OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
De Nassau's
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

De Geslachten van Nassau

Jehenne (Johanna) van Polanen

De rijkdom van de Nassau's kwam ergens vandaan. De eerste forse injectie van geld en goederen vond feitelijk plaats rond de 15e eeuw.
In die eeuw, trouwde een arme Graaf Engelbrecht I van Nassau met Johanna(Jehenne) van Polanen(oud 11 jaren) en zij bracht, overigens
met grote dank aan haar familie (Van Polanen en de Van Du(i)venvoordes), een voor die tijd enorm fortuin aan geld, landerijen en kunstschatten mee.
Kennelijk had de familie van Jehenne van Polanen er veel voor over om een Graventitel in de familie te hebben.

De verarmde Graaf maakte daar heel handig gebruik van en in de volgende tientallen jaren ook zijn nazaten. Kennelijk was dit gebruik in de
geslachten van Oranje en van Nassau
. Anderen, waaronder Willem de Zwijger deden ook al zo'n 'Gouden Greep' uit de ruime aanwezigheid van
het slijk der aarde, geld! Hij trouwde met de puisant rijke Anna van Buren. De 'wagonladingen' aan edelstenen die Grootvorstin alle Russen
Anna Pawlowna en later Koningin der Nederlanden bij haar huwelijk in latere eeuwen meebracht als huwelijksgeschenk van
de Tsaar van Rusland, versterkten alleen maar de financiele positie en het aanzien van de Oranjes en de Nassau's.

Beeld Jehenne van Polanen

Engelbrecht I van Nassau werd waarschijnlijk tussen 1370-1380 geboren te Dillenburg als zoon van Graaf Johan I van Nassau-Dillenburg (ca.1339-1416) en Margaretha, Gravin van der Marck, getrouwd in 1357. Hij was de kleinzoon van Otto I van Nassau-Dillenburg (Ca.1225-1289). Vanaf 1416 regeert Engelbrecht I van Nassau samen met zijn broers. Engelbrecht van Nassau-Dillenburg was student voor het priesterschap, had ingeschreven gestaan te Keulen en had het al tot domproost van Munster gebracht, zonder
het priesterschap te hebben ontvangen.

Het was gebruikelijk bij de laat middeleeuwse adel, dat jongere zoons een geestelijke carrière volgden om het familie bezit niet al te zeer te versnipperen. De oudere broers van Engelbrecht van Nassau-Dillenburg bleken echter geen wettige nazaten te krijgen, zodat voor Engelbrecht een geschikte huwelijkskandidaat gezocht werd. Engelbrecht I van Nassau trouwde op 1 augustus 1403 met Johanna (Jehenne) van Polanen, Vrouwe van Breda en de Lek, geboren 10 januari 1392, gestorven 15 mei 1445.

Dochter van Jan III van Polanen, Heer van Breda, de Lek, Geertruidenberg, Klundert, en Odillia Gravin van Salm. De erfdochter Johanna van Polanen, Vrouwe van Breda en de Lek bracht met haar huwelijk een enorme rijkdom mee, tot haar erfenis behoorde vele Heerlijkheden en Ridderhofsteden in Holland en Brabant, Henegouwen, Utrecht en Zeeland.

In de Baronie Breda stond het (nieuwe) kasteel wat het echtpaar na hun huwelijk betrok en in Brussel en Mechelen beschikten ze over prachtige woningen. Door het huwelijk van Engelbrecht en Johanna werd de Nassau-Dillenburg tak de rijkste en belangrijkste adel van de Nederlanden en legden tevens daardoor veel gewicht in de schaal binnen de Europese Adel.

Het was een grote gebeurtenis in de Nederlandse geschiedenis, want hierdoor vestigde zich een belangrijke tak van het geslacht Nassau definitief in ons land.
De jeugdigheid van Jehenne weerspiegelde zich duidelijk in het feit dat het ruim zeven jaren duurde voordat zij een kind kreeg.
Willem "de Zwijger" stamt direct af van het bruidspaar.

Uit het huwelijk (1403) van Engelbrecht I van Nassau (ca.1370-1442) en Johanna(Jehenne) van Polanen (1392-1445)
kwamen de volgende kinderen voort:

  1. Johan IV (1410-1475), geboren 1 augustus 1410, Graaf van Nassau, (half-) Diez en Vianden, Heer van Breda, de Lek, Gageldonck en Hambroeck (1458,1459), Drossaard van Brabant in 1435 en Heusden in 1447. Hij regeert samen met zijn jongere broer in 1442, Graaf van Diez in 1443, ontvangt de Nederlandse bezittingen in 1447-1449, Maarschalk van Westfalen van 1449 tot 1450, verenigt alle landen van de Ottoonse Linie in 1450. Johan IV trouwt op 7 februari 1440 met Maria, Gravin van Loon-Heinsberg, Vrouwe van Herstal, Itteren en Meerssenhoven (1459), Steyn en Millen (1467).
    Maria wordt geboren in 1424 als dochter van Johan I, regerend Graaf van Loons-Heinsberg en Anna Gravin van Solms-Braunfels. Johan V stierf op
    3 februari 1475 te Dillenburg en Maria sterft op 20 april 1502.

  2. Hendrik II (1414-1450), Graaf van Nassau, geboren op 7 januari 1414. Hij regeerde samen met zijn oudere broer. Ontving, samen met zijn broer, de Nederlandse bezittingen in 1447-1449. Hendrik II trouwde de eerste keer in 1435 met Genoveva Gravin van Virneburg, dochter van Ruprecht IV regerend Graaf van Virneburg en Agnes Gravin van Solms-Braunfels. Genoveva stierf op 18 april 1437 te Breda. Hendrik II trad wederom in het huwelijk in 1442 met Irmgard van Schleiden (+ na 1450), dochter van Johan III regerend Heer van Schleiden-Junkerath en Johanna Gravin van Blankenheim.
    Hendrik II overleed op 8 juni 1450 tijdens een reis naar Rome.

  3. Odillia, geboren april 1437 en stierf ca. juli 1495. Zij trouwde de eerste keer in 1459/1450 met Filips de jongere, Graaf van Katzenelnbogen,
    geboren in 1427 en gestorven 27 februari 1453. Zoon van Filips de Oudere regerend Graaf van Katzenelnbogen en Anna, Gravin van Wurtemberg. Odillia trouwde op 3 juni 1475 voor de tweede keer met Oswald I regerend Graaf van Tierstein, geboren rond 1423 en gestorven voor 1488.
    Oswald I was landvoogd in de Elzas, Sundgrau en Breisgrau, Lotharings en Keuls raad. Zoon van Johan II Graaf van Tierstein-Blumenberg en
    Pfäffingen en Gertrud van Wineck.

  4. Margaretha, geboren voor 1415, gestorven voor 24 mei 1467. Zij werd verbonden in de echt omstreeks 27 november 1435 met Diederik,
    regerend Graaf van Sayn, geboren op 7 augustus 1415, gestorven 24 november 1452. Hij was de zoon van Gerhard I regerend Graaf van Sayn
    en Anna Gravin van Solms-Braunfels.

  5. Willem, geboren in december 1416 en jong gestorven.

  6. Maria, geboren op 2 februari 1418 en gestorven op 11 oktober 1472. Zij trouwde op 17 juni 1437 te Breda met Graaf Johan van Nassau-Wiesbaden,
    g eboren 1419 en gestorven 9 mei 1480. Johan was de zoon van Adolf II, regerend Graaf van Nassau-Wiesbaden en Margaretha, Markgravin van Baden.

  7. Filips, geboren 13 oktober 1420, gestorven in 1429.

Waar kwam nu Johanna(Jehenne) vandaan en hoe kwam zij aan al die goederen en dat geld. Daarvoor gaan we op zoek naar de roots
van deze jongedame. Jan II van Polanen (ca. 1325 - Breda, 3 november 1378) was Heer van Polanen, van de Lek en Breda. Hij was een zoon van
Jan I van Polanen en Katharine van Brederode. Van Polanen volgde zijn vader op in 1342 waarna hij ook zitting nam in de Grafelijke Hofraad
van Holland en Zeeland. Hij reisde in het najaar van 1343 met Graaf Willem IV van Holland mee naar het Heilige Land. Ook nam Jan van Polanen deel
aan desastreuze Slag bij Warns ontliep.

In 1350 eerde hij Margaretha II van Henegouwen in Henegouwen samen met zijn oom Willem van Duivenvoorde; zij steunden zo de Hoekse
factie in de Hoekse en Kabeljauwse twisten.Jan I van Polanen kocht in 1339 de Heerlijkheid Breda en bouwde samen met zijn vader een kasteel.
In 1350 verkocht Jan III van Brabant het Land van Breda voor 43.000 florijnen aan Jan II van Polanen en werd het gebied een hoge Heerlijkheid.
Tussen 1347 en 1350 werd Jan van Polanen tot Burggraaf van Geertruidenberg benoemd. Hij raakte tijdens de Hoekse en
Kabeljauwse twisten zijn kasteel bij Polanen en de Heerlijkheid van de Lek kwijt.

Pas in 1358 kreeg hij als vergoeding andere lenen en goederen, maar concentreerde zich meer op uitbreidingen in Breda. Polanen nam deel aan de Slag
van Baesweiler in 1371, waar hij gevangengenomen werd, maar na enkele maanden werd hij vrijgekocht. Hij werd in 1375 aangesteld als Stadhouder
van de Grote Waard. Jan overleed in 1378 en is begraven in de Grote Kerk van Breda.

Jan II van Polanen trouwde in 1340 met Oda van Horne-Altena (* 1318 - + 1353) met wie hij drie kinderen kreeg:

  1. Jan III van Polanen(vader van Jehenne).
  2. Beatrijs van Polanen (* ca.1344 - + 1394). Zij trouwde met Hendrik VIII van Bautershem. Hij was de zoon van Hendrik VII van Bautershem ridder,
    als Hendrik VII Heer van Bautershem, als Hendrik I Heer van Bergen op Zoom en Maria Merxheim vrouwe van Wuustwezel en Brecht (ca. 1318-???).
  3. Oda van Polanen (* ca.1351 - + 14??), huwde met Hendrik III van Montfoort, Burggraaf van Montfoort.

Jan II trad in het huwelijk (2e maal) in 1353 met Machteld van Brabant-Van Rotselaer(* ca.1324 - + 1366)
een bastaard-dochter van Hertog Jan III van Brabant en Maria van Valois, met wie hij een kind kreeg:

* Dirk van der Lecke

Jan II trouwde voor de 3e maal in 1370 met Margaretha van Lippe, zij was de dochter van Otto van Lippe en Irmgard van der Mark.
Met Margaretha verkreeg hij:

* Otto van der Leck

Willem van Duivenvoorde (ook van Duvenvoorde en van Duvoorde), bijgenaamd Willem Snickerieme (* 1290 - kasteel Boutershem nabij Mechelen en overleed op 12 augustus 1353) was kamerling en schatbewaarder van Graaf Willem III van Holland. Hij was een bastaardzoon van Philips III van Duivenvoorde en een halfbroer van Jan I van Polanen.

Van Duivenvoorde was kennelijk een financieel genie zoals er maar weinig zijn geweest. Hij was zijn tijd ver vooruit in het vergaren van zijn vermogen en paste middelen toe die hedentendage nog steeds in de financiele wereld worden gebruikt.

Willem wist tijdens zijn leven een enorm vermogen op te bouwen, niet alleen door leningen aan Koningen en aan de Keizer, maar ook door een modern centraal beheer over zijn bezittingen. In 1328 werd hij tot ridder geslagen door Hertog Jan III van Brabant en vervolgens benoemde de Hertog hem tot zijn baanderheer, waardoor Willem een aantal leenmannen onder zich kreeg.

Hij werd in 1329 door Keizer Lodewijk IV gelegitimeerd, zodat hij niet langer als bastaard hoefde te gelden. Willem stichtte het Kartuizerklooster van Geertruidenberg en een clarissenklooster te Brussel, waar hij is begraven.

Beeld Willen van Duivenvoorde

In 1313 beleend met enige hoeven onder Nootdorp. In 1320 beleend met de ambachten Dubbelmonde en Almonde. Verwierf het schoutambacht van Geertruidenberg, met de opbrengst der boeten. Hij ommuurde deze plaats en bouwde er een kasteel. Verwierf in 1320 het goed Strijen door aankoop van
de door de Heren van Strijen(ZH) gebouwde burcht. In 1325 werd hij Heer van Oosterhout.Door zijn huwelijk met Heylwich (1327) kreeg hij de burcht
en Heerlijkheid van Vianen in zijn bezit. In 1336 schonk Willem Vianen stadsrechten. In de ambachtsheerlijkheid Meerdervoort
stichtte hij het kasteel Develstein.

In de buurt van Almonde en Dubbelmonde verkreeg hij nog: Twintighoeven en andere plaatsen in de Langestraat (1328), Monsterkerk en Standhazen (1330), Strevelshoek (1345). Werd in 1339 Heer van Breda als vruchtgebruiker (tot zijn dood in 1353). Omdat Willem uit zijn huwelijk met Heylwich
van Vianen (overleden in 1351) geen wettige erfgenamen had (hij had wel minstens 12 bastaardkinderen) kwam de erfenis terecht bij de zoon van zijn halfbroer, dus zijn neef, Jan II van Polanen.

Door vererving gingen deze bezittingen over op de zoon van Jan II, Jan III van Polanen. De enige dochter van Jan III, Johanna(Jehenne) van
Polanen
, trouwde met Graaf Engelbrecht I van Nassau. Door dit huwelijk kwamen de Nassau's in het bezit van de Baronie van Breda en werden zij
vooraanstaande edelen in het Hertogdom Brabant. Dit legde de basis voor hun rol in de Nederlandse geschiedenis. In de titels van Koningin Beatrix
is de erfenis van Willem nog zichtbaar, zo is zij onder andere Barones van Breda.Willem van Duivenvoorde stichtte een tweetal kloosters.

Het ene werd gesitueerd bij Geertruidenberg in ons land en het andere werd in het gebied rondom Brussel te Belgie gerealiseerd.
Het eerste klooster werd gesticht in 1336 en was het eerste Kartuizerklooster in het Graafschap Holland waar Geertruidenberg toen toe behoorde.
Om deze reden werd het klooster dan ook het Hollandse Huis genoemd. De stichter was Willem van Duivenvoorde, een invloedrijk persoon die vele
bezittingen had en een vertrouweling was van de Graaf. Hij was Heer van Breda, Heer van Oosterhout en Burggraaf van Geertruidenberg.

De Kartuizers leefden min of meer als kluizenaars op een afgesloten domein en moesten hun bezittingen dus indirect beheren. Het aantal monniken
bedroeg steeds ongeveer een twintigtal. In 1566 vond ook in Holland op een aantal plaatsen de beeldenstorm plaats. Hoewel deze niet in het
Hollandse Huis doordrong werd het in de jaren daarna in toenemende mate onveilig door rondtrekkende groepen Geuzen. Op 31 augustus 1573 werd
Geertruidenberg ingenomen door de troepen van Willem van Oranje. De monniken vluchtten na gewaarschuwd te zijn door de Spaanse commandant,
waarop het klooster werd geplunderd en in brand gestoken.

De tekst uit die tijd spreekt boekdelen: 'Ende die Cathuysers sijn met groter haest wech gelopen ende hebbender al gelaten. Hetwelck die Goesen al
hebben genomen, groot goet van allen dingen ende bovenal veel schoender vetten ossen en hebben tcloester seer iammerlijcke vernielt'.



(l) Voorbeeld van een Clarissenklooster (Italie) en (r) Voorbeeld Kartuizerklooster Sevilla(Spanje)

De in het klooster voorhanden zijnde materialen werden in de stad gebruikt. Van de stenen van het klooster heeft men het Groot Prinsenhof gebouwd,
een verblijf voor de Prins van Oranje. Dit werd gesticht op de grond van het zusterklooster Catharinadal, dat eveneens onteigend was. Op de plaats van
het Kartuizerklooster werd een fort opgericht. Van het klooster is zelfs geen ruïne meer overgebleven. De monniken trokken weg en ondervonden
gastvrijheid in Breda, dat echter in 1577 eveneens in handen van Willem van Oranje viel. Hier heerste echter aanvankelijk, ten gevolge van de
Pacificatie van Gent, godsdienstvrijheid. Geleidelijk aan ontstonden onder de bevolking anti-katholieke gevoelens terwijl ook onder de monniken
verdeeldheid groeide. Dit culmineerde toen Breda in 1583 weer in Spaanse handen viel.

In 1589 echter werd Geertruidenberg weer op de Republiek veroverd door Parma. De monniken trokken ook weer terug en hun oog viel op het
Groot Prinsenhof. Uiteindelijk kwamen ze in een paar in beslag genomen huizen terecht. Op 24 juni 1593 werd Geertruidenberg alsnog door de troepen
van Prins Maurits. De kartuizers kregen een vrije aftocht. De terugweg naar Breda was echter afgesloten daar deze stad in 1590 eveneens in
Staatse handen was gekomen. Vermoedelijk zijn de monniken naar Antwerpen getrokken en ze raakten vervolgens verspreid al zijn enkelen in het k
artuizerklooster te Lier beland. In 1595 werd de laatste prior van het Hollandse Huis Klaas Huard, van zijn functie ontheven en nam de prior van Lier
de verantwoordelijkheid hiervoor over.


Maagd Maria beschermt Kloosterlingen

De Orde der Clarissen is een contemplatieve kloosterorde. Het is de tweede orde van Franciscus van Assisi, een vrouwelijke tak van de vroeg-
franciscaanse beweging, en werd rond 1212 door Clara van Assisi (Clara Sciffi) (1194-1253) gesticht in San Damiano. Naast de Clarissen bestaan
er ook veel congregaties van Franciscanessen die - vaak via verpleging, onderwijs of missie - armoede en ellende bestrijden. De Clarissen volgden de
oproep tot apostolische armoede. Een pleidooi van de Heilige Coleta om terug te keren naar dit ideaal leidde rond 1410 tot het ontstaan van de 'arme'
Clarissen of arme Klaren (Clarissen-Coletienen) en de 'rijke' Clarissen (Urbanisten), hoewel die ook zo rijk niet waren. Later ontstonden nieuwe
groeperingen, namelijk de Kapucinessen en Recollectinen. Clara van Assisi schreef een eigen kloosterregel.

In 1953 keerden vele Clarissenkloosters wereldwijd terug naar de oorspronkelijke regel van Clara, ook de Clarissen in Nederland deden dat. Daarmee
verdween het onderscheid tussen 'arme en rijke Claren'. Het leven van de Clarissen is er een van volkomen afzondering van de wereld, vol armoede,
boete en beschouwing. Hun dagtaak is een afwisseling van handenarbeid en koorgebed; sommige Clarissen komen om middernacht samen voor gebed.
Clarissen leven in beslotenheid, dit betekent dat zij hun monasterium niet verlaten. In Nederland zijn twee vitale kloostercommuniteiten met
Clarissenzusters in Nijmegen en Megen. Er waren meerdere gemeenschappen, te weten in Tilburg, Helmond, Nieuwe Niedorp, Eindhoven, Babberich
en Cadier en Keer. Maar deze gemeenschappen vergrijsden in de loop der jaren. De overgebleven Monialen worden verzorgd in een speciaal
Monialenklooster in Someren, namelijk het Zorgcentrum Witven.

Ook in Wamel in het Land van Maas en Waal werd een clarissenklooster gesticht, namelijk rond 1445. In 1461 bevestigde Paus Pius II het bezit van het
klooster "St. Clara" te Wamel aan de Clarissen. In 1572 schrijft Petrus Canisius aan zijn zus Wendelina over hun halfzus, de toenmalige en laatste abdis
van Wamel. In maart 1574 moesten de zusters vluchten naar Tiel en werd hun klooster door de Geuzen met de grond gelijk gemaakt. Deze laatste abdis
van Wamel, Gerarda Canis, ligt in Kleef begraven waar ze na Tiel via Nijmegen uiteindelijk haar laatste rustplaats vond. De goederen en landerijen
werden van beide kloosters, Wamel had ook nog een klooster van de Zusters van het Gemene Leven, in 1609 door de Protestantse Kerk overgenomen.
Er is in ons land nog een Clarissenklooster en wel de in 1990 uit de Verenigde Staten naar Nederland gekomen Arme Clarissen (Poor Clares).
Deze hebben zich, na een aanvankelijk verblijf in Elshout, in 1993 in Eindhoven gevestigd.

Stamboom Van Polanen - Van Oranje-Nassau

Doede van Voorhout (±1080 - voor 1161) X ? onbekend

Kerstant Doedenszn van Wassenaer-van Raephorst werd geboren ±1110 en overleed rond ±1189.
Was de zoon van Doede van Voorhout.

Hij trouwde voor de 1e keer met X ? onbekend.

Trad voor de 2e maal in het huwelijk met Halewin van Leiden-van Pendrecht (* ±1130 - + 1198)

Kreeg kinderen en de belangrijkste was de 3e zoon Philips I van Wassenaer (* ±1145 - + ±1223).
Deze trad in het huwelijk omstreeks ±1165 met Meilindes Mellisendis (* ±1145 - + voor 1170).
Na haar overlijden trouwde Philips I voor de 2e keer rond ±1170 met Agnes Persijn (* ±1145 - + ±1223).
Uit dit huwelijk werd geboren:

Philips II van Wassenaer (±1190 - voor 1258) trad in het huwelijk met Florentia van Streijen - van Duivenvoorde
(* ±1190 - + ?).

Zij kregen een zoon:

  • Johan van Wassenaer-van Duivenvoorde/Duvenvoirde/Duyvenvoorde (* 1216 - + 1295). Hij trouwde met Ghisekyn uter Lyeresdr

    (* ? - + ?). Uit dit huwelijk werd een kind geboren:
  1. Philips III van Wassenaer-van Duivenvoorde (* 1248 - + 1309) en werd verbonden in de echt in 1295 met Elisabeth van Bosinchem en Vianen (* ? - + 1332). Philips kreeg een buitenechtelijke zoon:
  • Willem v.Duivenvoorde (1290-1353)en trouwde in 1326 met Heylwich van Vianen (* 1294 - + 1351). De zoon van zijn halfbroer Jan I van Polanen benoemt hij tot zijn erfgenaam.

Jan I van Wassenaer-van Duivenvoorde-van Polanen (* 1288 - + 1342) trad in het huwelijk rond 1322 met Catharina van Brederode
(* 1293 - + 1372). Een zoon werd geboren:

  • Jan II van Wassenaer-van Duivenvoorde-van Polanen (* 1324 - + 1378) en hij werd in de echt verbonden in 1348 met
    Oda/Oeda van Horne/Hoorne
    (* 1318 - + 1353). Zij kregen 3 kinderen:
  1. Jan III van Polanen (* ±1340 - + 1394) trouwde met Maria van Brabant en later met Odillia van Salm
  2. Beatrijs van Polanen (* ca.1344 - + 1394). Zij trouwde met Hendrik VIII van Bautershem. Hij was de zoon van Hendrik VII van Bautershem ridder, als
    Hendrik VII Heer van Bautershem, als Hendrik I Heer van Bergen op Zoom en Maria Merxheim vrouwe van Wuustwezel en Brecht (* ca.1318 - +???).
  3. Oda van Polanen (* ca.1351 - + 14??), huwde met Hendrik III van Montfoort, Burggraaf van Montfoort.

Jan II trouwde voor de 2e maal in 1353 met Machteld van Brabant-van Rotselaer (ook bekend als Mechtild Maria van Brabant)
de bastaarddochter van Hertog Jan III van Brabant en Maria van Valois(* 1335 - * 1366). Een kind komt hieruit voort:

  1. Dirk van der Lecke.

Jan II trad in 1370 voor de 3e maal in het huwelijk met , Margaretha van der Lippe geheten, dochter van Otto van Lippe en
Irmgard van der Mark

(* 1350 - + 1387). Zij kregen een kind:

  1. Otto van der Leck (+ ovl. voor 20 oktober 1428) trouwde voor 1396 met Sophia van den Bergh (+ -27 mei 1422) erfdochter van Willem van den Bergh en van den Bylandt, dochter van Frederik III van den Bergh Heer van den Bergh en van den Bylandt en Catharina van Buren.

    (l) Grote Kerk van Breda en (r) het Praalgraf van Engelbrecht II en Cimburgia

Jan III van Polanen (* 1340 - + 1394) trouwde in 1380 met Maria van Brabant (* 1354 – + 1389) die een bastaarddochter was van Hertog
Jan III van Brabant en Maria van Evreux (*??? - +???)

Jan III van Polanen werd wederom in de echt verbonden in 1390 met Odilia van Salm-Ardennen (* 1370 - + 1428) oftewel
Oda Gravin van Salm-Ravenstein. Zij krijgen een erfdochter:

  1. Johanna van Polanen-van der Leck (* 1392 - + 1445) en zij trad in het huwelijk in 1403 met Engelbrecht I van Nassau (* 1370 - + 1442).
    Zij kregen 6 kinderen zoals reeds werd vermeld. De oudste zoon Jan IV van Nassau (* 1410 - + 1475) trouwde in 1440 met Maria van
    Loon-Heinsberg (* 1424 - + 1502). Zijn oudste zoon werd Engelbrecht II.

Engelbrecht II van Nassau (* 1451 - + 1504) huwde in 1468 met Cimburga van Baden (* 1450 - + 1501). Uit deze samenleving werden geen
kinderen geboren. Zijn broer volgde hem op.

Jan V van Nassau (* 1455 - + 1516) werd in 1482 in de echt verbonden met Elisabeth van Hessen (* 1466 - + 1523).

Hun zoon Hendrik III van Nassau (* 1483 - + 1538) volgde hen op en hij trouwde in 1503 met Françoise van Savoye (* 1485 - + 1511).
Na haar verscheiden trad hij in het huwelijk in 1515 met Claudia van Chalôn (* 1498 - + 1521). Tenslotte na het overlijden van Claudia werd Hendrik
in de echt verbonden in 1524 met Mencia de Mendoça (* 1508 - + 1554).

Uit zijn 2e huwelijk met Claudia werd een zoon geboren en dat was René van Chalôn - van Oranje-Nassau (* 1519 - + 1544). Deze trad in het
huwelijk on 1540 met  Anna van Lotharingen (* 1522 - + 1568).  René van Chalôn erfde in 1530 het Prinsdom Orange van zijn oom Philibert
(de broer van zijn moeder Claudia van Chalôn). Er werd een dochtertje geboren dat slechts 3 weken oud overleed en zij werd bijgezet in
de Grote Kerk van Breda.

Zijn bastaardzoon Palmedes kwam niet in aanmerking voor de erfenis. Deze ging naar zijn neef Willem van Oranje oftewel Willem de Zwijger.


Kasteel van Breda

De Polanens waren een tak van het Grafelijk geslacht Van Wassenaer. Van Wassenaer is de naam van een oud adellijk geslacht in het Graafschap Holland,
dat voor het eerst vermeld werd op 3 november 1200. Het is een van de weinige oorspronkelijke adellijke families van "Holland" die niet uitgestorven zijn.
De naam is misschien afgeleid van de halve (wassende) maan in het familiewapen, ontleend aan een Arabische banier die een telg van dit geslacht eens op
een kruistocht zou hebben buit gemaakt. De landerijen van het geslacht Wassenaer omvatten onder meer
het dorp Wassenaar en het kasteel Duivenvoorde bij Voorschoten.