logoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Dillenburg (D)
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Prinsen van Oranje en Nassau

Prins Willem II van Oranje

Te vroeg stierf hij(1625 - 1649), de 24-jarige zoon van Frederik Hendrik en Amalia van Solms, Prins Willem II van Oranje. En bij zijn geboorte zag
alles er nog zo rooskleurig uit. "Een echt gelukskind", werd er aan het hof gezegd, als de baby nog lekker in zijn wiegje aan het Haagse Binnenhof lag te
slapen. Het pasgeboren Prinsje had inderdaad schitterende vooruitzichten. Willem groeide op als een temperamentvolle en innemende jongeman.
Hij liet de geneugten des levens niet aan zich voorbij gaan. Integendeel, netzo als alle andere Oranjes, vond Prins Willem het vrouwvolk best leuk en
interessant. Ook was hij niet al te kieskeurig in het uitzoeken van de juiste vrienden. hetgeen hem dan aardig in de problemen bracht.

Maar, zoals iemand van koninklijke bloede wel gewend was, praatte hij zich er wel weer uit. Ook had de sport zijn onverdeelde belangstelling.
Willem hield van goede partij jagen, kaarten op zijn tijd en voor zwemmen en toneel had deze jongeman een grote passie ontwikkeld.
Doordat Prins Willem meer belangstelling had voor het krijgsbedrijf, raakten de sporten weldra op de achtergrond. Zijn vader Frederik Hendrik had
in de afgelopen jaren kans gezien de positie van de Oranjes flink te verstevigen. Natuurlijk, hij was en bleef "stadhouder" en dus eigenlijk
gewoon dienaar van de Regenten. Maar de Prins-Stadhouder Frederik Hendrik was een talentvol man.

Op het slagveld behaalde hij de ene overwinning na de andere en hij voelde zich hoe langer hoe minder een ondergeschikte. Als het aan hem en zijn eerzuchtige vrouw Amalia lag, mochten de rollen best worden omgedraaid. Vooral moeder Amalia was altijd in de weer om de macht en het aanzien
van het Oranjehuis nog verder te vergroten. Ze was dol op luxe, op mooie dingen om zich heen en nu een rijke Oranjeprins haar echtgenoot was,
kon ze zich wel het een en ander veroorloven. Vrouwe Amalia wist heel goed wat het was om arm te zijn. Zij kwam jaren geleden als berooide hofdame
met de afgezette Koningin Prins van Bohemen mee naar Nederland.

Wat een vernedering moest het toen geweest zijn, om op kosten van de Oranjefamilie te moeten leven!
Maar Frederik Hendrik, op zoek naar een bruid die voor een stamhouder kon zorgen, had zijn oog op haar
laten vallen
en vanaf die dag was het Amalia voor de wind gegaan. Ze deed haar plicht door voor de zo vurig gewenste stamhouder Willem II te zorgen en met het fortuin van de Oranjes kon ze al haar kunstzinnige ideeën naar hartelust uitleven. Het geld kon kennelijk niet op. Er werden paleizen gebouwd en verbouwd, prachtige schilderijenen kunstvoorwerpen gekocht en kostbare meubelen en fonkelend zilver gaven de
prinselijke vertrekken een vorstelijke allure.

"Zelfs haar vaatwerk is van goud!" schreef de Engelse gezant vol verbazing naar huis. "Ze drinkt uit gouden flessen en al haar sleutels zijn van massief goud. Ze leeft in zo'n geweldige luxe dat zelfs de grootste Koningen
er niets bij zijn. Ik ken geen hof waar het zó weelderig toegaat als bij Amalia van Oranje". Zo groeide het Haagse hofleven in haar schaduw uit tot een oogverblindende wereld, waar andere Europese landen jaloers naar keken. Trouwens, de zuinige en sobere Nederlanders knipperden óók wel even met hun ogen bij het zien van
zoveel pracht en praal aan hun eigen hof.

Natuurlijk kostte dat Amalia en Frederik Hendrik handenvol geld om dit allemaal draaiende te houden. Maar gelukkig, aan inkomsten voorlopig geen gebrek en Amalia genoot met volle teugen van haar schitterende positie.
Wat een verschil met vroeger toen ze als eenvoudige hofdame nog nederig voor de Koningin van Bohemen moest buigen! De geboorte van de kleine Prins Willem in 1626 maakte het geluk van Amalia en Frederik Hendrik dan ook helemaal compleet. "Willempie" noemde de Stadhouder zijn zoontje liefkozend en moeder Amalia legde het jongetje goed in de watten.

De jongen maakte al vroeg kennis met het oorlogsbedrijf door de eindeloos durende oorlog tegen het gehate Spanje. Het was zeer waarschijnlijk, dat
Willem II heel wat uren op het slagveld zou moeten doorbrengen. Op vierjarige leeftijd benoemde men het ventje plechtig tot Generaal van de Ruiterij
en 11 jaren oud als vader hem voor het eerst meeneemt naar een belegering van Breda. Prins Willem II van Oranje trouwde op latere leeftijd met
Mary Stuart, Princess Royal van Engeland. Dat de bruid met haar 9 jaar eigenlijk nog een kind was leek niemand te deren. Als het om vorstelijke
huwelijk ging, waren Prinsen en Prinsessen alleen maar pionnen in het spel van de politiek. En over deze zet konden alle partijen zeer tevreden zijn.

De Oranjes waren opgetogen over het vooruitzicht dat ze een Koninklijke schoondochter krijgen. En de ouders van het bruidje verwachtten gouden
bergen
van deze verbintenis met het rijke Oranjehuis. De 15-jarige Willem stak over naar Engeland om kennis te gaan maken met zijn kindbruidje en dan
ook maar meteen in het huwelijksbootje te stappen. Als de Engelse Koning en Koningin hun jonge schoonzoon voor 't eerst zien zijn ze méér dan tevreden.
Wat staat hij daar zelfverzekerd voor hen. Zonder een spoor van zenuwen steekt hij keurig een toespraak af die hij thuis zorgvuldig uit zijn hoofd heeft
geleerd. De hofdames stoten elkaar bewonderend aan.

"Wat een knappe jongen!" fluisterden ze, "en wat gedraagt hij zich ridderlijk!" Nu hij die eerste vuurproef goed had doorstaan was Willem razend nieuwsgierig naar zijn bruidje. Thuis, in Holland, hadden ze hem wel een portret van Mary laten zien maar nu wilde hij haar dolgraag ook in het echt zien. Maar dat kwam slecht uit: de Prinses was juist ziek. "Ze zal je vast erg tegenvallen", waarschuwde Koning Charles van Engeland zijn vurige schoonzoon-in-spe. "Ze is helemaal geel en lang niet zo mooi als het portret dat je van haar gezien hebt. Wacht liever een paar dagen". Maar de ongeduldige Willem liet zich niet tegenhouden en tenslotte kreeg hij zijn Mary dan toch te zien.

Ze stonden eerst nog wat onwennig naar elkaar te kijken, de twee vorstelijke kinderen. Maar ook al lag Mary met een dikke wang en een geel gezicht in bed, Willem was erg in zijn schik met haar. "Nu ik haar in het echt zie vind ik haar veel knapper dan op het schilderij", schreef hij opgewekt naar huis. En dat was een hele opluchting voor het Engelse koningspaar want ze wisten best dat de kleine Mary bepaald niet moeders mooiste genoemd kon worden. Nog een paar dagen hadden de twee kinderen om wat aan elkaar te wennen en dan werd het zo zoetjesaan tijd voor de huwelijkssluiting. Vertederd kijken de gasten toe als de beide kinderen schitterend uitgedost hand in hand voor het rijk versierde altaar staan.

Om hen heen een hele kring van adellijke meisjes, allemaal ongeveer net zo klein als Mary en in hetzelfde prachtige zilverlaken gekleed. Mary's broertjes, met hun 11 en 8 jaar, ook nog echte kinderen, lopen plechtig achter hun vader de kapel binnen. Wie niet beter wist zou warempel denken dat een groepje kinderen een sprookjestoneel aan het opvoeren is! Maar het was bittere ernst. Het viel de twee prinsenkinderen nog niet mee om de lange en moeilijke huwelijksbelofte zonder fouten op te zeggen. Willem had het allemaal wel keurig uit zijn hoofd geleerd maar hij kende nauwelijks Engels en begreep niet altijd wat hij zei.

Eerder was Willem nieuwsgierig naar zijn bruidje. Gelukkig wilde Mary's vader wel bijspringen als de jonge Nederlandse Prins er af en toe niet uit kon komen. Hulpvaardig zegde de Koning de moeilijke woorden voor waarna de jonge bruidegom ze gehoorzaam herhaalde. Zo zworen de twee kinderen elkaar eeuwige trouw. Daarna verliet de popperige stoet de kapel en een schitterend huwelijksfeest barstte los. Maar de Engelse Koning en Koningin waren er met hun gedachten niet helemaal bij. Het rommelde en gistte in Londen en er waren genoeg mensen die het bloed van het Britse Koningspaar wel konden drinken. Nu had Koning Charles het er ook wel naar gemaakt. Keer op keer lapte hij de Engelse Wetten eenvoudig aan zijn laars en de mensen namen het niet langer. De troon wankelde en de toekomst zag er duister uit. Dit huwelijk van Mary was hun laatste hoop. Haar schatrijke en machtige schoonvader was de enige die hen misschien nog uit de brand kon helpen.

Thuis in Holland, wachtten Frederik Hendrik en Amalia nieuwsgierig op berichten van hun pasgetrouwde zoon. Ze konden gerust zijn.
"U vraagt hoe het tussen mij en de prinses gaat", schreef Prins Willem, "welnu, ik ben heel verliefd op haar. We voelen ons nu erg op ons gemak
bij elkaar, ik houd veel van haar en ik geloof dat zij ook veel van mij houdt". Toch moest hij na een paar maanden zónder zijn bruidje terug.
"Afspraak is afspraak", zei Charles I, de Engelse Koning, "pas als Mary 12 is, zal ze oud genoeg zijn om naar Holland te komen, eerder beslist niet".
En hij dacht zorgelijk aan die ándere afspraak, over de bruidsschat. Veertigduizend pond had hij beloofd en Koning Charles I had dat geld niet.
Die wee jaar uitstel waren hem daarom bijzonder welkom. Ook Mary is al lang opgelucht dat ze voorlopig nog gewoon thuis mag blijven.
Mary's kinderleventje ging gewoon verder, vér weg van de groeiende onrust en de talloze relletjes in de Londense straten.

En toch zou de kleine Prinses nog geen tien maanden later halsoverkop afscheid moeten nemen van haar vader, haar broers en zusje en van alle andere
mensen. Want Koning Charles had zich zo langzamerhand zó onmogelijk gemaakt in zijn eigen land dat er niet veel meer hoefde te gebeuren of er brak een
complete burgeroorlog uit. Nog altijd weigerde de eigenzinnige Charles I in te zien dat hij op een vulkaan danste totdat hij tenslotte zo dom was om zélf
het lont in het kruitvat te gooien.Hij dacht dat hij straffeloos het Engelse Parlementsgebouw kon binnendringen om vijf tegenstanders te laten
oppakken maar daarmee ging hij toch werkelijk te ver: nu barst de lang verwachtte Burgeroorlog eindelijk los. Koning Charles I zat al jaren op zwart
zaad, dus geld om een dure oorlog te voeren had hij niet. Bovendien was de Koningin, de fanatiek-katholieke Henriette Marie,
haar leven niet langer zeker in het vijandige Engeland.

Ook Frederk Hendrik verlangde na bijna 80 jaar oorlog naar vrede maar hij zou dat grote moment net niet meer meemaken. Vlak voordat de strijdende partijen in 1648 eindelijk de strijdbijl begraven stierf de eens zo krachtige Stedendwinger als een geestelijk en lichamelijk uitgeblust man. De jonge Willem volgde zijn vader op maar is woedend om de pas gesloten vrede. Daar gingen de kansen om zijn dapperheid te tonen. "Ik wou dat ik alle schurken die de vrede gesloten hebben de nek kon laten breken", zei hij boos. "Ik zal nooit vergeten dat een Koning van Spanje destijds mijn grootvader, Willem de Zwijger, had laten vermoorden!" Ja, als het aan de Prins zou liggen, werd de oorlog met Spanje zo gauw mogelijk weer opgepakt.

Zo vol haat zat hij tegen alles wat Spanje is. Maar toen hij zich weer in een oorlog wilde storten moest de Prins wel de Regenten méékrijgen en daar ileek het voorlopig helemaal niet op. Voor Mary had de dood van Prins-Stadhouder Frederik Hendrik ook gevolgen. Ze was nu de belangrijkste vrouw van het land geworden, belangrijker nog dan Amalia, en Willem en zij verhuisden naar het Stadhouderlijk Kwartier aan het Haagse Binnenhof. En toch: Mary's hart was nog altijd in Engeland. Met spanning kijkt ze telkens weer uit naar berichten uit haar vroegere vaderland waar haar familie zich steeds verder in de nesten had gewerkt.

Koning Charles kon de ongelijke strijd niet lang kunnen volhouden en werd tenslotte gevangen genomen.
"Hoogverraad!" zeiden zijn rechters beschuldigend en voor een Koning die misbruik heeft gemaakt van zijn macht kenden ze geen genade. "Hij verdient de doodstraf", luidde het vonnis en Mary was ontzet toen
ze dat vreselijke bericht hoort. Maar zolang het afschuwelijke vonnis nog niet werd uitgevoerd was er nog hoop,
en de radeloze Prinses zocht samen met haar gevluchte broers koortsachtig naar mogelijkheden om het
leven van haar vader te redden.

Nog gauw staken twee Nederlandse Gezanten over om te proberen de Engelsen te bepraten maar het haalde allemaal niets meer uit. Beleefd hoorde men het pleidooi van de Hollanders aan maar hun besluit bleef onwrikbaar: Charles I had deze straf met zijn wangedrag dubbel endwars verdiend, zijn hoofd
zou moeten vallen. En een dag later werd Koning Charles I plechtig onthoofd. Er ging een golf van ontzetting door Nederland na dit drama. De Engelse
Koning kon het er wel naar gemaakt hebben, maar een Koning onthoofden, dat was iets ongekends! Ook Willem was diep onder de indruk en hij beloofde
Mary's broer Charles alle hulp om hem op de Engelse troon te krijgen. Dat betekende natuurlijk wel weer een flinke aanslag op zijn beurs en
dat terwijl hij toch al de grootste moeite had om zijn eigen uitgaven bij te benen.

Die uitgaven waren exorbitant hoog. De Regenten wilden het grootste deel van de soldaten juist zo gauw mogelijk naar huis sturen. Veel te duur en
volkomen nutteloos, was hun oordeel. Dus waarom dat peperdure leger op de been houden als het nergens voor nodig is? Maar dat plan schoot Willem
helemaal in het verkeerde keelgat. Zijn poelierster bijvoorbeeld vertikte het om nog langer kippen en kalkoenen aan het hof te leveren, ze wilde nu eerst
wel eens geld zien! Hoe meer Prins Willem II zich voor de Engelse Stuarts uitsloofde, hoe meer hij de Regenten tegen zich in het harnas joeg.


(l) Kasteel Loevenstein gevangenis in 1918 en (r) als historisch monument in 2013


Willem was kwaad. Die soldaten moesten helemaal niet naar huis, hij wilde oorlog en dan waren ze hard nodig. Het werd een hooglopend conflict en
de twee partijen stonden lijnrecht tegenover elkaar. De Regenten vertikten het om het hoofd te buigen. Zij waren tenslotte de werkgever en Willem was
hun ambtenaar, waar of niet? De Prins-Stadhouder wond zich over alle vernederingen zó op dat hij nog maar één uitweg zag. Als het niet goedschiks
kon dan maar kwaadschiks, hij zou wel eens even laten zien wie hier de sterkste was. Hij begon met zes van zijn felste vijanden gevangen te zetten
op Kasteel Loevestein en ondertussen broeide hij een doldriest plan uit om Amsterdam met geweld te veroveren
en zo de regenten op de knieën te krijgen.

In het donker van de nacht raakten Willem's mannen op de uitgestrekte heidevelden de weg kwijt en het hele plan mislukte. Zo liep het uiteindelijk
toch nog met een sisser af maar de Oranjeprins had met dit misplaatste machtsvertoon heel wat sympathie in het land verspeeld. Hoe zou het met
Nederland en met de Oranjes
zijn afgelopen als Willem langer was blijven leven? Zou de onstuimige, haast onbesuisde Prins zijn land meegesleept
hebben in een nieuwe oorlog met Spanje? En hoe zouden andere, nieuwe krachtmetingen met de Regenten zijn afgelopen? We kunnen er alleen maar
naar gissen want het lot beschikte-heel onverwachts-anders. Begin oktober 1650 vertrok de Willem II naar het Hof te Dieren, een jachtslot
dat hij schitterend had laten verbouwen.

Uren achter elkaar zat hij daar in het zadel om hazen en herten te verschalken want het jagen was en bleef zijn grootste hartstocht. Maar het weer was guur en koud en als Willem van een van zijn jachtpartijen terugkomt voelde hij zich ziek.

Ernstig ziet het er niet uit al vond men het beter om de Prins per boot naar Den Haag te brengen, daar was de verpleging wat gemakkelijker dan in het afgelegen Gelderse Dieren. De geneesheren houden het voorlopig maar op "de koorts", een vergaarbak van alle ziektes waar ze geen
raad mee wisten.

Weer paar dagen later verschenen er vlekken op Willem's gezicht en dan

Aderlating rond 1471

wisten de geleerde heren het plotseling: de Prins had de pokken. Iedereen dacht ogenblikkelijk aan Prinses Mary. Ze was hoogzwanger en dat pokken erg besmettelijk zijn, dát wist men erg goed. De Prinses mocht haar man niet meer zien, totdat de ziekte zou zijn genezen. Hij werd regelmatig "adergelaten" en "gepurgeerd" -
voor die tijd gebruikelijk en veel toegepaste methode - en men leek merkwaardig genoeg
niet bijster ongerust.

Terwijl Prins Willem II met een vlekkerig gezicht en hoge koorts in zijn ziekenkamer lag, dineerden de heren van zijn hofhouding gezellig samen met het gevolg van de Prinses.

Ze lieten zich een lekker glas wijn erbij goed smaken en er was geen vuiltje aan de lucht, tenminste zo leek het. Maar de volgende morgen sloeg een
van de drie behandelende artsen alarm. "Ik maak me zorgen om de Prins", zegt hij ernstig en iedereen schrok geweldig. Maar als er die middag weer
een andere arts aan Willems bed kwam werd het sein weer op veilig gesteld. "Loos alarm", dacht men opgelucht, maar diezelfde avond kwam er
opnieuw verontrustend nieuws uit de ziekenkamer. Willem II bleek er nu opeens verschrikkelijk beroerd aan toe te zijn en dat sombere bericht
werd heel voorzichtig aan de ongeruste Mary overgebracht. "Zijne Hoogheid maakt het niet zo goed", vertelde van Heenvliet, het hoofd van Mary's
hofhouding, omzichtig tegen de huilende Prinses en gauw ging hij terug naar de deur van de ziekenkamer - hij mocht niet naar binnen- om daar
verder nieuws af te wachten.

Zijn vrouw nam de hevig geschrokken Mary mee en probeerde de snikkende prinses wat moed in te spreken. Van Heenvliet had zich nog maar nauwelijks voor de deur van de ziekenkamer geposteerd of daar komt de chirurgijn al naar buiten. "De Prins is dood, of zo goed als dood", fluisterde hij de ongelovige Van Heenvliet in het oor. "Ik werd van de schrik zó flauw dat ik haast niet meer de trap op kon komen", vertelde de hofmeester later in zijn dagboek. "Ik moest even wat drinken en ging toen naar Prinses Mary die bij mijn vrouw zat te huilen". Maar Van heenvliet had het hart niet de snikkende vrouw te vertellen dat haar man dood was. En zo kwam het dat heel Den Haag al wist van de onverwachte dood van de Prins behalve Mary.

Dodelijk verontrust vertikte zij het om nog langer van haar zieke man weggehouden te worden. "Niemand kan me nog tegenhouden", riep ze uit, "ik wil nu onmiddellijk, met mijn eigen ogen, zien hoe het met Willem is". Dan moest het hoge woord er tenslotte wel uit. De dominee werd gehaald om Mary voorzichtig te vertellen dat de Prins van Oranje, pas 24 jaar oud, dood was. In één keer vloeide alle opgekropte spanning uit de opgewonden Prinses weg. Willoos liet ze zich naar haar kamer brengen waar ze versuft van verdriet op haar bed ging liggen.

Het was allemaal te snel, te onverwachts ook gegaan. De Prins leek helemaal niet zo ziek, hoe kon het dan dat hij toch zo plotseling was gestorven? Na een paar dagen begonnen allerlei wilde geruchten de ronde te doen. "Willem II was helemaal niet aan de pokken gestorven", zeiden de Fransen beschuldigend, met een half oog naar Spanje."Mensen die hem uit de weg wilden ruimen hadden hem een glas vergiftige limonade gegeven". De Nederlanders zelf waren wat nuchterder. In vergiftiging geloofden ze niet zo erg maar dat Willem gewoon aan de pokken gestorven is ,wilde er bij lang niet iedereen is. "Er zijn fouten gemaakt bij het aderlaten", vertelden sommigen en anderen dachten dat de Prins was gestorven omdat de verplegers hun patiënt te dikwijls schone kleren hadden aangetrokken. Er was ook verdenking tegen het geneesmiddel dat Willem II de avond van zijn dood te slikken kreeg: vlak daarna had de patiënt immers hevige stuipen gekregen?

Wie had er gelijk? Was Willem II inderdaad met opzet om het leven gebracht ( vijanden had hij genoeg!) of was het gewoon een ongelukkig toeval
geweest dat zijn ziekte zo plotseling uitliep op de dood? Want het was maar een lichte aanval van pokken geweest en de Prins was bovendien een
volwassen man dus hij had de ziekte wel weer te boven kunnen komen. Het is een vraag die zelfs eeuwen later nog verschillende geleerden heeft
beziggehouden. Maar ze waren er, met het lijkschouwingsrapport en de uitvoerige ziektebeschrijving ernaast, niet uitgekomen en het lijkt niet waarschijnlijk
dat dit geheim ooit nog ontsluierd zal worden!

De Pokken

Veel minder gevreesd dan de allesverwoestende pest waren de pokken. Het waren vooral kinderen die aan deze
ziekte bezweken, van elke drie kinderen stierf er één voor het derde jaar aan de pokken en men had geleerd
daarin te berusten. Wie het geluk had weer beter te worden , wist in elk geval zeker dat hij de rest van zijn leven
immuun was voor de ziekte, ook al werden heel wat genezen patiënten wel blind.

Of de ziekte wel of niet gehad had stond letterlijk op je gezicht te lezen want de pokpuisten lieten in een
gelaat meestal een spoor van vernieling achter. "Maria Louise is bescheiden, charmant en nauwelijks door de
"pokken geschonden", kon Johan Willem Friso van Oranje in 1708 opgelucht aan zijn moeder schrijven toen
hij op haar aandrang met deze bruid was gaan kennismaken.Toch is zijn verre neef stadhouder Willem II
minder fortuinlijk als hij in 1650 plotseling aan deze ziekte sterft. Tien jaar later slepen diezelfde pokken ook
zijn 29-jarige vrouw in het graf.

En haar naamgenote, eveneens een Prinses van Oranje, was pas 32 als ze, diep betreurd door iedereen, aan de
pokken overlijdt. Niet lang daarna komt er vanuit Turkije een methode om mensen al jong immuun te maken
tegen de gevreesde ziekte. Bij een gezond persoon werd een sneetje in de arm gemaakt en daarin druppelde men
wat pus uit een pokpuist. Een halve notedop werd op het wondje gebonden en de pusdruppels deden hun werk:
deze zorgden dan voor een héél lichte besmetting, niet voldoende om echt ziek te worden maar net genoeg
om immuun te worden.

In Europa probeerde men deze methode veiligheidshalve eerst op een stel ter dood veroordeeld gevangenen uit maar het mislukte nogal eens en dan was en
kleine pokkenepedemie het gevolg. De meningen over deze primitieve inenting waren dan ook zeer verdeeld. Toch nam erfstadhouder Prins Willem IV van
Oranje dat risico maar op de koop toe en hij liet allebei zijn kinderen de behandeling ondergaan, met succes! Pas tegen het einde van de 18-de eeuw wordt
er in Engeland een veiliger methode uitgevonden om de pokken te voorkomen en vanaf die tijd verloor deze erge ziekte steeds meer terrein.