Willem van Oranje

Prinsen van Oranje en Nassau

Prins Maurits van Oranje

Maurits Prins van Oranje

Maurits (1567-1625), Prins van Oranje 1618, Graaf van Nassau, Stadhouder van Holland en Zeeland 1585, Gelderen, Utrecht en Overijssel 1590, Groningen en Drenthe 1620. Hij werd geboren op 14 November 1567 te Dillenburg als zoon van Prins Willem 'de Zwijger' van Oranje-Nassau en de tweede vrouw van de Prins Anna van Saksen. Maurits was nooit getrouwd maar wel vader van enkele bastaardkinderen. Deze kinderen waren van Margaretha van Mechelen, Anna van de Kelder en nog anderen.

Prins Maurits
stierf 23 april 1625 te 's Gravenhage. Toen Maurits nog geen jaar oud was, vertrok zijn moeder en verliet het Slot Dillenbrug. De jonge Prins zou haar nimmer meer weerzien. De jeugd van Maurits was anders dan gebruikelijk. Immers, niet iedereen had een vader die vogelvrij was verklaard. Notabene nog wel door zijn Koning. Die Koning van Pilips II van Spanje. Kortom, van een leuke, gezellige en plezierige jeugd was geen sprake. Overal liepen - ook in die tijd - zwaarbewapende mannen rond die als lijfwachten fungeerden.

Gif-controleurs liepen de keukens in en uit, om zorg te dragen dat de Prinselijke familie maar niets overkwam. Vergiftigen was in die periode heel gewoon, netzo als het radbraken of het kopje-afslaan van iemand waar je een grondige hekel aan had, gewoon was. Geen mens keek daar van op. Het hoorde bij het leven uit die tijd. Moordenaars die mensen doodden voor geld liepen overal rond en aangezien de vader, de Prins van Oranje was, had je de poppen aan het dansen. Er was altijd wel een gestoorde die voor geld of andere aardse of 'hemelse 'goederen de gok wenste te nemen. Had hij geluk, nou dan was de persoon in kwestie
voor zijn leven binnen.

Had hij echter pech, dan stond een heel regiment van mogelijkheden om dood te gaan, ter beschikking. En dat kostte echt niets, geen probleem. De beul zou dan - meer als normaal - zijn bestdoen, een hand of vingers af te knijpen met een gloeiende tang. Een fraaie uitvinding uit die dagen. Of je werd vastgebonden tussen vier paarden in en uiteen gejaagd naar alle windstreken, het resultaat was dan duidelijk indrukwekkend te noemen. De restanten werden wel, door het voetvolk, weer opgeruimd. Op naar de volgende, dacht men in die tijden. Maar het kon ook anders. Het hoofd eraf of het gebruik van een stuk touw voor het bengelen, behoorde tot de ultieme mogelijkheden van volksvermaak. U ziet het, de keuze was aanzienlijk te noemen. En toeschouwers meer dan genoeg.

Het waren gewoon woelige tijden in Europa en de Nederlanden kregen daar een deel van mee. Ook de adel, hoe hoger op de hoog meer men in het vizier kwam en op de lijst werd geplaatst om het tijdelijk met het eeuwige te verwisselen. Was het niet door de Koning of een Keizer dan wel door anderen die niet tot de beste vrienden konden worden gerekend. Enfin, in die tijd groeide dus Prins Maurits van Oranje op. Spoedig werd de al 14-jarige Prins met zijn neus op de feiten gedrukt. Een heuse moordaanslag die bijna lukte op zijn vader in 1582, gepleegd door Jean Jarequy, een Fransman. Hij schoot Willem I Prins van Oranje van dichtbij een kogel door
het hoofd die hem bijna fataal werd.

De Prins overleefde het dankzij de goede zorgen van zijn toenmalige vrouw Charlotte de Bourbon die niet van zijn zijde week. Zij bezweek weken later aan de spanning, de angst en de inzet. Ziedaar een greep van het nieuws uit die eeuw of zoals een hedendaagse nieuwslezer op de televisie het zou zeggen: 'Nu volgt een greep uit de ochtendbladen, die zijn omgekomen, die is vermoord en die heeft zichzelf opgeblazen met een bom omdat hij in reincarnatie geloofde.' Ook was hem een vaste plek in de hemel beloofd. En belofte maakt schuld, nietwaar? Hoe die schuld dan ingelost kon worden, was een vraag die liever niet werd gesteld noch werd beantwoord. Dus wat is het verschil? Wel, een ding, de tijd. We leven een paar honderd jaar later. Meer verschil is er eigenlijk niet.



U kunt zich voorstellen dat de bijna geslaagde moordpoging op zijn vader, de Prins van Oranje, goed aankwam bij de troonopvolger van Oranje. Toch was Maurits koelbloedig genoeg om de zakken van de moordenaar te doorzoeken. Dat voorkwam - in elk geval - gedonder met de Fransen. Het was - per slot van rekening - wel een Frans onderdaan die het feit had gepleegd. Bewijzen waren er niet dus politiek zou het niet al te ingewikkeld worden. Maar het einde was - bij lange na - niet in het zicht.
De Prins groeide op in het voorvaderlijk slot Dillenburg onder supervisie van zijn oom Jan de Oude van Nassau.Hij studeerde met zijn neef Willem Lodewijk te Heidelberg en later met Filips in Leiden. Dankzij een eigenhandige brief van de Prins van Oranje van 25-07-1582, die zijn zoon aan bevool voor de vakken, Krijgskunde, Geschiedenis, Wis- en Sterrekunde, de talen Frans, Duits, Engels, Latijns en Grieks. Voorts werd de Religie en de Natuurkunde niet vergeten, alsmede de muziek. Ook dat hoorde erbij. Maurits speelde niet onverdienstelijk luit. De Oranjes zaten met een geldgebrek zodat de Staten van Holland, Zeeland en Utrecht, die hem wel zagen zitten, de studie betaalden. Zo kwam Prins Maurits in de universiteitsstad Leiden terecht.

In het Prinsenhof op het Leidse Rapenburg vernam hij dat zijn vader in Delft was neergeschoten door ene Balthazar Gerard, weer een Fransman en wel uit de France-Comte. Later werd hem verteld dat de Prins van Oranje was gestorven en dat sloeg een diepe wonde in zijn gevoelsleven.

Op dat moment kwam de Staatsman Johan van Oldenbarnevelt in het zicht. Hij zorgde ervoor dat Prins Maurits van Oranje op zijn 18e jaar, na de dood van zijn vader in 1584, werd benoemd als Stadhouder van Holland en Zeeland 1585, Gelderen, Utrecht, Overijssel 1590 en Groningen en Drenthe 1620. Maurits en de Landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt vormden een geniaal duo, zowel militair als Staatkundig. De Engelse Graaf van Leichester werd met zijn gevolg naar huis gestuurd. Hij was op verzoek van de Staten hierheen gekomen om leiding te geven aan de Regering.

De Republiek der Verenigde Gewesten kwam duidelijk in beter vaarwater. Het eerste grote succes dat veldheer Maurits boekte, was de verovering van Breda, middels het overbekende Turfschip. in 1590. In het decennium dat volgde nam hij, vaak samen met broer Willen Lodewijk deel aan tal van belegeringen en veroveringen van steden als Nijmegen en Zutphen (1591), Steenwijk en coevorden (1592), Groningen (1594) Oldenzaal, Enschede en Grol in 1597, waardoor het grondgebied van de opstandige Nederlanden praktisch bezien, verdubbelde.

Maurits op zeer jonge leeftijd
Voor de belegeringstechniek steunde hij volledig op de wiskundige Simon Stevin en zijn uitvindingen (* 1548 - + 1620) die zijn kennis ontleende aan de Oudheid. In 1587 benoemden de Hollandse Staten, buiten de Landvoogd Graaf van Leichester om, Maurits tot Kapitein-Generaal. De Engelse Graaf keerde hierop verbolgen terug naar Engeland. Dat Maurits een groot strateeg was, bleek uit zijn militaire successen en organisatietalent en zijn wijze van oorlogvoeren. Samen met Willem Lodewijk hervormde hij het Staatse leger en verdiepte zich in de militaire geschiedenis en wis- en sterrenkunde.

Nederlanden 1579

Vooral bestudeerde Maurits de belegeringstechnieken uit de geschriften van de beroemde wiskundige Simon Stevin. De stunt van het Turfschip te Breda werd beroemd. In 1590 veroverde hij met een schip vol soldaten verborgen onder turf de bakermat van de Nederlandse Nassau's, Breda. Maurits naam was in een klap gevestigd als strateeg en veldheer. Maar het was niet alleen de tactiek waarmee hij de veldslagen won. De Prins bracht ook de o zo noodzakelijk orde aan in de troepen. Tot nu toe bestonden de legers uit ongeregelde soldaten die uitstluitend voor het geld vochten.

Prins Maurits pleitte voor een professioneel leger dat ook in vredestijd in dienst werd gehouden en doorbetaald! In 1590 viel reeds Breda en vervolgens, in 1592 Steenwijk. In 1593 neemt Maurits Geertruidenberg in. In 1600 kwam de Slag bij Nieuwpoort, waar Maurits met een 10.000 man sterk leger het opnam tegen een evengroot Spaans leger. Hij versloeg de Spanjaarden en verwierf hiermee grote faam in Europa. De Spanjaarden in open veld verslaan was groot nieuws. In Nieuwpoort onstond de grote verwijdering tussen de Raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt en Maurits, Prins van Oranje. Met Landsadvocaat van Oldenbarnevelt lag Maurits regelmatig overhoop over financiën, beleid en de voortzetting van de oorlog.



De landsadvocaat had ook de V.O.C. (Verenigde Oostindische Compagnie) opgericht. Van Oldenbarneveldt was sterk gericht op de handelsbelangen van Holland. Daar moest het geld vandaan komen dat de oorlog met Spanje kostte. Helaas wilden de Staten van die oorlog af, zij waren zuinig en oorlog was slecht voor de handel. Deze Prins van Oranje trok in zijn tijd meer aandacht dan alle vorsten van Europa bij elkaar. Hij kreeg voor elkaar wat zijn vader niet lukte, een geslaagde Opstand tegen Spanje.

Daarom was dit militaire genie/vernieuwer op 30 jarige leeftijd een van de meest bewonderde helden van Europa. Tegelijkertijd vindt men hem ook een bendeleider met weinig hoofse allure, de Oranjes telden als monarchen bepaald weinig mee in het grote Europa. Internationaal werd Maurits wel als een groot generaal en veldheer gezien. Dat blijkt uit de aanbevelingen van de Keurvost op de Rijksdag te Keulen. Deze stelde voor om de Prins te benoemen tot Veldoverste in de strijd tegen de Turken.
In 1608 ging van Oldenbarnevelt onderhandelen over een wapenstilstand en een jaar later ging het 12 jarige bestand in (1609-1621). Dat was tegen het zere been van Prins Maurits van Oranje die daar helemaal geen heil in zag.. De prins vreesde vooral, dat hij door het bestand als legeraanvoerder buiten spel zou komen te staan met het argument dat de Spanjaarden hun militaire macht - in vredetijd - zouden kunnen versterken. Het Twaalfjarige bestand van Treves, behelsde en periode van wapenstilstand gedurende de al aan de gang zijnde Tachtigjarige Oorlog, waarin niet of nauwelijks door de opstandelingen in de Republiek der Verenigde Gewesten en de Spanjaarden zou worden gevochten. Het bestand liep van 1609 tot 1621.

In 1606 waren al informele besprekingen begonnen en in april 1607 werd het 'staakt-het-vuren' uitgeroepen , nadat Jacob van Heemskerk in de Slag om Gibraltar was gesneuveld. Spanje eiste daarna van de Staten dat zij de handel met- en op Zuid-Amerika zouden opgeven, waarbij de al geplande opzet van de West-Indische Compagnie (W.I.C.) niet tot stand mocht komen. Bij het vredesoverleg, dat plaats vond in de stad Antwerpen, werd besloten deze strijd tijdelijk stop te zetten. Dat bestand werd van kracht op 9 april 1609. Hierbij begon de rol van de Republiek als een feitelijkheid, zich duidelijk af te tekenen.

Men was een erkende onafhankelijke Mogendheid geworden, Engeland en Frankrijk kregen Nederlandse ambassadeurs, met Venetie (de Doge) sloot men een verdrag aan het einde van 1619, Marokko volgde op 24-12-1610 en met het Ottomaanse Rijk (de Turken) werden diplomatieke betrekkingen aangegaan. Helaas werd onder vreemde vlag wel handel gedreven met Zuid-Amerika. Het liep toch zoals dat wenselijk was en in 1621 werden de vijandelijkheden
hervat en was de oprichting van de W.I.C. een feit.

Johan van Oldenbarnevelt
Raadpensionaris van Holland

Tijdens dat Twaalfjarige bestand kwam er een einde aan de vredelievende verhoudingen binnen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (de nieuwe naam). De spanningen tussen Prins Maurits en de Raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt escaleerden. Al ik 1600 was Maurits tegen het sturen van een leger geweest naar Duinkerken, een besluit dat door de Raadoersionaris was doorgedrukt. De Slag bij Nieuwpoort die volgde, werd ternauwernood door de Prins van Oranje gewonnen en daardoor werden de Prins en Van Oldenbarnevelt vijanden. De Raadpensionaris was een warm pleitbezorger van het staakt-het-vuren, terwijl Maurits liever had doorgevochten. Dat is nu eenmaal het verschil tussen een Diplomaat en een Militair.

De bom barste in alle hevigheid uit elkaar, toen Van Oldenbarnevelt ruimte vroeg voor de Remonstrantse leer van de Leidse hoogleraar Jacobus Arminius. De Prins zag in de Remonstrantse leer een duidelijke verzwakking van de kertk en vreesde voor de terugkeer van de Katholieke Kerek. Hij sloot zich daarom aan bij de Contra-Remonstraten, die de leer van de (ook Leidse) hoogleraar Franciscus Gomarus aanhingen. In 1619 verbood de Synode van Dordrecht de Remonstrantse leer. De- Remonstrantse - Regenten in Holland hadden inmiddels de Scherpe Resolutie aangenomen op 04-08-1617 en die gaf de steden in Holland de kans eigenhandig waardgelders (huurtroepen) aan te nemen om onlusten de kop in te drukken. In de praktijk kwam het erop neer dat deze optraden
tegen de Contra-Remonstranten.

De onthoofding van de oud-Raadpensionaris
Johan van Oldenbarnevelt
De Prins van Oranje zag in deze Resolutie een aantasting van zijn gezag als Militair leider en liet daarom Johan van Oldenbarnevelt, Hugo de Groot ( de Rechtsgeleerde) en twee andere medestanders arresteren. Voor een speciaal daarvoor opgericht Tribunaal werd Johan van Oldenbarnevelt ter dood veroordeeld. Van Oldenbarnevelt werd in 1619 onthoofd, ondanks vele gratieverzoeken waaronder die van Louise de Coligny.

De geschiedenis beschrijft hoe dat gegaan is. Een 71-jarige oude man loopt met een stok, vergezeld van zijn knecht naar het schavot. Van Oldenbarnevelt verhief zijn stem en sprak: 'Mannen, geloof niet dat ik een landverrader ben. Ik heb oprecht en vroom gehandeld als een goed patriot en die sterf ik'. Vervolgens knielde hij neer en een predikant sprak een gebed uit en toen trok de landsadvocaat zijn zwartsatijnen tabberd uit.

Hij zette een mutsje op zijn hoofd en trok het over zijn ogen. 'Hij beefde', zo schreef een ooggetuige. Zijn knecht leidde het naar een hoopje zand dat zijn bloed zou opvangen en de oude man zou tegen zijn beul hebben gezegd: 'Maak het kort, maak het kort'.
De ooggetuige zag hoe de knecht het hemd van zijn schouders trok en de veroordeelde, neergeknield bad:'Heer, in uw handen beveel ik mijn geest'.

Terstond haalde de beul van Utrecht het zwaard uit en hieuw hem, met de eerste slag, het hoofd af. Het leven van een groot Staatsman van Europees formaat werd - door het onvermogen van Prins Maurits van Oranje zaken in hun werkelijke omvang te bezien - abrupt afgebroken. Het heeft de Nederlanden en ook de Militair Maurits veel gekost, in zowel economisch- als menselijk vlak.

Prins Maurits had niet het lef om de executie die vlak voor zijn huis plaatsvond te bekijken. Alle gordijnen waren dicht getrokken en zelfs de ramen waren met luiken gesloten om kennelijk maar niets te horen.

Maurits lag ook overhoop met zijn zus Anna en de in Spanje gegijzelde broer Filips Willem over de erfenis van zijn vader. Met zijn zuster Emilia had hij behoorlijke ruzie over haar huwelijksvoornemen. Zelf trad de Prins niet in huwelijk maar verwekte wel acht (aanvaardde) kinderen bij 6 verschillende vrouwen. De meeste tijd, brengt hij door met Margaretha van Mechelen, voormalig staatsiedame van Louise de Coligny.

Nadat de heersende Landvoogd van Filips II, Albertus van Oostenrijk kinderloos was overleden in 1621, vielen de Zuidelijke Nederlanden weer onder de Spaanse Koning. Het was in feite de bedoeling geweest, dat het Bestand op een definitieve vrede zou uitlopen. Er waren welliswaar enkele diepgaande menigsverschillen tussen de Nederlandse Republiek der Zeven Provinciën en de Spaanse Koning Filips II, waren als volwassen politici diende men daar toch wel uit te kunnen komen. Niets was minder waar.De Spanjaarden vonden dat de katholieken hier volledige godsdienst moesten krijgen. De leiders van de Republiek antwoordden daarop dat de Protestanten in het Zuiden nauwelijk het recht op overleven hadden.

Daarom wees men deze eis af. Het aantal Katholieken in het Noorden was nog steeds zo groot dat de Protestantse Elite bevreesd was dat bij volledige Godsdienstvrijheid de 'suprematie' van de Calvinisten in gevaar zou komen. Dit is duidelijk een geval van de zoveelste Godsdienstoorlog. Wraakzucht is ook al zo'n verrekt slechte eigenschap. Kennelijk behoort dit ook tot de geestelijk bagage der mensen. In elk geval wel totdat van de zonen van Johan van Oldenbarnevelt. De Raadpensionaris had twee zonen, Reinier en broer Willem.

Prins Maurits van Oranje op zijn doodsbed

Deze waren zo kwaad op de Prins van Oranje dat hij het lef had om hun vader,, die toch een Staatsman van formaat was gebleken een kopje kleiner te maken, vanwege - zoals zij dat noemden - een mentaliteitsverschil. Maurits kon kennelijk niet het respect opbrengen de mening van een ander te accepteren voor wat dat waard was. Wat was nu de kern van het probleem. Niet zozeer de mening van Van Oldenbarnevelt. Eerder was het een prestigestrijd tussen die twee. We vatten het samen voor u.

Drie belangrijke factoren hebben een rol gespeeld in het conflict.

  • Religie: Prins Maurits was door zijn oom Jan van Nassau streng calvinistisch opgevoed. Deze opvoeding stond in het teken van het in die tijd geldende principe Cuius regio, eius religio: de bestuurder bepaalt ’s lands godsdienst. Kennelijk was in die tijd de Kerk dus geen onafhankelijk instituut. De overheid bepaalde het bestuur van de kerk. Daarom ook werd de Remonstrantie niet aan een kerkelijke instelling, maar aan de Staten-Generaal gericht. Van Oldenbarnevelt was als bestuurder in tegenstelling tot de streng Calvinistisch opgevoede Maurits voorstander van ruimte voor afwijkende meningen binnen de kerk. De staatsgreep moest daarom ook in het licht van het principe Cuius regio, eius religio worden gezien. Maurits zijn gezag zou een Calvinistische eenheidskerk rechtvaardigen maar een niet verenigde Kerk kon een niet verenigd land tot gevolg hebben. Voorts werd de drang van Johan van Oldenbarnevelt naar een bondgenootschap met het katholieke Frankrijk en een wapenstilstand met het katholieke Spanje, uiterst wantrouwend bekeken. Maurits zou in de wapenstilstand een list van de vijand kunnen vermoeden om het Katholieke geloof terug te brengen in de Verenigde Nederlanden.
  • Financiën: Johan van Oldenbarnevelt was zich goed bewust van de financiële situatie van de Republiek. Hij wist hoe duur het oorlogvoeren was. Voor hem stond vast dat een goede oorlog alleen gevoerd kon worden als het financiële fundament er lag. De keerzijde was echter dat voor hem geld belangrijker was dan een mensenleven. Maurits was het tegenovergestelde. Hij was een soldaat onder zijn soldaten en spaarde liever op de levens van zijn mannen dan op geld. Bovendien wist hij dat een slecht betaald leger zijn leider niet zou volgen. Deze tegenstelling had al eens tot toen nog oplosbare conflicten geleid. Helaas leidde het Twaalfjarig Bestand, dat volgens Van Oldenbarnevelt noodzakelijk was vanwege de financiële situatie van de Republiek, tot grote onenigheid met Maurits. Hij realiseerde zich verduveld goed, dat de Spaanse vijand op dat moment op zijn zwakst zou zijn.
  • Karakter: Prins Maurits was uitgesproken geduldig en voorzichtig. Hij overdacht van te voren iedere tactische stap, en evalueerde deze daarna. Hij koos liever voor een kleine zekere militaire winst, dan voor een risicovollere grandioze overwinning. Johan van Oldenbarnevelt was echter iemand die verder vooruit placht te denken en ook bereid was grotere risico’s te nemen. Tot aan de slag bij Nieuwpoort vulden deze twee karakters elkaar uitstekend aan. Maurits zag in de slag bij Nieuwpoort echter zijn gelijk bevestigd, dat Van Oldenbarnevelt te veel risico had genomen. Vanaf dat moment ging het faliekant verkeerd
    met alle gevolgen van dien.
Rein
Reinier van Oldenbarnevelt

Prins Maurits pleegde een staatsgreep. Hij ontsloeg daarna de waardgelders, en op 29 augustus 1618 liet hij Johan van Oldenbarnevelt, en zijn medestanders Hugo de Groot, Rombout Hogerbeets en Gilles van Leedenberch, arresteren op verdenking van hoogverraad. In 1619 werd François van Aerssen door Maurits als Gecommitteerde in de Ridderschap van Holland benoemd. Daardoor ontstond onder de tegenstanders van Van Oldenbarnevelt een meerderheid en werd het mogelijk om een bijzondere politieke rechtbank van 24 rechters in te stellen.

Tot Van Oldenbarnevelt's eigen verrassing werd hij op 12 mei 1619 door de rechtbank wegens landverraad en hoogverraad ter dood veroordeeld. Hij zou zijn oren naar Frankrijk en Spanje hebben laten hangen. Van Oldenbarnevelt had verwacht dat er, vanwege zijn staat van dienst en hoge leeftijd, protest zou komen van zijn politieke vrienden. Het bleef echter stil; Maurits had in de tussenliggende periode verschillende Remonstrantse bestuurders vervangen, en de vervolging van remonstranten was na de Synode van Dordrecht,

Willem Willem van Oldenbarnevelt

verhevigd, waardoor de aanhangers van Arminius het land verlieten. Van Franse zijde werd wel tevergeefs enkele malen geprobeerd een executie te voorkomen. Een dag na zijn veroordeling, op 13 mei 1619 werd hij op het Binnenhof in Den Haag op 71-jarige leeftijd onthoofd. Tot het publiek sprak hij op het schavot de beroemde woorden: "Mannen, gelooft niet dat ik een landverrader ben, ik heb oprecht en vroom gehandeld, als een goede patriot, en zo zal ik sterven". Zijn allerlaatste woorden waren: Maak het kort, maak het kort. Lang werd aangenomen dat deze woorden aan de beul gericht waren, maar hij zei het waarschijnlijk tegen zijn knecht, Jan Francken, die vlak voor de executie afscheid van hem wilde nemen.

De staatsgreep en de onthoofding van Van Oldenbarnevelt beslechtten de interne strijd in het voordeel van Maurits. Toch was de hele affaire een slag voor Maurits' prestige. Bovendien bleek hij door zijn bedachtzame karakter niet de staatsman te zijn die Van Oldenbarnevelt kon vervangen. Een gratieverzoek, dat Maurits had kunnen inwilligen, heeft de 20 jaar oudere man niet ingediend, omdat het een impliciete schuldbekentenis zou zijn. Er was ook veel kritiek op het vonnis. Zelfs Maurits' stiefmoeder, Louise de Coligny (weduwe van Willem van Oranje) was tegen deze veroordeling en probeerde de executie te voorkomen.

De twee zonen van Van Oldenbarnevelt, Reinier en Willem beraamden in 1623 een aanslag op Prins Maurits om hun vader te wreken. Het plan lekte echter uit: Reinier werd terechtgesteld en onthoofd en Willem moest vluchten naar Brussel, in handen van de Spaanse troepen. Toen de moeder van Reinier om gratie voor haar zoon vroeg, heeft Maurits aan haar gevraagd waarom ze dat niet ook voor haar man had gedaan. Ze antwoordde fijntjes daarop dat haar zoon wél schuldig was, haar man echter niet. Ook de dichter Joost van den Vondel hekelde het optreden van Maurits. Hij schreef uit protest een gedicht (Op het stokje van Oldenbarnevelt), en een in de klassieke oudheid gesitueerde tragedie Palamedes, die parallellen bevatte met de val Van Oldenbarnevelt,
die de autoriteiten niet ontgingen.

De Amsterdamse Bestuurders bestraften hem met een zware boete. Naar de maatstaven van die tijd had het erger gekund. Rembrandts vroege werk De steniging van Stefanus, een bijbels tafereel, was waarschijnlijk ook een toespeling op het lot van Johan van Oldenbarnevelt. Meer veldheer dan staatsman verzuimde de Prins van Oranje de staatsinrichting van de Republiek te hervormen. In 1621 werd de oorlog hervat maar als veldheer maakte Prins Maurits nog weinig indruk. In 1624 werd hij ziek en verzocht zijn broer Frederik Hendrik te trouwen om de Oranje Dynastie veilig te stellen, drie weken nadat Frederik Hendrik getrouwd was,
overleed hij op 13 april 1625 aan leverkanker.