OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Ville d'Orange
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Het Huis van Oranje

Het ontstaan van Orange

Orange is een prachtig stadje in de Vaucluse ongeveer twintig kilometer ten noorden van Avignon en gelijk Parijs heeft het een Arc de Triumphe.
Orange is een verbastering van Arausio. Dat was de naam van een Keltische watergod en ook de naam van een naar hem genoemde Keltische
nederzetting, waar de Romeinen in 105 BC verpletterend verslagen werden door Cimbren en Teutonen. In het jaar 35 voor Christus werd daar door
de veteranen van het Tweede Gallisch-Romeinse Legioen een nederzetting gesticht. Deze verzamelingen Romeinse gebouwen kreeg vooralsnog de
naam"Colonia Julia Firma Secundanorum Arausio"en werd later de ons bekende stad Orange.

Afbeeldingen van fruit in de Vlag en het Wapen van Orange wijzen naar streekproducten, buiten de wijn, en staan bekend als het 'Orange fruit' dat
veelvuldig in het gebied van de Vaucluse, onderdeel van de Provence, wordt gekweekt. Thans heeft de stad rond de 30.000 inwoners,
een Nationaal Monument de kathedraal Notre-Dame-de-Nazareth. De bekende Arc en het beroemde Romeinse Theater
staan sinds 1981 op de lijst van hetWereld erfgoed van de UNESCO.

Heraldisch Wapen
Orange

Het is ook de warmste stad van Frankrijk. In de 4e eeuw werd het een Bisdom. Vervolgens werd het een Graafschap en 400
jaren later veroverde Guilhelm(Willem) een edel- en leenman van Karel de Grote, Orange en werd het een Prinsdom in
het zuiden van Frankrijk dat tot 1711 zelfstandig was. Het grensde in het westen via de Rhône aan Frankrijk en werd aan alle
andere zijden omsloten door het Comtat Venaissin.

Het gebied Orange heeft de geschiedenis die veel ouder is als die van het geslacht Nassau's. Zoals reeds vermeld was de stad
van grote betekenis in de tijd van de Romeinen. Vele Romeinse oudheden herinneren aan die glorieze tijd. De eerste Graaf
van Oranje was, volgens de overleving, Willem met de Hoorn (Guilhelm, of Guillaume au Court Nez), een hoveling van Karel
de Grote, die zich verdienstelijk zou hebben gemaakt met het verdrijven van de Moren uit het Rhone-dal en de stad Orange
in 793 op het Arabische volk de Saracenen heroverde.

Als deel van het oude Koninkrijk Bourgondië, behoorde het Graafschap sinds 1032 tot het Heilige Roomse Rijk. Maar over de geschiedenis van
het ontstaan van het Prinsdom hangen sluiers en die werden langzamerhand opgelicht als in de 12e-eeuw de Heren van Baux, stammende uit de
Provence het gebied in eigendom verkrijgen. Over het ontstaan van het geslacht Baux zijn heel weinig verdere gegevens bekend. Het Gravenhuis
Baux, splitste zich in 1150 in twee linies, waarvan er een in 1163 door Keizer Frederik Barbarossa I in de Rijksvorstenstand werd verheven.

Het territorium van deze laatste tak kwam na de dood van Raimbaud III via diens zuster Tiburge III toe aan haar echtgenote Bertrand I van Baux.
Het gebied van de Grafelijke tak werd aanvankelijk afgestaan aan de Johannieterorde - een Maltezer Orde - , maar Bertrand III herenigde geheel
Oranjei in 1308. Het was een klein gebied Orange, dat dankzij de Keizer als Prinsdom werd erkend en waarvan de heerser voortaan soeverein
Vorst was. De Prins diende zich bewust te zijn van het feit dat zijn gebied, grenzende aan de Pauselijke grondgebied Comtat enasissin, een
enclave vormde, open lag voor grote gevaren die inderdaad niet zijn uitgebleven. Juist die Soevereiniteit gaf de problemen en daarmede de
grote aantrekkingskracht weer. Internationaal bezien stond de Prins van Oranje hoger op de Adellijke ladder dan zijn neven van Nassau.

Mede daarom nam Jan III zowel als later Rene van Chalon, deze titel in de eerste plaats aan. Bovendien was de rang van Prins ook voor zijn opvolgers
het meest interessant van alle nog verkrijgende titels. Samenvattend kan men stellen dat Jan III (oom van Renatus) en Renatus van Nassau (René
van Châlon) Prins van Oranje werden dankzij vererving van goederen. In de jaren erna werd diens opvolger (Willem I, "de Zwijger"
Prins van Oranje en Nassau
) niet alleen Prins van Oranje maar tevens Prins van Oranje-Nassau. De verwachtte samenvoeging van
beide geslachten is hier feitelijk ontstaan. Duidelijk was dat het geslacht van Oranje zich niet zo heeft ontwikkeld als dat van Nassau, dat in de tijd
van Keizer Karel V zich manifesteerde, terwijl er geen sprake was van het geslacht der Oranjes (d'Orange).
Na de dood van Raimond V van Baux erfde diens dochter Maria het Prinsdom.

Via haar gemaal Jan III van Chalon kwam het gebied aan het Huis Châlon en met het sterven van de laatste telg van dit geslacht, Philibert, aan diens neef Renatus van Nassau (René van Châlon), de zoon van zijn zuster Claudia en Hendrik III van Nassau-Breda. Onder René werd Oranje als twistappel tussen Karel V en Frans I verschillende malen door Frankrijk bezet. Omdat ook hij kinderloos was, benoemde hij zijn neef Willem van Nassau tot opvolger. Deze Guilhelm d'Orange geldt als de stamvader van de Oranjes en dus van het huidige Vorstengeslacht van het Koninkrijk der Nederlanden. Over de afkomst van deze Guilhelm d'Orange, wordt nog altijd gediscussieerd door historici.

Hij zou van Joodse of Mengrovische afkomst zijn. En werd tot twee keer toe heilig verklaard door het Vaticaan.Hij kreeg daardoor verschillende namen, w. o. Sint Willem van Oranje, ook Willehalm, Guilhelm, Guillaume's (9de eeuw). Zijn feestdag wordt op 30 april gehouden. Guilhelm (Willem) d'Orange, of Willehelm was ook Graaf van Razès, Toulouse, Barcelona en tevens Hertog van Aquitanië. Hij zou de Arabische en Hebreeuwse taal hebben beheerst en de Leeuw van Judah zou op zijn schild hebben geprijkt.

Guilhelm was een belangrijke leenman en strijder aan het hof van Karel de Grote. Dat was de toen heersende Vorst. Guilhelm werd opgevolgd door Bertrand-Rambauld, Graaf d'Orange en Nice. Die leefde tussen 1034 en 1097. Zijn zoon Rambauld II (ca. 1066), Graaf van Orange, was een van de aanvoerders van de eerste kruistocht van 1096 naar Antiochië (Turkije) en Jeruzalem.


Guilhelm d'Orange

Hij had nog even tijd en daardoor was zijn dochter Tiburge d'Orange (1107-1173). Het Prinsendom van Orange ontstond pas in 1163 in het
zuiden van Frankrijk en was volledig omsloten door Frankrijk. Met toestemming van de Duitse Keizer Frederik Barbarossa I, mocht het Graafschap
zich eenPrinsendom noemen. Het was niet groter dan zo'n 300 vierkante km. Dat Orange zich een Prinsendom mocht noemen en soeverein was,
bracht een belangrijke status met zich mee. De Prins van Orange stond op gelijke voet met de andere Europese vorsten. Het heersende geslacht
werd met uitsterven bedreigd en via huwelijk, kwam het voor de helft in handen van het Huis van Montpellier. In 1189 kreeg het Huis van Baux
het Prinsendom in zijn bezit. En Bertrand I van Baux die was getrouwd met de laatste Prinses van Orange, werd vrolijk Prins van Orange.
De laatste Prins van Orange uit het Huis van Baux was Raimond V en leefde van 1340 tot 1393. Echter Raimond V had maar een dochter, Maria.
Deze dochter trouwde met Jean III van Châlon.


Het Prinsdom in 1547

Het gebied van deze laatste tak kwam na de dood van Raimbaud III via diens zuster Tiburge III toe aan haar echtgenote Bertrand I van Baux.
Het gebied van de Grafelijke tak werd aanvankelijk afgestaan aan de Johannieterorde -een Maltezer Orde -, maar Bertrand III herenigde geheel Orange
in 1308. En Bertrand I van Baux die was getrouwd met de la atste Prinses van Orange, werd vrolijk Prins van Orange.
De laatste Prins van Orange uit het Huis van Baux was Raimond V en leefde van 1340 tot 1393.

Echter Raimond V had maar een dochter, Maria. Deze dochter trouwde met Jean III van Chalon. Deze erfde het Prinsdom en daardoor kwam
het dus in het bezit van het Huis van Chalon terecht. Zo kwam de titel van Prins van Orange in het Huis van Chalon. Philibert van Chalon was
de laaste van zijn generatie. Hij kreeg al snel moeilijkheden met de Franse Koning, die het Prinsdom wilde inlijven. Philibert des Chalon-Orange,
zocht daarom hulp bij Keizer Karel V. Helaas mocht dat niet baten, want Koning Frans I van Frankrijk nam vrolijk Orange in beslag en zette
Philibert van 1524 tot 1526 gevangen.

Bij de vrede van Madrid liet men Philibert weer vrij en hij begon aan een korte maar schitterende loopbaan in het leger van Karel V.
Na de dood van Raimond V van Baux erfde diens dochter Maria het Prinsdom. Via haar gemaal Jan III van Chalon kwam het aan het Huis
Chalon en met het sterven van de laatste telg van dit geslacht, Philibert, aan diens neef Renatus van Nassau (René van Chalon), de zoon van zijn
zuster Claudia en Hendrik III van Nassau-Breda. Onder René werd Orange als twistappel tussen Keizer Karel V en Koning Frans I van
Frankrijk
verschillende malen door Frankrijk bezet. Omdat ook hij kinderloos was, benoemde hij zijn neef Graaf Willem van Nassau tot opvolger.

Als Opperbevelhebber van het Keizerlijke leger leidde Philibert de beruchte bestorming van Rome; 'Sacco di Roma'. Hierna verdedigde hij Napels
tegen de Fransen. Als dank en beloning voor zijn moed, werd hij tot Vice-Koning van deze stad gekroond. Bij de vrede, die in 1529 met de Franse
Koning gesloten werd, kreeg hij zijn Prinsdom Orange weer terug. Een jaar later sneuvelde hij op 28 jarige leeftijd bij Florence. Hij liet geen kinderen
na. Maar Philibert van Chalon, Prins van Orange had wel een zuster Claudia van Chalon genaamd, die een zoon had.
Deze zoon was René van Chalon 1519-1544) en erfde in 1538 van zijn oom de titel Prins van Orange.

Hier begon de connectie met het Huis van Nassau. René van Chalon voegde de namen Oranje en Nassau bij elkaar. Hij was de zoon van
Claudia van Chalon(1498-1521) en van Hendrik III van Nassau (1483-1538). Dat René, van Chalon werd genoemd kwam omdat zijn
moeder van een voornamere familie afstamde dan Hendrik III van Nassau (1483-1538). De Chalon's waren tenslotte in bezit
van het Vorstendom Orange, dat geen leen, maar een soeverein Vorstendom was. Daarom voerde Rene van Chalon het devies
Je maintendrai Chalon
wat doorWillem de Zwijger later gewijzigd is in Je maintendrai Nassau.

René van Chalon, Prins van Orange en Graaf van Nassau (1538), geboren op 5 februari 1519 te Breda, Stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht (1540), van Gelderland (1543), Heer van de France-Comté, Ridder van het Gulden Vlies (1531) en vooral legeraanvoerder. Hij was de eerste van de Bredase Nassau's die in een strijd sneuvelde.

Keizer Karel V wilde zich in de buurt van Parijs vestigen en gaf daarom het opperbevel aan René van Chalon. In 1542 ging René van Chalon de strijd aan met de Franse Koning Frans I. Tijdens het beleg van Saint Dizier in Champagne werd hij op 17 juni 1544 getroffen door een kanonskogel die hem de rechterschouder verbrijzelde en hem uiteindelijk fataal werd.

Zijn praalgraf staat in de St.Pieterskerk te Bar-Le-Duc Op zijn graf prijkt een monument met het half ontvleesd skelet van Rene van Chalon, in de opgeheven hand bevindt zich een kristallen bol waarin het Prinselijk hart heeft gezeten. Het huwelijk van Rene van Châlon, Prins van Oranje bleef kinderloos en toen hij sneuvelde in 1544, erfde zijn volle Duitse neef Willem I (De Zwijger) van Nassau-Dillenburg de titel Prins van Oranje. Hij werd de Stamvader van het Huis Oranje-Nassau.

van ChalonRene van Chalon, Prins van Orange
Graaf van Nassau

 Monument Rene van ChalonPraalgraf van Rene van Chalon
St. Pieterskerk Bar-le-Duc

Het Praalgraf van Rene van Chalon, Prins van Oranje, is niet zijn laatste rustplaats. Die plek is - formeel bezien - , de Grafkelder van de Oranje´s
in de Nieuwe Kerk te Breda. Daar rust zijn stoffelijk overschot tot in alle eeuwigheid, zo staat geschreven in het Boek des Levens. Keizer Karel V
bepaalde dat hij de erfenis alleen mocht aanvaarden, als hij katholiek opgevoed werd aan het Keizerlijke hof te Brussel. Onder Willem (de Zwijger)
van Nassau-Dillenburg (1533-1584), Prins van Oranje (1544-1584) begon de Vereniging der Nederlanden. Dat was een redelijk
ondankbare taak met al die politieke kuiperijen.

Want ook in die tijd had men het stiel van politicus al heel aardig onder de knie. Hoofdzaak was dat de jonge Willem van Oranje in het bezit van
Rene's erfenis geraakte. Deze bestond uit de Nederlandse goederen, die in de France-Comté lagen ,waar alleen de aanspraken op Chastelbellin betwist
werden. Later ook nog, na de vrede, uit het Prinsdom Orange en de vier Baronieën in de Dauphine. Er werd geen enkel bewijs gevonden, dat de
bezittingen in het Hertogdom Bourgondië, hem waren toegevallen.

Willem I
Prinsdom Orange en de vier Baronieën in de Dauphine

Vaucluse


Departement Vaucluse
Een zo'n uitgebreid bezit kon niet alleen worden bestuurd door de eigenaar met zijn Baljuwen, Rentmeesters en Secretarissen. Er was een Raad nodig
van Rechtskundigen, financiële Deskundigen. Van oudsher had de Graaf van Nassau deze mensen wel in dienst. Daaruit werd een Raad gevormd die
later de naam van 'Raad nevens Zijne Excellentie' zou krijgen en een vast lichaam zou worden. Door de uitgebreidheid van de bezittingen van
Oranje-Nassau speelde deze Raad een belangrijker rol dan de Edelen in dienst van het Geslacht Oranje. De opbrengst van deze bezittingen was slechts
bij benadering vast te stellen. Vele landerijen, gebieden en andere stukken grond - meeste buiten de Nederlanden - waren verpacht. Een berekening van 880.000 a 1.300.000 livres per jaar zou mogelijk kunnen zijn. Het daaraan gekoppelde vermogen kon men schatten op 14 miljoen livres. Tegenwoordig is
dat ongeveer2.6 Miljard Euro. René was dus behoorlijk rijk en zijn huwelijk met Anna, bracht alleen maar meer geld in het laatje van de Orang(j)e's.

Stamboom

Stamboom René van Chalon (1519-1544)

Grootouders:

  • Johan V van Nassau-Dietz (1455-1516)
  • Getrouwd in 1482
  • Elisabeth van Hessen (1466-1523)
  • Jan IV van Chalon-d'Arlay
  • Getrouwd jaar onbekend!
  • Filiberte van Luxemburg

Ouders:

  • Hendrik III van Nassau-Breda (1483-1538)
  • Getrouwd in 1515
  • Claudia van Chalon (1498-1521)
  • René van Chalon (1519-1544)
  • Getrouwd in 1540
  • Anna van Lotharingen (1522-1568)

Kinderen:
Maria van Chalon (1544?)



Anna van Lotharingen

25 juli 1522—Diest, 15 mei 1568)Anna was de dochter van Hertog Anton de Goede en Renata de
Bourbon-Montpensier. Zij trouwde op 22 augustus
1540 te Bar-le-Duc met René van Chalon (1519-1544), Prins van Oranje. Ze kregen een
dochtertje, Maria, dat slechts 3 weken oud werd
en na haar overlijden werd bijgezet in de Grote
Kerk te Breda. Na de dood van René in 1544
huwde ze op 9 juli 1548 met Filips II van Croÿ-
Aarschot, Hertog van Aarschot en Stadhouder van
Henegouwen. Met hem kreeg zij een zoon, Karel Filips van Croÿ (1549-1613).

Stamboom

Stamboom Anna van Lotharingen (1522-1568)

Grootouders:

  • Man, onbekend?
  • Vrouw onbekend?

Ouders:

  • Anton II van Lotharingen of Anton de Goede
  • Getrouwd jaar onbekend!
  • Renata van Bourbon-Montpensier

 

  • Anna van Lotharingen (1522-1568)
  • getrouwd in 1540
  • René van Châlon (1519-1544)

Kinderen:
Maria van Chalon (1544?)

De stad telt twee Romeinse monumenten die op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staan:

De Triomfboog

Een Triomfboog os ook te vinden in Orange (Frans: Arc de Triomphe d'Orange), Frankrijk. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat de boog
gebouwd moet zijn tijdens de regeerperiode van Augustus. Het is gebouwd over de voormalige via Agrippa, ter ere van de veteranen van de Gallische
Oorlog, en het tweede legioen. Later werd het gereconstrueerd in opdracht van Keizer Tiberius, ter ere van de overwinningen van Germanicus Julius
Caesar op de Germanen in het Rijnland. Op de boog staat een inscriptie van de oorspronkelijke naam van Orange (Colonia Julia Firma Secundanorum
Arausio). Later kwam daar een inscriptie ter ere van Tiberius bij.

De boog was oorspronkelijk gebouwd van grote blokken kalksteen. Het heeft drie bogen, het centrale deel groter dan de twee buitenste zijden.
Het geheel is 19,21 meter hoog en 8,40 meter breed. Elk gedeelte heeft twee halfzuilen in de Korinthische orde. Het ontwerp van de boog in
Orange werd later gebruikt voor de Boog van Septimius Severus en de Boog van Constantijn in Rome. De boog is versierd met reliëfs van diverse
militaire onderwerpen, zoals zeeslagen en de strijd tegen Germanen en Galliërs. Op een van de afgebeelde veldslagen is een soldaat te zien die een
schild, met daarop het wapen van het Legio II Augusta, vasthoudt.

Arc
De Arc de Triumphe en Het Romeins theater

Het antieke Romeinse Theater (103 m breed en 36 m hoog)

Het Romeinse theater van Orange is een antiek theater in de Franse stad Orange. Het geldt als een van de best bewaard gebleven theaters uit
het Romeinse Rijk. Colonia Julia Firma Secundanorum Arausio was een Romeinse colonia, die in 40 v.Chr. werd gesticht door de soldaten van het
Tweede Legioen. Het theater werd in de 1e eeuw n.Chr. gebouwd. Het speelde een belangrijke rol in het stadsleven. Men kon er o.a. kijken naar
pantomime, voordrachten van dichters en Attische komedies. Op het podium stonden grootste decorstukken en er konden met behulp van
machines allerlei speciale effecten worden gecreëerd. De toegang tot de voorstellingen, die vaak de hele dag duurden, was gratis. Het Romeinse
Rijk veranderde gedurende de 4e eeuw sterk onder invloed van het opkomende christendom. In 391 werd het theater in Orange per officieel
besluit gesloten, omdat de kerk bezwaar maakte tegen de in hun ogen onzedelijke voorstellingen.

Het theater werd verlaten en verviel in de eeuwen die volgden. In de middeleeuwen werd het gebouw geplunderd door barbaren en diende het als
verdedigingspost. Tijdens de religieuze conflicten in de 16e eeuw werd het theater door de burgers gebruikt als toevluchtsoord. Het gebouw diende
ook nog als gevangenis tijdens de Franse Revolutie. In de 19e eeuw werd het theater weer gerestaureerd. In 1824 werd op initiatief van Prosper Mérimée
met de restauratiewerkzaamheden begonnen en vanaf 1869 konden er weer voorstellingen worden gegeven. Alle belangrijke Franse artiesten traden
toen in het theater op. Zo speelde Sarah Bernhardt er in 1903 in de tragedie Phèdre. Iedere zomer wordt in het theater het operafestival
Chorégies d'Orange gehouden. Dit is de opvolger van het Rome Festival dat sinds 1869 werd georganiseerd.

Het theater is goed bewaard gebleven. Opvallend is dat het 103 meter lange podiumgebouw nog vrijwel intact is, terwijl dit bij vrijwel alle andere antieke
theaters geheel is verdwenen. Van de naar schatting 10.000 zitplaatsen zijn er 7.000 hersteld. De bovenste rijen van de tribune zijn niet meer
herbouwd. In 2006 is een nieuw dak van metaal en kunststof op het podiumgebouw geplaatst. Het theater staat sinds 1981 op de Werelderfgoedlijst
van Unesco, met UNESCO volgnummer 163. Het gebouw voldoet aan de volgende criteria: Het is een zeldzaam overblijfsel van een verdwenen cultuur
en het wordt geassocieerd met gebeurtenissen, tradities of geloven van universele betekenis. In 2007 werd de inschrijving voor Orange uitgebreid
met de Triomfboog van Orange, die ouder is dat degene die in Parijs staat.

OrangeVaucluse
De fraaie fontein in het centrum van Orange en het Romeins Theater.

De ongeveer 29.000 inwoners tellende stad Orange vinden we in het Departement (84) Vaucluse. De stad heeft een rijke geschiedenis en heeft
aan aantal interessante bezienswaardigheden, waarvan er twee zelfs op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staan. Allereerst het Romeinse Theater dat
zeer goed bewaard is gebleven en de authentieke Romeinse sfeer goed weet weer te geven. De tweede op de UNESCO lijst is de Romeinse
Triomfboog welke gebouwd is ten ere van de veteranen van het Gallische Legioen XI. Naast een bekende wijnbouw streek (Côtes du Rhône) werden
hier vroeger ook veel sinaasappelen verhandeld. Dit heeft bijgedragen aan de Franse benaming voor Sinaasappel (Orange) en hierdoor ook invloed
heeft gekregen op de aanduiding van de kleur Oranje. Een interessant feit is dat Willem van Nassau (Willem I) de stad en het Prinsendom in 1544
erfde van zijn neef René van Chalon. Hierdoor werd Willem I, Prins van Orange (Oranje).

VaisonBrug Vaison la Romaine
Vaison la Romaine, de eeuwig op wacht staande Légionair(1863) en de brug naar Vaison la Romaine.

Nu is Orange lang niet zo bekend meer als eeuwen geleden. Het stadje ligt net naast de snelweg (Route du Soleil) die naar Aix en Provence gaat
of naar Spanje De oude huizen van weleer maken langzamerhand plaats voor moderne gebouwen als flats en dicht op elkaar staande eensgezins
woningen. Ook hier is bouwgrond duur en dient dus goed en economisch te worden gebruikt. Weinig bekend is dat in Orange een kazerne is gevestigd
van de Kepi Blanc (het Franse Vreemdelingen Legioen) oftewel Le legion Etrangere. Daar is het 1e Vreemdelingenregiment Cavalerie gelegerd.
Als je Orange doorrijdt richting het Oosten, kom je aan het einde van het stadje de legerplaats tegen met een perfect geklede Legionnair
die wacht loopt voor de poort.

Mont Ventoux Departement Vaucluse
De Mont Ventoux met bovenop de TV-Toren en het Departement Vaucluse ten voeten uit

Vaucluse is een echte Provence streek en ligt in het noordwesten van de regio Provence-Alpes-Côte d'Azur. Een gebied waar het goede leven
zich manifesteert in alle vormen en waar een gevestigde Bourgondiër zich snel thuis zal voelen. Naast truffels en meloenen vind je in de streek ook
druiven, de meest bezichtigingswaardige wijngaarden vind je bij Châteauneuf-du-Pape, het beroemde wijndorp. Ook cultuur liefhebbers zullen
zich prettig voelen in de streek door de vele bezienswaardigheden. Zo vindt men in Vaucluse onder andere de stad Avignon, het Pauselijke Paleis,
de Fontaine de Vaucluse en de Mont Ventoux, bij wielrenliefhebbers bekend.

Maar ook vele overblijfselen van de Romeinse cultuur, zoals bijvoorbeeld bij de opgravingen van Vaison-la-Romaine. Qua natuur biedt Vaucluse
een prachtig berglandschap, de Mont Ventoux en ook het regionale park Luberon lijkt de moeite van het bezoeken waard. Vaucluse is ook een
populair regio onder golf liefhebbers, het gebied telt meerdere golfbanen die bekend staan om het gebruik van het landschap. Heuvels, veel groen
en waterpartijen kenmerken de banen. Vaucluse heeft een inwoneraantal van rond de half miljoen op een totale oppervlakte van 3567 km².