OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Ville d'Orange
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Het Huis van Oranje

Ontstaan geslacht Baux-d' Orange

Als deel van het oude Koninkrijk Bourgondië, behoorde het Graafschap Orange sinds 1032 tot het Heilige Roomse Rijk. Maar over de geschiedenis
van het ontstaan van het Prinsdom hangen sluiers en die werden langzamerhand opgelicht als in de 12e-eeuw de Heren van Baux, stammende
uit de Provence het gebied in eigendom verkrijgen. Over het ontstaan van het geslacht Baux zijn weinig verdere gegevens bekend. Het Gravenhuis
Baux, splitste zich in 1150 in twee linies, waarvan er een in 1163 door Keizer Frederik Barbarossa I in de Rijksvorstenstand werd verheven.
Het gebied van deze laatste tak kwam na de dood van Raimbaud III via diens zuster Tiburge III toe aan haar echtgenoot Bertrand I van Baux.
Het gebied van de Grafelijke tak werd aanvankelijk afgestaan aan de Johannieterorde - een Maltezer Orde - , maar Bertrand III herenigde geheel
Oranje in 1308. Het was een klein gebied Orange, dat dankzij de Keizer als Prinsdom werd erkend en waarvan de heerser
voortaan soeverein Vorst was.

De Prins diende zich bewust te zijn van het feit dat zijn gebied, grenzende aan de Pauselijke grondgebied Comtat Venasissin, een enclave
vormde, open lag voor grote gevaren die inderdaad niet zijn uitgebleven. Juist die Soevereiniteit gaf de problemen en daarmede ook de grote aantrekkingskracht weer. Internationaal bezien stond de Prins van Oranje hoger op de Adellijke ladder dan zijn neven van Nassau. Laten we eens
kijken hoever er kan worden gekomen met het onderstaande verhaal over de voorvaderen van de eerste Graaf - later Prins - van Orange uit het
Huis Baux. De leden van dit geslacht waren rond die tijd behoorlijk bekend en vochten mee in veldtochten tegen de Moren alsmede de eerste
Kruistocht van het Palestijnse land om hen te bevrijden van de Arabische overheersing.

Het geslacht Baux doet van zich spreken zo rond het jaar 970. Er was toen sprake van ene Graaf Pons (le Jeune), hoogstwaarschijnlijk geboren rond 970 of eerder. Hij bezat het Kasteel Balcius in het land van Arles. Een overeenkomst uit 981 maakt gewag van een schenking van deze edelman en zijn vrouw Protecte aan het klooster Montmajor, wegens verleende diensten ten behoeve van zijn zoon, Hugues de Baux. Hugues kreeg drie kinderen, Guillaume, Pons en Bertrand.

Bertrand Rambaud de Baux die getrouwd was met zijn eerste vrouw Gilberte, zorgde voor nageslacht. Uit dat huwelijk werd een zoon geboren genaamd Rambaud II van Baux. Die werd gelijk benoemd tot Graaf d'Orange. Helaas werd zijn geboortejaar nimmer vastgelegd, zodat het niet bekend is wanneer hij precies ter wereld kwam. In elk geval werd zijn naam verbonden met die van Adhemar van Le Puy en Robert II, Graaf van Vlaanderen.

Die laatste leefde van 1065 - 1111. Rambaud valt, mede bezien zijn deelname aan de Eerste Kruistocht, in elk geval te plaatsen, rond de jaren 1096 en 1098. De Eerste Kruistocht (1096-1099) was een militaire expeditie door het Westers christendom om het Heilige Land, dat veroverd was in de moslimverovering

Rambaud II
Graaf van Orange

van de Levant terug te krijgen, wat uiteindelijk resulteerde in de herovering van Jeruzalem In 1095 riep paus Urbanus II ertoe op, als reactie op een verzoek van Byzantijnse Keizer Alexios I Komnenos, dat westerse vrijwilligers hem zouden komen bijstaan om de binnenvallende Seltsjoeken af te weren van Anatolië.

Een bijkomend doel werd al snel de voornaamste doelstelling - de christelijke herovering van de heilige stad Jeruzalem en het Heilige Land en het bevrijden van de oosterse christenen van de islamitische heerschappij. Tijdens de kruistocht reisden ridders en boeren van vele naties van West-Europa over land en zee, eerst naar Constantinopel en daarna verder naar Jeruzalem, als kruisvaarders; de boeren waren veel talrijker dan de ridders. Boeren en ridders werden gesplitst in afzonderlijke legers, maar omdat de boeren niet zo goed getraind waren in de strijd als de ridders, lukte het hun leger niet Jeruzalem te bereiken.

Eens de ridders Jeruzalem bereikten vielen ze de stad aan,
die ze ook veroverden in juli 1099. Ze vestigden daarop de kruisvaardersstaten van het Koninkrijk Jeruzalem, het Graafschap Tripoli, het Vorstendom Antiochië en het Graafschap Edessa.

Omdat de Eerste Kruistocht grotendeels draaide rond Jeruzalem, een stad die reeds 461 jaar niet meer onder christelijke heerschappij was
geweest, en het kruisvaardersleger weigerde het land terug te laten keren onder het bestuur van het Byzantijnse Rijk, bleef de status van de
Eerste Kruistocht als defensief of als agressief controversieel. De Eerste Kruistocht maakte deel uit van de christelijke reactie op de islamitische
veroveringen en werd gevolgd door de Tweede Kruistocht tot de Negende Kruistocht, maar de gemaakte winst hield minder dan 200 jaar stand.
Het was ook de eerste grote stap op weg naar de heropening van de internationale handel in het Westen sinds de val van het West-Romeinse Rijk

De Kruisvaarders staat, het Koninkrijk Jeruzalem, bestond van 1099 tot 1291 in Palestina. Op het hoogtepunt van haar macht, besloeg het
Koninkrijk het huidige Israël, zonder de Negev woestijn, een stukje van de Jordaan naar de Rode Zee en het zuidelijk deel van Libanon met Beiroet.
Eerst werd de broer van Boudewijn, Godfried van Bouillon werd op 22 juli gekroond tot Advocatus Sancti Sepulchri, Beschermer/Voogd van het
heilige graf, omdat hij weigerde de Koningstitel aan te nemen. Na zijn dood liet zijn broer Boudewijn I zich tot Koning van Jeruzalem kronen op
25 december 1100. Deze Boudewijn was en Graaf van Edessa van 1098 tot 1100 en Koning van Jeruzalem van 1100 tot 1118.

Godfried van Bouillon Kruisvaders Staten 1135 Boudewijn van Boulogne
Boudewijn de Boulogne, Kruisvaarder Staten rond 1135 en Godfried van Bouillon

Het Graafschap Tripoli, het huidige Libanon, stond onder heerschappij van Bertrand van Toulouse als vazal van Koning Boudewijn.
De kruisvaardersstaat werd veroverd en gecreëerd door de christelijke strijdkrachten in 1109. In de 13e eeuw werd het Graafschap een provincie
van het Prinsdom van Antiochië. Antiochië was een Vorstendom dat in 1098 ontstond tijdens de Eerste Kruistocht toen kruisvaarders de
gelijknamige stad Antiochië in Syrië innamen. Antiochië, een oude christelijke stad in het Byzantijnse Rijk, was enige jaren tevoren, in 1085, in handen
gevallen van de islamitische Seltsjoeken. De Byzantijnse bouwwerken in de stad dateerden uit de tijd van Justinianus I en waren recent gerestaureerd
of verbouwd, de Seltsjoeken hadden daarna de stad bemachtigd door middel van bedrog, waardoor de stadsmuren intact waren gebleven.

Sinds 1088 was de gouverneur van de stad Yaghi-Siyan, deze was er zeer van bewust dat er een kruisvaart onderweg was vanuit Anatolië in 1097,
en had de hulp ingeroepen van nabijgelegen moslimstaten, maar kreeg daar geen antwoord op. Om zich voor te bereiden op de komst van de
kruisvaarders, zette hij de orthodoxe patriarch van Antiochië, Jan de Oxite gevangen. Verder gaf hij het bevel dat de orthodoxe Griekse en
Armeense bevolking de stad moesten verlaten, de Syrische orthodoxen mochten wel blijven. Ondertussen hadden de kruisvaarders er ruim drie
maanden over gedaan om Antiochië te bereiken, nadat ze succesvol de Slag bij Dorylaeum hadden doorstaan. In de maanden die volgden
werd de reis vooral bedreigd door voedseltekorten, de hitte maar ook de kou en de Seltsjoeken die op de loer lagen.

Bij de oude Romeinse stad Heraclea scheidde een klein konvooi kruisvaarders onder leiding van Tancred en Boudewijn van Boulogne zich af op zoek
naar voedsel; zij zouden zich later hergroeperen met het hoofdleger. Boudewijn van Boulogne zou echter niet meer terugkeren en had zijn zinnen
gezet op de stad Edessa en de landerijen eromheen. Boudewijn I overleed in 1118 zonder erfgenamen en werd opgevolgd door zijn neef
Boudewijn II, Graaf van Edessa. Ook hij was een bekwaam bestuurder, en alhoewel hij meermalen in moslimhanden viel, werden de grenzen van het
rijk onder zijn regering verder uitgebreid. In 1124 veroverde men de stad Tyrus.

Boudewijn II werd in 1131 opgevolgd door zijn dochter Melisende, die samen met haar echtgenoot Fulk (Fulco van Anjou) het koninkrijk regeerde. Onder Fulks bekwame bestuur -hij was een geducht legeraanvoerder- bereikte het koninkrijk zijn hoogtepunt zowel in economisch als in artistiek oogpunt. Zo werd het Psalter van Melisende tussen 1135 en 1143 in opdracht gegeven.

Fulk kreeg echter te maken met een nieuwe en gevaarlijk vijand, de atabeg Zengi van Mosoel. Hoewel hij hem van het lijf wist te houden zou hem later door Willem van Tyrus verweten worden de grenzen niet voldoende versterkt te hebben. Fulk overleed aan de gevolgen van een ongeluk

Val JerusalemDe val van Jeruzalem in 1291

gedurende de jacht in 1143. Koningin Melisende werd regentes voor haar oudste zoon en benoemde Mannases van Hierges tot Constabel over het leger. In 1147 arriveerde de Tweede Kruistocht. De Koningen van Frankrijk en Duitsland besloten op hun bijeenkomst in Tripoli de Emir van Damascus
aan te vallen die tot dusver vriendelijke betrekkingen met Jeruzalem had onderhouden en een vredesverdrag met Jeruzalem gesloten had. De reden was simpel: Damascus was een makkelijke prooi. Protesten van de koningin en andere kruisvaarderstaten mochten niet baten. Zij hadden veel liever
een aanval op Aleppo gezien omdat de herovering van Edessa een stapje dichterbij zou gekomen zijn.

De Kruistocht liep in 1148 op een nederlaag uit en verzandde. Melisende bleef aan de macht totdat zij door haar zoon Boudewijn III 1153 gedwongen
werd het veld te ruimen. Toch benoemde hij haar het volgende jaar nog als zijn voornaamste adviseur. Boudewijn veroverde Ascalon op de
Fatimiden en zo ging de laatste Egyptische buitenpost op de Palestijnse kust teloor. Toch verslechterde de situatie van de kruisvaarders geleidelijk,
vooral nadat Nur ad-Din erin slaagde Damascus in te nemen en geheel Syrië te verenigen. De koning overleefde zijn moeder maar een jaar en stierf in
1162. Hij werd opgevolgd door zijn broer Amalrik I. Hij streed vooral met Nur ad-Din's sluwe dienaar Saladin, die in Egypte de dienst uitmaakte.
Hoewel hij de steun genoot van Keizer Manuel I van Byzantium slaagde hij er niet in Egypte onder controle te krijgen.

Na de dood van Amalrik en Nur ad-Din in 1174 viel de macht in handen van Saladin. Amalrik werd opgevolgd door zijn zoontje Boudewijn IV, die al
op jeugdige leeftijd melaatsheid bleek te vertonen. Onder zijn regering begon het Koninkrijk scheuren te vertonen. Er vormde zich een factie die zijn
neef, Graaf Raymond III van Tripoli steunde (de 'adelspartij') met daar tegenover de 'hofpartij' rond Guy de Lusignan die de steun van de koning en
de nieuw aangekomenen in het koninkrijk genoot. Boudewijn stierf in 1185 en de kroon ging naar het zoontje van zijn zuster Sibylla.

Boudewijn V die slechts een kind was. Zo viel de macht in handen van Sibylla's echtgenoot Guy, wiens bewind een grote ramp voor het Koninkrijk
bleek te zijn. Zijn nauwe bondgenoot Reinoud van Châtillon, de Heer van Transjordanië en het fort van Kerak daagde Saladin uit een openlijke
oorlog te beginnen. Bij de slag van Hattin werd in 1187 het Koninkrijk vernietigd en de maanden die erop volgden liep Saladin het in zijn geheel onder
de voet met uitzondering van de havenstad Tyrus die door de nieuwkomer Koenraad van Montferrato op kundige wijze verdedigd werd. De Val van
Jeruzalem zond een schokgolf door geheel Europa en er volgde een Derde Kruistocht. Door toedoen van de Engelse Koning Richard Leeuwenhart
werden de kuststeden -met name Akko- heroverd en na de Slag bij Arsoef werd in 1192 een verdrag met Saladin gesloten.

Koenraad van Montferrat werd uitgehuwelijkt aan Isabella de dochter van Amalrik I, en werd zo Koning van een Koninkrijk Jeruzalem, zonder dat deze
stad er nog toe behoorde. Hij werd echter vrijwel onmiddellijk door de Assassijnen vermoord, waarna Isabella aan Hendrik II van Champagne
uitgehuwelijkt werd. De eeuw die erop volgde kende een Koninkrijk van Jeruzalem dat niet meer dan een restantje was. Het omvatte een aantal
kuststeden met als hoofdstad Akko. De Vierde Kruistocht 1204 bracht daarin geen verbetering. Integendeel, door de intriges van de Venetiaanse
Doge werd Constantinopel aangevallen en dat ondermijnde de positie van de kruisvaarders nog meer.

Isabella en haar echtgenoot Amalrik I van Cyprus overleden in 1205 en opnieuw werd een minderjarig meisje, Maria van Montferatto, dochter van
Koenraad en Isabella koningin van Jeruzalem. Zij werd uitgehuwelijkt aan Jan van Brienne, een ervaren krijger van in de zestig. Hij slaagde erin het
schamele koninkrijk wat te stabiliseren en er werden zelfs plannen gemaakt Egypte te veroveren, maar de Vijfde Kruistocht kwam voor Damietta
jammerlijk tot een einde. In 1229 kwam Keizer Frederik II die door huwelijk met de erfprinses Yolande de titel Koning van Jeruzalem mocht opeisen
door de Zesde Kruistocht en een geslaagde onderhandeling met de Ayyubieden Sultan Al-Kamil, nog even tijd weer in bezit van de stad waar hij
zich Koning van noemde, maar deze hernieuwde aanwezigheid van de kruisvaarders in de Heilige Stad was kort van duur.

De stad was vrijwel onverdedigbaar en viel in 1244 opnieuw in de handen van de Ayyubiden. De Zevende Kruistocht van Lodewijk IX van Frankrijk
mocht daar geen verandering meer in brengen.In de periode 1229 tot 1268 woonde de koning van Jeruzalem in Europa en liet zich door een
baljuw vertegenwoordigen. De titel ging over op Koenraad IV van Duitsland en diens zoon Koenraad III van Jeruzalem. In 1269 was er van het
Koninkrijk niet veel meer over en werd de kroon van Jeruzalem opgeëist door de Koningen van Cyprus. Even nog gloorde er wat hoop voor de
laatste kruisvaarders op het vasteland van Ourtremer toen de Mammelukken die Syrië beheersten door de Mongolen belaagd werden, maar
nadat deze dreiging bezworen was namen de moslimvorsten wraak op de schamele resten van de kruisvaarderstaat.

Ook na 1291 toen de laatste stad in het Heilige Land (Akko) onder sultan Khalil in handen van de moslims viel, bleven de koningen van Cyprus de t
itel Koning van Jeruzalem voeren. Zij hielden zelfs twee aparte kroningsplechtigheden en maakten vele plannen voor een herovering van het
Heilige Land, die echter nooit uitgevoerd werden. In 1489 kwam ook aan het Koninkrijk Cyprus (en het Koninkrijk Jeruzalem-in-ballingschap)
een einde, toen het eiland door Venetië overgenomen werd. Spoedig daarna zou het belang van de handel op de Levant voorgoed verminderen
omdat de Portugezen andere wegen naar het verre Indië ontdekt hadden. Na het verlies van Jeruzalem werd de aanspraak op de titel Koning van
Jeruzalem vererfd. Omdat het een titel zonder reële macht was zijn er vijf lijnen die aanspraak maken op deze Koningstitel. Dit zijn de Oostenrijkse Habsburgers, twee verschillende lijnen binnen het geslacht Bourbon, de Dynastie Wittelsbach, en de lijn van het Huis van Van Male.

Heren en Burggraven van Baux

Pons, Heer van Baux, geboren voor 989 en overleden na 1008/09. Getrouwd met Profecta afkomstig uit een onbekend geslacht. Daaruit werd een kind geboren:

  1. Hugues de Baux rond 1009, overleden na 15 oktober 1059.

Hugues de Baux trouwde met Inauris d'Apt, dochter van Guillaume, Heer van d'Apt en zijn vrouw Enaurs. Het stel kreeg drie kinderen.

  1. Zoon Guillaume (+ 1034/45 - - verdere info onbekend)
  2. Zoon Pons (geboortedatum niet geregistreerd)
  3. Zoon Hugues (geboortedatum onbekend)

In 1173 trouwde Tiburge, dochter van de eerste en de laatste oorspronkelijke tak van het Huis d'Orange met Bertrant I de Baux (* 1181 - +??)

Drie van hun zoons werden stichters van evenzo vele verschillende takken van het Geslacht de Baux.
Allen waren gerechtigd het wapen van De Baux - Orange te voeren.

  1. Willem (+ 1218) erfde het Graafschap van zijn moeder en van hem stammen alle verdere Oranje's af.
  2. Hugo (+1240) werd de grondlegger van de tak De Baux-Avellino.
  3. Bertrand II (+ op of omstreek 1201) de Heren van De Baux-Berre tot nageslacht had.

De eerste tak is ons welbekend en de laatste tak is minstens zo belangwekkend. Als leenheer hadden de Baux de Graaf van Provence boven zich en die
was een Valois-Anjou van geboorte. Sedert de troonbestijging van Karel de twee in 1266, was deze Graaf ook Koning van Napels. Bertrand II was de
bet-achter kleinzoon van Graaf Bertrand en Prinses Tiburge en trok met zijn Vorst naar het zuiden. Zijn zoons Bertrand III en Hugo van Montfort,
alsmede de neven Barral, Graaf van Toulouse en zijn zonen Bernhard en Bertrand en Bertrand van Baux-Pruis vergezelden hem. Het legde hen
geen windeieren en weldra kreeg men onder de Italiaanse naam Del Balzo, vele leengoederen. De naam Del Balzo is een verbastering of zo men wenst
een vertaling van het oud-Franse De Balz. Het aantal titels en benamingen werd indrukwekkend. Bertrand II werd in 1274 Baron van Trogessana en
zoonlief Bertrand III (+ 1351) werd gehonoreerd met de titel van Graaf van Andria. Zoon Frans van de laatste bracht het zelfs tot Hertog.

Het regerend Koningshuis kwam in zicht. Bertrand III trouwde voor de eerste keer met Beatrix van Anjou, dochter van Koning Karel II. De andere zoon,
Hertog Frans, deed het nog beter. Al eerder was hij getrouwd geweest met een familielid Louise van San Severino. Na haar dood trad hij in het huwelijk
met in 1352 met zijn nicht de Koningin-Weduwe van Schotland en titulair Keizerin van Constantinopel, Margaretha van Anjou, dochter van
Prins Philips van Tarente en kleindochter Koning Karel II en van de Byzantijnse Prins Nicephorus Angelus. Later zou hij ook nog schoonvader worden
van Koning Ferdinand van Sicilie, van Prinses Agnes van Anjou-Durazzo en van Peter van Luxemburg, Graaf van Sint Pol.

Op aandrang van Lodewijk I van Anjou, trouwde Maria d'Enghien, dochter van Graaf Jean d'Enghien en deze heerste over het Graafschap Lecce met
weer een verwant, Raimondello Orsini-Del Balzo. De vader van zijn moeder, Gravin Sveva del Balzo was , Hugo des Baux (+1315) was zowel van zijn
vaders als zijn moederszijde een bet-achterkleinzoon geweest van Willem van I van Oranje-Baux. Raimondello was op een nog andere manier
verbonden het geslacht Des Baux. Zijn zuster Sveva werd in 1381 de derde vrouw van de inmiddels weduwnaar geworden Frans I del Balzo,
Hertog van Andria. Verder voegde Raimondello aan zijn al indrukwekkende serie titels die van Prins van Tarente in 1393 toe. Het Prinsdom was een
cadeau van Koning Karel III van Napels aan zijn Capitano-Generale.

Isabella van AppiaPaaskandelaarGraf Raimondello
Graf Raimondello van Orsini - Del Balzo, Napels, Paaskandelaar Frans I Del Balzo - de Capua en Grafmonument Isabella van Appia, Napels

Zo was deze van oorsprong Des(Les) Baux uitgegroeid tot een van de machtigste mannen van Italië en het Koninkrijk Napels. Zijn hof in Tarente
maakte Raimondello tot een centrum van Kunsten, Wetenschappen en Letteren. In deze omgeving vind men ook het Wapen van Oranje en dat is te
danken aan een vrouwelijke nazaat van Des Baux , Maria d'Enghien. De kerk in Galetina werd daarvoor door haar uitgekozen. De bouw van deze kerk
werd overigens gestart door Raimondello in 1391. Hij werd er zelfs later in begraven (zie foto) en kreeg eem tombe in laat-gotische stijl die omstreeks
1400 in zwang was in Napels. Dankzij Maria vinden we nu een bedehuis met fantastisch fraaie fresco's uit de 14/15e eeuw, die rechtdoen aan de
Italiaanse beeldhouwkunst uit die tijden en haar meesters.

Met dit verhaal is de geschiedenis van het Huis Des Baux en haar geslachten in Italië zeker niet afgelopen. Helaal stierven wel de takken van Willem en
Frans II uit. Degene die zo verstandig waren geweest uit het gebied te vertrekken bleven voortbestaan en keerden successievelijk terug naar hun
voorvaderlijke geboortegronden in Frankrijk. En dat niet alleen. Ook het verkregen gebied in Italië telde mee. Daarom vindt men in de Sante Chiara
kerk, de basis van de Italiaanse Anjou's het Baux-Oranje wapen veelvuldig terug. De zevende kapel aan de linkerhand, de eerste na de zijingang is er
vol van. In een uitvoerig latijns opschrift, aangebracht op de vloer, doet men kond van het feit Scipione del Balzo, tezamen met neef en zwager
Girolamo de begraafplaats van hun geslacht die daar sinds eeuwen en eeuwen is, in 1616 hebben vernieuwd.

Behalve in de familiekapel zijn ook elders de Santa Chiara Kerk enkele leden van het geslacht Des Baux begraven. De gotisches tombes van het
Koninklijk Huis van Anjou, herinneren aan Maria van Sicilie (+ 1366), dochter van Koning Karel van Calabrië, die achtereenvolgens de echtgenote
was van Karel II van Durazzo, van Robert del Balzo, Graaf van Avellino en van Prins Philips van Tarente. Zij mocht zich ook titulair Keizerin van
Constantinopel noemen. Een ander beelhouwwerk geeft blijk van Agnes van Durazzo (+ 1388), de vrouw van Jacob del Balzo, Hertog van Andria
en de laatste titulair Keizer van Constantinopel. Beiden rusten in hetzelfde graf in de Sante Chiara kerk in Napels. Overigens is het merkwaardig van
niet alleen bij de Franciscanessen te Napels Del Balzo's begraven liggen. Zelfs in de Dominicanerkerk vinden we hun graven.

Bertrand III van Baux, Graaf van Andria + 1351), trouwe volgeling van Karel II van Anjou, werd er bijgezet, tussen twee zonen van zijn soeverein.
Deze waren door zijn huwelijk met Beatrix van Anjou, zwagers geworden. Ook voor Johan, Hertog van Durazzo en Philips, Prins van Tarente werden
tombes opgericht, zij het eerst in de 15e eeuw. Tenslotte is in de Basilica van San Dominico Maggiore een door Franscesco del Balzo - van Capua
geschonken paaskandelaar te vinden, gemaakt van veelkleurig marmer. Ook hierop komt het wapen van Baux - Orange voor, tesamen met andere kwartieren. Voor deze paaskandelaar gebruikte men drie pilasters, daterende uit de 14e eeuwse sarcofaag van Philips van Tarente (+ 1331), de
tweede schoonvader van Frans I des Baux - Andria.

Genealogisch onderzoek wijst erop dat Scipione een nazaat uit de zevende graad der Bianchino's is geweest. Zijn zus Isabella trouwde namelijk met
haar achterneef, Girolamo del Balzo die weer in de zesde graad afstamde van het geslacht der Bianchino's. Ook Scipione's vrouw heette Del Balzo.
Zij diende oom te zeggen tegen haar zwager Girolamo. Al deze zwaarwegende familiebanden, hebben zowel Scipione als Girolamo geïnspireerd om
de familiekapel te Napels, door verregaande ouderdom in heel slechte staat, te laten restaureren met het bontkleurige marmer en stijl die hun tijd
zo sierde. Zo lieten zij de graven van Raymond des Baux-Soletto (+ 1375) en zijn echtgenote Isabella van Appia uit Casuluce uit Aversa hier
naar overbrengen. Sindsdien is er niet veel meer veranderd. De Tweede Wereldoorlog ging hieraan gelukkig voorbij.