verbleef veel op Oranjewoud. Wellicht zijn door haar de tuinen met kassen
en de Oranjerie aangelegd. Een in het Fries museum bewaard gebleven tekening van C. Pronk uit 1754 geeft een goede indruk van het paleis uit deze
periode. Na 1747, toen Willem Carel Hendrik Friso (Willem IV) tot algemeen stadhouder werd verheven en derhalve naar Den Haag verhuisde,
werd het paleis zo goed als verlaten.

Het voormalige paleis had in 1711 twee grote vleugels van één bouwlaag op hoge souterrains. Elke vleugel was maar liefst 15 raamvakken breed. Als we
aannemen dat elk raam 2 tot 2,5 meter breed was, dan was één vleugel al 30 tot 37,5 meter breed. Daarnaast had het paleis ook een hoofdgebouw van
7 tot 9 ramen breed, wat neer komt op een breedte van 14 tot 22 meter! Als we dit bij elkaar optellen, dan had het paleis een lengte van in elk geval
74 meter en misschien wel 97. Wat de werkelijke lengte van het paleis was, blijft gissen, want er zijn geen opmetingen van het paleis bekend. We kunnen
alleen een indruk krijgen van het paleis, aan de hand van bewaard gebleven tekeningen, waarvan die van Cornelis Pronk het betrouwbaarst zijn.

De vleugels waren gedekt door schilddaken met elk zes schoorstenen en zeven dakkapellen. Op de dakschilden lagen blauwe pannen. Verder had het
paleis korte naar achteren lopende vleugels, van slechts vier ramen breed, wat neerkwam op 10 tot 12 meter. Elke vleugel had een toegangspartij tot de
bel-etage, die bereikbaar was via brede en hoge steektrappen. Op de bel-etage waren grote Engelse vensters aangebracht (schuifvensters met kleine
roedenverdelingen). Het paleis was gebouwd in een ingetogen classicistische barok-stijl. Niet de stijl, maar de uitgestrektheid straalde de representatie
Stadhouderlijke familieuit.

Het huis Oranjewoud werd gebouwd op het landgoed, waarop voorheen Paleis Oranjewoud van de Friese Nassau's had gestaan. Tijdens de Franse
Revolutie werd het Paleis verbeurd verklaard en weldra op afbraak verkocht. In 1822 werden de bossen en tuinen verkocht. Nadien werden er diverse
landhuizen op het landgoed gebouwd, zoals het huis Oranjewoud. Dit huis werd op de plaats van het geplande middenpaviljoen tussen de twee grote
vleugels van het Paleis omstreeks 1834 door mr. Hans Willem Blocq van Scheltinga in classicistische stijl neergezet. De tuin en overtuin werd in
landschapsstijl aangelegd (mogelijk door L. P. Roodbaard).

Het huis bevat enkele stijlvolle kamers uit de oude bouwtijd. Het huis is lang eigendom geweest van de familie De Beaufort. Tegenwoordig is het in
eigendom van de Friesland Bank, die het gebouw gebruikt voor ontvangsten. Maria Louisa bleef achter en stichtte direct buiten de stad Leeuwarden
een kleiner buitenverblijf: Mariënburg. Na haar dood in 1765 was er geen regelmatige bewoning meer. In 1777 werd het paleis nog eenmaal bezocht
door Prins Willem V. Na 1795 moest hij ons land verlaten. Het paleis werd verbeurd verklaard en weldra op afbraak verkocht.
In 1822 werden de bossen en tuinen verkocht.


De bewoners van het Landgoed Oranjewoud v.l.n.r:

1676 - 1696 - Prinses Albertine Agnes van Oranje Nassau
1696 - 1726 - Prinses Henriëtte Amalia van Anhalt-Dessau
1726 - 1765 - Prinses Maria Louisa van Hessen-Kassel
1765 - 1795 - Prins Willem IV van Oranje-Nassau

Zowel Willem Frederik als Albertine Agnes werden bijgezet in het familiegraf van de Nassau's in de Jacobijnerkerk te Leeuwarden. Bij de komst
van de Fransen in 1795 die een volkse revolutie predikten en dat in eigen land heel succesvol hadden uitgevoerd, kwam het in ons land tot een
fluwelen uitvoering van die hang naar Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap (Liberté, Egalité en Fraternité) waarbij de Guillotine maar werd thuis gelaten. Tijdens de weinig eervolle 'schoonmaak' van deze kerk in 1795, werd haar gebeente met dat van de andere leden van het geslacht Nassau
gebruikt om - volgens de overlevering - te trommelen. Waarbij - en passant - door de dader(s) werd 'gevoetbald' met de aanwezige schedels. Een van de daders (Sjoerd Jouwerts Stapert), sprak bij deze de woorden: 'Zo daar ligt die oude hoer'.

De vernielingen aangebracht aan die grafkelder waren van dien aard dat herstel in latere jaren niet meer mogelijk was. Thans is de grafkelder zoveel
mogelijk hersteld, waarbij het fraai zwart marmeren beeld voor 'ús heit' (Willem Lodewijk van Nassau-Dietz, Prins-Stadhouder van Friesland) slechts
als een muurtekening nog aanwezig is. Als gevolg van de ruilverkaveling Midden Tjonger werd een deel van het NW tuindeel van het Landgoed
gerooid. Hierdoor was de barokke tuin niet meer intact. In 2004 heeft het landgoed zich aan de Noordzijde uitgebreid. In het nieuwe stuk werd Museum
Belvédère,
ontworpen door architect Eerde Schippers, gebouwd.

Het gebouw is in zwarte basaltplaten afgewerkt. Het is het eerste museum voor moderne en hedendaagse kunst in Friesland.
Het oude NW tuindeel werd door Staatsbosbeheer gereconstrueerd naar ontwerp van landschapsarchitect Michael R. van Gessel en samen met het
nieuwe parkdeel en het museum heet dit nu het Museumpark Landgoed Oranjewoud. Op 24 november 2004 werd het Museum en het Museumpark
geopend door Koningin Beatrix. In de zomer van 2007 werd voor het eerst een 3-daags kamermuziekfestival georganiseerd. Er zijn nog steeds
concerten in het museum en op Oranjewoud. Indien het weer het toelaat, worden ook openluchtconcerten gehouden, naast het water dat
het mseum en het huidige landhuis verbindt.